Pro-Israëlisch sentiment domineert Buitenlandse Zaken

Het politiek kleuren van documenten voor ministers in het voordeel van Israël, is iets wat structureel gebeurt op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat blijkt uit onderzoek van Vrij Nederland.

Beeld van het X-account van de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Gideon Sa’ar naar aanleiding van zijn telefoongesprek met demissionair minister van Buitenlandse Zaken David van Weel in oktober 2025.

Ambtenaren die Palestijnse dodentallen uit documenten voor de minister-president halen, pro-Israëlische uitlatingen die worden beloond met een promotie, en angst onder ambtenaren dat een kritische houding ten aanzien van Israël hun carrière kan schaden.

Dat zijn de belangrijkste bevindingen van een onderzoek van Vrij Nederland. Het tijdschrift sprak met vijf ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken, waaruit blijkt dat een sterk pro-Israëlisch sentiment het ministerie domineert.

Ambtenaren hebben zich niet eerder zo expliciet uitgesproken over een pro-Israëlische cultuur binnen het ministerie. Wel was er kritiek op de houding van de top van het ministerie en het kabinet. Op 20 oktober 2023 schreven ruim 350 ambtenaren een brief aan de minister met stevige kritiek op de Nederlandse opstelling ten aanzien van de Israëlische aanval op Gaza, die volgens experts toen al duidelijke genocidale trekken vertoonde.

Protest tegen genocide

Verschillende diplomaten namen ontslag vanwege het Nederlandse beleid ten aan zien van Palestina en Israël. Berber van der Woude, bestuursvoorzitter van The Rights Forum, deed dat al vóór 7 oktober 2023. Elke donderdag demonstreren ambtenaren en oud-ambtenaren voor het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Ze zijn als ambtenaren trouw verschuldigd aan de Grondwet, en daarin staat dat Nederland de internationale rechtsorde moet bevorderen. De Nederlandse steun voor Israëls genocide gaat daar lijnrecht tegenin, verklaren de ambtenaren hun protest. Rapporten zoals dat van de Commissie van advies inzake volkrechtelijke vraagstukken en de Adviesraad Internationale Vraagstukken bevestigen dat Nederland haar plicht onder internationaal recht aangaande het voorkomen van genocide, heeft verzaakt in Gaza.

De kritiek op dergelijk ambtelijk protest is dat ambtenaren geen beleidsmakers zijn, maar uitvoerders, dus dat ze neutraal de minister moeten informeren en zijn of haar beleid, wat dat ook is, moeten uitvoeren.

Ministerie kleurt pro-Israël

Uit het onderzoek van Vrij Nederland blijkt dat politieke gekleurdheid juist de andere kant op uitslaat. Tot twee keer toe hebben diplomaten Palestijnse dodentallen uit documenten voor premier Dick Schoof geschrapt. In het najaar van 2024 had Schoof een telefoongesprek met de leider van een Arabisch land. Diplomaten bereidden zoals gebruikelijk gesprekspunten voor, waar ze de dood van zes Israëlische gijzelaars noemden, naast de toen 40.000 Palestijnse doden in Gaza en 2.000 doden in Libanon.

De zes gijzelaars bleven prominent staan in het document. De veelvoud aan Palestijnse en Libanese doden werden weggehaald. Elke keer als een lager geplaatste ambtenaar deze toch wilde toevoegen, werden ze er uit geknipt. Hetzelfde gebeurde recent weer.

Diplomaten vonden het in een adviesdocument voor de minister belangrijk te noemen dat er tijdens het bestand nog altijd Palestijnen worden gedood in Gaza. Die informatie werd er uitgehaald. Bronnen zeggen tegen Vrij Nederland dat dit structureel gebeurt: het politiek kleuren van documenten voor ministers in het voordeel van Israël.

Open deur voor CIDI-propaganda

De pro-Israëlische sentimenten bleken ook uit eerder onderzoek. Een WOB-verzoek eind vorig jaar bracht aan het licht dat de directie van Buitenlandse Zaken die zich bezighoudt met Midden-Oostenbeleid (DAM) in nauw contact staat met het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), de pro-Israëlische lobby- en propagandaclub.

Een uitgaande directeur van DAM zorgt ervoor dat zijn opvolger snel een kop koffie gaat drinken met het CIDI. Een rapport van het CIDI in januari 2025 waarin de genocide in Gaza in twijfel wordt getrokken werd direct en zonder kritische vragen doorgestuurd naar de minister.

Dat staat in schril contrast met bijvoorbeeld de rapporten van de onafhankelijke VN-rapporteur Francesca Albanese, die op het ministerie goeddeels worden genegeerd, weet The Rights Forum van een bron binnen het ministerie. En dat kan opzichzelf ook te maken hebben met het CIDI, dat aggressief verdachtmakingen van Albanese pusht binnen DAM, zo blijkt uit het WOB-verzoek.

Anti-Palestijnse houding levert promotie op

Een ander voorbeeld van Israelism – de in de gelijknamige Amerikaanse documentaire gebruikte term voor de ideologie dat Israël te allen tijde moet worden gesteund – binnen het ministerie, is de promotie van diplomaat Marit de Roij.

De Roij wordt komende zomer landenmedewerker Israël binnen DAM, een positie waarbinnen ze de link wordt tussen de minister en de Nederlandse ambassade in Israël, schrijft Vrij Nederland. De Roij heeft zich herhaaldelijk zéér anti-Palestijns uitgelaten op X, door bijvoorbeeld burgerslachtoffers te bagataliseren, Israëls bombardementen op Gaza te prijzen, media die een kritisch artikel over Israël publiceren ‘rot’ te noemen en UNRWA aan Hamas te linken.

Dat dergelijke uitlatingen haar promotie tot Israël-landenmedewerker niet in de weg hebben gestaan is zeer opvallend, omdat het ministerie de strakke regel heeft dat ambtenaren zich niet publiekelijk mogen uiten over beleid dat binnen hun dossier valt. Een diplomaat die op het dossier Israël-Palestina werkt mag bijvoorbeeld niet deelnemen aan de sit-in van ambtenaren of naar een Rode Lijn-demonstratie, en kan bij overtreding hiervan worden overgeplaatst.

Dubbele standaarden

Vrij Nederland schrijft dan ook dat er dubbele standaarden worden gehanteerd. Je publiek sterk pro-Israëlisch profileren diskwalificeert je niet voor een functie op het Israël-Palestinadossier; je wordt er juist op gepromoveerd. Mensen met een meer kritische blik op Israël wordt geadviseerd die – ook intern – voor zich te houden, uit vrees voor carrière-schade.

In een discussie met De Roij op X in maart 2024 stipte commentator Jonathan Huseman aan dat tienduizenden burgerdoden en uithongering buiten de grenzen van het internationaal recht vallen, waarop De Roij zei dat deze burgerdoden ‘er nou eenmaal bij horen’.

De Roij schoof Huseman vervolgens antisemitisme in de schoenen. Huseman mailde haar hier over, waarna De Roij hem beschuldigde van het ‘neerzetten van joden als bloeddorstige monsters’, laat Huseman aan de The Rights Forum weten. Huseman wilde hier excuses voor, maar ze weigerde. Uiteindelijke diende hij een klacht in bij het ministerie van Buitenlandse Zaken.

In de discussie met Huseman trok De Roij ook de betrouwbaarheid van mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International, Human Rights Watch en de Israëlische organisaties B’Tselem en Breaking the Silence in twijfel. Dat staat binnen het ministerie blijkbaar het bekleden van de positie landenmedewerker Israël niet in de weg.

‘Van een ministerie waar mensenrechten de hoeksteen van het beleid vormen, waar het internationaal recht hoog in het vaandel staat en waarvan medewerkers getraind zijn in diplomatie mogen we toch hogere verwachtingen hebben’, schrijft Huseman in zijn klacht.

© 2007 - 2026 The Rights Forum / Privacy Policy