Jan Tervoort / Israëls politieke impasse: een analyse

Israël gaat op weg naar een historische derde verkiezingsronde in een jaar tijd, op 2 maart 2020. En dat terwijl er een constante, overgrote electorale meerderheid is voor de rechts- tot extreemrechts-religieuze politiek. Waarom lukt het dan niet om een kabinet te vormen?

Verkiezingsposters in Israël, eerder dit jaar, met Benny Gantz en zijn Blauw-Wit (links) en Benjamin Netanyahu als leider van een extreemrechts-religieus blok (rechts).VinNews 

Velen zijn het met de inmiddels al een jaar durende permanente staat van verkiezingen in Israël waarschijnlijk vergeten. Maar de huidige politieke impasse ontstond in november 2018, toen minister van Defensie Avigdor Lieberman aftrad en zich met zijn extreemrechtse partij ‘Israël Ons Huis’ (rechts van Likud) terugtrok uit het meest rechts-religieuze kabinet uit de geschiedenis van Israël. De reden: Lieberman vond dat premier Netanyahu niet hard genoeg optrad tegen Hamas in Gaza. Dit was de opmaat tot de decimering van de linkse politiek in Israël, en de algemene electorale ruk naar rechts met betrekking tot het Israëlisch-Palestijns conflict in de daaropvolgende verkiezingen.

Het zogenaamde centrum-linkse blok

Want in de verkiezingen van april 2019 werd de Arbeiderspartij weggevaagd, om niet meer te herstellen. Nu peilt ‘links’ (de Arbeiderspartij samen met de andere traditionele linkse partij, Meretz, die nu deel uitmaakt van de Democratische Unie) een schamele acht tot tien van de 120 zetels in de Knesset. En dit alles vanwege de nieuwe grote ‘centrum’-partij Blauw-Wit van ex-generaal Benny Gantz, die een grote schare kiezers wist aan te spreken met een effectief ‘one-issue’ programma: ‘Weg met Netanyahu!’ De langst zittende, door corruptie geplaagde en binnenkort ook in staat van beschuldiging gestelde premier van Israël die maar niet op wil stappen, werd hiermee de inzet van de reeks verkiezingen en het voornaamste struikelblok voor het vormen van een werkbare coalitie. Over het waarom hiervan, later meer.

Door de eenzijdige verkiezingsstrijd over het politieke lot van Netanyahu wordt echter aan het zicht onttrokken, en dan voornamelijk voor de westerse media, wat voor partij Blauw-Wit nu eigenlijk is. Veelzeggend was het eerste verkiezingsspotje van Gantz, waarin hij zich onder de slogan ‘Alleen de sterkste wint. Gantz. Israël voor alles!’ op de borst klopte over de verwoestende oorlog tegen Hamas in Gaza in 2014, die onder zijn leiding plaatsvond. Nu is Blauw-Wit de partij van de militairen – aangevuld met ex-journalist en windvaan Lapid –, maar ook op het gebied van de illegale kolonisering en aanstaande annexatie van (delen van) de Westelijke Jordaanoever is Blauw-Wit onmogelijk als centrumpartij te karakteriseren. Toen Netanyahu, om de extreemrechts-religieuze kolonistenkiezer te paaien, in september zijn annexatieplan voor de Jordaanvallei presenteerde, beweerden Gantz en de zijnen zelfs dat Netanyahu dit plan van Blauw-Wit gestolen had!

Blauw-Wit is binnen de context van het Israëlisch-Palestijns conflict geen centrumpartij, maar een zeer rechtse partij, net als het Likud van Netanyahu, maar dan zonder het openlijke racisme en de schandalen van de laatste. Niettemin werden de op niets uitgelopen verkiezingen van 9 april en 17 september 2019 geframed als een strijd tussen het ‘centrum-linkse blok’ onder Gantz en het rechts- tot extreemrechts-religieuze blok onder Netanyahu. De realiteit is dat er in Israël electoraal gezien een stabiele, overgrote meerderheid is van een rechts- tot extreemrechts-religieus blok van rond de 95 van de 120 zetels. Het bestaat uit Blauw-Wit, Likud, Israël Ons Huis, Nieuw Rechts/Joods Huis en de twee ultraorthodoxe partijen.

De ‘Arabieren’ doen voor spek en bonen mee

Temeer daar de derde grootste partij van Israël, de Verenigde Arabische (lees: Palestijnse) Lijst, waar het kabinetsdeelname betreft altijd voor spek en bonen aan de verkiezingen deelneemt. Hoewel deze partij (13 zetels bij de laatste verkiezingen) in de peilingen voor het frame en gemak bij het ‘centrum-linkse’ blok (Blauw-Wit, Arbeiderspartij, Democratische Unie) wordt gerekend, kent ‘de enige democratie in het Midden-Oosten’ de ongeschreven regel dat er niet met ‘Arabische’ partijen in een kabinet wordt samengewerkt. Zelfs het – wat betreft het Israëlisch-Palestijns conflict – meest linkse kabinet ooit, dat van Rabin ten tijde van de Oslo-akkoorden, nam de Arabische partijen niet in het kabinet op, hoewel Rabin die partijen wel nodig had om de Oslo-akkoorden door de Knesset te krijgen.

Die samenwerking met ‘de Arabieren’, ook al was die buiten het kabinet om, was een van de redenen voor de ongekende haat van extreemrechts-religieus Israël tegen Rabin, die mede leidde tot de moordaanslag op hem door de rechts-religieuze fascist Yigal Amir. U begrijpt dat Gantz en Blauw-Wit nooit met de Arabische partijen zullen samenwerken in een kabinet. Mocht dat in een zeer uitzonderlijk geval toch gebeuren, dan kan Gantz rekenen op permanente 24-uurs bewaking.

Voor een mogelijk samen te stellen coalitie met een meerderheid in de Knesset dient men dus standaard de zetels van de Arabische partijen niet mee te tellen. Het zogenaamde ‘centrum-linkse blok’ is daardoor in werkelijkheid een onwerkbare minderheid van het rechtse Blauw-Wit en de afstervende linkse partijen, met hoogstens 45 zetels van de 120. Tenzij deze partijen een kabinet zouden kunnen vormen met de twee ultraorthodoxe partijen, samen goed voor minstens 16 zetels. Maar dan zijn we beland bij het eerste probleem voor de huidige impasse, en het belangrijkste structurele probleem voor de toekomst van de Israëlische politiek.

De ultraorthodoxe partijen: samen voor ons eigen

De twee ultraorthodoxe partijen – Shas (sefardim) en Verenigd Thora (ashkenazim) – zijn partijen die zich uitsluitend op de eigen, naar binnen gekeerde fundamentalistisch-religieuze gemeenschap richten. Met als politiek doel de geprivilegieerde status van de Haredim (ultraorthodoxen) binnen de Israëlische samenleving te beschermen, zodat zij hun hele leven aan het geloof kunnen blijven wijden. Vanwege de aard van de Haredi-gemeenschappen, die inmiddels rond de 13 procent van de Israëlische bevolking vormen, maken zij een onevenredig grote aanspraak op de sociale voorzieningen in Israël. En de Haredim zijn met hun hoge kindertal de snelst groeiende afzonderlijke bevolkingsgroep in Israël, die naar verwachting over veertig jaar een derde deel van de Israëlische bevolking zal uitmaken. Echter, de grootste doorn in het oog van het seculiere deel van een gemilitariseerde samenleving als die van Israël is dat de Haredi-jeugd voor het grootste deel is vrijgesteld van militaire dienstplicht.

Shas en Verenigd Thora zijn uiteraard geen natuurlijke partners voor het seculiere Blauw-Wit en de linkse partijen die al jaren strijden tegen de privileges van de Haredim. Een coalitie van deze partijen is dan ook vrijwel uitgesloten. De ultraorthodoxen werkten de afgelopen twee decennia vooral samen met de extreemrechtse en nationaal- religieuze partijen onder leiding van Likud (of Kadima van Ariel Sharon), waarbij zij steun gaven aan steeds repressiever beleid tegen de Palestijnen op de Westoever en in Gaza, de illegale kolonisering van de Westoever en verder onliberaal beleid, in ruil voor onder andere behoud van de vrijstelling van dienstplicht.

Voor deze ‘natuurlijke’ samenwerking tussen extreemrechts en de religieuze partijen stak echter dezelfde Lieberman met wie dit stuk en de politieke impasse begon een stokje. Hij stelde als absolute voorwaarde voor samenwerking tussen zijn extreemrechtse partij (acht zetels) en de ultraorthodoxe partijen het opheffen van de vrijstelling van militaire dienstplicht voor ultraorthodoxen. Bij de verkiezingen van april 2019 kwam het rechts- tot extreemrechts-religieuze blok inclusief de ultraorthodoxe partijen op een comfortabele meerderheid van 65 zetels, maar omdat Lieberman met zijn partij van toen vijf zetels niet samen kon met de ultraorthodoxen, ging (en gaat) het gebruikelijke extreemrechts-religieuze feest niet door.

Hoewel Lieberman een tamelijk abjecte, openlijk extreemrechtse racist is, moet zijn onbuigzaamheid om toe te geven aan de ultraorthodoxen als een van de oorzaken van Israëls politieke impasse zeker op waarde geschat worden. De ultraorthodoxe partijen zullen de komende decennia vanwege de bevolkingstoename van de Haredim, een hondstrouw electoraat, alleen maar groeien en snel onmisbaar worden om welke coalitie dan ook te kunnen vormen. Wat dat betreft lijkt Lieberman zich te realiseren dat het nu of nooit is om wat aan hun maatschappelijk gezien scheefgegroeide privileges te doen.

Koning Bibi wil maar niet weg

Omdat het extreemrechtse (Likud) tot nog extreemrechtsere religieuze blok geen kabinet kan vormen zolang Lieberman voet bij stuk houdt, blijft alleen de mogelijkheid van een zogeheten ‘nationaal kabinet’ tussen Blauw-Wit en Likud (eventueel aangevuld met andere partijen) over. Maar aangezien Blauw-Wits voornaamste verkiezingsbelofte is om Netanyahu als premier weg te krijgen, is hier ‘koning Bibi’ die weigert op te stappen de reden voor de politieke impasse. Met Likud zonder Netanyahu als partijleider had een rechtse partij als Blauw-Wit gemakkelijk een coalitie kunnen vormen. En ook al lijkt na twee verkiezingen Blauw-Wit inmiddels aan de winnende hand ten opzichte van Likud onder Netanyahu, en zal Netanyahu de eerste voor corruptie en omkoping in staat van beschuldiging gestelde zittende premier van Israël worden, toch stapt hij niet op. Waarom niet?

Omdat hij in een nieuw kabinet een immuniteitswet tegen zijn eigen strafvervolging door de Knesset wil loodsen en zo zijn politieke leven wil redden? Dit scenario is vrijwel uitgesloten, gezien het feit dat alleen een extreemrechts-religieus kabinet hier aan mee zou werken, maar Lieberman dit kabinet blokkeert en inmiddels zo gebrouilleerd is met zijn oude baas Netanyahu dat hij ook ook op dit punt niet mee zal willen werken. En hoewel Netanyahu de komende leiderschapsstrijd binnen Likud vrijwel zeker gaat winnen, en Likud onder Netanyahu in de peilingen aanzienlijk beter scoort dan onder zijn uitdager Gideon Sa’ar, lijkt mij een andere reden meer voor de hand te liggen voor Netanyahu’s weigering om op te stappen.

Ook al ziet Netanyahu overal het teken van zijn naderende politieke einde aan de wand, zijn belangrijkste werk en erfenis is nog net niet af. Netanyahu is vanwege zijn Amerikaanse achtergrond de belangrijkste spil en architect geweest van de onevenredig grote invloed van de staat Israël in de Amerikaanse politiek. Netanyahu’s persoonlijke bezoek aan het Amerikaanse congres in 2015, georganiseerd met hulp van de Republikeinen teneinde achter de rug van president Obama om – een unicum – diens deal met Iran te verstoren, bleek slechts de eerste symbolische stap in de bekroning van zijn werk.

Met het aantreden van Trump als president kreeg Netanyahu alles van de VS gedaan waar hij op gehoopt en voor gewerkt heeft. De verhuizing van de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem; de erkenning van de in 1967 op Syrië veroverde Golan-hoogte als Israëlisch grondgebied; het stopzetten van de Amerikaanse financiële bijdrage aan UNWRA en bijna alle financiering aan de Palestijnse Autoriteit; en de opzegging van de Iran-deal. Als klap op de vuurpijl beschouwt de regering-Trump sinds november de illegale Israëlische kolonies op de militair bezette Westoever niet meer als illegaal, daarmee de weg vrijmakend voor daadwerkelijke officiële annexaties.

Er staat nog één punt op Netanyahu’s wensenlijstje dat hij gerealiseerd wil hebben voor hij vertrekt: een officieel militair bijstandsverdrag tussen de VS en Israël, gericht tegen Iran. Nu Trump juist van plan is de Amerikaanse militaire betrokkenheid in het Midden-Oosten terug te draaien dringt de tijd voor Netanyahu. En niet alleen voor hem: de Amerikaanse verkiezingen van volgend jaar november komen eraan en of Trump, die inmiddels een impeachment aan zijn broek heeft, die gaat winnen is allerminst zeker. Netanyahu heeft als eerste Israëlische premier openlijk al zijn eieren in het Republikeinse mandje van Trump gelegd, in plaats van de gebruikelijke onpartijdige houding richting Democraten en Republiekeinen.

Permanente verkiezingen

De peilingen voor de derde Israëlische verkiezingen op rij van 2 maart 2020 laten geen wezenlijke verschuivingen zien die de hier geanalyseerde politieke impasse doorbereken. De kans is groot dat, uitzonderlijke gebeurtenissen als een grote oorlog of aanslag daargelaten, de Israëlische politiek na deze verkiezingen in dezelfde impasse blijft hangen. En dan? Vierde verkiezingen?

Maar ook al ligt de Israëlische wetgevende macht voorlopig nog stil, het demissionaire kabinet-Netanyahu gaat gestaag verder met de illegale kolonisering van Oost-Jeruzalem en de Westoever en de blokkade van Gaza. Zoals zo vaak binnen het Israëlisch-Palestijns conflict, zullen de miljoenen Palestijnen in de bezette gebieden, die voor de derde keer niet mee mogen stemmen over hun eigen lot, uiteindelijk het kind van de rekening zijn van de interne politieke strubbelingen van de staat Israël.