De UNRWA en de Nederlandse politiek

 

In reactie op de Amerikaanse maatregelen startte de UNRWA, die zich al gedwongen zag meer dan 150 tijdelijke krachten op straat te zetten, direct een wereldwijde fondswervingscampagne en deed ze een dringend beroep op loyale donoren als Nederland, later gevolgd door een ‘emergency appeal’. Het kabinet gaf daaraan gehoor door de jaarbijdrage voor 2018 – 13 miljoen euro – versneld ter beschikking te stellen.

Die maatregel leidde tot kritiek op verantwoordelijk minister Sigrid Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Zij zou eigenmachtig hebben gehandeld. De coalitiepartijen CDA, VVD en ChristenUnie (CU) stelden de minister daarover schriftelijke vragen. Kamerlid Voordewind (CU) ging nog een stap verder met de aankondiging de rechten van de nakomelingen van de oorspronkelijke vluchtelingen ‘in allerlei gremia’ ter discussie te willen stellen.

Tijdens het vragenuurtje van 23 januari 2018 in de Tweede Kamer uitten de SGP en PVV nog veel hardere kritiek. Die had niet alleen betrekking op het kabinetsbesluit, maar ook op het bestaan en functioneren van de UNRWA en op minister Kaag persoonlijk, die zich zou bezondigen aan belangenverstrengeling. Kamerlid Van der Staaij (SGP) pleitte voor opheffing van de UNRWA en het teniet doen van de rechten van de nazaten van de oorspronkelijke vluchtelingen.

Samengevat kan worden gesteld dat het initiatief van president Trump in Nederland bijval vindt vanuit een aantal fracties in de Tweede Kamer. Te verwachten valt dat zij in komende debatten hard stelling zullen nemen tegen (de Nederlandse steun aan) de UNRWA, niet vanwege oprechte bezorgdheid over het functioneren van de organisatie of het lot van de vluchtelingen, maar conform de wens van de Israëlische regering en de door Trump uitgezette koers. Het effect van aantasting van de UNRWA is niet dat een bijdrage wordt geleverd aan de oplossing van de vluchtelingenkwestie, maar dat die kwestie wordt verergerd.

© 2007 - 2022 The Rights Forum / Privacy Policy