Israëlische troepen doden vier Palestijnen bij inval in Jenin

Bij een inval van het Israëlische leger in de stad Jenin op de Westelijke Jordaanoever zijn vier Palestijnen om het leven gekomen en 44 anderen gewond geraakt. Het incident is tekenend voor de escalatie van geweld die de afgelopen maanden in de bezette Palestijnse gebieden heeft plaatsgevonden.

Palestijnen nemen deel aan de begrafenis van twee van de mannen die omkwamen bij een Israëlische inval in het vluchtelingenkamp Jenin op 28 september 2022. © Wafa

De inval vond plaats op woensdag 28 september, in het vluchtelingkamp Jenin in het noorden van de bezette Westoever. Een grote Israëlische troepenmacht trok in de vroege ochtend het kamp binnen en omsingelde het huis van de vader van Raad Hazem, een Palestijnse man die in april van dit jaar drie Israëli’s in Tel Aviv doodde. Het leger nam het huis onder vuur en doodde twee mannen, onder wie de broer van Hazem. Toen de Israëlische troepen zich vervolgens terugtrokken uit het vluchtelingenkamp doodden zij twee andere Palestijnen die het vuur op hen hadden geopend.

Volgens het leger waren drie van de slachtoffers leden van de Al-Aqsa Martelarenbrigade, de gewapende militie van Fatah. De vierde zou lid zijn geweest van de Palestijnse Islamitische Jihad (PIJ). De mannen werden ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij het uitvoeren en plannen van aanslagen.

Militaire operaties in Jenin

Na aanslagen in Israël in maart en april, waarbij 19 Israëli’s om het leven kwamen, voert het Israëlische leger met grote regelmaat militaire operaties uit op de bezette Westoever. De operaties zijn voornamelijk gericht op Jenin en omliggende dorpen. Het vluchtelingenkamp in de stad is een bolwerk van Palestijns verzet tegen de Israëlische bezetting, en een aantal van de daders van de Palestijnse aanslagen in maart en april in Israël kwam uit Jenin.

Volgens het VN-Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden in de Palestijnse gebieden (UN OCHA) zijn bij de invallen in Jenin tot nu toe ruim dertig Palestijnen omgekomen. Eén van hen was de Al-Jazeera journaliste Shireen Abu Akleh. Israëlische troepen schoten haar op 11 mei dood terwijl ze in gezelschap van collega’s een inval van Israëlische bezettingstroepen in de stad versloeg. Hoewel Israël erkent dat de prominente Palestijns-Amerikaanse journaliste ‘zeer waarschijnlijk’ door een Israëlische militair is doodgeschoten, weigert het de schutter te vervolgen.

In totaal doodden Israëlische troepen dit jaar meer dan tachtig Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever, zo blijkt uit cijfers van UN OCHA. Daarmee is 2022 met nog een kwart jaar te gaan het dodelijkste jaar in tijden voor de Palestijnse bevolking op de Westoever. In totaal stierven ruim 110 Palestijnen als gevolg van Israëlisch geweld.

Burgerslachtoffers

De invallen maken deel uit van een campagne die Israël ‘Break the Wave’ noemt, gericht op het arresteren of doden van Palestijnen die zijn aangesloten bij gewapende groepen zoals de PIJ, de Al-Qudsbrigades en de Al-Aqsa Martelarenbrigade van Fatah. Naast Jenin is ook de stad Nablus een belangrijk doelwit van de campagne. In augustus beschreven wij in een uitgebreid artikel hoe bij een operatie in de oude stad van Nablus drie Palestijnen om het leven kwamen. Ook deze week doodden Israëlische militairen tijdens verschillende operaties twee Palestijnen in de stad.

Hoewel Israël de gewelddadige invallen verantwoordt als noodzakelijke militaire operaties om terrorisme te bestrijden, vallen er regelmatig burgerslachtoffers. Daarvan is Shireen Abu Akleh het meest bekende voorbeeld, maar lang niet het enige. Eén van de slachtoffers van de bovengenoemde operatie in Nablus was een 16-jarige jongen, Mohammed Taha, die volgens het Palestinian Center for Human Rights met zijn vader Jamal op weg was naar zijn werk toen militairen de wijk binnenvielen en het vuur openden.

Het meest recente Palestijnse slachtoffer van het Israëlische geweld in bezet Palestijns gebied is de zevenjarige Rian Suleiman uit Teqoa, een dorp in de buurt van Bethlehem. Hij zou uit angst een hartaanval hebben gekregen toen soldaten zijn broers kwamen arresteren voor het gooien van stenen, aldus de oom van de overleden jongen.

Ook Israëls driedaagse aanval op Gaza in augustus was onderdeel van Operatie Break the Wave. Tijdens de operatie kwamen 49 Palestijnen, onder wie 17 kinderen, om het leven. Israël zei te handelen uit ‘zelfverdediging’. Het zou tot het geweld genoodzaakt zijn vanwege een acute dreiging die ‘preëmptieve aanvallen’ rechtvaardigde. Duidelijk bewijs daarvoor ontbreekt. Om die reden besloot de Duitse organisatie ‘Jüdische Stimme’ onlangs in Duitsland een strafklacht in te dienen tegen de Israëlische premier Yair Lapid en minister van Defensie Benny Gantz.

Vrees voor escalatie

De inval in Jenin was één van de meest dodelijke incidenten op de Westelijke Jordaanoever in de afgelopen maanden. In Israël en de bezette Palestijnse gebieden bestaat de vrees dat het geweld voorlopig aanhoudt. Dat blijkt onder andere uit de oorlogstaal van de Israëlische premier Yair Lapid. Na de inval zei hij dat ‘we niet zullen aarzelen of ons laten afschrikken om op te treden tegen iedereen die Israëlische burgers of onze veiligheidstroepen probeert aan te vallen’.

Atta Abu Rumaila, een leider van de Fatah-beweging in het kamp van Jenin, zei dat het vluchtelingenkamp in ‘een staat van intense woede’ verkeert. ‘Het verzet gaat door en wordt steeds sterker in het kamp van Jenin en strekt zich uit tot de stad en het platteland,’ aldus Abu Rumaila. Naar aanleiding van de inval kondigden Palestijnen op 29 september een algemene staking aan in steden op de Westoever.

De woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, Ned Price, zei dat Washington ‘diep bezorgd was over de verslechterende veiligheidssituatie op de Westelijke Jordaanoever’. Hij drong er bij alle partijen op aan om alles te doen wat in hun macht ligt om de situatie te de-escaleren en terug te keren naar een periode van rust.

Vedant Patel, de Amerikaanse vice-woordvoerder, zei ‘diepbedroefd’ te zijn door de dood van de zevenjarige Rian Suleiman, en eiste ‘een direct grondig onderzoek’. Dat van een dergelijk Israëlisch onderzoek weinig in de vorm van gerechtigheid verwacht kan worden blijkt uit het onderzoek naar de dood van de Shireen Abu Akleh en de talloze andere Palestijnse burgerslachtoffers die gedurende de ruim vijftig jaar van Israëlische bezetting zijn gevallen.

© 2007 - 2022 The Rights Forum / Privacy Policy