Israël vernietigde Europese projecten ter waarde van minstens 150 miljoen euro

De Europese belastingbetaler heeft tot op heden geen compensatie ontvangen voor de schade die Israël heeft toegebracht aan door de EU gefinancierde projecten in de bezette Palestijnse gebieden. Nederland noemt die verliezen ‘vertrouwelijk’.

Palestijnse studenten en een lerares op de resten van hun door Israël verwoeste basisschool in het dorp Al-Aqaba bij de Palestijnse stad Tubas op de Westelijke Jordaanoever, in augustus 2025. Het gebouw met twee verdiepingen was in aanbouw toen het werd verwoest en was bedoeld om ongeveer 100 kinderen uit de buurt te huisvesten. Het project was gefinancierd door de EU en Frankrijk. © SOPA Images Limited/Alamy Live News

Israël vernielt al decennialang EU-gefinancierde projecten zonder dat daar financiële consequenties tegenover staan. Dat heeft geleid tot aanzienlijke verliezen voor zowel de Palestijnen als de Europese en Nederlandse belastingbetaler. Niemand weet de precieze omvang van de Europese hulpprojecten die door de Israëlische bezetter zijn verwoest en hoeveel belastinggeld daarmee is gemoeid. Eerder gemaakte schadeprognoses zijn achterhaald, blijkt uit onderzoek van EU Observer.

Schade in de Gazastrook

EU Observer berekent dat Israël alleen al in de Gazastrook voor ruim 150 miljoen schade heeft aangericht aan EU-projecten. Genoemd worden het Europese ziekenhuis in Khan Younis (ruim 50 miljoen euro) en de ontziltingsinstallatie in Deir al-Balah met zijn 18 kilometer lange pijplijn (30 miljoen euro). Daarnaast noemt EU Observer infrastructurele projecten ter waarde van 60 miljoen euro die tussen 2014 en 2020 met EU-financiering werden gerealiseerd. Van andere projecten, opgestart in 2021 en 2023 met een waarde van 15 miljoen euro, is niet bekend in hoeverre ze zijn beschadigd.

Daar bovenop komen de projecten die door individuele EU-lidstaten zijn gefinancierd. Als benadeelde donoren worden België, Duitsland, Finland, Polen, Zweden en Nederland genoemd. Geen van die landen wil de financiële schade benoemen, maar vast staat dat die in de vele miljoenen loopt. Op grond hiervan becijfert EU Observer de totale schade op ten minste 150 miljoen euro.

Schade op de Westoever

Ook op de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, heeft Israël honderden Europese projecten met de grond gelijk gemaakt. Bovendien neemt het regelmatig benodigde apparatuur in beslag en legt het talloze bouwstops op, waardoor projecten niet konden worden voltooid. EU Observer noemt EU-projecten ter waarde van 4 miljoen euro tussen 2015 en 2025. Dat ligt in lijn met het verlies van bijna 3,3 euro dat de EU-buitenlanddienst EEAS publiceerde over de periode 2015 tot en met 2024.

Daarnaast zijn er op de Westelijke Jordaanoever projecten van de EU-lidstaten België, Duitsland, Ierland, Finland, Frankrijk, Italië, Polen, Slovenië, Spanje en Zweden – Nederland wordt niet genoemd. De schade aan Ierse projecten bedraagt 3,3 miljoen euro. De andere landen hebben geen bedragen bekendgemaakt.

De projecten die het zwaarst worden getroffen zijn scholen, lokale overheidsgebouwen en projecten in kwetsbare gemeenschappen. EU Observer noemt 14 projecten bij naam, waaronder dat in het dorp Jubbah al-Dhib ten zuidoosten van Bethlehem. Daar werd door Israël in augustus 2017 de lokale school afgebroken, waarna Palestijnse vrijwilligers een nieuwe bouwden. In mei 2023 werd ook die afgebroken.

Ook is er de Israëlische inbeslagname van 96 zonnepanelen die Jubbah al-Dhib van stroom voorzagen, plus de verwoesting van de bijbehorende apparatuur. De stroomvoorziening van het dorp was gefinancierd met een half miljoen euro aan Nederlands belastinggeld. In 2016 nam het parlement een motie aan om de Israëlische sabotage te registreren, openbaar te maken en Israël ter verantwoording te roepen. In de uitvoering blijkt deze motie nauwelijks te worden gerealiseerd.

‘EU-burgers bewust ongeïnformeerd’

De door EU Observer samengestelde opsomming van Europese projecten – 40 gesloopt en 18 ‘kritiek’ of ‘in gevaar’ – is niet uitputtend. Deze maand schreef de Europese Commissie dat haar cijfers over 2024 incompleet zijn. Het grootste probleem is dat de wél beschikbare informatie beperkt is tot de periode vanaf 2014 (Gaza) en 2015 (Westoever).

Ik geloof dat de EU de volledige omvang van de door de belastingbetaler gefinancierde infrastructuurverliezen in Gaza opzettelijk verzwijgt voor haar eigen burgers. -

Lina Hadid, Euro-Med Monitor

In september 2020 deed The Rights Forum zelf onderzoek naar de Israëlische verwoesting van Europese hulpprojecten tussen 2000 en 2020. Op grond van de schaarse beschikbare informatie schatten we de schade voor de Europese belastingbetaler in die twee decennia op ten minste 80 miljoen euro. ‘In 2001 vernietigden Israëlische troepen de in aanbouw zijnde haven van Gaza, waarin Nederland 23 miljoen euro had geïnvesteerd’, schreven we destijds. En: ‘Alleen al in 2014 gingen projecten ter waarde van circa 20 miljoen euro verloren ten gevolge van de Israëlische bombardementen op de Gazastrook.’

De Europese belastingbetaler heeft geen idee van de omvang van de door Israël aangerichte schade. EU Observer citeert Lina Hadid van de organisatie Euro-Med Monitor die zich intensief met het onderwerp bezighield:

Ik geloof dat de EU de volledige omvang van de door de belastingbetaler gefinancierde infrastructuurverliezen in Gaza opzettelijk verzwijgt voor haar eigen burgers. Transparantie betekent een ongemakkelijke confrontatie met de politieke en financiële medeplichtigheid van Europa aan de ondergang [van de Gazastrook].

Nederland: verliezen zijn ‘vertrouwelijk’

De gedachte dat de EU Israël ten koste van de eigen burgers uit de wind houdt, wordt versterkt door het feit dat dat land niets van de schade heeft vergoed. EU Observer beschrijft hoe de Europese Commissie voortdurend verzoeken tot vergoeding bij Israël indient, maar dat het land die structureel negeert. Ook individuele lidstaten zien hun claims onbeantwoord – of dienen die, zoals in het geval van Duitsland, niet eens in. EU Observer vroeg ook hoe Nederland omgaat met de verliezen. Het antwoord van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken was dat het:

 ‘een voortdurende dialoog met Israël voert, onder meer [over] gevallen van vernieling [van door Nederland gefinancierde bouwwerken]’, als onderdeel van de normale diplomatieke betrekkingen, maar dat de uitkomsten van die gesprekken ‘vertrouwelijk’ zijn.

Ook in Nederland komen burgers de door Israël aangerichte schade niet te weten – of waarom die niet wordt vergoed. Evenmin is bekend waarom de verliezen niet worden verrekend met bijvoorbeeld de Israëlische wapens die Nederland ondanks de genocide nog steeds aanschaft.

© 2007 - 2026 The Rights Forum / Privacy Policy