De inzet van Nederland is het ‘verlichten van de humanitaire crisis’ in Palestina, zei premier Rob Jetten vrijdagavond. De genocide in de Gazastrook weigert hij te erkennen.

Tijdens de persconferentie na de ministerraad vrijdagavond, vroegen verslaggevers premier Rob Jetten op de man af of hij wat in de Gazastrook gebeurt een genocide zou noemen. Dat weigerde hij. Waar hij zich als oppositielid uitsprak tegen de genocide in de Gazastrook, spreekt de premier nu over een ‘humanitaire ramp’.
De verslaggevers, van EenVandaag en de NOS, vroegen door. Is het niet verwarrend voor mensen dat wat hij een jaar geleden genocide noemde nu niet meer zo noemt? Jetten ontweek de vraag: de coalitiepartijen kijken ‘verschillend naar de situatie in het Midden-Oosten’.
Daar bleef het niet bij. Jetten vermeed zorgvuldig Israël als dader van genocide of andere misdrijven aan te wijzen. ‘Er zijn nog altijd veel hulpgoederen die de Gazastrook niet of nauwelijks inkomen’, zei hij. Hij benoemde niet dat Israël die hulpgoederen doelbewust tegenhoudt.
Het zijn bewoordingen met gewicht. Volgens het Genocideverdrag is Nederland verplicht alle beschikbare maatregelen te nemen om genocide te helpen voorkomen zodra het weet, of had moeten weten, dat een ernstig risico op genocide bestaat. Die verplichting geldt ongeacht of de regering bereid is te erkennen dat Israël genocide pleegt.
Het ernstige risico op genocide in Gaza is herhaaldelijk vastgesteld, door het Internationaal Gerechtshof, in VN-rapporten en door experts. Door het woord genocide te vermijden kan Jetten de verplichtingen van Nederland niet vermijden. Bij die verplichtingen kan gedacht worden aan het sanctioneren van Israël, het stoppen van Nederlandse investeringen in het land of het stoppen van de inkoop van wapens van Israël.
Dergelijke maatregelen heeft Nederland niet genomen, op een importverbod van goederen uit illegale nederzettingen na. Deze maatregel is gericht tegen de illegale bezetting van de Westelijke Jordaanoever door Israël, en heeft weinig van doen met het stoppen van genocide.
Jetten beweerde dat Nederland ‘wel degelijk zijn nek uitsteekt’, maar verschuilde zich achter het idee dat druk op Israël alleen werkt met ‘een breed front vanuit de EU’. Dergelijke excuses echoën de positie van het vorige kabinet, waar met name voormalig minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp herhaaldelijk naar Europa wees om eigen verantwoordelijkheid te ontduiken. Jetten weet, net als Veldkamp toen, dat de EU te verdeeld en te traag is om als front Israël onder druk te zetten.
Overige maatregelen die het kabinet wel neemt zijn gericht op ‘het verlichten van de humanitaire crisis’. Jetten noemde het verhogen van de financiële steun aan hulporganisatie – zoals het hervatten van de steun aan UNRWA – en het evacueren van zieke of gewonde Palestijnen naar Jordanië. Zeker betekenisvol, maar niet voldoende..
En dat is wel wat moet gebeuren. Meer dan 300 oud-ministers en diplomaten drongen gisteren in een brandbrief aan op concrete maatregelen tegen Israëls schendingen van het internationaal recht, zoals het genocidale geweld in de Gazastrook en Israëls ‘agenda van annexatie en etnische zuivering’ op de Westelijke Jordaanoever.
Zij wezen op de Nederlandse verantwoordelijkheid onder het Genocideverdrag om genocide te voorkomen. ‘Die verantwoordelijkheid is niet afhankelijk van Europese unanimiteit, de positie van bondgenoten of geopolitieke belangen’.
De Commissie voor advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) heeft Nederland al in augustus 2025 op deze verplichting gewezen. In een nieuw advies vorige week wees de commissie op het belang van het benoemen en veroordelen van schendingen van het oorlogsrecht.
De CAVV constateerde dat Nederland dit verzaakt als de schendingen door een bevriende natie worden begaan, en noemde daarbij specifiek Israël. Dit ‘schaadt zowel de positie van Nederland als de legitimiteit van internationaal recht’.
Ze beveelt de regering aan ‘zich consequent en in juridische bewoordingen [..] uit te spreken over ernstige schendingen van het geweldverbod en het humanitair oorlogsrecht.’ In de context van Palestina betekent dat: Israëls acties veroordelen en benoemen als oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide. Precies wat Jetten weigert.