Annexatie / Palestijnse Autoriteit beëindigt samenwerking met Israël en VS

De vérgaande stap is een reactie op Israëls voornemen delen van de Westoever te annexeren. De Palestijnse Autoriteit blijft zich inzetten voor realisering van de tweestatenoplossing en roept de internationale gemeenschap op tot concrete steun.

De Palestijnse president Mahmud Abbas. [c] Palestine News Network 

In een toespraak eerder deze week maakte de Palestijnse president Mahmud Abbas bekend dat de Palestijnse Autoriteit (PA) alle bestaande overeenkomsten met Israël heeft beëindigd, inclusief de samenwerking op veiligheidsgebied. Reden voor die vérgaande stap is het Israëlische voornemen om delen van de bezette Westelijke Jordaanoever te annexeren. Daarmee breekt Israël opnieuw met zijn verplichtingen onder de Oslo-akkoorden en alle daarop gebaseerde overeenkomsten, aldus Abbas. In feite maakt het definitief een einde aan ‘Oslo’. Derhalve zijn de staat Palestina en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), de internationaal erkende vertegenwoordiger van het Palestijnse volk, ook niet langer gebonden aan de overeenkomsten.

Vanwege de medeplichtigheid van de regering-Trump aan de op handen zijnde annexatie zijn ook de overeenkomsten met de Verenigde Staten opgezegd. Abbas stelde dat Trump met zijn erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël (eind 2017), de verplaatsing van de Amerikaanse ambassade naar de stad (mei 2018) en zijn ‘vredesplan’ (januari dit jaar) de weg heeft geplaveid voor de annexatie. ‘Wij beschouwen de Amerikaanse regering als de voornaamste partner van het Israëlische bezettingsregime, in al zijn agressieve en onrechtvaardige besluiten en maatregelen tegen ons volk’, zei Abbas. Ook de samenwerking tussen de Palestijnse veiligheidsdiensten en de CIA, een van de laatste nog bestaande Palestijns-Amerikaanse contacten nadat de PA eind 2017 de banden met de Amerikanen grotendeels verbrak, is beëindigd.

In het verleden heeft Abbas meermalen aangekondigd alle samenwerking met Israël te zullen verbreken. Onder zware internationale druk zag hij daar uiteindelijk steeds weer vanaf; in afwachting van nieuwe onderhandelingen en een vredesakkoord dienden de kanalen open te blijven, was de boodschap. Maar met de annexatie van delen van de Westoever op komst heeft de PA geen keus meer.

PA blijft bestaan

Het besluit betekent dat Israël als bezettende mogendheid de verantwoordelijkheid draagt voor het wel en wee van de bijna drie miljoen Palestijnse burgers op de Westelijke Jordaanoever. Abbas zei het zo:

The Israeli occupation authority, as of today, has to shoulder all responsibilities and obligations in front of the international community as an occupying power over the territory of the occupied state of Palestine, with all its consequences and repercussions based on international law and international humanitarian law, particularly the Fourth Geneva Convention of 1949 […].

Een belangrijke vraag is of dit ook betekent dat de PA zichzelf opheft. Die ontleent zijn bestaansrecht immers aan de Oslo-akkoorden, de interim-overeenkomst die eind jaren negentig tot de tweestatenoplossing en een definitief vredesakkoord had moeten leiden. De diplomatieke route die de PA ook nadien is blijven volgen is, zeker in Palestijnse ogen, een spectaculaire mislukking en teleurstelling gebleken: Israëls bezettingsregime is gestaag verdiept, de kolonisering van bezet gebied opgevoerd, en nu staat annexatie van de kolonies (‘nederzettingen’) en de Jordaanvallei voor de deur. De PA bleek niet in staat de Palestijnse bevolking daartegen te beschermen.

Het is geen wonder dat de PA een ernstig legitimiteitsprobleem heeft. Veel Palestijnen zien haar, juist vanwege de steeds weer voortgezette samenwerking met Israël, als een klassiek marionettenbewind of op z’n minst als onderdeel van het bezettingsregime. Bijna de helft van de Palestijnse bevolking op de Westoever en in Gaza beschouwt de PA als een last en 62 procent wil dat Abbas aftreedt, blijkt uit de laatste opiniepeiling van het Palestinian Center for Policy and Survey Research (PCPSR), uitgevoerd in februari, een maand na publicatie van Trumps ‘Deal of the Century’. Ruim driekwart (77 procent) van de Palestijnen steunt beëindiging van de veiligheidssamenwerking met Israël, en 69 procent het staken van het Oslo-traject. Steun voor de tweestatenoplossing bevindt zich met 39 procent op een historisch dieptepunt.

Maar er is niets dat erop wijst dat de PA de eigen rol als uitgespeeld ziet. Integendeel, Abbas onderstreepte dat de PA zich op alle diplomatieke fronten zal blijven inzetten. Met nadruk herhaalde hij de Palestijnse bereidheid tot onderhandelingen met Israël, op voorwaarde dat die gebaseerd zijn op de tweestatenoplossing, het internationaal recht en bindende VN-resoluties, en plaatsvinden onder internationale leiding. Ook sprak hij zich opnieuw uit voor een internationale vredesconferentie en toonde hij zich bereid de aanwezigheid van een ‘derde partij’ langs de grenzen tussen Israël en Palestina – dat wil zeggen de grenzen van voor de Zesdaagse Oorlog van juni 1967 – te accepteren.

Sancties

Abbas beklemtoonde dat concrete internationale actie noodzakelijk is om tot vrede te komen. Hij riep alle landen die Trumps ‘vredesplan’ en de op til zijnde annexatie hebben veroordeeld op om niet te volstaan met afkeurende woorden, maar ‘sancties in te stellen teneinde te voorkomen dat de Israëlische bezettingsstaat zijn plan uitvoert en het Palestijnse volk zijn rechten blijft ontzeggen’. Ook riep hij op tot uitvoering van bindende resoluties van de VN-Veiligheidsraad die de bescherming van de Palestijnen tot doel hebben, en tot erkenning van de staat Palestina door landen die dat, zoals Nederland, tot dusver hebben nagelaten.

De PA is vastbesloten de staat Israël bij internationale autoriteiten en gerechtshoven – zoals het Internationaal Strafhof – te blijven aanklagen vanwege zijn misdaden tegen het Palestijnse volk, stelde Abbas verder. Daarnaast zal de staat Palestina aansluiting zoeken bij internationale instellingen en verdragen waartoe ze tot dusver niet is toegetreden, met name vanwege Israëlische en Amerikaanse bezwaren daartegen.

De Palestijnse diplomatieke missie in Den Haag stelde de commissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer in een brief op de hoogte van de Palestijnse besluiten. Daarin wordt onderstreept dat de internationale gemeenschap krachtens internationaal recht de verantwoordelijkheid heeft het recht op zelfbeschikking van het Palestijnse volk ‘te respecteren en verzekeren’, en een eind te maken aan de ‘voortgaande Israëlische schendingen van het internationaal recht’.

Vrees voor geweld

Israël bevestigde donderdag dat de PA de veiligheidssamenwerking heeft beëindigd. Volgens Israëlische media heeft ook het Hamas-bewind in de Gazastrook alle banden met Israël verbroken. Israëlische defensiemedewerkers lieten weten op de Westoever een toename van geweld tussen Israëlische troepen en de Palestijnse bevolking te vrezen. Een Hamas-leider op de Westoever juichte het besluit van Abbas toe en zei dat een Palestijnse opstand tegen de Israëlische overheersing dichtbij is. Uit het bovengenoemde opinieonderzoek van februari blijkt dat de helft van de Palestijnse bevolking van de bezette gebieden meent dat gewapende strijd de beste manier is om een eind te maken aan de Israëlische bezetting; 23 procent prefereert geweldloos verzet, slechts 21 procent gelooft nog in onderhandelingen.

Palestijnse veiligheidstroepen zouden zich inmiddels hebben teruggetrokken in het zogenoemde A-gebied (Area A), de enige sector (18 procent) van de Westoever die onder volledig Palestijns gezag staat. In verband met het handhaven van de voorschriften ter bestrijding van de coronapandemie waren zij, in coördinatie met Israël, tijdelijk in de B- en C-gebieden gestationeerd. Volgens Israëlische media willen de Palestijnen zo een directe confrontatie tussen Palestijnse en Israëlische troepen vermijden.

Praktische consequenties

De consequenties van het beëindigen van de veiligheidssamenwerking zijn nog niet volledig te overzien. Tot dusver waarschuwden Palestijnse en Israëlische veiligheidsdiensten elkaar voor dreigende aanvallen van Palestijnse ‘terroristen’ op hetzij Israëli’s, hetzij de PA. Daaraan is, lijkt het, nu een einde gekomen.

Maar andere zaken zijn nog minder duidelijk. Tot dusver diende de PA bij Israël om toestemming en coördinatie te vragen als president Abbas of een andere hooggeplaatste Palestijn van plan was zich buiten het A-gebied te begeven. Of van Ramallah naar Nablus (beide in het A-gebied) wilde reizen en onderweg Israëlische checkpoints moest passeren. Dezelfde restricties golden voor Palestijnse militaire voertuigen en het vervoer van wapens. Onduidelijk is in hoeverre deze coördinatie zal worden gehandhaafd en wat er zal gebeuren als een Palestijns presidentieel konvooi zonder voorafgaande afstemming bij een Israëlisch checkpoint arriveert.

Hetzelfde geldt voor de invallen van Israëlische bezettingstroepen in het A-gebied om Palestijnse ‘verdachten’ van hun bed te lichten. Zulke invallen zijn aan de orde van de dag en vinden doorgaans plaats in afstemming met de Palestijnse veiligheidsdiensten, die de Israëlische troepen ongemoeid laten, tot verontwaardiging van een groot deel van de Palestijnse bevolking. Of de coördinatie wordt voortgezet zal de praktijk moeten uitwijzen. Duidelijk is hoe dan ook dat met de beëindiging van de samenwerking tussen de PA en Israël het risico op gewapende confrontaties tussen Palestijnse en Israëlische militairen is toegenomen.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.