Straffeloosheid / Mensenrechtenexperts manen Israël marteling van gevangenen te bestraffen

Israël dient de verantwoordelijken voor het martelen en mishandelen van gevangenen te vervolgen en bestraffen. Dat schrijven zeven deskundigen van de VN. Marteling van Palestijnse gevangenen is in Israël schering en inslag.

Israëlische martelmethoden, zoals geïllustreerd door de Israëlische krant Haaretz.  

De zeven mensenrechtendeskundigen manen Israël er strikt op toe te zien dat verantwoording word afgelegd voor gevallen van marteling en wrede en onmenselijke behandeling die onder internationaal recht verboden zijn. Zij herinneren eraan dat een staat aansprakelijk is voor het martelen en mishandelen van gevangenen en anderen door overheidsdiensten. Staten zijn verplicht marteling en mishandeling te voorkomen en, in het geval zulk wangedrag toch plaatsvindt, te bestraffen. Slachtoffers dienen gerehabiliteerd en gecompenseerd te worden.

Halfdood

Aanleiding voor de vermaning is het recente besluit van procureur-generaal Avichai Mandelblit om een strafrechtelijk onderzoek naar mogelijke marteling door de binnenlandse veiligheidsdienst Shin Bet te sluiten. Het onderzoek richtte zich op de ondervraging door de dienst van de Palestijn Samer Arbid, die op 25 september 2019 werd opgepakt op verdenking van betrokkenheid bij de moord op een 17-jarige Israëlische vrouw.

Volgens bij de zaak betrokken advocaten en mensenrechtenorganisaties als Amnesty International, B’Tselem en Addameer werd Arbid door zijn ondervragers gemarteld, zelfs zo ernstig dat hij twee dagen na zijn arrestatie halfdood bij een ziekenhuis werd afgeleverd. Daar werden gebroken ribben, nierfalen en schade aan andere organen geconstateerd. Arbids lichaam was bedekt met bloeduitstortingen. Zijn voeten waren blauw en opgezwollen en hij was al zijn nagels kwijt. Hij moest kunstmatig worden beademd en kwam pas na weken weer bij kennis. In augustus 2020 besteedden wij uitvoerig aandacht aan de zaak.

De deskundigen schrijven dat Arbid blijvende lichamelijke en psychische schade heeft opgelopen, en noemen het besluit de zaak te sluiten alarmerend en onacceptabel. Het is niet aan de regering of de rechterlijke macht om te besluiten of marteling al dan niet wordt vervolgd, stellen zij, dat is ‘een absolute verplichting onder internationaal recht’:

We are alarmed at Israel’s failure to prosecute, punish and redress the torture and ill-treatment perpetrated against Mr Al-Arbeed. Addressing such abuse is not at the discretion of the Government or the judiciary, but constitutes an absolute obligation under international law.

Straffeloosheid

Volgens procureur-generaal Mandelblit is er echter ‘geen bewijs dat de ondervragers een misdrijf hebben gepleegd’. Dat klinkt absurd, gezien de verwondingen die Arbid opliep en het feit dat het martelen van gevangenen onder internationaal recht en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens strikt verboden is en in het oprichtingsverdrag van het Internationaal Strafhof – het Statuut van Rome – als een oorlogsmisdaad geldt. Maar Mandelblit probeert niet te ontkennen dat Arbid halfdood gemarteld is, hij wijst erop dat de mishandeling in Israël niet als een misdrijf geldt.

Israël heeft weliswaar het VN-Verdrag tegen Foltering ondertekend en bekrachtigd, maar het martelen van Palestijnse verdachten is er niettemin schering en inslag, zoals wij in een eerder artikel toelichtten. Het Israëlische Hooggerechtshof staat ‘speciale ondervragings­methoden’ (lees: mishandeling en marteling) toe als er sprake is van ‘bijzondere veiligheidsrisico’s’ – als de verdachte een ‘tikkende bom’ is die op het punt staat dood en verderf te zaaien.

Die bepaling geeft ondervragers van de Shin Bet, de politiediensten en het gevangeniswezen een vrijbrief om verdachten te mishandelen, een feit waarop lokale organisaties als B’Tselem, Physicians for Human Rights-Israel, Yesh Din, HaMoked en Addameer, en ook de Palestijnse pers, VN-deskundigen en anderen al jaren wijzen. Hoe bont zij het ook maken, de ondervragers weten dat ze straffeloos hun gang kunnen gaan. In ons artikel van augustus vorig jaar vermeldden we dat het Israëlische Comité tegen Marteling (Public Committee Against Torture in Israel, PCATI) sinds 2001 circa 1300 officiële klachten wegens marteling door de Shin Bet had ingediend. Dat leidde in slechts één geval tot strafrechtelijk onderzoek, dat uitliep op seponering.

Witwassen

Dat ditmaal een strafrechtelijk onderzoek werd ingesteld is dus zeer uitzonderlijk, en louter het gevolg van de internationale ophef nadat Arbid in kritieke toestand in het ziekenhuis was beland. In Nederland besteedde onder andere NRC er aandacht aan. Maar het eind van het liedje is wederom dat de verantwoordelijken onbestraft blijven. Opnieuw wordt marteling ‘witgewassen’, zoals onderzoeksdirecteur Yael Stein van B’Tselem het onlangs omschreef.

De mensenrechtenexperts van de VN manen Israël zich aan het internationaal recht te houden en rigoureus een eind te maken aan marteling en mishandeling. De autoriteiten moeten alle wetten, voorschriften, beleidslijnen en praktijken die zulke misdaden mogelijk maken met spoed herzien:

[They should] urgently and comprehensively review, suspend and/or repeal the necessity defence applied in criminal investigations, and any laws, regulations, policies and practices authorising, justifying, acquiescing in or otherwise leading to impunity for such grave violations of human rights.

De kans dat Israël zich iets van de dringende oproep aantrekt is nihil. De Israëlische autoriteiten hebben een lange traditie in het schenden van het internationaal recht, de mensenrechten en bindende VN-resoluties, en weten zich daarbij gedekt door het Hooggerechtshof. Dat geldt niet alleen voor de marteling van gevangenen, maar ook voor tal van andere (oorlogs)misdaden. Of het nu gaat om de kolonisering van bezet gebied, het geweld van kolonisten tegen de Palestijnse bevolking, het slopen van huizen en water- en elektriciteitsvoorzieningen van die bevolking door het ‘meest morele leger ter wereld’, het opblazen van woningen van ‘terreurverdachten’ en hun gezinnen door datzelfde leger, of om het doodschieten van ongewapende demonstranten in Gaza door dat leger – straffeloosheid is in Israël de norm.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.