Israël schuift verantwoordelijkheid voor dood Shireen Abu Akleh definitief af

Israël erkent dat de prominente Palestijns-Amerikaanse journaliste ‘zeer waarschijnlijk’ door een Israëlische militair is doodgeschoten. Maar van vervolging van de schutter wil het niets weten. Voor gerechtigheid zal de internationale gemeenschap moeten zorgen.

Tijdens een demonstratie voor gerechtigheid voor Shireen Abu Akleh houdt een vrouw een portret van de gedode journaliste omhoog. © Icon

Het heeft bijna vier maanden geduurd, maar begin deze week maakte het Israëlische leger dan eindelijk de bevindingen van zijn onderzoek naar de dood van Shireen Abu Akleh bekend. De prominente journaliste van Al-Jazeera werd op 11 mei doodgeschoten terwijl ze in gezelschap van collega’s een inval van Israëlische bezettingstroepen in de Palestijnse stad Jenin versloeg. Een tiental onderzoeken van onder meer vooraanstaande media en de VN wees al snel uit dat de journalisten van circa tweehonderd meter afstand gericht onder vuur waren genomen vanuit een konvooi gepantserde Israëlische legervoertuigen.

‘Ongelukkig incident’

Het leger erkent, schrijven de Israëlische media, dat Abu Akleh ‘zeer waarschijnlijk’ door een Israëlische scherpschutter van een elite-eenheid (Duvdevan) is gedood. Maar van verantwoordelijkheid wil het niets weten. De schutter bevond zich in een van de pantservoertuigen, die volgens het leger van meerdere kanten zwaar onder vuur lagen, onder meer van Palestijnen die vlak bij Shireen stonden. De scherpschutter zou haar hebben aangezien voor een van de ‘militanten’. Ze kreeg een kogel in het achterhoofd, in de minuscule ruimte tussen haar helm en scherfvest. Een collega van Shireen kreeg even eerder een kogel in de rug, maar overleefde.

In totaal vuurde de scherpschutter, wiens naam niet bekend werd gemaakt, tien kogels af op ‘de omgeving van Shireen’. Een ‘ongelukkig incident’, oordeelt het leger, dat in afwijking van het officiële protocol afziet van strafrechtelijk onderzoek, aangezien ‘er geen verdenking van een misdaad bestaat’. Daarmee is het boek-Shireen wat het leger betreft gesloten, een oordeel dat in de Israëlische politiek op brede bijval kan rekenen.

Ongeloofwaardig

De verklaring van het leger is volstrekt ongeloofwaardig. De eerdere onderzoeken tonen onweerlegbaar aan dat er in de omgeving van Shireen geen ‘militant’ te bekennen was en er bovendien geen sprake was van een schotenwisseling. Beelden van het ‘ongelukkige incident’ laten zien dat Shireen en haar collega’s, door de wol geverfd, juist behoedzaam te werk gingen en zich in het zicht van het Israëlische konvooi minutenlang kenbaar maakten als journalisten. Ze droegen de bekende blauwe scherfvesten met daarop in grote witte letters het woord Press. Duidelijk te zien is dat ze volkomen verrast werden toen vanuit het konvooi het vuur op hen werd geopend.

Definitief is gebleken dat van Israël niets te verwachten valt, noch in het achterhalen van de waarheid, noch in het voorzien in gerechtigheid voor Shireen.

De Israëlische verklaring negeert bovendien belangrijke conclusies van de eerdere onderzoeken. Zo zijn er blijkens die onderzoeken niet tien kogels op Shireen en haar collega’s afgevuurd, maar 25, in vier salvo’s in een tijdsbestek van ruim twee minuten – ook een journaliste en een burger die de neergeschoten Shireen probeerden te bereiken werden onder vuur genomen. Als de scherpschutter tien kogels heeft afgevuurd, wie heeft dan de overige 15 schoten gelost? Waren dat misschien de drie Israëlische militairen die, zoals ooggetuigen The New York Times vertelden, op het moment van het derde salvo de journalisten waren genaderd, de wapens in de aanslag? Of schoten ook andere scherpschutters vanuit het konvooi op Shireen en haar collega’s? Het Israëlische onderzoek geeft geen antwoord op zulke vragen.

Witwassen

‘Dit is geen onderzoek, maar witwasserij’, oordeelde de Israëlische mensenrechten­organisatie B’Tselem over de verklaring. Die kwalificatie onderschrijven wij. Wat hier door het leger is gepresenteerd is geen poging tot waarheidsvinding, maar juist tot het saboteren daarvan. Eens te meer laat het leger zien dat het niet tot kritisch zelfonderzoek in staat is. Ook ditmaal had het ‘onderzoek’ maar één doel: het ontduiken van iedere verantwoordelijkheid en het vrijpleiten van de betrokkenen.

Het opvoeren van imaginaire ‘militanten’ toont aan dat daarvoor de leugen niet wordt geschuwd, zelfs niet als uit beeldmateriaal en verklaringen van de journalisten, ooggetuigen en onderzoekers overvloedig blijkt dat er geen militant in de buurt was. Israël bedient zich geregeld van dergelijke desinformatie, getuige bijvoorbeeld de twee ‘geheime dossiers’ waarmee de veiligheidsdienst Shin Bet en het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken de wereld het afgelopen jaar wilden overtuigen van de ‘terreurbanden’ van zes Palestijnse maatschappelijke organisaties. De dossiers lekten uit en bleken te bestaan uit bij elkaar gesprokkelde informatie die iedere betrouwbaarheid ontbeert.

Wat hier door het leger is gepresenteerd is geen poging tot waarheidsvinding, maar juist tot het saboteren daarvan.

Amerikaanse druk

En dan mag het nog een wonder heten dat er überhaupt onderzoeksconclusies zijn gepresenteerd. Bij onderzoeken naar potentiële misdaden van militairen en politiemensen tegen Palestijnen wordt dat stadium gewoonlijk net zo lang verdaagd tot de boeken in stilte kunnen worden gesloten. Zo verdwijnen misdaden stelselmatig in de doofpot. Dat het nu anders liep is te danken aan de vasthoudendheid waarmee de familie van Shireen gerechtigheid eist, maar vooral aan Shireens Amerikaanse nationaliteit.

De regering-Biden staat onder toenemende druk om haar verantwoordelijkheid te nemen en eindelijk zelf een onafhankelijk onderzoek in te (laten) stellen. De dood van een Amerikaanse journaliste, tijdens haar werk doodgeschoten door een scherpschutter van een bezettingsmacht, zou in andere gevallen allang tot actie hebben geleid. Waarbij de schutter in dit geval bovendien een wapen en munitie van Amerikaanse makelij gebruikte. Het bracht de Amerikanen ertoe Israël onder druk te zetten om de conclusies van het eigen onderzoek bekend te maken.

Ontkenningsproces

Van meet af aan heeft Israël alles in het werk gesteld om verantwoordelijkheid te ontlopen. Het doorliep daarbij de gebruikelijke fases. Direct na de dood van Shireen ontkende het dat er ook maar één Israëlische kogel in haar richting was afgevuurd en wees het Palestijnse ‘terroristen’ als daders aan. Het bracht zelfs een filmpje in omloop waaruit dat zou blijken.

Toen die propaganda onhoudbaar bleek viel het terug op verklaringen waarin niet langer werd uitgesloten dat een scherpschutter het fatale schot had gelost. Maar ook toen al heette dat een reactie op ‘militanten’ en ‘terroristen’ die het Israëlische konvooi beschoten vanuit Shireens nabijheid. In een van de verklaringen werd melding gemaakt van een Israëlisch salvo van vijf schoten dat haar het leven gekost zou kunnen hebben.

Maar voortdurend werd benadrukt dat het nog te vroeg was voor conclusies. Het leger zou nog volop bezig zijn de zaak te onderzoeken, al weerhield dat hetzelfde leger er niet van al vroeg te concluderen dat er geen reden was voor strafrechtelijk onderzoek. Steeds ook werd nadrukkelijk de mogelijkheid opengehouden dat toch een Palestijnse ‘terrorist’ de schutter was. Ook maandag gebeurde dat nog, al erkent het leger nu dat het ‘waarschijnlijker’ is dat een Israëlische schutter verantwoordelijk is.

Doofpot

Even kenmerkend voor de Israëlische tegenwerking is dat het leger stug weigert de relevante informatie waarover het beschikt – denk aan verslagen van verhoren van de betrokken militair en zijn commandant, en aan beelden van bodycams van militairen – af te staan voor onderzoek door derden. Ook dat wijst erop dat het, anders dan het beweert, niet geïnteresseerd is in degelijk en transparant onderzoek, maar dat juist wil voorkomen.

Wat Israël betreft wacht Shireen de doofpot, net als de 46 Palestijnse journalisten die haar sinds het jaar 2000 voorgingen, en de duizenden Palestijnse burgers die sinds 1967 omkwamen door geweld van bezettingstroepen. Hun aantal groeit met de dag en zal blijven groeien zolang Israël de gelegenheid krijgt de bezetting voort te zetten en iedere verantwoordelijkheid af te schuiven.

Politici aan zet

Ondanks de opzichtige witwasserij biedt de verklaring van het leger één glasheldere en belangrijke conclusie: definitief is gebleken dat van Israël niets te verwachten valt, noch in het achterhalen van de waarheid, noch in het voorzien in gerechtigheid voor Shireen, haar familieleden en haar werkgever. Dat betekent dat daarvoor nu andere wegen moeten worden ingeslagen. En dat de vele politici en regeringen (en de EU) die in mei verontwaardigd stelden dat de onderste steen boven dient te komen en het recht zijn loop moet krijgen aan zet zijn.

Dat geldt ook voor het Nederlandse kabinet, dat bij monde van minister van Buitenlandse Zaken Wopke Hoekstra pleitte voor een gezamenlijk Israëlisch-Palestijns onderzoek. Dat was destijds al geen reële gedachte, en inmiddels weet hij dat zo’n onderzoek er nooit zal komen. Als de Nederlandse pleidooien voor persvrijheid, het waarborgen van de veiligheid van journalisten, het beschermen van mensenrechten en het bestrijden van straffeloosheid iets voorstellen, mogen concrete initiatieven van het kabinet niet langer uitblijven.

Als de Nederlandse pleidooien voor persvrijheid en het waarborgen van de veiligheid van journalisten iets voorstellen, mogen concrete initiatieven van het kabinet niet langer uitblijven.

Ook media aan zet

Ook voor de media en organisaties van journalisten is een belangrijke taak weggelegd. Zij dienen Shireens zaak onder de aandacht te houden en op alle relevante podia op gerechtigheid te blijven aandringen. Dit in de wetenschap dat als zelfs de zaak van dit journalistieke icoon onder het tapijt wordt geveegd het slechts een kwestie van tijd is voordat in bezet gebied de volgende journalist dood op straat ligt.

Shireen was geboren en getogen in Jeruzalem en 24 jaar lang het gezicht van Al-Jazeera in Palestina. Ze was een journalistiek boegbeeld, een gelouterde verslaggeefster die vastberaden het leven onder bezetting en het geweld van de bezetter documenteerde, en die misschien – het kan helaas niet worden uitgesloten – om die reden is gedood.

In Palestina en de Arabische wereld gold ze als ‘de stem van Palestina’ en een symbool van onverzettelijkheid. Ze inspireerde talloze vrouwen tot een keuze voor de journalistiek. Het lijdt geen twijfel dat het uitblijven van gerechtigheid voor Shireen in het Midden-Oosten, en ook in andere delen van de wereld, zal worden opgevat als het zoveelste bewijs dat Israël boven ieder recht verheven is en straffeloos zijn gang mag gaan.

© 2007 - 2024 The Rights Forum / Privacy Policy