Oorlogsmisdaden / Strafhof onverantwoord traag met onderzoek naar ‘situatie in Palestina’

Eind 2019 erkende het Internationaal Strafhof de noodzaak tot een officieel onderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden in Palestina. Een jaar later is een besluit daartoe uitgebleven, ligt het Strafhof onder vuur en duren de Israëlische misdaden onverminderd voort.

Een Palestijnse jongen uit het op de Westelijke Jordaanoever gelegen dorp Bayt Ummar leest een Israëlische soldaat de les. [c] Najeh Hashlamoun / Apa Images  

Op 20 december 2019 besloot de hoofdaanklaagster van het Internationaal Strahof (ICC), Fatou Bensouda, dat er voldoende basis bestaat om een officieel onderzoek in te stellen naar mogelijke oorlogsmisdaden in de door Israël bezette Palestijnse gebieden. Aan haar besluit ging een bijna vijf jaar durend verkennend onderzoek vooraf, dat pas na grote maatschappelijke druk tot een besluit leidde.

Voorbehoud

Bensouda maakte één voorbehoud. Om te voorkomen dat de uitkomsten van het voorgenomen onderzoek op dat punt kunnen worden aangevochten, verzocht zij de Pre-Trial Chamber van het hof om de rechtsbevoegdheid van het Strafhof in de Palestijnse gebieden te bevestigen. Ook nodigde zij externe partijen uit om hun visie te overleggen. Daarvan werd door acht staten en 33 organisaties en deskundigen gebruik gemaakt.

Op 30 april 2020 publiceerde Bensouda een uitvoerige reactie op die inbreng. Daarin bevestigde zij haar voornemen tot een officieel onderzoek en zette zij uiteen dat het Stafhof wel degelijk rechtsbevoegdheid geniet in de Palestijnse gebieden. Op grond daarvan herhaalde zij haar verzoek aan de Pre-Trial Chamber om die te bevestigen.

Argumenten

Kern van de tegen Bensouda’s voornemen ingebrachte bezwaren is dat Palestina (c.q. de Palestijnse gebieden) geen erkende staat met vastgestelde grenzen zou vormen. Bensouda wijst op de irrelevantie van dat gepolitiseerde standpunt. Zij stelt dat Palestina in november 2012 door de VN is erkend als non-member observer State, en op grond daarvan is toegetreden tot het Statuut van Rome, het oprichtingsverdrag van het Strafhof.

Bensouda benadrukt dat het Statuut van Rome geen onderscheid maakt in de rechten en plichten van de 138 aangesloten staten. De vraag die zij opwerpt is of de rechters van de Pre-Trial Chamber onder de criteria van het Statuut gronden zien om de Palestijnen uit te zonderen ten opzichte van de andere 137 lidstaten. Al in januari zette zij haar standpunt uiteen in een uitgebreid interview met The Times of Israel.

Druk op Strafhof

Uitgaand van een procedure van drie tot vier maanden, en rekening houdend met verloven en vertraging vanwege de Covid-19-pandemie, werd de uitspraak van de Pre-Trial Chamber dit najaar verwacht. Die is echter uitgebleven. Intussen is het een jaar geleden dat Bensouda na bijna vijf jaar vooronderzoek de noodzaak tot vervolgstappen aankondigde.

Zorgen over het uitblijven daarvan worden gevoed door de druk die op het Strafhof wordt uitgeoefend door met name Israël en de VS. Beide landen willen voorkomen dat het Strafhof zijn voorgenomen onderzoeken naar mogelijke oorlogsmisdaden in Afghanistan en Palestina doorzet. Daartoe worden grove middelen ingezet.

In januari 2020 beschuldige de Israëlische premier Netanyahu het Strafhof van antisemitisme en riep hij op tot ‘acties en sancties’ tegen het hof en daar werkzame functionarissen en aanklagers. In juni vaardigde president Trump een presidentieel decreet uit dat dergelijke sancties mogelijk maakte. Begin september werd Bensouda en een naaste medewerker de toegang tot de VS – en daarmee de VN – ontzegd. Ook werden financiële tegoeden geblokkeerd. Andere functionarissen kregen te maken met visumbeperkingen.

Rol van PVV

In Nederland wordt de Israëlisch-Amerikaanse hetze tegen het Strafhof waargenomen door de PVV. In november diende die partij een motie in waarin de regering werd opgeroepen om de Nederlandse banden met het hof te verbreken en het gezaghebbende instituut uit Den Haag te verbannen.

De motie kreeg in de Tweede Kamer onvoldoende steun om in stemming te worden gebracht. Met die zeldzame reactie liet de Kamer haar afkeuring blijken over de grove argumentatie waarin de motie was gevat.

Slachtoffers

Intussen betalen de Palestijnen de prijs voor de nieuwe vertraging in de besluitvorming van het Strafhof. De Israëlische bezetting en kolonisering van hun land – een oorlogsmisdaad onder internationaal recht – schrijdt medogenloos voort, vergezeld van een scala aan dagelijkse schendingen van de mensenrechten.

Ook het Internationaal Strafhof, en in zijn kielzog de internationale rechtsorde, behoort tot de verliezers. Opgericht om de daders van ‘s werelds zwaarste misdaden ter verantwoording te kunnen roepen, wordt die missie openlijk ondermijnd. Dat geeft het doorzetten van het onderzoek naar de ‘situatie in Palestina’ een nog aanzienlijk grotere betekenis.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.