Selecteer een pagina

Achtergronden

Tweede Kamer

SGP

Met de Bijbel in de hand ijveren voor Groot-Israël

De Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) laat zich in haar Israël-standpunt leiden door de Bijbel: de joden zijn het uitverkoren volk en Israël is hun staat. ‘Israël’ wil zeggen: Groot-Israël, want voor een onafhankelijke Palestijnse staat is in het Heilig Land geen ruimte, vindt de SGP. Terwijl de ChristenUnie wil doen voorkomen dat zij een evenwichtig standpunt heeft, is de SGP onversneden pro-Israël.

De SGP is aangesloten bij de Israel Allies Foundation, een internationaal netwerk van christelijk-zionistische partijen en parlementariërs. SGP-leider en -buitenlandwoordvoerder Kees van der Staaij is voorzitter van de Nederlandse afdeling. In de Tweede Kamer behartigt hij voortdurend de belangen van de Israëlische regering. De beheerste en beleefde wijze waarop hij dat doet, kan niet verhullen dat de SGP deelt uitmaakt van de extreme pro-Israël-vleugel in de Kamer die de bezetting steunt.

Opstelling tijdens kabinet-Rutte II

De SGP was zeer actief op het dossier-Israël/Palestina. Ze werkte nauw samen met de ChristenUnie, vooral bij Kamervragen en moties. Met de PVV en VNL vormden SGP en CU een ‘bezettingslobby’ in de Tweede Kamer.

In 2012 steunde de SGP een PVV-motie voor erkenning van de nederzettingen. Ze bestreed elke maatregel tegen het nederzettingenbeleid, zoals de etikettering van nederzettingenproducten en het ‘ontmoedigingsbeleid’. Consequent steunde de SGP PVV-moties voor verplaatsing van de Nederlandse ambassade naar Jeruzalem. Met de VVD en CU was de SGP een aanjager van de intensivering van de betrekkingen met Israël, zonder daar voorwaarden aan te stellen. Met die partijen leidde de SGP bovendien de campagne in de Kamer tegen de geweldloze BDS-beweging.

Een terugkerend speerpunt van SGP en CU vormden de toelagen (‘salarissen’) die de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) betaalt aan Palestijnen in Israëlische gevangenissen (‘terroristen’). Hoewel bekend is dat Nederland en de EU niet aan die toelagen bijdragen, brachten SGP en CU de kwestie bij elke gelegenheid op.

Kamervragen

De SGP heeft tijdens Rutte-II 31 keer Kamervragen over Israël-Palestina gesteld − 21 keer was de partij eerste indiener, tien keer tekende ze mee met Kamervragen van VVD, CU en PVV. Via de vragen heeft de CU de economische banden met nederzettingen bevorderd, maatregelen tegen het nederzettingenbeleid ondermijnd, de Palestijnse Autoriteit als financier van terroristen gestigmatiseerd en bijgedragen aan de hetze tegen de BDS-beweging. Daarbij maakte de SGP gebruik van dubieuze bronnen: Palestinian Media Watch en Regavim. Dat zijn rechtse Israëlische organisaties die de bezetting steunen.

Overzicht van alle Kamervragen van de SGP tijdens Rutte-II

Moties

Partijen dienen moties in om het kabinetsbeleid te beïnvloeden. Tijdens Rutte-II heeft de SGP 17 moties over Israël-Palestina ingediend, waarvan negen als eerste indiener. De moties overlapten inhoudelijk met de thema’s van de Kamervragen die de partij heeft gesteld: economische banden met nederzettingen bevorderen, maatregelen tegen het nederzettingenbeleid ondermijnen, de Palestijnse Autoriteit als financier van terroristen zwartmaken en de BDS-beweging verzwakken.

In de periode-Rutte II hebben we 55 moties geregistreerd die, op grond van hun oproep aan de regering, als vóór of tegen de Israëlische bezetting te classificeren zijn. Voor de moties ‘pro-bezetting’ (31 stuks) geldt in algemene zin: die bevorderen beleid dat de bestaande situatie van ongelijkheid en rechteloosheid bestendigt en de bezetting en nederzettingen ten goede komt. Voor de moties ‘anti-bezetting’ (24 stuks) geldt: die willen de status quo van ongelijkheid en rechteloosheid juist doorbreken en voorzien in maatregelen tegen de bezetting en nederzettingen.

Alle partijen stemmen over de ingediende moties. Voor de 55 moties hebben we het stemgedrag per partij geregistreerd. De SGP zit in het pro-bezettingsblok in de Tweede Kamer: zij heeft 26 van de 31 pro-bezettingsmoties gesteund (84 procent), en geen enkele anti-bezettingsmotie.

Meer informatie over Kamervragen, moties en zetelverdeling

Verkiezingsprogramma

Het verkiezingsprogramma van de SGP bevat een lange tekst over de kwestie-Palestina/Israël. Daarin wordt Israël neergezet als het slachtoffer, waar Nederland ‘pal voor en achter’ moet staan. Met geen woord verwijst de SGP naar de bezetting. De Palestijnen maken hooguit aanspraak op betere humanitaire omstandigheden. De volledige tekst luidt:

Vanaf het ontstaan van de staat Israël in 1948 wordt het land continu bedreigd door haatdragende, vijandige Arabische buren en andere vijandige islamitische staten. Oorlogen zijn gevoerd, aanslagen worden gepleegd, onschuldigen gegijzeld en vermoord. Nog dagelijks zijn de Israëli’s hun leven niet zeker, ook in eigen land niet. Het is een wonder dat Israël nog bestaat!

Door die voortdurende bedreigingen in woord en daad is Israël genoodzaakt stevige veiligheidsmaatregelen te nemen. Wie daar geen oog voor heeft doet geen recht aan de positie van Israël in het Midden-Oosten en de wereld. Wie de waarheid zelfs bewust verdraait, maakt zich indirect medeschuldig aan het demoniseren van de Joodse staat, met alle kwalijke gevolgen van dien. Daarom moet Nederland pal voor en achter Israël staan. Maar ook nog om een andere reden: Israël is een vrij en democratisch land in een regio vol onrust en burgeroorlog. Des te gekker is het als juist dit land als een schurkenstaat wordt afgeschilderd.

Veiligheid

  • Voorop staat dat Israël in deze turbulente regio recht heeft op erkende en veilige grenzen.
  • Vrede tussen Israël en Palestijnen moet bevorderd worden door vredesbesprekingen en door economische en humanitaire samenwerking ‘van onderop’.
  • Uitspraken over het vredesproces vanuit Den Haag, Washington, New York of Brussel moeten ten dienste staan aan de vredesinitiatieven ‘van onderop’; zware druk van bovenaf om te komen tot een twee-statenoplossing wijst de SGP af.
  • De SGP is tegen eenzijdige erkenning van een Palestijnse staat.
  • Bij niet-naleving kan het atoomverdrag met Iran gevaarlijk zijn voor het Midden-Oosten, Israël in het bijzonder. Daarom moet Nederland zich inzetten voor streng toezicht op naleving van de afspraken.

Verbondenheid

  • Jeruzalem moet de ongedeelde hoofdstad van Israël blijven, en de Nederlandse ambassade moet naar Jeruzalem.
  • Nederlandse diplomaten dienen zich in Arabische landen en binnen internationale gremia als de VN, in te zetten voor een positievere benadering van Israël.
  • Op het gebied van handel, innovatie, landbouw, defensie en veiligheid (terrorismebestrijding) moeten we de banden tussen Israël en Nederland aanhalen.
  • Het associatieverdrag van de EU met Israël moet opgewaardeerd worden. Wat zeker níet helpt zijn anti-Israëlische boycots, ‘straffen’ van investeerders en sancties. Nederland moet daar niet aan mee doen, en geen steun geven aan organisaties die zich daaraan schuldig maken.

Palestijnen

  • De inzet voor verbetering van humanitaire omstandigheden van Palestijnen verdient onze steun. Daarbij moet wel strikter worden toegezien op goede aanwending van steungelden, zodat de gelden ook echt ten goede van de burgers komen, en niet van het regime.
  • Nederland moet zich blijven inzetten voor de vrijheid voor christelijke en andere religieuze minderheden in de Palestijnse gebieden.
  • Palestijnse kinderen mogen niet worden volgestopt met ronduit antisemitisch lesmateriaal, deels gefinancierd met Nederlands en Europees geld. Die subsidies moeten onmiddellijk worden gestopt.
  • Exact hetzelfde geldt voor subsidies die gebruikt worden voor financiële steun aan families van veroordeelde Palestijnse terroristen en zelfmoordaanslagplegers.
  • Er moet een VN-resolutie komen die het aanmoedigen van geweld en het rekruteren van anti-Israëlische strijders door individuen of organisaties strafbaar stelt.
  • Het is raar dat er naast de algemene VN-vluchtelingenorganisatie (UNHCR) ook nog een speciale organisatie voor Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) bestaat. Daarom kan de UNRWA gerust verdwijnen.

Het SGP-programma bevat geen verwijzing naar de internationale rechtsorde.