Selecteer een pagina

Opinie

Interview / Al-Haq buigt niet voor Israëls intimidatie, zegt directeur Shawan Jabarin

Met intimidatie, valse beschuldigen en bedreigingen probeert Israël de mensenrechtenorganisatie Al-Haq monddood te maken. Directeur Shawan Jabarin is vastbesloten door te gaan met het ter verantwoording roepen van Israël voor de schending van de rechten van Palestijnen. ‘Israëli’s hebben zich de moderne mentaliteit van rechtvaardigheid, mensenrechten, gelijkheid en vrijheid nog niet eigen gemaakt.’

Al-Haq is een vooraanstaande, onafhankelijke Palestijnse mensenrechtenorganisatie. Sinds 1979 komt zij op voor mensenrechten en de rechtsstaat in bezet Palestijns gebied. Daartoe documenteert ze schendingen van rechten van Palestijnen, ongeacht de identiteit van de dader.

Shawan JabarinAdri Nieuwhof

De waardering voor het werk van Al-Haq blijkt uit de toekenning van internationale prijzen, zoals de Geuzenpenning in 2009. Directeur Shawan Jabarin kon die prijs destijds niet persoonlijk in ontvangst nemen: het Israëlische Hooggerechtshof legde hem een reisverbod op. Op Jabarins staat van dienst prijken ook de prestigieuze functies van secretaris-generaal van de Internationale Federatie voor Mensenrechten en commissaris bij de Internationale Commissie van Juristen.

Met regelmaat bezoekt Jabarin Nederland. Meestal in het kader van de onderzoeken van het Internationaal Strafhof naar Israëls misdrijven in bezet Palestina. Het gaat om vooronderzoeken naar mogelijke oorlogsmisdaden van Israël tijdens zijn militaire offensief tegen Gaza in 2014, en in verband met zijn nederzettingenpolitiek in bezet Palestijns gebied.

‘Als criminelen geen prijs betalen voor hun misdrijven, voelen zij zich onschendbaar en zullen zij steeds weer misdaden begaan’, licht Jabarin het werk van Al-Haq en de samenwerking met het Internationaal Strafhof toe. ‘Wij geloven in actie. Daders dienen verantwoording af te leggen voor schendingen van het recht.’

Sabotage en bedreigingen

De activiteiten van Al-Haq zijn Israël een doorn in het oog. Met alle mogelijke middelen probeert het de organisatie het functioneren onmogelijk te maken, vertelt Jabarin. Van het hacken van e-mails en het verspreiden van valse beschuldigingen van bijvoorbeeld corruptie, tot doodsbedreigingen aan toe. Jabarin:

‘Onze samenwerking met het Internationaal Strafhof is voor Israël reden om ons aan te vallen en te proberen ons het zwijgen op te leggen. Hiermee hebben wij vanuit Israëlisch perspectief een grens overschreden. Wij geven informatie over de misdaden die in Palestina worden begaan en over de Israëlische daders ervan. Dat is de belangrijkste reden waarom we onder vuur liggen. Ik daag iedereen uit om een andere reden te noemen dan onze samenwerking met het Internationaal Strafhof.’

Jabarin herinnert eraan dat Israël vergeefs alles in het werk heeft gesteld om Palestina af te houden van aansluiting bij het Strafhof. De huidige sabotagecampagne ligt in het verlengde daarvan. Maar ook deze campagne zal vergeefs blijken, voorspelt hij:

‘Natuurlijk proberen ze het onmogelijke, het verbreken van onze samenwerking met het Strafhof. Maar Israël is bang. Het weet dat het onze informatie over mensenrechtenschendingen niet kan weerleggen. Vanaf onze oprichting hebben wij onze informatie op betrouwbare bronnen gebaseerd en op professionele wijze gedocumenteerd. De Israëli’s voelen dat ons werk het Internationaal Strafhof helpt.’

Dieptepunt van de intimidatiecampagne vormden de doodsbedreigingen aan het adres van een juriste van Al-Haq, die in Nederland woont en in Den Haag met het Strafhof samenwerkt. De onthulling van de bedreigingen deed vorig jaar veel stof opwaaien. Niet eerder waren personen die met het Strafhof samenwerkten op Nederlandse bodem het slachtoffer van bedreigingen. De juriste kreeg beveiliging en het Openbaar Ministerie stelde een onderzoek in.

De aanvallen hebben hun doel gemist, zegt Jabarin: ‘Onze collega is sterk genoeg en wij gaan gewoon door met ons werk.’ Hij buigt naar voren, kijkt me indringend aan en zegt:

‘Israëli’s denken dat zij met geweld alles kunnen krijgen. Zo hebben zij Palestina veroverd, en nu wordt met geavanceerde technieken een ouderwetse boodschap verspreid: wraak, haat, discriminatie en superioriteit. Zij hebben zich de moderne mentaliteit van rechtvaardigheid, mensenrechten, gelijkheid en vrijheid nog niet eigen gemaakt. Maar zij kunnen de verdedigers van het internationaal recht die voor rechtvaardigheid, gelijkheid en mensenrechten strijden niet monddood maken.’

Internationale campagne

Al-Haq is niet de enige mensenrechtenorganisatie die wordt aangevallen. Over de hele linie liggen organisaties die Israëls schendingen van het recht aan de orde stellen zwaar onder vuur. Dat geldt ook voor Israëlische organisaties als Breaking the Silence en B’Tselem. En voor de door Palestijnen geleide BDS-beweging, die Israël door middel van boycots, desinvesteringen en sancties (BDS) wil dwingen de Palestijnse rechten te respecteren. De aanvallen komen niet alleen uit Israël zelf, maar ook van buitenlandse groeperingen, stelt Jabarin:

‘Er zijn verschillende groepen bij betrokken, die samenwerken. Het gaat om rechtse groepen in verschillende landen, vooral in Europa. Daarnaast is er een officiële, door het Israëlische ministerie van Strategische Zaken gecoördineerde campagne tegen de BDS-beweging. Minister Gilan Erdan beschikt over miljoenen dollars om mensen en groepen aan te vallen die achter de principes van het internationaal recht staan en voor rechtvaardigheid strijden.’

Doel van de campagnes is om critici van Israëls schendingen van de mensenrechten zodanig te intimideren en ontregelen dat zij aan zelfcensuur gaan doen, zegt Jabarin.

‘Dat zij niet tot tien, maar tot honderd tellen als ze Israëls misdaden willen aankaarten. Daartoe worden alle mogelijke middelen ingezet: media, internationale relaties, spionage en rechtse groepen in het buitenland die als bende opereren. Deze groeperingen schrikken niet terug voor karaktermoord door het verspreiden van onjuiste informatie en nepberichten op internet, elke dag, elk uur, elke minuut. Zij schrijven nep-e-mails waarin zij hun identiteit verhullen of de naam van Palestijnse organisaties gebruiken. Zij schrijven naar onze partners en donoren om ons niet meer te financieren. Zij proberen de fondsen van organisaties als Al-Haq te laten opdrogen. Er wordt alles aan gedaan om het aan de kaak stellen van Israëls misdaden in Palestina te stoppen.’

Aanval op internationale rechtsorde

Volgens Jabarin is de Israëlische overheid de drijvende kracht achter de campagnes en is de organisatie NGO Monitor een belangrijk instrument. NGO Monitor is in 2001 opgericht met het doel mensenrechtenorganisaties die Israëls bezetting bekritiseren zwart te maken en te ondermijnen, en is ook zeer actief in Israëls War on BDS. In maart 2016 sprak de organisatie met de fracties van de SGP, ChristenUnie en VVD in de Tweede Kamer, die prompt een motie indienden die de regering opriep subsidiëring van organisaties die de BDS-beweging steunden te staken. De motie werd aangenomen, maar door de regering naast zich neergelegd. Eerder al probeerde de organisatie de Nederlandse steun aan de website The Electronic Intifada te stoppen. Ook in Zwitserland zaaide NGO Monitor onrust.

De aanvallen van NGO Monitor en andere organisaties en groeperingen zijn gevaarlijke aanvallen op de internationale rechtsorde, zegt Jabarin. ‘Deze partijen moeten niets hebben van de rechtsstaat, gelijkheid, mensenrechten en rechtvaardigheid, van verantwoordelijkheid, van transparantie. Hoe open zijn zij zelf over hun begroting en hun donoren? Wie zijn precies de financiers en andere mensen achter de organisaties?’

Nederlandse steun

Al-Haq ontvangt al jaren Nederlandse financiële steun. ‘Tegenwoordig wordt deze steun samen met een groep gelijkgestemde donoren gegeven’, zegt Jabarin. ‘We ervaren er op dit moment geen problemen mee. Ik denk dat dit komt omdat we ons werk zeer professioneel doen. We hebben politieke veranderingen in de Nederlandse regering en het parlement meegemaakt, maar de steun is altijd doorgegaan.’

Toch zal Israëls lastercampagne tegen Al-Haq ook in Nederland zijn weerslag hebben, meent hij. ‘Ik denk dat er ook in Nederland groepen bij betrokken zijn die blind zijn voor de realiteit. Ik roep de parlementariërs die Israël onvoorwaardelijk steunen op om ook de andere kant van het verhaal te onderzoeken. Dat is eerlijk en professioneel. Kom naar Palestina om de mensenrechtensituatie en de misdaden die door Israël worden begaan te onderzoeken. En vraag je af of de vastgestelde feiten passen bij de waarden van gelijkheid, respect voor mensenrechten en menselijke waardigheid. Daar kunnen we een discussie over hebben. Niet over onvoorwaardelijke steun aan Israël.’

Sancties noodzakelijk

‘Wij pleiten voor sancties tegen Israël’, zegt Jabarin zonder aarzeling als ik hem daarnaar vraag. Dat kunnen economische, diplomatieke en politieke sancties zijn, en sancties tegen individuen. Israël, stelt hij, bezondigt zich aan voortdurende ernstige schendingen van het internationaal recht en het structureel negeren en schenden van VN-resoluties. Als voorbeeld wijst hij op de recent aangenomen Veiligheidsraadresolutie 2334. Daarin eist de Veiligheidsraad dat Israël alle nederzettingsactiviteiten in Palestijns gebied, inclusief Oost-Jeruzalem, onmiddellijk beëindigt. Israëls antwoord: de aankondiging van de bouw van vele duizenden nieuwe woningen in de nederzettingen.

‘Israël legt het besluit van de veiligheidsraad gewoon naast zich neer’, zegt Jabarin. ‘Daarom moet – volgens het Handvest van de VN en de Veiligheidsraad – het sancties-comité nu naar de zaak kijken. We weten dat de politieke wil daarvoor ontbreekt, maar we zullen partijen op hun verantwoordelijkheid en wettelijke verplichtingen blijven wijzen. Dat is de rol van mensenrechtenorganisaties.’

Na vijftig jaar bezetting is het, vervolgt Jabarin, niet het moment voor méér woorden, veroordelingen en resoluties. Het gaat erom dat bestaande resoluties gerespecteerd worden. En dat de internationale gemeenschap ophoudt Israël de hand boven het hoofd te houden, ten koste van de Palestijnen.

‘De VN en de lidstaten handelen selectief. We hebben gezien dat er binnen enkele weken sancties tegen Rusland werden ingesteld na zijn annexatie van de Krim. Toen Israël Palestina bezette en Oost-Jeruzalem en de Hoogte van Golan annexeerde deed niemand iets. In het geval van de Krim werd conform het recht gereageerd. Waarom gebeurde dat niet bij Palestina?’

Al-Haq heeft deze kwestie bij de Europese Unie aangekaart. En liep daar op tegen precies het punt dat het aan de orde stelde: voor Israël wordt een uitzondering gemaakt.

‘Zij zeggen dat je de Krim en Palestina niet kunt vergelijken. Dat de annexatie van Jeruzalem al zo lang geleden gebeurd is en dat Israël Palestina niet heeft geannexeerd. Maar Palestina is de facto wel degelijk geannexeerd. De annexatie hoeft alleen nog maar geformaliseerd te worden. Maar de Israëlische politieke leiders zijn het erover eens dat formele annexatie niet nodig is, want dat brengt alleen maar nieuwe verantwoordelijkheden met zich mee. Zij genieten nu al alle voordelen van de situatie dat Palestina deel van hun land is. Netanyahu zei afgelopen week nog dat hij in geen enkel vredesscenario de militaire controle over de Westelijke Jordaanoever uit handen geeft. En hij claimde dat de Golan en Oost-Jeruzalem voor altijd van Israël zullen zijn.’

Vijftig jaar bezetting is lang, verzucht Jabarin. Krankzinnig lang. En dat zou iedereen zorgen moeten baren.

‘Iedereen zou zich zorgen moeten maken over de toekomst. Door de globalisering is alles dichtbij. Wat in één deel van de wereld gebeurt heeft invloed op de rest. Het is ook daarom tijd om gerechtigheid naar Palestina te brengen. Alleen door pal te staan voor het internationaal recht kan er vrede komen, niet door macht en geweld.’

Lees ook

JPEG / TRF-shutterstock_242921071

Critici onder vuur / Israëlische regering holt democratie in razend tempo uit

Met wettelijke maatregelen wil de Israëlische regering binnenlandse kritiek op haar bezettingspolitiek verder aan banden leggen. Ditmaal liggen mensenrechtenorganisaties en de academische vrijheid onder vuur. Ook dient televisiezender Al-Jazeera het veld te ruimen; volgens Israël is sprake van ‘een opruiingsmachine in de stijl van nazi-Duitsland’.