Kabinetsformatie / CDA en ChristenUnie lijnrecht tegenover elkaar wat betreft Israël/Palestina

De tegenstelling tussen het CDA en de ChristenUnie ten aanzien van Israël/Palestina is een recept voor problemen, met gevolgen voor Nederland en de Palestijnen. Om die reden hoort de kwestie in de formatie thuis. Dat betoogt CDA’er Erik Tilanus.

CDA en ChristenUnie, hier gebroederlijk op een verkiezingsbord, staan lijnrecht tegenover elkaar ten aanzien van Israël/Palestina.Pieter Beens / Shutterstock.com 

Afgelopen week verscheen op het weblog Christendemocraat.nl een belangwekkend artikel van de hand van Erik Tilanus, secretaris van het CDA Ledenberaad Midden-Oosten. In het stuk wijst Tilanus op een tijdens de lopende kabinetsformatie onderbelicht punt: de radicale tegenstelling tussen aanstaande coalitiepartners CDA en ChristenUnie (CU) ten aanzien van Israël/Palestina.

Positie CU in strijd met het recht

Tilanus benadrukt de consequente visie in de CDA-verkiezingsprogramma’s vanaf 2010 dat het internationaal recht leidend dient te zijn in de oplossing van de kwestie-Palestina/Israël. Hij wijst daarbij op relevante passages uit die programma’s:

Een tweestatenoplossing, met als uitgangspunt de grenzen van 1967, vormt hierbij het uitgangspunt […].

Om de kans op vrede te behouden zijn drukmiddelen nodig, die de partijen bewegen beleid te staken dat een rechtvaardige oplossing in de weg staat.

Tilanus stelt dat de CDA-normen fundamenteel in strijd zijn met het programma van de ChristenUnie, waarin steun wordt beleden aan de illegale kolonisering van de Palestijnse Westelijke Jordaanoever, en waarin Jeruzalem de ‘ongedeelde hoofdstad van Israël’ wordt genoemd – een claim die in strijd is met onder meer de resoluties 476 en 478 van de VN-Veiligheidsraad.

Oproep aan het CDA: kom in actie

Vanwege die elkaar uitsluitende posities, en de reële kans dat die tot conflicten of passiviteit binnen de coalitie zullen leiden, hoort het onderwerp volgens de auteur thuis in de formatie. Gebeurt dat niet, dan zal de Nederlandse geloofwaardigheid ten aanzien van het internationaal recht in het geding komen, maar zullen – bij gebrek aan actief beleid – vooral de Palestijnen het kind van de rekening worden.

Tilanus herinnert zijn partij aan de grondwettelijke verplichting het internationaal recht te bevorderen, en wijst op de – niet toevallige – aanwezigheid van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Tegen die achtergrond, en onder verwijzing naar de expliciete standpunten in het CDA-verkiezingsprogramma, roept Tilanus zijn partij op tot daden: markeer je positie in de formatie en handel ernaar, zowel binnen als buiten het beoogde kabinet.