OpinieSergey Vasiliev & Triestino Mariniello

Sergey Vasiliev is professor Internationaal Recht aan de Open Universiteit. Triestino Mariniello is hoogleraar rechten aan de Britse Liverpool John Moores University. Daarnaast maakt hij deel uit van het juridisch team dat slachtoffers uit Gaza vertegenwoordigt bij het Internationaal Strafhof.

14 oktober 2026 Lees meer over

Sergey Vasiliev & Triestino MarinielloAmerikaanse sancties tegen het Internationaal Strafhof – komen de verdragsstaten eindelijk in actie?

De VS hebben het Internationaal Strafhof als geheel op de sanctielijst gezet. Nederland en de EU “verwelkomen” dat ze zes maanden uitstel krijgen om Washington tevreden te stellen. Zelfbedrog, schrijven Sergey Vasiliev en Triestino Mariniello: “Wie pestkoppen tegemoetkomt, moedigt hen alleen maar aan.”

Het Internationaal Strafhof in Den Haag. Het Strafhof is een permanent hof voor het vervolgen van personen die verdacht worden van genocide, misdaden tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden, zoals deze zijn omschreven in het Statuut van Rome. foto (c) Peter Hilz / ANP

Op 9 oktober 2026 zetten de Verenigde Staten de uitzonderlijke stap om het Internationaal Strafhof (ICC) als geheel op de sanctielijst te plaatsen op grond van Trumps decreet nr. 14203. Daarmee wordt het enige permanente internationale strafrechtelijke orgaan ter wereld — dat voorlopig nog 125 lidstaten uit alle regio’s telt — behandeld als een gesanctioneerde organisatie, als een criminele organisatie of een terroristische groepering.

Al vóór de Algemene Vergadering van de VN waarin regeringsleiders in september bijeenkwamen, deden geruchten de ronde over deze ongekende stap. Wie nog hoopte dat Trump gehoor zou geven aan Rob Jettens oproep ‘handen af van het Hof’, kwam onvermijdelijk bedrogen uit.

Een verdere escalatie

De escalatie van de Amerikaanse ‘oorlog’ tegen het ICC vormt – voor zover – het absolute dieptepunt in een agressieve campagne die de regering-Trump sinds februari 2025 voert. Daarbij zijn gerichte sancties opgelegd aan zeventien personen en organisaties: negen ICC-rechters, vier hoge functionarissen van het Bureau van de Aanklager, de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie in de door Israël bezette Palestijnse gebieden en drie Palestijnse maatschappelijke organisaties. Ook beloofde minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio afgelopen juli onder grote media-aandacht het ICC ‘steen voor steen’ af te breken.

Tegelijkertijd oefenden de VS zware diplomatieke druk uit op staten om zich uit het Strafhof terug te trekken en het Hof te dwingen zijn koers te wijzigen in zaken waarbij Amerikaanse belangen spelen. De pogingen om staten tot uittreding te bewegen hebben enig, zij het tot heden vrij beperkt, succes. In 2026 hebben vier landen in de Sahel — Niger, Mali, Burkina Faso en Tsjaad — evenals Venezuela en Nauro de uittredingsprocedure in gang gezet. Tenzij deze besluiten worden teruggedraaid, worden de zes uittredingen in de tweede helft van 2027 van kracht. Bij sommige van deze voorgenomen uittredingen heeft de Amerikaanse diplomatieke druk een rol gespeeld, al was die niet in alle gevallen doorslaggevend.

Strafhof in vuurlinie

De pogingen het Strafhof te dwingen onderzoeken en vervolgingen waartegen Washington zich verzet te staken, hebben hun doel nog niet bereikt. Wel hebben ze de politieke polarisatie rond het werk van het ICC aanzienlijk versterkt. Het Strafhof is rechtstreeks in de vuurlinie komen te liggen en een strijdtoneel geworden waar alles geoorloofd lijkt.

In 2025 eisten de VS dat de verdragsstaten ervoor zouden zorgen dat het ICC zijn onderzoek naar Afghanistan beëindigde, een onderzoek dat zich ook zou kunnen richten op Amerikaanse militairen en inlichtingendiensten. Daarnaast eisten de VS dat het Hof de zaken tegen Israëlische verdachten zou laten vallen. Een aanvullende eis was dat het Strafhof niet langer rechtsmacht zou kunnen uitoefenen over onderdanen van staten die geen partij zijn bij het Statuut van Rome, zelfs niet voor misdrijven gepleegd op het grondgebied van een verdragsstaat.

Het Strafhof is rechtstreeks in de vuurlinie komen te liggen en een strijdtoneel geworden waar alles geoorloofd lijkt

Rubio heeft de Amerikaanse campagne herhaaldelijk en ook nu weer gerechtvaardigd met het argument dat deze is bedoeld om ‘de dreiging die het ICC vormt’ voor de Amerikaanse soevereiniteit te neutraliseren. Maar zoals herhaaldelijk is benadrukt, is van zo’n dreiging geen sprake: het internationaal recht staat staten toe om het Strafhof rechtsmacht te verlenen over zaken die binnen hun territoriale rechtsmacht vallen.

Werkelijke reden: Israël

Anders dan zijn baas, die tijdens een kabinetsvergadering op 31 juli 2026 terloops de werkelijke reden toegaf, zweeg Rubio in zijn verklaring over de belangrijkste drijfveer achter de extreme vijandigheid van de regering tegenover het Strafhof: de zaken tegen Netanyahu en Gallant, en mogelijk andere Israëlische kabinetsleden, wegens internationale misdrijven in Palestina.

Rubio’s stilzwijgen zegt veel over de verschuiving in het Amerikaanse politieke debat over Israël. Israël openlijk steunen en proberen Netanyahu straffeloosheid te garanderen, is voor de regering-Trump politiek kostbaar geworden in de aanloop naar de tussentijdse verkiezingen. In de VS groeit het verzet tegen de Israëlische genocide in de Gazastrook en de kritiek op de onwrikbare Amerikaanse steun aan de Israëlische regering. Netanyahu openlijk beschermen tegen het arrestatiebevel van het ICC zou de Republikeinen waarschijnlijk stemmen kosten. Toch mag Rubio’s stilzwijgen de werkelijke reden voor de Amerikaanse kruistocht tegen het Strafhof niet verhullen: ‘Netanyahu en diverse andere mensen verdedigen’.

Effect Amerikaanse sancties

Wat betekent het in de praktijk dat de VS het Internationaal Strafhof op de sanctielijst heeft geplaatst? Als het Hof wordt afgesneden van leveranciers en dienstverleners, kunnen zijn opsporings- en vervolgingsactiviteiten in alle onderzochte situaties stilvallen. Tenzij de verdragsstaten de nodige juridische en praktische maatregelen treffen om het te beschermen tegen de extraterritoriale gevolgen van de Amerikaanse sancties, zal het steeds moeilijker kunnen functioneren, mogelijk volledig stilvallen en uiteindelijk een langzame institutionele dood sterven. Zelfs zijn voortbestaan als internationale organisatie wordt dan onmogelijk, laat staan functioneren als gerecht.

De sancties blokkeren de tegoeden en vermogensrechten van het ICC die zich in de Verenigde Staten bevinden of in handen zijn van, of worden beheerd door Amerikaanse personen. Behoudens vrijstellingen en toestemmingen van het Amerikaanse ministerie van Financiën mogen Amerikaanse personen en bedrijven geen zaken doen met het Hof. Amerikaanse banken, verzekeraars, IT-bedrijven en andere ondernemingen kunnen het Strafhof geen goederen of diensten leveren of betalingen van het Hof ontvangen zonder sancties te riskeren. Veel bedrijven buiten de VS zullen uit angst zelf te worden getroffen verder gaan dan strikt vereist en hun dienstverlening staken.

Vernederende uitsteltermijn

Bij de maatregelen die op 9 oktober werden aangekondigd, zijn verschillende algemene vergunningen verleend voor bepaalde transacties met betrekking tot het Strafhof die nodig zijn om Amerikaanse belangen te beschermen. Eén daarvan voorziet in een ‘respijttermijn’ van 180 dagen, tot 7 april 2027, om de activiteiten van het ICC voort te zetten of af te bouwen. Hieronder vallen betalingen van verdragsstaten aan het Hof, salarissen, zorgverzekeringen en medische diensten voor medewerkers en ingehuurde krachten, en betalingen voor huur, nutsvoorzieningen en reguliere diensten. Andere algemene vergunningen gelden voor bepaalde telecommunicatie-, cloud- en softwarediensten, de verwerking van pensioenbetalingen van het ICC en diensten ten behoeve van bepaalde personen die door het Hof worden vastgehouden.

De respijttermijn wordt door de regering-Trump gepresenteerd als een gelegenheid voor verdragsstaten om ‘betekenisvolle vooruitgang te laten zien bij diplomatieke en juridische oplossingen’ voor de Amerikaanse bezwaren tegen het Strafhof. Daarmee krijgen zij zes maanden ademruimte. In wezen is het niets anders dan een middel van openlijke politieke dwang waarmee het Hof en zijn verdragsstaten worden gegijzeld.

De respijttermijn is niets anders dan een middel van openlijke politieke dwang waarmee het Hof en zijn verdragsstaten worden gegijzeld

Bereidheid van verdragsstaten om ‘te onderhandelen en een oplossing voor te stellen’ die voor Washington aanvaardbaar is, kan bepalen of de VS verder uitstel verlenen of de sancties versoepelen. Met deze combinatie van beloning en straf moeten de verdragsstaten tot gehoorzaamheid worden gedwongen. Het is zeker geen welwillend gebaar dat verwelkomd moet worden, zoals sommige eerste reacties, waaronder die van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Berendsen, suggereren.

Loze spijtbetuigingen

Als reactie op de individuele sancties spraken de verdragsstaten van het Strafhof herhaaldelijk hun – soms ‘grote’ – ‘spijt’, ‘bezorgdheid’ en ‘afkeuring’ uit. Enkele, zoals Frankrijk en België, durfden de sancties te ‘veroordelen’ en noemden de verantwoordelijke staat bij naam. Gastland Nederland bleef steeds terughoudende diplomatieke taal gebruiken. Daar tegenover stonden geen publiek aangekondigde maatregelen om het functioneren van het Hof en de integriteit van zijn financiële en IT-infrastructuur te waarborgen.

De verdragsstaten hebben sinds Trumps aantreden ruim twintig maanden gehad om zich op dit uur van de waarheid voor te bereiden. Om de weerbaarheid en digitale autonomie van het Hof te versterken, hadden zij afspraken moeten maken met nationale banken en commerciële dienstverleners, alternatieve betalingssystemen moeten ontwikkelen en toegang moeten regelen tot concurrerende technologieën van leveranciers buiten de VS. Op dit laatste punt is enige vooruitgang geboekt: het Hof is overgestapt op het Duitse digitale platform openDesk ter vervanging van de Microsoftproducten. Maar op het gebied van digitale weerbaarheid is nog werk te doen.

Tegelijkertijd hebben het Hof en de Franse verzekeraar AXA hun contract in onderling overleg beëindigd tegen de achtergrond van de dreigende Amerikaanse sancties. Doeltreffende praktische maatregelen van de verdragsstaten en de EU zullen doorslaggevend zijn voor het voortbestaan en het functioneren van het Hof. De komende weken zal blijken of zij bereid zijn die te treffen.

Steunverklaringen niet genoeg

Na de schok van 9 oktober hebben talrijke verdragsstaten opnieuw hun onverminderde steun aan het ICC uitgesproken en de Amerikaanse sancties bekritiseerd. Maar inmiddels kan het Strafhof niet meer met verklaringen alleen worden verdedigd. Steunbetuigingen blijven holle woorden als ze niet gepaard gaan met een samenhangende, gecoördineerde strategie om de Amerikaanse dwang te weerstaan en de onafhankelijkheid van het ICC te beschermen. Verklaringen voorkomen niet dat banken rekeningen van het Hof sluiten, verzekeraars hun dekking intrekken, technologiebedrijven hun dienstverlening stopzetten of andere ondernemingen het Hof uit angst voor Amerikaanse vergeldingsmaatregelen de rug toekeren.

Verklaringen voorkomen niet dat banken rekeningen van het Hof sluiten, verzekeraars hun dekking intrekken of technologiebedrijven hun dienstverlening stopzetten

De EU heeft herhaaldelijk benadrukt dat het Internationaal Strafhof een hoeksteen van de internationale rechtspleging is en dat zijn onafhankelijkheid tegen druk van buitenaf moet worden beschermd. Op 10 oktober herhaalde de hoge vertegenwoordiger van de EU dit standpunt en noemde aanvallen op of bedreigingen gericht tegen het Hof, zijn functionarissen en degenen die ermee samenwerken ‘onaanvaardbaar’. Maar afgezien van deze verklaringen is de EU passief gebleven, uit angst Trump verder tegen zich in het harnas te jagen en Amerikaanse invoerheffingen uit te lokken.

Demonstranten verzamelen zich op 14 april 2026 voor het hoofdkantoor van de Europese Commissie in Brussel uit steun voor het Internationaal Strafhof. Het protest, georganiseerd door de pan-Europese beweging Eumans, roept Commissievoorzitter Ursula von der Leyen op de EU-‘blokkeringsverordening’ in te zetten tegen mogelijke sancties van Donald Trump tegen het tribunaal in Den Haag. (c) Olivier Hoslet / EPA / ANP

Verder uitstel niet verantwoord

Vooral het uitblijven van de toepassing van de Europese blokkeringsverordening valt op. Daarmee kan de EU Europese bedrijven en andere marktdeelnemers verbieden de Amerikaanse sancties na te leven. Hoewel dit geen wondermiddel is, zou de maatregel het ICC wel enige bescherming bieden. Steeds meer lidstaten en Europarlementariërs hebben de Europese Commissie opgeroepen deze wetgeving uit te breiden tot de sancties tegen het ICC en ervoor te zorgen dat de bescherming van kracht is zodra het Hof als geheel wordt getroffen. Dit is geenszins een ‘nucleaire’ optie: deze stap had eerder kunnen en moeten worden gezet. Nu het beslissende moment is aangebroken, is verder uitstel niet meer verantwoord. De respijttermijn van zes maanden is geen excuus: het Internationaal Strafhof leeft nu bij de gratie van uitstel.

Het is daarom verontrustend dat sommige verdragsstaten, waaronder Nederland, en de EU de vernederende ‘respijttermijn’ hebben verwelkomd, omdat die ‘mogelijkheid voor dialoog’ en ‘ruimte voor diplomatie’ met Washington zou bieden. Welke mogelijkheden voor dialoog en diplomatie ontbraken dan vóór deze institutionele sancties? Welk zinvol compromis is mogelijk als het ondubbelzinnig verklaarde doel van de VS is om het Hof te vernietigen?

Zelfbedrog verdragsstaten

De afgelopen twintig maanden hebben de VS hun openlijke oorlog tegen het ICC steeds verder opgevoerd en geen middel geschuwd om hun doel te bereiken. Als de verdragsstaten en de EU nu een andere uitkomst verwachten, en hierin een kans op een diplomatieke oplossing zien, bedriegen zij zichzelf. Dat getuigt in gelijke mate van een slaafse houding tegenover Washington en een gebrek aan zelfrespect. Wie pestkoppen tegemoetkomt, moedigt hen alleen maar aan.

Dialoog onder dergelijke dwang opent de deur naar druk op het ICC om zijn mandaat in Palestina niet langer uit te voeren, in ruil voor verlichting van de sancties. Toegeven aan het Amerikaanse ultimatum — in het bijzonder het onderzoek naar Palestina opofferen om het wetteloze regime in Washington tevreden te stellen — zou het Hof als onafhankelijke en onpartijdige instelling vernietigen. Het zou het beeld versterken dat het internationaal recht selectief wordt toegepast, afhankelijk van de politieke macht van degenen die ter verantwoording worden geroepen. Verraad aan het mandaat van het ICC en aan het streven van slachtoffers naar gerechtigheid zou een onaanvaardbaar verlies aan legitimiteit voor het Hof betekenen. Ook zou het de gedachte dat niemand boven de wet staat in diskrediet brengen.

Wie pestkoppen tegemoetkomt, moedigt hen alleen maar aan

Principiële keuze nemen

Daadkrachtig optreden had allang moeten plaatsvinden, maar het is nog niet te laat. De verdragsstaten moeten nu een principiële keuze maken, en daaraan vasthouden. Zij moeten het Hof verdedigen en ervoor zorgen dat het kan blijven functioneren. Dat vergt dat zij afzien van vruchteloze dialoog met een vijandige staat die geen partij is bij het Statuut van Rome, en van smeekbeden om genade en van concessies die zijzelf noch het Hof zich kunnen veroorloven.

Zij moeten publiekelijk toezeggen het budget van het Strafhof te verhogen, en het de middelen en voorzieningen bieden die nodig zijn om politieke en economische druk te weerstaan. Zowel EU-lidstaten als andere staten moeten doeltreffende juridische maatregelen nemen om het Hof, zijn functionarissen en degenen die ermee samenwerken te beschermen tegen de extraterritoriale gevolgen van de Amerikaanse sancties.

Met spoed maatregelen treffen

Daartoe behoren blokkeringswetgeving en waarborgen die voorkomen dat financiële instellingen hun dienstverlening uit voorzorg beëindigen om risico’s te vermijden. Die bescherming moet ook gelden voor de Palestijnse maatschappelijke organisaties die worden getroffen omdat zij de onderzoeken van het Hof ondersteunen.

Staten moeten met spoed afspraken afronden over alternatieve bankdiensten, betalingssystemen en digitale infrastructuur, zodat het Hof ononderbroken toegang houdt tot essentiële diensten. Deze maatregelen moeten samen een gecoördineerde, structurele reactie vormen die verder gaat dan solidariteitsverklaringen en tijdelijke oplossingen. Als de internationale gemeenschap toekijkt, terwijl de VS het Internationaal Strafhof ontmantelt, wordt de mogelijkheid voor elk internationaal of zelfs nationaal gerecht om onafhankelijk en onpartijdig te functioneren een fictie.

 

Een ingekorte versie van deze blogpost verscheen op 11 oktober 2026 als opiniebijdrage in Al Jazeera.

© 2007 - 2026 The Rights Forum / Privacy Policy