Een zwaarbewapende zionistische extremist die een razzia houdt, wordt betiteld tot ‘martelaar’ en ongewapende Palestijnse dorpsbewoners die zichzelf verdedigen tot ‘terroristen’. Hoe Israëlische hasbara (propaganda) de taal op zijn kop zet.

Na de schietpartij in het Palestijnse dorp Tell afgelopen vrijdag sprak Israël direct van een ‘terroristische aanslag’ en hield een klopjacht op ‘betrokken Palestijnen’. Het leger doorzocht tientallen woningen in Tell en is ook andere dorpen en steden binnengevallen. Het heeft nóg meer wegblokkades opgeworpen en tientallen Palestijnen in detentiecentra opgesloten.
Volgens de definitie van de Van Dale is een terrorist iemand die ‘angst en geweld aanjaagt bij de bevolking met een politiek of ideologisch doel’. Dat past op de kolonist Benayahu Mellet, die zwaarbewapend Tell binnen trok om daar met zijn medemilitieleden terreur te zaaien en gewelddadig huis te houden. En níet op de ongewapende inwoner van Tell die zo goed als mogelijk onder alle Israëlische restricties zijn leven leidde, zijn belager uit zelfverdediging doodschoot en dat met de dood moest bekopen.
Dat laatstgenoemde door Israël tot terrorist is bestempeld, geeft aan hoe groot de blinde vlek bij de Israëli’s is voor Palestijnen. Als die zich verbaal tegen de bezetting keren, zijn ze ‘antisemieten’ en als ze zich gewelddadig verzetten, ‘terroristen’. Zolang er geen Israëlische doden vallen in de bezette Westelijke Jordaanoever of Oost-Jeruzalem, bestaan de Palestijnen niet.
De Israëlische media vermelden nauwelijks tot niet dat extremistische kolonisten de Palestijnen al decennia belagen met brandstichting, vernielingen en de vernietiging van boomgaarden en landbouwarealen. Dat het bezettingsleger duizenden Palestijnen willekeurig oppakt, talloze Palestijnse constructies vernietigt en hele Palestijnse gemeenschappen verdrijft, blijft eveneens onvermeld. Volgens VN-instantie OCHA heeft de symbiose van het leger en de extremistische kolonisten alleen dit jaar al meer dan 1330 razzia’s op de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever gepleegd, ofwel zo’n zes per dag. Ook daarvan heeft de gemiddelde Israëliër geen weet.
Op Israëlische scholen hangt al sinds 1967 in elke klas een geografische kaart van Israël, zónder dat daar de grens met de Westelijke Jordaanoever op staat. Israëlische kinderen zien dat dat gebied bij hún staat hoort, ze leren het ‘Judea’ en ‘Samaria’ noemen, naar twee Israëlitische koninkrijken van duizenden jaren geleden.
Dat er Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever wonen, is in Israëlische ogen een ongemak; zij zien dit gebied als het ‘historische hart’ van het Joodse volk. De Palestijnse Autoriteit heeft de nominale controle over nog geen vijfde hiervan, het mag zijn gezag alleen doen gelden in de zogeheten Zone A. Over Zone B en Zone C, 82 procent van het gebied, voert Israël de veiligheidscontrole.
Het Palestijnse dorp Tell, even ten zuidwesten van Nablus, ligt in Zone A. Kolonist Mellet cum suis waren niet onschuldig aan het ‘wandelen’ en kwamen niet per ongeluk in Zone A terecht, zoals Israël stelt. Dat is vrijwel onmogelijk. Rondom alle Palestijnse enclaves staan overal grote knalrode waarschuwingsborden met de tekst:
‘Deze weg leidt naar Zone A onder de Palestijnse Autoriteit. Toegang voor Israëlische burgers is verboden, levensgevaarlijk en in strijd met de Israëlische wet.’
Zwaarbewapende zionistische kolonisten hebben daar niets te zoeken. Toch liepen ze zo’n tien dagen geleden Tell binnen en staken daar onder andere een huis in brand. Afgelopen vrijdag kwamen ze terug om opnieuw een razzia in het Palestijnse dorp te houden, zoals er de afgelopen jaren talloze zijn geweest en waarvoor vrijwel nooit een kolonist wordt aangeklaagd.
De extremisten probeerden in Tell in twee huizen in te breken, waarna de bewoners naar buiten kwamen om hen te confronteren. De dorpsbewoners waren op zichzelf aangewezen en het was een ongelijke strijd: onbewapend stonden ze tegenover dertig zwaarbewapende, agressieve Israëlische militieleden.
Bij een schermutseling wist een van de dorpelingen, Farouk Ramadan, het wapen van een van de kolonisten af te pakken en schoot die dood. Een tweede Israëliër, een militair, kwam waarschijnlijk door eigen vuur om het leven. Het Israëlische leger viel tegen alle afspraken in voor de zoveelste keer Zone A binnen en schoot vier Palestijnse bewoners van Tell neer. Die bloedden dood in de velden van het dorp, omdat het bezettingsleger Palestijnse ambulances tegenhield.
Wanneer precies werd dorpsbewoner Ramadan een ‘terrorist’? Als gevolg van Israëlische maatregelen zat hij als een vogel in een kooi: achter een Israëlische apartheidsmuur van ruim zevenhonderd kilometer en rond de duizend hekken, checkpoints, controleposten, hopen zand en puin, grind, betonblokken en greppels op de toegangswegen rondom alle Palestijnse dorpen en steden.
Was het toen hij rustig in Tell zijn gang ging? Toen de kolonistenmilities dat aanvielen? Toen hij ongewapend een heuvel af rende om zijn dorp te verdedigen? Of toen een kolonist hem met de kolf van zijn geweer in het gezicht sloeg?
De Israëlische media maakten groots melding van de twee gedode Israëliërs, die als ‘martelaren’ worden gezien. Bij de begrafenis van Benayahu Mellet waren diverse Knessetleden en ministers aanwezig. Op videobeelden ervan riepen diverse aanwezigen op tot wraak. Over de vier gedode Palestijnen geen woord.
Extremistische kolonisten op andere plaatsen op de Westelijke Jordaanoever houden sinds afgelopen vrijdag wraakrazzia’s voor hun doden: ze branden moskeeën af, dringen Palestijnse huizen binnen, mishandelen de inwoners en brengen allerlei vernielingen aan. Ze willen een Palestijnse reactie afdwingen, om de Westelijke Jordaanoever met geweld te kunnen annexeren. Tot de parlementsverkiezingen van eind oktober hebben ze carte blanche om te doen wat ze willen, daarna wordt de huidige extreem-nationalistische regering misschien weggestemd.
De aanval in Tell komt de onder druk staande Israëlische premier Netanyahu goed uit. Voor grote delen van het Israëlische electoraat bevestigt het incident in Tell hun valse beeld dat Israël voortdurend ‘existentieel wordt bedreigd’; Netanyahu heeft zijn politieke positie verbonden aan het thema veiligheid en de strijd tegen Palestijnse gewapende groepen.
Welke uitslag de verkiezingen ook brengen, de geografische kaart op school blijft hangen, de Israëlische media zullen de erbarmelijke omstandigheden in de Palestijnse gebieden blijven verzwijgen en de gemiddelde Israëliër blijft zichzelf als eeuwig slachtoffer zien.