Ruim 4.200 leden en aanhangers van extremistische ‘Tempelgroepen’ zijn donderdag het Al-Aqsacomplex in bezet Oost-Jeruzalem binnengedrongen. Daarmee worden de afspraken rond het beheer van het complex geschonden.

De bestorming van het complex is een jaarlijkse gebeurtenis op de joodse herdenkingsdag Tisha B’Av. Die dag wordt door extreem-religieuze joden herdacht dat daar in respectievelijk 586 v.Chr en 70 n.Chr de Eerste en Tweede Joodse Tempel zouden zijn verwoest.
Het Al-Aqsacomplex ligt op een heuvel in Oost-Jeruzalem, die bekendstaat als Haram al-Sharif (onder moslims) of Tempelberg (onder Joden). De heuvel huisvest belangrijke islamitische monumenten, waaronder de Rotskoepelschrijn (gebouwd in 691-692) en de Al-Aqsamoskee (rond 711). De moskee geldt in de islamitische wereld als op twee na heiligste – na die van Mekka en Medina.
Het beheer van de Haram al-Sharif en andere heilige islamitische plaatsen is in handen van een Jordaanse religieuze stichting of Waqf, zoals in 1994 overeengekomen onder het vredesverdrag tussen Jordanië en Israël. Volgens die overeenkomst zijn de toegang en uitoefening van religieuze activiteiten voorbehouden aan moslims. Niet-moslims mogen het terrein alleen bezoeken volgens een strikt protocol, maar mogen er niet bidden of andere religieuze rituelen uitvoeren.
Israël houdt Oost-Jeruzalem sinds 1967 bezet en voert er een agressieve etnische zuivering door. De overeenkomst met Jordanië over het beheer van de Haram al-Sharif wordt al jaren in toenemende mate geschonden. De bestorming van donderdag was de nieuwste stap in de escalatie.
Onder bescherming van de Israëlische politie voerden joodse extremisten er openlijk religieuze rituelen uit, baden er hardop of wierpen zich ter aarde. Ook werd als ultieme provocatie een Israëlische vlag gehesen. Tegelijkertijd werden moslims die in de Al-Aqsamoskee wilden bidden door de Israëlische politie tegengehouden. Volgens Palestijnse autoriteiten zijn moskeegangers aangevallen.
Extremistische ‘Tempelgroepen’ streven naar herbouw van een Joodse tempel op de plek waar nu de Rotskoepel en Al-Aqsamoskee staan. Zij gebruiken Tisha B’Av om die wens dichterbij te brengen. Dat neemt inmiddels massale vormen aan. Vorig jaar bestormden ruim 3.000 extremisten het complex. Donderdag werd dat aantal al rond het middaguur bereikt, om gaande de middag op te lopen tot bijna 4.300 De organisatoren hoopten dat het zou uitgroeien tot 5.000.
Net als vorig jaar werd de bestorming geleid door de rechts-extremistische minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben-Gvir en parlementslid Amit Halevi van premier Netanyahu’s Likud-partij. Op sociale media vierde Ben-Gvir de bestorming:
Kijk eens wat hier gebeurt – joden bidden hier en voelen zich de rechtmatige eigenaren. Overal begrijpen mensen dat de Staat Israël de soevereine autoriteit is. Er valt nog veel te doen, en met Gods hulp zullen we verdergaan.
Van Palestijnse zijde werd furieus op de bestorming gereageerd. Een woordvoerder van het gouvernement Jeruzalem – onderdeel van de Palestijnse Autoriteit – sprak van een ‘provocerende daad die een schending vormt van de historische en wettelijke status quo met betrekking tot de moskee’. Woordvoerders van president Mahmud Abbas en het ministerie van Buitenlandse Zaken noemden de bestorming een ‘gevaarlijke escalatie’.
Ook van Jordaanse zijde werd hard gereageerd. Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken veroordeelde de bestorming als ‘heiligschennis, escalatie, een barbaarse daad en onaanvaardbare provocatie’.
Voor de Palestijnen heeft de Haram al-Sharif niet alleen een belangrijke cultuurhistorische en religieuze betekenis, de heuvel vormt ook het laatste stukje van historisch Palestina dat niet volledig onder Israëlische bezetting of bestuur valt. De Israëlische aanvallen op dat restje onafhankelijkheid zijn niet alleen religieus, maar ook politiek gemotiveerd.
In 2000 leidde een provocatief bezoek van de Israëlische politicus en latere premier Ariel Sharon aan de Haram al-Sharif tot de Tweede Intifada, de Palestijnse volksopstand tegen de Israëlische bezetting en het uitblijven van de Palestijnse staat. In ruim vier jaar werden daarbij circa 3.250 Palestijnen en 1.000 Israëli’s gedood.
Intussen zijn de provocatieve invallen op de Haram al-Sharif een gewoonte geworden. Op maandag, drie dagen voor Tisha B’Av, drongen enkele tientallen kolonisten onder begeleiding van Israëlische politie het Al-Aqsacomplex binnen om religieuze rituelen uit te voeren.