Israëlisch geseksualiseerd geweld tegen Palestijnen kun je alleen begrijpen door te kijken naar het fundamentele kenmerk van de staat Israël: koloniale roofzucht. Dat stelt de Palestijnse organisatie Palestinian Feminist Collective.

Een nieuw rapport van een feministische Palestijnse organisatie zet geseksualiseerd geweld tegen Palestijnen door Israël in een bredere context. Het geweld is systematisch en onderdeel van de genocide, concludeert de groep, maar kan pas echt begrepen worden in historisch perspectief dat decennia teruggaat. ‘Dit geweld is onlosmakelijk verbonden met de inbreuk op land en cultuur door een vijandige bezetter’, zegt onderzoekster Tara Alami, tijdens de presentatie van het rapport.
Het rapport, ‘Een staat als roofdier – systematisch Israëlisch geseksualiseerd en gendergerelateerd geweld tegen Palestijnen’, werd uitgevoerd door het Palestinian Feminist Collective en Progressive International. Het doel ervan was niet om nieuw bewijs te vinden voor Israëlisch geweld tegen Palestijnen – dat is er ruimschoots. Doel was het beschikbare bewijs los te trekken van rapportages over incidenten en van de manier waarop het sinds oktober 2023 veel in het nieuws is gekomen. Door met een dekoloniale, feministische blik te kijken naar het bewijs, dat teruggaat tot de stichting van de staat Israël in 1948 en de grootschalige verdrijving van de Palestijnen van hun land, toont het rapport aan dat het altijd de bedoeling van Israël is geweest de Palestijnen te vernietigen. En dat seksueel geweld daar altijd onderdeel van is geweest.
De onderzoekers gebruiken de term ‘geseksualiseerd’ in plaats van ‘seksueel’, om aan te geven dat zij dit geweld zien als een vorm van Israëlisch machtsmisbruik om Palestijnen als groep te onderdrukken. Ze hebben voor hun analyse allerlei bewijs samengebracht, zoals verklaringen van getuigen en overlevenden, verslagen in de media, academisch onderzoek, en rapporten van mensenrechtenorganisaties en van officiële instanties als de Verenigde Naties.
Dat bewijs gaat ver terug. Op 19 april 1948, tijdens de Nakba en een maand voor de oprichting van de staat Israël, pleegden zionistische milities een massamoord in Deir Yassin, toen een Palestijns dorp en nu een wijk in West-Jeruzalem. Het rapport documenteert:
Overlevenden van de Nakba beschreven hoe het nieuws over het geseksualiseerde geweld en de brute wijze waarop Palestijnen in Deir Yassin werden afgeslacht, zich door Palestijnse steden en dorpen verspreidde en een angst aanwakkerde die Palestijnen ertoe aanzette te vluchten.
De onderzoekers hebben ruim gebruik gemaakt van dit soort getuigenissen om hun analyses te ondersteunen. Een belangrijke reden daarvoor is dat ze Palestijnse getuigenissen serieus nemen als bron, en dat die getuigenissen passen binnen het grotere verhaal van de bezetting, etnische zuivering en genocide.
Om dat uit te leggen, citeren ze academica Sarah Deer, die vanuit haar eigen inheems-Amerikaanse perspectief onderzoek heeft gedaan naar verkrachting. Zij schreef:
Inheemse volkeren overal ter wereld delen een gemeenschappelijke ervaring: hun land en cultuur worden binnengedrongen door een vijandige buitenstaander. Slachtoffers van verkrachting ervaren een vergelijkbare dynamiek, maar die voltrekt zich op hun lichaam en in hun ziel, in plaats van op hun land.
Ze stelt dat geseksualiseerd en gendergerelateerd geweld geen incidenten zijn, maar wezenlijke instrumenten van koloniale vestigingsprojecten.
Onderdeel van die werkelijkheid is de manier waarop geseksualiseerd en gendergerelateerd geweld wordt vastgelegd, en wie daarbij geloofwaardig wordt geacht en wie niet. Simpel gezegd: de getuigenissen van een onderdrukte bevolking worden al op voorhand niet serieus genomen, met name als het gaat om verkrachting, aanranding en vernedering. In zo’n situatie komt het aan op andere vormen van bewijs.
Bewijs zoals in Deir Yassin in 1948. Pogingen van families om meisjes en jonge vrouwen als eerste in veiligheid te brengen als een dorp wordt aangevallen. Mondeling doorgegeven geschiedenissen, waarin verhuld wordt gesproken over meisjes en vrouwen die ‘in de handen van milities vallen’.
Tijdens de presentatie van het rapport in New York concludeerde Tara Alami van het Palestinian Feminist Collective:
Onze bevindingen tonen zonder twijfel aan dat dit gendergerelateerde en systematische geweld onderdeel is van de Israëlische misdaad van genocide, en wordt uitgevoerd met de uitdrukkelijke bedoeling om genocide te plegen.
Door getuigenissen van Palestijnen sinds 1948 serieus te nemen en in de context van de kolonisatie van Palestina te plaatsen, schrijven de onderzoekers, kunnen ze geseksualiseerd en gendergerelateerd geweld beschrijven op een manier die meer recht doet aan de werkelijkheid. Dat daagt, schrijven ze, ook internationale instituties uit die onderdeel zijn van de macht die Israël in het zadel houdt. Daarmee bedoelen ze organisaties als de Verenigde Naties, de EU en westerse regeringen, die veel macht hebben, maar het Israëlische geweld niet in die grotere, historische context van kolonialisme plaatsen. Daarvan zijn ze immers zelf onderdeel, als instituten en regeringsleiders die, vaak met hun eigen eeuwenlange koloniale geschiedenis, aan de wieg van Israël stonden en het land steunen en de hand boven het hoofd houden.
Alami, tijdens de presentatie:
Zij houden vast aan het beeld van verkrachting als onderdeel van oorlogsvoering. Daardoor wordt dat misdrijf uit de context van machtsstructuren gehaald en teruggebracht tot iets dat puur wordt verklaard door oorlog en conflict. Ons rapport neemt niet oorlog als context, maar de voortdurende koloniale relaties van macht. Dan zie je de ware bedoeling van geseksualiseerd geweld: als methode om te vernietigen.
Geseksualiseerd en gendergerelateerd Israëlisch geweld tegen Palestijnen heeft altijd bestaan, toont het rapport aan. Niet alleen vrouwen, maar ook mannen zijn er slachtoffer van. Sinds het begin van de genocide in Gaza in oktober 2023 doen media en mensenrechtenorganisaties herhaaldelijk melding van seksueel geweld tegen Palestijnen in Israëlische detentiecentra. Door het bredere perspectief van de onderzoekers van het Palestine Feminist Collective en Progressive International, beslaat hun rapport ook allerlei andere vormen van dat geweld die bijdragen aan de vernietiging van Palestijns leven, van het prilste begin tot de laatste adem.
Dan wordt ook duidelijk hoe dit geweld vrouwen én mannen treft, én de hele samenleving, elke dag, zowel in de Gazastrook als op de bezette Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Dat Israël door de jaren heen tienduizenden Palestijnse mannen jarenlang heeft opgesloten, zorgde ervoor dat zij zich niet konden voortplanten. Dat kolonisten in samenwerking met militairen op elk moment van de dag en nacht Palestijnse huizen binnenvallen, maakt ‘thuis’ een permanent onveilige plek, waar het moeilijk is nieuw leven op te bouwen. Bevallen is gevaarlijk als de kraamzorg kapot is gebombardeerd o de wegen tot kraamzorg zijn afgesloten; er zijn baby’s en zwangere vrouwen gestorven bij Israëlische checkpoints, omdat militairen hen de doorgang naar het ziekenhuis versperden. In de Gazastrook werd de enige vruchtbaarheidskliniek kapotgebombardeerd, waarmee niet alleen behandelingen onmogelijk werden, maar ook duizenden embryo’s werden verwoest.
Moderne technologie doet er nog een schepje bovenop. Het rapport beschrijft hoe het Israëlische leger AI gebruikt in een methode die ‘Daddy is home’ wordt genoemd. Daarbij wordt een Palestijnse man gevolgd die als Hamas-lid is geïdentificeerd (daarvoor kan alleen man-zijn al voldoende zijn, bewijst het rapport) en zodra hij thuis komt, met een drone wordt vermoord, vaak vrouw en kind(eren) meeslepend in de dood. Thuis komen wordt een steeds groter risico, thuis zijn – zelfs in een tent – steeds minder iets om naar uit te kijken als moment om samen tot rust te komen.
Het rapport besteedt ook aandacht aan wat de onderzoekers tot de overtuigendste bewijzen rekenen van de intentie die Israël heeft om geseksualiseerd geweld systematisch in te zetten om Palestijnen lichamelijk en psychisch te breken: het trainen van honden om gevangenen te verkrachten. Tijdens de presentatie van het rapport zei Alami erover:
Dit is niet iets wat een duivelse individuele soldaat doet, het is onderdeel van een koloniaal project, waarbij dit soort geweld door de Israëlische samenleving wordt geaccepteerd, gesteund en aangemoedigd. Het creëert het idee dat Palestijnen niet menselijk zijn en seksuele vernedering, geweld en marteling verdienen. En dat is weer bedoeld om behalve Palestijnse individuen, ook hun families, gemeenschappen, samenleving en collectieve psyche kapot te maken.
Via een videoverbinding nam ook de Palestijnse activiste Hadeel Shatara deel aan het gesprek. Shatara zat in een Israëlisch detentiecentrum gezeten en werd daar zelf slachtoffer van geseksualiseerd geweld. Sinds haar vrijlating heeft ze daarover verschillende getuigenissen afgelegd. Ook zij zet haar ervaringen in een groter perspectief. Ze werkte mee aan het rapport, en legde uit waarom dat voor haar belangrijk is:
Dit rapport laat niet alleen zien wat er gebeurt, maar is voor ons ook een manier om ons uit te spreken.
Tegelijkertijd is het een call to action, zeiden zowel Alami als Shatara. Het rapport noemt de talloze internationale verdragen op die Israël schendt en de misdaden die het pleegt, en sluit af met een kort statement: straffeloosheid is geen optie.