Misleiding / Makro verkoopt dadels uit bezet Palestijns gebied als ‘Nederlands’

Hoe breng je dadels aan de man die zijn geteeld in illegale Israëlische kolonies in bezet Palestijns gebied? Je doet net of ze uit Nederland komen. Steeds meer bedrijven werken mee aan die cover-up, die zich ongehinderd uitbreidt.

Verpakking van Bomaja-dadels die eind augustus werden aangeschaft bij de Makro-vestiging in Nijmegen. Volgens de streepjescode zijn de dadels afkomstig uit Nederland. Als leverancier wordt het Amsterdamse bedrijf The Peanut Company vermeld. Informatie over de werkelijke herkomst is verwijderd.  

In mei 2017 publiceerden wij onder de titel ‘Het wonder van Dirk’ een artikel over de supermarkt die het fenomeen ‘Nederlandse dadel’ introduceerde. Dat was opmerkelijk: in Nederland worden namelijk geen dadels geteeld. Onderzoek wees uit dat de dadels in werkelijkheid afkomstig waren uit de illegale Israëlische kolonies (‘nederzettingen’) in bezet Palestijns gebied.

Wij waarschuwden dat de vermomming als ‘Nederlandse dadel’ werd toegepast om een naar alle maatstaven ontoelaatbaar product – afkomstig uit een economie die is gebaseerd op militaire bezetting en illegale kolonisering – op de markt te kunnen brengen. ‘Made in Holland’ werd aldus een variant op de bekende vermomming van producten uit bezet Palestijns en Syrisch gebied als ‘Made in Israel’.

De daartoe bevoegde instanties – de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA) en Tweede Kamer – hebben tot dusver niet ingegrepen, met als gevolg dat deze praktijk zich wijder verbreidt. Naast Dirk hebben nu ook groothandel Makro en de DekaMarkt – en mogelijk andere retailers – de Nederlandse dadel in het assortiment opgenomen.

Leverancier buiten beeld

Het betreft dadels van de variëteit ‘Medjoul’ die onder de merknaam Bomaja worden verkocht. Het land van herkomst van de dadels wordt op de verpakking nergens vermeld, maar volgens de streepjescode zou dat Nederland zijn. Als leverancier wordt het in Amsterdam gevestigde The Peanut Company BV vermeld.

Al in 2017 werd echter vastgesteld dat Bomaja een merknaam is van het Israëlische bedrijf Hadiklaim, een coöperatie van Israëlische dadeltelers die in 1982 werd opgericht als vehikel voor de Medjoul-export. Andere door Hadiklaim gebruikte merknamen zijn Jordan River, King Solomon, Tamara Barhi Dates, Desert Diamond, Rapunzel, Shams en Delilah.

Israël heeft de helft van de wereldwijde Medjoul-markt in handen. Hadiklaim neemt het leeuwendeel van het Israëlische aanbod voor zijn rekening. Het exporteert naar tientallen landen; Nederland geldt als een van de belangrijkste Europese markten.

Dadels uit bezet gebied

Die naar Nederland geëxporteerde dadels komen uit de Palestijnse Jordaanvallei, die deel uitmaakt van de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever en over de ideale omstandigheden voor de Medjoul-teelt beschikt. De dadels worden geteeld door Israëlische kolonisten op land dat de Palestijnen toebehoort. Hadiklaim beheert er inmiddels 16 hi-tech verpakkings-stations – ter illustratie van de industriële wijze waarop dit Palestijnse gebied door Israël wordt geëxploiteerd.

De betrokkenheid van Hadiklaim bij de kolonisering en exploitatie van bezet Palestijns gebied is afdoende gedocumenteerd door de Israëlische websites Who Profits en de Wiki Settlement Products van het Israëlische Gush Shalom. Ook het directe verband met de Nederlandse markt staat vast. Het was Yaniv Cohen, directeur marketing van Hadiklaim, die dat feit begin 2017 expliciet bevestigde in een interview met vakblad AGF.nl.

Witwassen als ‘Nederlands product’

In ons artikel over het wonder van Dirk beschreven wij hoe het systeem werkt om dadels uit die illegale setting op de Nederlandse markt te krijgen. De voornaamste voorwaarde is dat de illegale herkomst wordt verduisterd.

De gevonden oplossing is om de dadels om te katten tot ‘Nederlands product’. Daar is voor nodig dat de geïmporteerde dadels in Nederland worden bewerkt – gewassen, gesorteerd en/of verpakt. Wordt daaraan voldaan, dan mag een product volgens de wet een Nederlandse streepjescode aannemen, en mag informatie over de oorspronkelijke leverancier en plaats van herkomst achterwege worden gelaten.

Het is deze sluiproute waarlangs producten uit de illegale Israëlische kolonies in de schappen van Dirk, de DekaMarkt en Makro belanden. Mogelijk worden de dadels door The Peanut Company in bulk geïmporteerd en in Nederland verpakt, waarna ze als ‘Nederlands product’ op de markt worden gebracht. In het proces wordt elke verwijzing naar Israël, de Jordaanvallei en/of Hadiklaim verwijderd.

Daarbij moet worden bedacht dat de dadels vermoedelijk als ‘Made in Israel’ naar Nederland worden geëxporteerd. Dankzij die vermelding wordt namelijk geprofiteerd van handelsvoordelen onder het EU-Israël Associatieverdrag. Eenmaal in Nederland wordt ‘Made in Israël’ vervangen door ‘Made in Holland’. De werkelijke plaats van herkomst – bezet Palestina – blijft in beide gevallen ongenoemd.

Witwassen als ‘Zuid-Afrikaans product’

Het verhandelen van producten uit bezet gebied als ‘Nederlands’ is slechts een van de methodes om de herkomst te verhullen. Eerder schreven wij dat Albert Heijn Medjoul-dadels verkocht – en mogelijk nog verkoopt – als afkomstig uit Zuid-Afrika. Onder het stickertje met die aanduiding was de werkelijke herkomst nog goed te lezen: ‘Israel’.

Ook Dirk van den Broek koos ervoor om zijn tot dan toe als ‘Israelisch’ verkochte Medjoul-dadels (van het Hadiklaim-merk King Solomon) om te katten tot ‘afkomstig uit Zuid-Afrika’, maar liet de oorspronkelijke streepjescode intact. Die begint met 729, de landcode van Israël. Opmerkelijk: volgens AT5 bevestigde Hadiklaim dat de dadels niet uit Zuid-Afrika afkomstig waren; Dirk van den Broek weigerde commentaar.

De voorbeelden onderstrepen dat sprake is van grootschalig geknoei met de herkomst van in Nederland verkrijgbare dadels. Eerder werden in de retail overigens Medjoul-dadels aangetroffen uit het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en zelfs Brazilië.

‘Made in Israel’ onder vergrootglas

Het gechoogel met de herkomst van producten uit bezet gebied wordt gestimuleerd door het feit dat de klassieke verhulling als ‘Made in Israel’ onder een vergrootglas ligt.

In 2015 publiceerde de Europese Commissie richtlijnen voor de correcte etikettering van ‘Israëlische’ producten uit bezet Palestijns gebied, die door de Nederlandse regering werden overgenomen. In eerste instantie heeft dat niet geholpen: producenten en retailers, zoals de HEMA, hebben zich er niets van aangetrokken. Sterker: een correct etiket is nog nooit aangetroffen. Dat memoreerde ook Bram van Ojik (GroenLinks) in april 2018 in de Tweede Kamer; zijn pleidooi voor correcte etikettering werd echter weggelachen.

Maar inmiddels is de kwestie voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie, dat naar verwachting op korte termijn uitspraak doet. Het aan het hof uitgebrachte advies wijst erop dat eindelijk serieus werk zal worden gemaakt van een correcte etikettering. Het is te hopen dat die vergezeld gaat van effectieve handhaving, maar vaststaat dat ‘Made in Israel’ steeds nadrukkelijker onder het vergrootglas komt te liggen.

Daar komt bij dat het misbruik met die aanduideling intussen bij een groot deel van het publiek bekend is. Aangezien niemand kan zien waar de als ‘Israëlisch’ aangeboden producten echt vandaan komen, groeit wereldwijd de bereidheid om alle producten uit Israël te laten staan.

De geboorte van Hadiklaim Nederland

Deze ontwikkelingen hebben het belang versterkt van alternatieve manieren om de herkomst van producten uit bezet gebied te verhullen – en daarmee de lucratieve handel erin overeind te houden. De introductie van de ‘Nederlandse dadel’ is er een gevolg van, maar gezien de belangen is het naief om te denken dat het daarbij blijft. Het ligt voor de hand dat Israëlische bedrijven zich op een dag in Nederland vestigen om hun greep op de handel te vergroten en hun productaanbod uit te breiden.

Precies dat is wat er gebeurt. Eind 2018 werd in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder de naam Palm Fruits BV een groothandel in groenten en fruit opgenomen met als oogmerk ‘het verkopen, exploiteren en distribueren van dadels en andere producten’. De enige aandeelhouder is het Israëlische Hadiklaim. Yaniv Cohen, de genoemde directeur marketing van Hadiklaim, zit in de directie.

Daarmee is in feite ‘Hadiklaim Nederland’ geboren, als bruggenhoofd voor de stroom aan producten uit bezet gebied. Opmerkelijk daaraan is dat de bewezen betrokkenheid van Hadiklaim bij schendingen van de mensenrechten kennelijk geen belemmering vormt voor het opzetten van een Nederlandse vestiging.

Handel is succesfactor voor kolonisering

De belangen van de handel in producten uit bezet gebied is enorm en overstijgt die van de betrokken bedrijven. Eerder dit jaar publiceerden wij een onderzoek naar de grootschalige fraude met ‘Israëlische’ wijn uit bezet Palestijns en Syrisch gebied. Daarin beschreven we in detail de verstrengeling van de Israëlische wijnindustrie met de kolonisering. We concludeerden:

[…] dat de Israëlische wijnindustrie in bezet gebied in korte tijd heeft kunnen uitgroeien tot een volwassen, uiterst rendabele bedrijfstak met internationale ambities, die fungeert als aanjager van verdere kolonisering.

Hetzelfde geldt voor de Israëlische dadel-industrie, die een cruciale pijler vormt onder de kolonisering van de Palestijnse Jordaanvallei. De handel in producten als dadels en wijn is een tastbare exponent van Israëls koloniseringspolitiek, en een voorwaarde voor het succes ervan.

Argeloze consument draagt bij aan kolonisering

Eindstation van de handel is de Nederlandse consument, die producten koopt die hij vermoedelijk nooit zou kopen als hij correct over de herkomst en bijbehorende misstanden zou zijn geïnformeerd. Door de aanschaf van producten uit ‘Israël’, ‘Zuid-Afrika’ en ‘Holland’ draagt hij ongewild bij aan schendingen van de mensenrechten – een situatie die inmiddels decennia bestaat.

Naar schatting zijn op deze manier tientallen miljoenen huishoud-euro’s van Nederlandse consumenten naar de illegale Israëlische kolonies gesluisd – bijdragend aan de verdrijving en onderdrukking van de Palestijnen, en aan de diefstal van hun land en grondstoffen.

Hoe letterlijk dat moet worden genomen beschreef de Israëlische journalist Gideon Levy afgelopen vrijdag in Haaretz (€). Levy bezocht de locatie in de Jordaanvallei waar Israëlische militairen bijna vijfhonderd olijfbomen van Palestijnse eigenaren verwoestten.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.

Lees ook

Steun ons / Samen kunnen we een rechtvaardige uitkomst van de kwestie-Palestina/Israël afdwingen. U kunt onze activiteiten versterken of ons werk financieel ondersteunen.

Ik koester een diepgewortelde hoop op vrede in het midden-oosten met gerechtigheid als basis.

Doekle Terpstra
Bestuurder