Selecteer een pagina

Segregatie / Israël weerhoudt voetbalteam uit Gaza van spelen finale Palestina Cup

Slechts vijf van de 22 spelers van het kampioensteam van de Gazastrook kregen toestemming van Israël om naar de Westoever te reizen voor de finale om het Palestijns kampioenschap. Volgens een Israëlische rechter vormen de geweigerde spelers een ‘veiligheidsrisico’.

Beeld uit de eerste wedstrijd tussen Khadamat Rafah en FC Balata, die op 30 juni in 1-1 eindigde.Said Khatib / Plus Media 

Palestina kan dit seizoen geen deelnemer afvaardigen voor het toernooi om het kampioenschap van Azië. Israël maakt het de kampioensteams van Gaza en de Westelijke Jordaanoever onmogelijk om de finale om het Palestijns kampioenschap te spelen. De kampioen van Gaza zou morgen de returnmatch spelen tegen de kampioen van de Westoever, nadat de heenwedstrijd in Gaza in een gelijkspel was geëindigd. Een Israëlische rechter verbood gisteren 17 van de 22 selectiespelers Gaza te verlaten. De 17 spelers zouden een ‘veiligheidsrisico’ vormen.

Eerdere weigering

De uitspraak van de rechter is de finale van maandenlange pogingen van de voetbalclub Khadamat Rafah, kampioen van de Gazastrook, om toestemming te krijgen voor het spelen van de returnmatch tegen FC Balata, kampioen van de Westelijke Jordaanoever. De heenwedstrijd in Gaza eindigde op 30 juni in 1-1. De terugwedstrijd stond gepland voor 3 juli. Khadamat Rafah had bij de Israëlische autoriteiten toestemming gevraagd voor de reis naar de Westoever voor 22 selectiespelers en 13 trainers en bestuurders.

Enkele dagen voor de wedstrijd kreeg de club echter te horen dat 31 van de 35 aanvragen waren afgewezen vanwege niet nader omschreven ‘veiligheidsredenen’. Onder de vier personen die toestemming voor de reis kregen was één speler.

Hernieuwd verzoek afgewezen

De Palestijnse voetbalbond (Palestinian Football Association, PFA) verplaatste de terugwedstrijd daarop naar 25 september. Op 21 augustus diende Khadamat Rafah opnieuw verzoeken voor de reis in bij de Israëlische autoriteiten. Op 16 september kreeg de club te horen dat ditmaal twaalf van de 35 aanvragen waren ingewilligd, voor vijf spelers en zeven begeleiders.

De Israëlische mensenrechtenorganisatie Gisha, die zich inzet voor het recht van Palestijnen om zich vrij te bewegen, stapte daarop naar een Israëlische rechter met de eis dat alle 35 aanvragen alsnog werden goedgekeurd. Gisha wees erop dat onder de strenge Israëlische regels deelname aan sportevenementen een van de gronden is waarop Palestijnen in aanmerking komen voor een reisvergunning. Daarnaast onderstreepte de organisatie dat de Palestina Cup een door de wereldvoetbalbond (FIFA) erkend toernooi is, en dat verder uitstel van de finale Palestijnse deelname aan het Aziatisch kampioenschap onmogelijk zou maken.

Gisteren wees de rechter de eis van Gisha af. Hij accepteerde het Israëlische standpunt dat 17 van de 22 spelers en zes van de 13 trainers en bestuurders een ongespecificeerd ‘veiligheidsrisico’ vormen.

Segregatiepolitiek

Gisha hekelt het besluit van de rechter als een nieuw voorbeeld van ‘de uitzonderlijke inspanning die Israël zich getroost om reizen van Palestijnen tussen de afzonderlijke delen van het Palestijnse gebied te voorkomen’. Deze segregatiepolitiek, door Israël aangeduid als ‘scheidingsbeleid’, vormt volgens Gisha ‘een systematische schending van het recht van Palestijnen op vrijheid van beweging’, en bovendien ‘een ondermijning van het functioneren van de Palestijnse samenleving als geheel’.

Het is niet voor het eerst dat Israël probeert de finale van de Palestina Cup onmogelijk te maken. In 2016 hield het zeven spelers van de toenmalige kampioen van de Gazastrook, Shabab Khan Yunis, tegen toen het team probeerde naar de Westoever te reizen voor de terugwedstrijd tegen Ahli al-Khalil. Ook in dit geval waren ‘veiligheidsrisico’s’ de reden. Op verzoek van de Palestijnse voetbalbond bemoeide de FIFA zich met de zaak, waarna de spelers alsnog toestemming kregen naar de Westoever te reizen en de uitgestelde wedstrijd alsnog kon worden gespeeld.

Je vraagt je af hoe het voorkomen van een voetbalwedstrijd waar tienduizenden supporters reikhalzend naar uitkijken de veiligheid van Israël ten goede komt, schreef Gisha destijds. En door het verbod na druk van de FIFA terug te draaien roepen de Israëlische autoriteiten alleen maar meer vragen op over de noodzaak van zo’n verbod, aldus de organisatie.

Openluchtgevangenis

De Palestijnse voetbalbond heeft aangekondigd zich opnieuw tot de FIFA te wenden. Of de wereldvoetbalbond bereid is zich ditmaal met de zaak te bemoeien is echter de vraag. In 2017 liet de bond de Palestijnen keihard vallen door hun eis om zes Israëlische voetbalclubs te verbieden hun wedstrijden in de illegale ‘nederzettingen’ op de bezette Palestijnse Westoever af te werken af te wijzen.

In het recente verleden heeft The Rights Forum de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) in gesprekken verzocht zijn invloed binnen de FIFA aan te wenden om het onrecht dat de Palestijnse voetballerij wordt berokkend ongedaan te maken. Die verzoeken zijn tot dusver zonder resultaat gebleven.

Waar de Palestijnse voetballers uit Gaza soms na druk van buitenaf nog op Israëlische ‘clementie’ kunnen rekenen, staan de bijna twee miljoen overige inwoners van de Gazastrook met lege handen. Voor hen is het vrijwel onmogelijk de zogenoemde ‘grootste openluchtgevangenis ter wereld’ te verlaten. Gisha concludeert dat ‘het gemak waarmee Israël algemene en willekeurige “veiligheidsbloks” tegen de bevolking inzet, demonstreert hoe weinig belang het hecht aan de ernstige gevolgen daarvan voor de burgers van de bezette Palestijnse gebieden’.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.

Lees ook

Steun ons / Samen kunnen we een rechtvaardige uitkomst van de kwestie-Palestina/Israël afdwingen. U kunt onze activiteiten versterken of ons werk financieel ondersteunen.

Het probleem is allang niet meer de bezetting. Het probleem is het gedogen ervan.

Ramsey Nasr Schrijver / dichter / acteur