Israël maakt het collectieve leven van Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever bewust kapot. Dat stelt de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem in een nieuw rapport.

Het rapport, maar liefst 249 pagina’s dik en getiteld The Elimination Project (Het Eliminatieproject), is een gedetailleerde beschrijving van de geschiedenis van de vernietiging van Palestijns leven op de bezette Westelijke Jordaanoever. Die vernietiging is sinds oktober 2023 in een stroomversnelling gekomen.
The Elimination Project is gebaseerd op zo’n 2000 getuigenissen van Palestijnen, en op openbare bronnen als enquêtes en journalistieke en historische bronnen. Ook rapporten van hulp- en ontwikkelingsorganisaties, internationale mensenrechtenorganisaties en de Verenigde Naties werden in de analyse van de situatie op de Westoever meegenomen. Het veldonderzoek is gedaan door Palestijnen die deel zijn van de gemeenschappen die Israël probeert te elimineren. Daarover schrijft B’Tselem:
Zij die de moeilijke dagelijkse werkelijkheid op de Westelijke Jordaanoever ervaren, hebben kennis die essentieel is om die werkelijkheid te begrijpen. Doordat de onderzoekers de gemeenschappen al langere tijd kennen, kunnen ze de lokale contexten begrijpen, aanhoudende patronen herkennen en geleidelijke veranderingen in de loop van de tijd ter plaatse traceren.
Door die methode en door het schetsen van een brede historische context die teruggaat tot de Nakba (die in 1947 begon), tilt B’Tselem de situatie op de Westoever uit boven het niveau van mensenrechtenschendingen tegen individuen. Met andere woorden: als een Palestijn door illegale kolonisten wordt neergeschoten, is dat niet alleen een misdaad tegen die ene Palestijn, maar onderdeel van het grotere Israëlische gewelddadige project tegen álle Palestijnen.
Als een nieuw checkpoint wordt opgezet, belemmert dat niet alleen de bewegingsvrijheid van de Palestijnen die dat checkpoint moeten passeren, maar ondermijnt dat een normaal sociaal leven voor alle Palestijnen.
B’Tselem onderscheidt vijf gebieden waarop Israël werkt aan de eliminatie van Palestijns leven op de Westelijke Jordaanoever. Geweld en intimidatie, bewegingsbeperkingen, economische verstikking, sociale en politieke vernietiging, en tenslotte etnische zuivering en annexatie van land.
Alle acties die hieronder vallen, van het ontwortelen en verwoesten van olijfbomen en het binnenvallen van huizen en arresteren van burgers, tot het afsluiten van wegen, het intimideren van journalisten en het bulldozeren van scholen, zijn enorm toegenomen sinds de genocide in de Gazastrook in oktober 2023 begon.
Geweld tegen en intimidatie van Palestijnen in de bezette gebieden is er altijd geweest, maar ziet er sinds oktober 2023 anders uit, toont het rapport. Het Israëlische leger heeft duizenden illegale kolonisten gerekruteerd voor ‘defensiebataljons’, in het Hebreeuws de Hagmar. Samen met het leger en met duizenden leden van ‘veiligheidseenheden’ van nederzettingen en outposts, maken ze de Westoever onveilig voor de Palestijnen die er al generaties lang wonen.
Die kolonistenmilities gedragen zich als militairen, en krijgen die ruimte ook van het leger. Ze vragen Palestijnen om identiteitspapieren, arresteren ze, slopen Palestijnse bouwwerken en sluiten hele gemeenschappen af met checkpoints en slagbomen. Het onderscheid tussen de verschillende gewapende groepen vervaagt steeds verder.
Het aantal vermoorde Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem is de afgelopen jaren dramatisch gestegen. Tussen 7 oktober 2023 en 30 juni 2026 heeft Israël er 1.087 Palestijnen gedood, onder wie 242 kinderen en 21 vrouwen.
B’Tselem schrijft:
Het geweld creëert voor Palestijnen een voortdurende realiteit van angst, onzekerheid en kwetsbaarheid, waarin zelfs alledaagse activiteiten, zoals naar werk of school gaan, het land bewerken, het laten grazen van vee, voor medische zorg reizen of thuisblijven, gepaard gaan met de angst te worden blootgesteld aan geweld.
Het uitgebreide netwerk van maatregelen dat het Palestijnen onmogelijk maakt vrij te reizen, wordt sinds oktober 2023 steeds gewelddadiger en willekeuriger in stand gehouden, zegt B’Tselem. Het gaat om de scheidingsmuur, de ontelbare permanente en tijdelijke (‘vliegende’) checkpoints en wegafsluitingen, de wegen die Palestijnen niet mogen gebruiken, en het systeem dat bepaalt wie toestemming heeft om waar te reizen.
Een grafiek in het rapport laat zien dat het aantal ‘obstakels’ (van checkpoints tot hopen zand en stenen) op de weg tussen juni 2023 en december 2025 is toegenomen van 650 naar ruim 900. B’Tselem levert er historische context bij en laat in detail zien hoe het Palestijnen vooral sinds begin jaren 90 steeds onmogelijker is gemaakt te reizen.
Kleine afstanden overbruggen duurt nu uren, kinderen en studenten kunnen hun school of universiteit en volwassenen hun werk niet bereiken, boeren kunnen hun land niet bewerken, naar het ziekenhuis gaan wordt steeds onmogelijker, net als op bezoek gaan bij familie. Wie ‘s ochtends op pad gaat, weet niet of hij ‘s avonds weer thuis kan komen – en dus blijven steeds meer mensen sowieso maar thuis.
Israël confisqueert vaak land dat Palestijnen niet meer gebruiken, het benoemt dat tot Israëlisch staatsland. En daarmee, stelt B’Tselem, zijn de bewegingsbeperkingen een instrument geworden om Palestijnen te verdrijven en onteigenen.
De beperkte bewegingsvrijheid raakt direct aan de manier waarop de bezetting de Palestijnse economie de nek omdraait. Sinds oktober 2023 zijn alle vergunningen voor Palestijnen om in Israël te werken, ingetrokken. Dat heeft de werkloosheid opgedreven van 13 procent in 2022 tot 31 procent in 2024.
Maar de historische context laat nog iets anders zien. Het systeem van werkvergunningen werd vanaf 1967 opgetuigd, omdat Israël de goedkope Palestijnse arbeidskrachten nodig had. In Palestina was werk nauwelijks voorhanden, omdat Israël de economische ontwikkeling daar onmogelijk maakte door onder andere importbeperkingen en handelsrestricties, en door natuurlijke hulpbronnen als water en landbouwgrond onder Israëlische controle te plaatsen.
Kortom: Israël heeft de Palestijnse economie ondergeschikt gemaakt aan die van zichzelf, en daarmee vernietigd. Die economische verstikking gaat nog altijd door, onder andere door de Palestijnse Autoriteit financieel af te knijpen – daarover schreven we hier al. Volgens B’Tselem gaat dat zo ver, dat de verstikking een doelbewuste strategie is geworden om Palestijns bestaan onmogelijk te maken.
Wat verstikking betreft: al sinds het begin van de bezetting in 1967 verbiedt of beperkt Israël vrijwel iedere vorm van onafhankelijke Palestijnse politieke activiteit. Maatschappelijke organisaties, politieke partijen, jongeren- en studentengroepen zijn verboden, journalisten en mensenrechtenactivisten worden weggezet als ‘terroristen’ of beschuldigd van ‘opruiing’.
Sinds oktober 2023 is Israël daarin geëscaleerd. Het gewelddadig onderdrukken van demonstraties is er een voorbeeld van. B’Tselem becijfert dat Israël tussen 7 oktober 2023 en half mei 2024 28 demonstrerende Palestijnen heeft vermoord, onder wie elf kinderen. Ter vergelijking: dat is bijna de helft van het aantal Palestijnen dat Israëlische strijdkrachten tijdens demonstraties hebben gedood in de dertien jaar voorafgaand aan oktober 2023.
Dat dit soort moorden sindsdien zijn afgenomen, komt niet doordat het leger zich meer inhoudt, maar doordat veel leiders binnen de gemeenschap zijn opgepakt en het geweld zo’n intimiderend effect heeft gehad dat demonstraties nauwelijks nog plaatsvinden.
Ook plekken waar Palestijnen hun gemeenschappelijke leven opbouwen en leven, zoals universiteiten, culturele en religieuze centra, archieven en de pers, liggen (letterlijk) onder vuur. Tel daarbij op dat Israël Palestijnse symbolen, zoals vlaggen, massaal vervangt door Israëlische en daar het landschap helemaal mee overspoelt, en het wordt duidelijk: het sociale en politieke leven van Palestijnen wordt vernietigd. B’Tselem schrijft daarover:
Controle over symbolen is niet triviaal: het drukt een aanspraak uit op exclusiviteit over ruimte, en over de geschiedenis en de politieke identiteit die in die ruimte wordt toegestaan.
Het bestaan van de Palestijnse Autoriteit (PA), die formeel zeggenschap heeft over beperkte delen van de Westoever, betekent eigenlijk niets meer, blijkt uit ‘The Elimination Project’. Dat de PA ook maar enige politieke macht of autonomie heeft, is, zegt B’Tselem, een ‘illusie’. B’Tselem:
Pogingen om de PA uit te schakelen, zijn explicieter dan ooit. Minister Smotrich [van Financiën] verklaarde bijvoorbeeld dat het zijn bedoeling was om “het kwaad en de terreurautoriteit die bekendstaat als de Palestijnse Autoriteit ten val te brengen.”
Ronduit huiveringwekkend is het deel van het rapport dat de etnische zuivering en annexatie van de Westelijke Jordaanoever beschrijft. Daarin komt al het geweld dat Israël inzet tegen Palestijns leven samen: aan de ene kant worden alle voorwaarden voor Palestijns bestaan vernietigd, aan de andere kant wordt Israëlische dominantie uitgebreid en verstevigd.
Die ontwikkeling zette zich in 1947, met het begin van de Nakba, in gang en duurt tot op de dag van vandaag voort. En ook hier toont B’Tselem overtuigend aan dat het geweld en de intimidaties sinds oktober 2023 zijn toegenomen en dat Israël geen enkel middel schuwt.
Het aantal nederzettingen en outposts wordt in rap tempo uitgebreid. Israël verwoest de huizen en andere bouwwerken van Palestijnen, richt nationale parken op en wijst archeologische vindplaatsen aan op Palestijns land om die vervolgens tot ‘Israëlisch erfgoed’ te bestempelen. Het verklaart Palestijns land tot ‘militaire zone’ waar geen Palestijn nog toegang toe heeft, en ontruimt en vernietigt vluchtelingenkampen.
Vooral dit jaar heeft Israël administratieve en wettelijke maatregelen genomen om zijn annexatie te versnellen. Daarmee worden de Oslo-akkoorden (uit 1993 en 1995), die de basis hadden moeten leggen voor een Palestijnse staat, in feite vernietigd.
Daar maakt Israël geen geheim van: minister Smotrich diende afgelopen mei een plan in om gebieden die onder Palestijns bestuur staan, over te hevelen naar Israëlisch bestuur. B’Tselem schrijft dat mensen uit de kring rond Smotrich zeiden dat het de bedoeling was de Oslo-akkoorden feitelijk teniet te doen.
Interessant is het juridische kader waarin B’Tselem het eliminatieproject zet. Daarvoor worden de vijf manieren waarop Israël Palestijns leven op de Westoever systematisch vernietigt niet apart, maar in hun onderlinge samenhang bekeken. Volgens de analyse van B’Tselem wordt vooral het verbod op apartheid geschonden.
Apartheid wordt gedefinieerd als ‘een geïnstitutionaliseerd regime van scheiding, overheersing en systematische onderdrukking dat door de ene raciale, etnische of nationale groep aan een andere wordt opgelegd door middel van onmenselijke daden die erop gericht zijn die overheersing te vestigen en in stand te houden’.
Ook het internationaal humanitair recht is van toepassing. Het rapport noemt een hele reeks aan schendingen van de rechten van mensen die leven onder bezetting, en stelt dat er sprake kan zijn van oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid.
Specifiek noemt het onrechtmatige doding, marteling, onrechtmatige gevangenzetting, collectieve bestraffing, vervolging, uitzetting en gedwongen deportatie, en het vestigen van nederzettingen. Het Palestijnse volk wordt bovendien het recht op zelfbeschikking ontzegd.
Een genocide voltrekt zich volgens B’Tselem niet op de bezette Westelijke Jordaanoever – nog niet. B’Tselem:
Er wordt momenteel een genocide uitgevoerd in de Gazastrook, maar het gevaar van genocide beperkt zich niet tot dat gebied. Dezelfde bestuurlijke logica van verdrijving wordt toegepast op Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en elders. Zonder een doeltreffend nationaal of internationaal mechanisme om dit te stoppen, kunnen genocidaal geweld en de praktijken die dit mogelijk maken, zich ook naar die gebieden verspreiden.
B’Tselem roept de internationale gemeenschap op de grootschalige schending van Palestijnse rechten in onderlinge samenhang te zien, net zoals het rapport zelf doet. Want, stelt de organisatie, door dat niet te doen en telkens incidenten afzonderlijk te veroordelen, krijgt Israël alle tijd zijn project van eliminatie voort te zetten. B’Tselem voegt toe:
De politieke, militaire, economische en diplomatieke steun die Israël nog steeds krijgt, geven het Israëlische regime de middelen, legitimiteit en vrijheid door te gaan met het plegen van misdaden tegen Palestijnen.
Tenslotte, stelt B’Tselem, moet er aandacht zijn voor de manier waarop de Palestijnen zich verhouden tot de realiteit waarin ze leven. Ze houden vast aan hun land, onderhouden en ontwikkelen instituties en sociale en politieke structuren, bewaren hun herinneringen en identiteit, organiseren en verzetten zich.
Allemaal met als doel een Palestijnse toekomst vorm te geven. En precies dat doel, stelt B’Tselem, moet het uitgangspunt zijn van een rechtvaardige politieke orde.