Nederland neemt internationaal recht niet langer als uitgangspunt voor buitenlandbeleid. Het benoemt en veroordeelt schendingen van dat recht door ‘bevriende staat’ Israël niet consistent, staat in een advies van de CAVV.

Als het op de genocide in de Gazastrook aankomt, zet het kabinet van premier Rob Jetten het beleid van zijn voorganger Dick Schoof voort. Gevraagd naar wat Nederland doet om genocide te voorkomen en bestraffen, deelde een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken Kamerstukken uit 2025, opgesteld door ministers uit kabinet-Schoof.
‘De inzet zoals toegelicht in bovenstaande Kamerstukken, is nog steeds de inzet van het kabinet’, schreef de woordvoerder. Deze inzet bestaat ‘diplomatie, humanitaire hulp, veiligheid, en bestrijding van straffeloosheid’, aldus de woordvoerder.
De bewuste Kamerstukken (hier, hier, hier en hier) geven niet veel meer details. ‘Druk en dialoog’ op de regering-Netanyahu wordt genoemd, en ‘zich hard inzetten om de humanitaire situatie te verbeteren’. Twee concrete maatregelen zijn er te vinden: het intrekken van twee uitvoervergunningen voor militair goederen naar Israël en het ontbieden van de Israëlische ambassadeur in april 2025.
Een maand later, in mei 2025, liep toenmalig oppositielid Jetten mee in de Rode Lijndemonstratie tegen het beleid van kabinet-Schoof. Het beleid dat volgens hem toen niet ver genoeg ging, voert hij nu uit. Deze verschuiving in zijn positie komt het duidelijkst naar voren in hoe de premier spreekt over wat er gaande is in de Gazastrook: als oppositielid was dat ‘genocide’, nu is dat ‘conflict’.
Dat terwijl de genocide ook na het ingaan van een (doorlopend door Israël geschonden) staakt-het-vuren in oktober vorig jaar door gaat, stelde de VN-onderzoekscommissie voor de Palestijnse bezette gebieden en Israël vast in twee rapporten dit jaar.
De woordkeuze van Jetten nu is in lijn met de Kamerstukken uit 2025. Hierin valt op dat Israël niet één keer wordt veroordeeld en niet direct wordt aangesproken op (ernstige) schendingen van het humanitair oorlogsrecht – ondanks de uitvoerige documentatie van die schendingen. Ook wordt een ‘ernstig risico op genocide’, zoals vastgesteld door het Internationaal Gerechtshof in 2024, niet expliciet erkend. De aanval van Hamas op 7 oktober 2023 wordt wel onomwonden veroordeeld.
De onderzoekscommissie van de VN beveelt landen aan ‘alle redelijkerwijs tot hun beschikking staande middelen in te zetten om de misdaad van genocide in Gaza te voorkomen en te bestraffen, in lijn met internationaal recht’.
Het nemen van maatregelen om een dreigende genocide te voorkomen is een plicht onder het Genocideverdrag, die ook geldt voor Nederland. Deze plicht is ingegaan in januari 2024 toen het Gerechtshof in de zaak van Zuid-Afrika tegen Israël voorlopige maatregelen afkondigde om genocide te voorkomen, aldus de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV).
Het CAVV stelde al in augustus 2025 een aantal maatregelen voor om aan deze plicht te voldoen. Veruit de meeste van deze maatregelen zijn niet genomen, noch door het vorige noch door het huidige kabinet.
Een maatregel die Nederland had kunnen nemen, is het benoemen dat Israël genocide pleegt of dat daar een ernstig risico op bestond. Ook andere mogelijke maatregelen, zoals het terugroepen van de Nederlandse ambassadeur uit Tel Aviv, het ontmoedigen van Nederlandse investeringen in Israël en aanscherpen van visumvereisten voor Israëli’s, zijn niet genomen.
Nederland heeft zich wel gemengd in de genocidezaak tegen Israël, maar heeft zich niet aangesloten bij Zuid-Afrika in deze zaak. Ook heeft Nederland een aantal keer de Israëlische ambassadeur ontboden, maar sprak deze met een hoge ambtenaar – niet met minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen of een van zijn voorgangers zelf.
Als maatregelen niet blijken te werken is een koerswijziging vereist en moet de diplomatieke druk worden verhoogd, aldus de CAVV. De Nederlandse regering kan zich niet verschuilen achter het feit dat ze ooit de Israëlische ambassadeur heeft ontboden of een exportvergunning heeft ingetrokken. De genocide gaat door, dus de maatregelen moeten worden opgevoerd.
Maar het huidige kabinet neemt het internationaal recht niet ter harte. In een nieuw advies signaleert de CAVV een ‘veranderende houding van de Nederlandse regering ten aanzien van internationaal recht’, waarbij Nederland dat internationaal recht ‘niet langer als vanzelfsprekend uitgangspunt voor buitenlandbeleid lijkt te nemen’.
Dat bleek onder andere uit de reactie van minister Berendsen op de Israëlisch-Amerikaanse aanval op Iran eerder dit jaar, waarbij hij aangaf dat internationaal recht ‘niet het enige kader’ was om de situatie op de beoordelen.
De CAVV constateert dat wanneer een schending van het internationaal recht op het conto komt van Rusland, Nederland dit benoemt en veroordeelt, maar dat dit niet gebeurt – of in veel voorzichtigere bewoordingen – bij ernstige schendingen van het humanitair oorlogsrecht door ‘bevriende staat Israël’ in de Gazastrook, Libanon en Iran.
Het laten varen van het internationaal recht als uitgangspunt voor buitenlandbeleid, gaat tegen het eigen belang van Nederland in, waarschuwt de CAVV. ‘Voor een middelgrote handelsstaat als Nederland is een voorspelbare, op rechtsregels gebaseerde internationale orde essentieel.’
De commissie beveelt de regering aan ‘zich consequent en in juridische bewoordingen, ook in Kamerbrieven over internationale conflicten, uit te spreken over ernstige schendingen van het geweldverbod en het humanitair oorlogsrecht, ongeacht welke staat daarvoor verantwoordelijk is.’
In de Kamerbrieven uit 2025 over de genocide in de Gazastrook doet het kabinet dit niet. Wil Nederland het internationaal recht weer centraal stellen in het buitenlandbeleid, is het zaak dat het huidige kabinet breekt met het beleid van kabinet-Schoof en nu wél maatregelen neemt om genocide te voorkomen en bestraffen. Om te beginnen door Israëlische misdrijven te benoemen en veroordelen.