De internationale gemeenschap is medeplichtig aan genocide én het Israëlische apartheidssysteem. Dat stelt Amnesty International in het vorige week uitgebrachte rapport Erasing anything Palestinian. Het bevestigt andermaal dat de internationale gemeenschap geen passieve toeschouwer is bij het onrecht dat de Palestijnen wordt aangedaan, maar dat actief mogelijk maakt.
Israël is zich bewust dat het straffeloos misdaden tegen Palestijnen kan plegen. Het uitblijven van maatregelen moedigt Israël aan de Westelijke Jordaanoever etnisch te zuiveren van Palestijnen en te annexeren, schrijft Amnesty.
Maatregelen tegen kolonisten
Dat verwijt treft ook Nederland. In antwoord op kritische media- of Kamervragen werpt het kabinet-Jetten doorgaans op dat het wel degelijk maatregelen tegen Israël heeft genomen. Zo legde Nederland vorig jaar de twee meest extreme Israëlische ministers een inreisverbod op en heeft het zich ‘in EU-verband ingezet voor sancties tegen gewelddadige kolonisten’.
De Europese Unie kondigde vorige maand inderdaad een aantal beperkte sancties aan tegen vier kolonistenorganisaties en drie van hun leiders. Dat is niet alleen een mager resultaat, het impliceert bovendien een onderscheid tussen de acties van kolonisten en die van de Israëlische staat.
Het rapport van Amnesty maakt korte metten met dat onderscheid. ‘Dit is niet het werk van een paar losgeslagen individuen, of van wat de internationale gemeenschap herhaaldelijk bestempelde als extremistische kolonisten, organisaties of één of twee ministers’, zegt Agnès Callamard, secretaris-generaal van Amnesty International. ‘Wat we nu zien is een doelbewuste, door de staat geleide annexatie.’
Kolonistengeweld is staatsgeweld
Met andere woorden: kolonistengeweld is staatsgeweld. Het onderscheid dat Nederland maakt is fictief en verhult het werkelijke probleem. Al sinds het begin van de bezetting in 1967 maakt kolonistengeweld deel van uit ‘van de strategie van het Israëlische apartheidsregime om steeds meer land op de Westelijke Jordaanoever in te nemen’, schreef de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’tselem in 2021.
Hoe deze werkelijkheid door het kabinet wordt ontkend is terug te zien in de beantwoording van Kamervragen van ChristenUnie-Kamerlid Don Ceder in april. Het kabinet erkent daarin dat het kolonistengeweld is toegenomen en wijst op de verantwoordelijkheid van Israël als bezettende macht om de Palestijnse bevolking te beschermen en plegers van geweld te vervolgen. Het ‘brengt deze boodschap consequent over’ aan de Israëlische regering.
Het kabinet erkent ook dat kolonisten nagenoeg nooit worden vervolgd voor geweld tegen Palestijnen en stelt dat ‘het uitblijven van effectieve handhaving
straffeloosheid in de hand werkt’. Wat mist is dat Israël zelf ‘opzettelijk’ een klimaat van straffeloosheid heeft gecreëerd, ‘waardoor het geweld van kolonisten verder wordt aangewakkerd’, aldus Amnesty.
Zo presenteert het kabinet een beeld van autonome extremistische kolonistengroepen die los van de Israëlische staat opereren. De staat zou slechts verzaken in haar plicht deze groepen in het gareel te houden. In werkelijkheid spelen de kolonisten een elementaire rol in het Israëlische beleid, door Amnesty omschreven als een ‘door de staat gestuurde etnische zuiveringscampagne’ en annexatie van de Palestijnse gebieden.
Kolonisten en de staat: twee handen op één buik
De bouw en uitbreiding van illegale nederzettingen is een belangrijk middel om steeds meer land te annexeren. Het maakt deel uit van het expliciet uitgesproken Israëlische regeringsbeleid om een Palestijnse staat onmogelijk te maken en de Israëlische controle over de Westelijke Jordaanoever te versterken.
Op de Westoever en in Oost-Jeruzalem leven inmiddels ten minste 750.000 Israëlische (en andere, waaronder Nederlandse) kolonisten in honderden illegale nederzettingen en zogeheten ‘buitenposten’. Buitenposten zijn beginnende, ‘wilde’ nederzettingen van enkele caravans of mobile homes, die door de staat worden aangesloten op voorzieningen en verdere infrastructuur en zich zo verder kunnen ontwikkelen. Na verloop van tijd worden ze vrijwel allemaal door de staat ‘gelegaliseerd’.
De bouw van nederzettingen heeft de afgelopen jaren een vlucht genomen. In april keurde Israël in één keer de bouw van een recordaantal nieuwe nederzettingen goed: 34. Sinds 2022 heeft de Israëlische regering daarmee haar fiat gegeven voor de bouw van 103 nieuwe illegale nederzettingen. Israël maakt het financieel aantrekkelijk voor Joodse kolonisten zich er te vestigen en stimuleert zo de steeds verdere kolonisering van Palestijns land.
De Palestijnen moeten wijken voor de steeds grotere aantallen kolonisten. Dat gebeurt op verschillende manieren. De Israëlische staat beroept zich op zijn eigen wetten om Palestijns land af te pakken. Knokploegen van kolonisten intimideren en terroriseren Palestijnen om ze van hun land te verdrijven. Twee tactieken met hetzelfde doel.
Zo Israël verklaart steeds meer grond op de Westelijke Jordaanoever als ‘staatseigendom’, wat de weg vrij maakt voor verdere onteigening van Palestijnen en ruimte biedt aan kolonisten om buitenposten te vestigen. Terwijl kolonisten aan de lopende band Palestijnse huizen en olijfgaarden vandaliseren, confisqueert de Israëlische staat Palestijnse bezittingen en walst ze plat met bulldozers, maar dan onder de noemer van de ‘wet’ of een militair bevel.
Kolonisten terroriseren Palestijnen onder bescherming van het Israëlische leger. Veel kolonisten zijn tegelijkertijd ook militairen, en dragen hun militaire uniform tijdens tegen op de Palestijnen gerichte pogroms. Daarbij worden door zowel kolonisten als militairen doorlopend en straffeloos Palestijnen gedood. ‘De staat steunt en faciliteert de gewelddadige acties [van kolonisten] volledig, en agenten van de staat nemen er soms direct aan deel’, aldus B’tselem.
Lees verder
Lees minder
Die fictieve scheiding komt op allerlei manieren terug in het beleid. Nederland veroordeelt kolonistengeweld, maar niet het geweld van de regering. De EU sanctioneert kolonistenorganisaties die geweld gebruiken, maar EU-landen blijven wapens leveren aan en kopen van het Israëlische leger.
Nederland stelt een inreisverbod in voor de meest extremistische ministers, maar houdt de relaties warm met andere bewindslieden. Drie kolonisten mogen de EU niet meer in, maar Israëlische militairen die hebben gevochten in de Gazastrook of op de Westelijke Jordaanoever reizen en wonen gewoon in EU-landen.
Voor de Bühne
Het scheiden van de acties van kolonisten van die van de staat is ook het standaard repertoire van de Israëlische politiek. Wanneer Nederland Israël aanspreekt op het escalerende kolonistengeweld, zegt Israël ‘steviger te willen gaan optreden’, blijkt uit de beantwoording van de Kamervragen in april. Het kabinet zelf constateerde dat dit ‘vooralsnog’ bij woorden was gebleven.
In reactie op de bevindingen van het rapport van Amnesty reageerde het Israëlische ministerie van Defensie dat het wel degelijk optreedt tegen kolonistengeweld. ‘Verdachten worden indien nodig gearresteerd, en er wordt onderzoek gedaan naar gevallen waarin troepen mogelijk orders niet hebben opgevolgd of hebben nagelaten in te grijpen om het geweld van kolonisten te stoppen’, beweert het ministerie. Het Amnesty-rapport bewijst het tegendeel.
Israëlische politici veroordelen het geweld soms voor de Bühne en doen dit af als acties van een kleine groep. Alles om vol te kunnen blijven houden dat staats- en kolonistengeweld niet twee kanten van dezelfde medaille zijn, en om de verantwoordelijkheid van de staat te ontduiken.
En ook de belangrijkste Israëlische lobbyorganisatie in Nederland, het CIDI, wil nog wel eens een kritisch stuk schrijven over kolonistengeweld. Het vindt dat meer daders moeten worden vervolgd. De oorlogsmisdaden van het Israëlische leger komen in het verhaal niet voor. Sterker, vindt CIDI, het leger is zélf slachtoffer van de kolonisten. De onderliggende gedachte: niet de bezetting is het probleem, niet de etnische zuiveringen van Palestijnen, niet het annexatiebeleid van de staat, maar een beperkte groep relschoppers.
Ondubbelzinnige boodschap
Amnesty roept de internationale gemeenschap op ‘alles in het werk te stellen’ om de Israëlische campagne van etnische zuiveringen en annexatie te stoppen. Niet door Israël er halfslachtig op te wijzen dat falende handhaving straffeloosheid van kolonisten in de hand werkt, maar door zelf het internationaal recht consequent toe te passen – om zo tot werkelijke verandering te komen.
‘De boodschap aan Israël moet ondubbelzinnig zijn: er is een einde gekomen aan de jarenlange straffeloosheid. Er kan geen sprake zijn van business as usual zolang er geen einde komt aan de apartheid, de etnische zuiveringen en de onwettige bezetting door Israël.’