The Rights Forum berichtte onlangs over de bouw van 34 nieuwe illegale nederzettingen. Als gevolg van dat besluit zijn Fadi Lahlouh en zijn gezin in een dystopie beland: het Israëlische leger heeft de bovenste verdiepingen van hun huis betrokken.

Hij had er vier jaar voor gespaard en het huis steen voor steen zelf gebouwd. Toen het bijna af was, trok Fadi Lahlouh in de zomer van 2023 met zijn gezin in zijn nieuwe woning in het dorp Arraba, zo’n tien kilometer ten zuidwesten van de stad Jenin op de Westelijke Jordaanoever. Zijn oudste zoon Mohammed en diens vrouw kwamen op de bovenste van de drie verdiepingen wonen.
Om het huis heen plantte Fadi palmen, olijfbomen en coniferen. De 49-jarige autoverkoper legde glanzende zwart-wit tegeltjes voor zijn voordeur, daar zou hij zijn wagen parkeren. Hij was opgetogen over zijn nieuwe gezinswoning, die was stabiel en veilig.

Toen viel vorige week donderdagochtend het Israëlische bezettingsleger binnen. De militairen overhandigden Fadi een militair bevel: zijn gezin moest de woning binnen een half uur verlaten. Het huis werd opgeëist om een Israëlische militaire kazerne te worden. De grond waarop de woning stond, was door Israël tot militaire zone verklaard.
Het verhaal van Fadi’s familie en de in beslagname van zijn huis is geen geïsoleerd geval. Het Israëlische leger valt regelmatig Palestijnse woningen binnen en eist die op. De bewoners ervan krijgen vaak nauwelijks de mogelijkheid persoonlijke bezittingen mee te nemen voor ze worden gedwongen te vertrekken.
Al vóór de aanslagen van 7 oktober 2023 in Zuid-Israël was dit beleid schering en inslag, maar volgens de Israëlische krant Haaretz is er sinds die datum een sterke toename van door het Israëlische leger ingenomen Palestijnse huizen. Zo gebeurde dat bijvoorbeeld in juni vorig jaar rond de tweehonderdvijftig keer, aldus het dagblad, dat zich daarbij baseerde op rapporten van de humanitaire VN-organisatie OCHA. Soms gaat het om een confiscatie van enkele dagen, soms om weken, andere keren voor nog langere periodes. Waar de Palestijnse bewoners naartoe moeten gaan, moeten ze zelf maar uitzoeken. Als ze naar huis mogen terugkeren, treffen ze regelmatig vernielingen en zware vervuiling aan.
In Fadi’s geval vindt de inbeslagname van zijn huis plaats in de context van de Israëlische militaire escalatie in het gouvernement van Jenin. Begin vorig jaar verwoestte het Israëlische bezettingsleger het vluchtelingenkamp in Jenin in ‘Operation Iron Wall’ en verdreef ruim twintigduizend nakomelingen van Palestijnse vluchtelingen uit hun huizen. Dit nadat Israël er de afgelopen jaren al eerder talloze grote vernielingen had aangericht.
Drie maanden geleden viel het Israëlische bezettingsleger de dorpen Araqah, Ya’bad en Ya’amun binnen, ten westen van Jenin. Het confisqueerde er de landbouwgrond met 3300 olijfbomen, waterputten en schuren. Alles werd verwoest ter voorbereiding van nieuwe wegen naar de nieuwe illegale nederzettingen.
Begin april kondigde de Israëlische regering aan de illegale nederzetting Sa-nur opnieuw te gaan bouwen. Die werd in 2005 ontmanteld, waarna de Palestijnen op die plaats hun vee lieten grazen. ‘In de toekomst wordt Sa-nur een nieuwe stad in Israël’, zei Yossi Dagan, hoofd van de regionale raad die nederzettingen in het noorden van de Westelijke Jordaanoever vertegenwoordigt. Kolonisten hebben al stacaravans geplaatst op de plaats waar Sa-nur wordt herbouwd.
Het geplande Sa-nur ligt zo’n drie kilometer ten zuidwesten van het huis van Fadi. Op zevenhonderd meter van Fadi’s huis bouwt het Israëlische leger daarom een nieuwe militaire post, op eveneens in beslaggenomen Palestijnse grond. Dit om Sa-nur in de toekomst te beschermen en vanuit de militaire post wegen te bouwen naar het almaar groeiende aantal nieuwe nederzettingen die rondom Jenin verrijzen. Vanuit zijn woning kijkt Fadi op een oranje hijskraan die een steeds breder wordende muur van 8 meter hoge betonplaten neerzet. De wachttoren staat al.


‘Waar moeten wij heen?’, vroeg Fadi de Israëlische commandant op de ochtend dat die hem kwam vertellen dat hij zijn huis uit moest. Uiteindelijk besloten de militairen dat Fadi’s gezin op de begane grond mocht blijven wonen. De rest van de woning eisten ze op. Ook legden de militairen zijn gezin een aantal beperkingen op. Zonder Israëlische toestemming mogen de gezinsleden hun huis niet verlaten of er weer naar terugkeren. Bezoek is verboden, ook Fadi’s twee getrouwde dochters en hun echtgenoten mogen niet langskomen. En, zoals meestal in dit soort gevallen, moet Fadi als eigenaar van de woning betalen voor het gas, licht en elektriciteit dat de militairen gebruiken. De zonnepanelen die Fadi op zijn huis had aangebracht hebben ze beschadigd.
Drie van de zeven kinderen van Fadi en zijn vrouw Marwa zijn onder de achttien jaar. Ze zijn bang in hun eigen huis, vertelt Fadi over de telefoon. ‘Ik, mijn vrouw en mijn oudste zoon blijven wakker als de kinderen slapen, anders durven ze niet naar bed te gaan. Ze hebben constant nachtmerries. We zijn allemaal bekaf.’
In de krappe tijd die Fadi en zijn gezin kregen om de twee bovenste etages van hun huis te ontruimen, hebben ze wat kleding en benodigdheden in vuilniszakken gestopt en naar de begane grond gebracht. Het vinden van het juiste kledingstuk of de benodigde schoenen is sindsdien een hele klus geworden.
Onderwijl gaat de landroof rondom Jenin in rap tempo door, waarbij het Israëlische leger contsant operaties uitvoert en dorpen en huizen binnenvalt. Ook blijven milities van Israëlische kolonisten Jenin en de Palestijnse dorpen eromheen binnenvallen om daar de bewoners aan te vallen en vernielingen aan te richten. Afgelopen dinsdag ontwortelden Israëlische militairen talloze Palestijnse olijfbomen rondom Arraba.

Voorlopig zitten Fadi Lahlouh en zijn gezin op de begane grond van hun woning, terwijl de Israëlische militairen de rest van het huis in bezit hebben genomen. Vanuit hun raam zien ze hoe even verderop de bouw van de muur rondom de Israelische militaire post vordert.