De Europese Commissie wist al in 2017 dat zij gerechtigd was om op te treden tegen Israëls schendingen van het internationaal recht op de Westelijke Jordaanoever. Desondanks zijn maatregelen uitgebleven.

Dat meldt EU Observer op basis van een uitgelekt juridisch advies van de toenmalige directeur-generaal van de juridische dienst van de Europese Commissie. Uit het strikt vertrouwelijke advies blijkt dat de Europese Unie zich destijds ‘volledig bewust was van de Israëlische schendingen, dat deze steeds erger werden, dat de dialoog met Israël geen effect had, en dat de Palestijnen geen juridische verhaalsmogelijkheden hadden’, schrijft EU Observer.
Het advies beschrijft verschillende maatregelen, zoals opschorting van de Israëlische deelname aan EU-programma’s als ‘Horizon Europa’ (wetenschap) en ‘Erasmus’ (studentenuitwisseling), en van het EU-Israël Associatieverdrag. Onder dat verdrag profiteert Israël van handels- en belastingvoordelen, ook voor producten uit de illegale Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied.
Ook verwijst het opgedoken advies naar resolutie 2334 van de VN-Veiligheidsraad uit december 2016. Daarin worden VN-lidstaten expliciet opgeroepen tot maatregelen om Israëls destructie van de Westelijke Jordaanoever te voorkomen. Opschorting van het Associatieverdrag ‘zou in overeenstemming zijn met het internationaal gewoonterecht’, citeert EU Observer uit het advies.
De verplichtingen van de EU om maatregelen tegen Israël te treffen zijn sindsdien toegenomen. EU Observer verwijst naar het oordeel van het Internationaal Gerechtshof uit januari 2024 waarover wij destijds berichtten. Het Hof benoemde het ernstige risico dat Israël in Gaza genocide pleegt. Onder het Genocideverdrag zijn de EU en haar lidstaten verplicht om genocide te voorkomen. Dat hebben ze nagelaten.
Een tweede verwijzing betreft het oordeel van het Internationaal Gerechtshof uit juli 2024 dat de aanwezigheid van Israël in de bezette Palestijnse gebieden illegaal is. Het Hof droeg de internationale gemeenschap – met name staten die nauwe banden met Israël onderhouden, zoals Nederland – op om economische relaties met Israël te verbieden voor zover die bijdragen aan Israëls illegale aanwezigheid in Palestina (zie paragraaf 278 op pagina 76). Ook dat hebben ze nagelaten.
Het tegendeel is gebeurd. De EU heeft Israël structureel uit de wind gehouden en gesponsord. In december 2024 bleek uit onderzoek van Al-Jazeera dat Israël sinds het begin van zijn genocide in Gaza in oktober 2023 bijna een kwart miljard euro aan subsidies ontving onder het Europese Horizon-programma voor onderzoek en innovatie op het gebied van wetenschap en technologie. Sinds 2009 ontving Israël bijna 2,9 miljard euro, rekenden we voor.
Van die subsidies profiteerden Israëlische universiteiten – alle nauw betrokken bij het regime –, maar ook Israëlische wapen- en techbedrijven zoals Israel Aerospace Industries en staatsdbedrijf Rafael. Zelfs het Israëlische ministerie van Defensie streek tonnen aan Europees subsidiegeld op, schrijft EU Observer. In juli 2025 ontstond een rel toen Rafael, deelnemer aan een Europees drone-programma, een video postte waarin een door het bedrijf ontwikkelde drone in Gaza een burger doodde. Gevolgen heeft dat niet gehad.
Daarnaast sloopte Israël talloze door de EU en haar lidstaten gefinancierde projecten op de Westelijke Jordaanoever. In 2020 publiceerden we een inventarisatie van de totale kosten, die we raamden op 80 miljoen euro aan Europees belastinggeld over de periode van 2000 tot 2020. EU Observer noemt een aantal van ruim duizend gesloopte projecten sinds 2015, alleen al op de Westoever. Meerdere landen en instanties hebben van Israël schadevergoeding geëist. Die is er nooit gekomen.
Sterker, de Europese Commissie heeft het erbij laten zitten en is in 2024 gestopt met het publiceren van de aantallen door Israël gesloopte Europese projecten. Ook het Europees Parlement tast, onder protest, in het duister. Verzoeken tot openheid onder de Wet open openheid (of vergelijkbaar) worden niet gehonoreerd.
In juli 2025 leken maatregelen tegen Israël onontkoombaar. In een rapport bevestigde EU-buitenlandchef Kaja Kallas beschuldigingen van de VN dat Israël zich schuldig maakte aan ‘willekeurige aanvallen … uithongering … marteling … [en] apartheid’. Dat geheime rapport werd destijds ook publiek gemaakt door EU Observer.
Kallas’ conclusies maakten opschorting van het EU-Israël Associatieverdrag en Israëls deelname aan Horizon Europa en Erasmus onvermijdelijk. Maar weer bleven sancties uit. Kallas’ voorstel tot bevriezing van het Associatieverdrag werd geblokkeerd door Duitsland, Italië, Oostenrijk, Hongarije en Griekenland, schreven we. Opschorting van Israëls deelname aan Horzon Europa werd geblokkeerd door Hongarije, Oostenrijk, Bulgarije en Tsjechië, terwijl Duitsland het [voorstel] nader wilde bestuderen, aldus EU Observer.
Achter de schermen werd Israël juist gerustgesteld, schrijft EU Observer. Zo liet de Europese Commissie Israël weten dat ‘beëindiging van deelname [aan Horizon Europa] uitsluitend op basis van … nationaliteit moet worden beschouwd als een onrechtmatige beëindiging [en] neerkomt op discriminatie’.
Een ander voorbeeld betreft sancties tegen de extremistische Israëlische minister Itamar Ben-Gvir vanwege diens recente wangedrag jegens de gekidnapte opvarenden van de Sumud Flotilla. Vorige week lieten Duitsland en Italië weten een visumverbod voor Ben-Gvir te zullen treffen met een veto.
EU Observer voegt daar een veelbetekenend citaat van de Italiaanse premier Giorgia Meloni aan toe: ‘Ik geloof niet dat het isoleren van Israël [door handelssancties] een Europese doelstelling of strategie kan zijn.’ Met Israël is het business as usual.