‘Onethisch gedrag’ / Noors oliefonds maakt beleggingen in Israëlische bedrijven ongedaan

Het pensioenfonds schrapt drie Israëlische ondernemingen uit zijn beleggingsportfolio vanwege hun aandeel in de illegale kolonisering van bezet Palestijns gebied. Het is tijd dat de Nederlandse pensioenfondsen ABP en PFZW het voorbeeld volgen.

Het Noorse pensioenfonds schrapt de drie Israëlische ondernemingen uit zijn beleggingsportfolio vanwege hun aandeel in de bouw van woningen en infrastructuur die ten goede komen aan de Israëlische kolonisering van bezet Palestijns gebied. [c] Anadolu Agency 

Het Noorse zogenoemde ‘oliefonds’, officieel het Government Pension Fund Global (GPFG), maakte vorige week bekend zijn investeringen in drie grote Israëlische bedrijven ongedaan te maken. Het gaat om de internationaal opererende bedrijven Elco Ltd, Electra Ltd (een dochterbedrijf van Elco) en Ashtom Group Ltd. De drie voldoen niet aan de maatstaven van duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen van het fonds. Reden daarvoor is hun betrokkenheid bij de illegale Israëlische kolonisering van bezet Palestijns gebied.

Illegale praktijken

Elco en Electra zijn al langere tijd betrokken bij Israëlische infrastructurele projecten op de bezette Westelijke Jordaanoever, schrijft het fonds. Onlangs verwierf Electra de opdracht voor uitvoering van een groot wegenproject ten dienste van de illegale Israëlische kolonies (‘nederzettingen’) op de Westoever. Het fonds concludeert dat Israël als bezettende mogendheid zijn boekje te buiten gaat met zulke projecten, die bovendien ‘een negatieve impact hebben op de sociale en economische omstandigheden van de bevolking van het bezette gebied’ en ‘een ernstige schending zijn van de rechten van het individu’.

Ashtom Group, het derde bedrijf waaruit het fonds desinvesteert, verhuurt bedrijfspanden op de Westoever. De bouw van de betreffende panden is een schending van het internationaal recht, constateert het fonds, en met de verhuur draagt Ashtom bij aan ‘voortzetting van de illegale situatie die ook de gebouwen heeft voortgebracht’. Door ‘in deze vorm bij te dragen aan schendingen van het internationaal recht’ overtreedt Ashtom de ethische maatstaven van het fonds.

VN-database

Ashtom en Electra komen ook voor in de VN-database van bedrijven die betrokken zijn bij de Israëlische kolonisering van Palestijns land. Die database werd op verzoek van de VN-Mensenrechtenraad samengesteld door de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN. De database werd in februari 2020 gepubliceerd en krijgt naar verwachting nog dit jaar een update.

Afgelopen juni maakte, zoals wij eerder meldden, het grootste pensioenfonds van Noorwegen, KLP, bekend zestien bedrijven uit zijn beleggingsportfolio te hebben verwijderd die in de VN-database voorkomen. Electra is een van de zestien. In zijn korte toelichting en uitgebreide verantwoording onderstreept KLP het belang van de UN Guiding Principles on Business and Human Rights, de internationale gedragscode die duidelijke richtlijnen voor ondernemers en bedrijven op het terrein van de mensenrechten bevat. De zestien bedrijven houden zich niet aan de gedragscode, en dat liet KLP geen andere keus dan te desinvesteren.

Eerder in juni beëindigden zowel KLP als het oliefonds al hun beleggingen in het Israëlische bedrijf Mivne Real Estate Ltd, dat ook in de VN-database voorkomt. Het bedrijf verhuurt bedrijfspanden in twee van de door Israël ingerichte ‘industriële zones’ op de Westoever, te weten het Mishdor Adumim Industrial Park en de Jerusalem-Atarot Industrial Area. Beide zones zijn even illegaal als de ‘nederzettingen’, aldus de fondsen.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Het Noorse oliefonds is naar eigen zeggen een van de grootste fondsen ter wereld, met aandelen in meer dan negenduizend ondernemingen in 73 landen en vastgoed in meerdere wereldsteden. In het fonds worden de Noorse olie- en gasopbrengsten ondergebracht, zodat ook toekomstige generaties er profijt van hebben. Het wordt beheerd door de centrale bank van Noorwegen, Norges Bank, volgens door het parlement en het ministerie van Financiën opgestelde uitgangspunten en regels.

Het fonds heeft duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen hoog in het vaandel staan. Het realiseert zich dat het niet in het luchtledige opereert, maar dat de activiteiten van de bedrijven waarin het investeert ‘grote impact hebben op omringende gemeenschappen en het milieu’. Het hanteert daarom duidelijke richtlijnen voor die bedrijven. Op het terrein van de mensenrechten zijn dat de UN Guiding Principles on Business and Human Rights.

Het fonds ervaart bovendien druk vanuit de samenleving, ‘die steeds hogere verwachtingen heeft van hoe bedrijven zich dienen te gedragen’. Het is mede uit eigenbelang om aan die verwachtingen te voldoen, schrijft het fonds, ook als dat betekent dat het rendement wat lager uitvalt:

Companies’ activities have a great impact on surrounding communities and the environment, and society has ever greater expectations for how companies should behave. Over time, this may affect their profitability and the fund’s return. As a long-term investor in around 9,000 companies in 74 countries, we have an interest in investors’ demands for profitability being aligned with society’s broader expectations of companies. We consider environmental and social issues, and publish clear expectations of the companies we invest in. 

Een door het Noorse ministerie van Financiën ingestelde, onafhankelijke ‘ethische commissie’ (Council on Ethics) controleert of de bedrijven waarin wordt belegd (blijven) voldoen aan de maatstaven van het fonds. Doorstaan zij de ethische toets der kritiek niet, dan gaat er een advies naar Norges Bank om te desinvesteren. Dat is nu met de drie Israëlische bedrijven, en eerder met Mivne Real Estate Ltd, gebeurd.

Voorbeeld voor ABP en PFZW

Het is bemoedigend dat steeds meer fondsen – en ook bedrijven – zich niet alleen bewust zijn van hun verantwoordelijkheid om de mensenrechten te respecteren, maar daar ook naar handelen. Eerder dit jaar beëindigde het nationale pensioenfonds van Nieuw-Zeeland, het NZ Super Fund, zijn beleggingen in vijf Israëlische banken. Vier van de vijf komen voor in de VN-database. Israëlische banken spelen als financiers een centrale rol in de illegale kolonisering.

Des te schrijnender is dat de Nederlandse pensioenfondsen ABP en PFZW nog altijd beleggingen hebben in gezamenlijk 18 bedrijven die in de VN-database voorkomen, zoals recent onderzoek van The Rights Forum uitwees. PFZW heeft ruim 364 miljoen euro belegd in 17 bedrijven in de database. Ronduit bizar is dat PFZW opnieuw is gaan beleggen in vijf Israëlische banken waaruit het in 2014 juist had gedesinvesteerd vanwege hun betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen in bezet gebied. Afgelopen maart ging het om beleggingen in de banken ter waarde van 16,8 miljoen euro, een bedrag dat in juli bleek te zijn toegenomen tot 43,5 miljoen – een stijging van ruim 250 procent.

Het ABP beëindigde zijn beleggingen in de Israëlische banken in juni 2020 vanwege het niet op orde hebben van hun mensenrechtenbeleid, maar handhaafde beleggingen ter waarde van ruim 280 miljoen euro in zes andere bedrijven die in de VN-database voorkomen. Ruim een jaar later bleken die beleggingen te zijn toegenomen tot 406 miljoen euro in acht bedrijven in de database.

Blamage

Het is een blamage dat ABP en PFZW, die de pensioengelden van miljoenen Nederlanders beheren, hun mensenrechtenbeleid nog altijd niet op orde hebben. Afgelopen juli riep de Tweede Kamer de regering op er bij de fondsen op aan te dringen hun beleggingen in bedrijven die bijdragen aan de Israëlische kolonisering te beëindigen. Vanuit de samenleving worden de fondsen daar al jaren toe opgeroepen. Het geduld met ABP en PFZW, schreven wij al in april, is op.

Zoals het Noorse oliefonds terecht constateert is het beëindigen van de beleggingen ook een kwestie van eigenbelang. Door zaken te doen met bedrijven die bijdragen aan – en profiteren van – grove rechtenschendingen en zelfs oorlogsmisdaden, maken ook ABP en PFZW zich daaraan schuldig. De daarmee gepaard gaande reputatieschade is groot, en je zou zeggen dat de fondsen zo’n bevlekt blazoen juist zouden willen voorkomen. Dat is niet alleen een kwestie van mensenrechtenbeleid, maar ook van gezond verstand.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.