Egged / Nederlandse regio’s gooien mensenrechten onder de bus

Sinds 2018 verzorgt busbedrijf EBS, dochter van de bij mogelijke oorlogsmisdaden betrokken Israëlische onderneming Egged, het openbaar vervoer in delen van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. In een brief vraagt The Rights Forum welke stappen de regio sindsdien heeft gezet om een eind te maken aan de misdragingen van Egged.

Een EBS-bus in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. [c] EBS 

Aanleiding voor de brief is de publicatie van de lijst van bedrijven die zakendoen met Israëls illegale kolonies (‘nederzettingen’) in bezet Palestijns gebied, eerder deze maand. Deze zogeheten database is opgesteld door de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN. Een van de bedrijven op de lijst is de Israëlische busonderneming Egged, het moederbedrijf van het in Nederland actieve Egged Bus Systems (EBS).

Egged onderhoudt een netwerk van busdiensten dat de Israëlische kolonies op de bezette Westelijke Jordaanoever onderling en met Israël verbindt. In een dubbelrol van facilitator en profiteur is het bedrijf een essentiële schakel in de voortgaande kolonisering van Palestijns gebied. Die kolonisering gaat gepaard met militaire bezetting en massale schendingen van de mensenrechten.

De Veiligheidsraad heeft Israël bij herhaling in bindende resoluties gemaand de kolonisering te staken. Het Internationaal Gerechtshof deed in zijn bekende adviesrapport over de Israëlische ‘Muur’ hetzelfde. Afgelopen november oordeelde ook het Europees Hof van Justitie dat de kolonisering illegaal is. In het oprichtingsverdrag van het Internationaal Strafhof – het Statuut van Rome – heet het koloniseren van bezet gebied een oorlogsmisdaad. De Nederlandse regering en de Europese Unie beschouwen de kolonisering als illegaal en een obstakel voor vrede.

Metropoolregio negeert mensenrechten

Op basis van het mensenrechtenbeleid en het zogeheten ‘Maatschappelijk Verantwoord Inkopen’ (MVI) zijn Nederlandse overheden verplicht de risico’s dat zij via zakelijke relaties betrokken raken bij mensenrechtenschendingen in kaart te brengen, en aan te geven hoe zij die risico’s aanpakken en voorkomen. Uitgangspunt is ‘het voorkomen van mensenrechtenschendingen in de keten’.

Op basis hiervan zouden overheden afstand dienen te bewaren tot een bedrijf als Egged, dat zich al vele jaren doof houdt voor oproepen zijn activiteiten in de nederzettingen te staken. Niettemin besloot de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), een samenwerkings­verband van 23 gemeenten, eind 2017 EBS een vergunning te verlenen voor busdiensten in een deel van de regio. In juli 2018 kreeg EBS een vergunning voor vervoer in een tweede deel. Degelijk onderbouwde oproepen van The Rights Forum en andere organisaties om de mensenrechten te respecteren werden als ‘niet aan de orde’ terzijde geschoven.

In een brief, hieronder te lezen, vraagt The Rights Forum de MRDH nu om een reactie op het verschijnen van de VN-lijst en het opnemen van Egged daarop door de Hoge VN-Commissaris voor de Mensenrechten. Heeft de lijst de regio tot nieuwe inzichten gebracht wat betreft samenwerking met EBS? Zou de MRDH in voorkomende gevallen opnieuw overwegen met EBS in zee te gaan?

Daarnaast vraagt The Rights Forum de risico-analyse op die de MRDH destijds heeft moeten maken met betrekking tot het via EBS verbonden raken met mensenrechten­schendingen, alsmede een overzicht van de concrete stappen die de regio heeft gezet om Egged te bewegen tot het terugdraaien van zijn betrokkenheid bij de schendingen. Welke conclusies heeft de MRDH uit die pogingen getrokken, met name in het licht van het feit dat de betrokkenheid van Egged bij de schendingen niet is afgenomen? In een publicatie op onze website zullen wij over enkele weken verslag doen van de bevindingen.

Dubieuze argumenten

In de brief gaan wij verder in op de argumentatie die de MRDH in 2018 aanvoerde voor het in zee gaan met EBS. De regio stelde dat zij op grond van de Aanbestedingswet 2012 verplicht was EBS tot aanbestedingen toe te laten. Van belang daarbij was dat EBS van de minister van Justitie en Veiligheid een ‘Gedragsverklaring aanbesteden’ zou hebben ontvangen. Na onderzoek zou de minister tot de conclusie zijn gekomen dat er geen bezwaar bestaat tegen het meedingen door EBS naar overheidsopdrachten.

Deze argumentatie geeft ernstig te denken. Een aanbestedingswet die organen als de MRDH verplicht het mensenrechtenbeleid en zelfs het eigen aanbestedingsbeleid – waarin de MRDH verklaart ‘alleen integere ondernemers te contracteren’ – overboord te zetten deugt niet, en het behoort tot de verplichtingen van de MRDH in het kader van het mensenrechtenbeleid dat probleem aan de orde te stellen.

Even problematisch is de kennelijke verlening van een ‘verklaring van goed gedrag’ door de minister aan EBS. De rijksoverheid laat zich erop voorstaan haar verantwoordelijk­heden op het terrein van mensenrechten en ‘verantwoord inkopen’ heel precies na te leven, en een voorbeeld te zijn voor de overige overheden. Dat staat haaks op het verlenen van een ‘Gedragsverklaring’ aan een bedrijf dat betrokken is bij ernstige rechtenschendingen en mogelijke oorlogsmisdaden.

Ministerie laat vragen onbeantwoord

Naar aanleiding van de argumenten van de MRDH hebben wij ons in juli 2018 tot de ministeries voor Economische Zaken en Justitie en Veiligheid gewend. Op onze vragen over de Aanbestedingswet en de Gedragsverklaring is ruim anderhalf jaar later nog geen antwoord. Zoals in onderstaande brief beschreven, schoof Economische Zaken de vragen door naar Justitie en Veiligheid, dat alle zeilen bijzette om ze onbeantwoord te laten.

Inmiddels dingt EBS ook mee naar de vergunning voor busvervoer in de regio Gooi en Vechtstreek, die binnenkort door de provincie Noord-Holland aan een van drie kandidaten zal worden verstrekt. Onder verantwoordelijkheid van de Vervoerregio Amsterdam loopt daarnaast een aanbesteding voor het busvervoer in de regio Zaanstreek-Waterland. Eind maart wordt bekend welke vervoerders zullen meedingen naar de vergunning. Gezien het feit dat EBS tot dusver het busvervoer in Waterland verzorgde, is de kans dat EBS daarbij hoort groot.

Op 3 maart aanstaande debatteert de Kamercommissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking met minister Sigrid Kaag over het thema Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. In dat debat dient de gang van zaken rond EBS nadrukkelijk aan de orde gesteld en besproken te worden.


 

Brief aan de MRDH

Metropoolregio Rotterdam Den Haag
T.a.v. de leden van:
– Algemeen bestuur
– Bestuurscommissie Vervoersautoriteit
– Adviescommissie Vervoersautoriteit
Postbus 21012
3001 AA Rotterdam

Ook per e-mail verstuurd aan informatie@mrdh.nl

Amsterdam, 21 februari 2020

Geachte dames en heren,

Het zal u niet zijn ontgaan dat de Hoge VN-Commissaris voor de Mensenrechten, Michelle Bachelet, afgelopen week de database heeft gepubliceerd van bedrijven die betrokken zijn bij de Israëlische kolonisering van bezet Palestijns gebied. Waarvoor wij de MRDH in juni 2018 in ons bezwaar tegen het toelaten tot aanbestedingen van de onderneming Egged Bus Systems (EBS) al waarschuwden, is gebeurd: een van de bedrijven op de lijst is het Israëlische Egged, het moederbedrijf van EBS.

De Israëlische kolonisering is, zoals Bachelet herhaalt, onder internationaal recht illegaal en gaat gepaard met militaire bezetting en massale schendingen van de Palestijnse (mensen)rechten. De Veiligheidsraad heeft Israël bij herhaling in bindende resoluties gemaand de kolonisering te staken. Het Internationaal Gerechtshof deed in zijn bekende adviesrapport over de Israëlische ‘Muur’ hetzelfde. Afgelopen november oordeelde ook het Europees Hof van Justitie dat de kolonisering illegaal is. In het oprichtingsverdrag van het Internationaal Strafhof – het Statuut van Rome – heet het koloniseren van bezet gebied een oorlogsmisdaad. Hoofdaanklaagster Fatou Bensouda van het Strafhof is, zoals u bekend zal zijn, voornemens op korte termijn onderzoek naar deze en andere oorlogsmisdaden in bezet gebied in te stellen. Alle relevante VN-organen hebben bedrijven en staten (en alle daartoe behorende organen) bij herhaling opgeroepen zich van de kolonisering te distantiëren en er op geen enkele wijze steun aan te verlenen.

Naar aanleiding van het verschijnen van de database wijden wij de komende tijd publicaties aan bedrijven en overheden die er desondanks voor kozen wél in zee te gaan met bedrijven die aan de schendingen bijdragen. Eén daarvan zal gewijd zijn aan de MRDH en EBS. In dat verband zijn wij benieuwd naar de officiële reactie van de Metropoolregio op de publicatie van de database. Op uw website hebben wij er niets over aangetroffen.

Verder zouden wij in dat kader graag de volgende informatie van u ontvangen:

  • de (voorgeschreven) risico-analyse die de MRDH destijds heeft gemaakt met betrekking tot het via EBS verbonden raken met mensenrechtenschendingen, alsmede het daarop gebaseerde plan van aanpak tot vermindering van de vastgestelde schendingen en ter voorkoming van nieuwe schendingen;
  • een overzicht van de concrete stappen die de MRDH sindsdien heeft gezet om Egged/EBS te bewegen tot het terugdraaien van zijn betrokkenheid bij de schendingen;
  • de conclusies die de MRDH uit die pogingen heeft getrokken, met name in het licht van het feit dat de betrokkenheid van Egged bij de schendingen niet is afgenomen, maar juist is toegenomen.

Wij zijn vanzelfsprekend vooral benieuwd of deze ervaringen en de publicatie van de database de MRDH tot nieuwe inzichten heeft gebracht wat betreft samenwerking met EBS. Zou de MRDH in voorkomende gevallen opnieuw overwegen met EBS in zee te gaan?

Graag ontvangen wij de gevraagde informatie binnen twee weken na dagtekening van dit schrijven. Mocht u er de voorkeur aan geven de informatie telefonisch of in een persoonlijk gesprek te verstrekken, dan vernemen wij dat graag.

Vervolgstappen naar aanleiding van uw eerdere reactie

Wij maken van de gelegenheid gebruik u te informeren over de vervolgstappen die wij hebben gezet n.a.v. uw (afwijzende) reactie van juli 2018 op ons bezwaar. Het moet ons van het hart dat wij die beneden peil vonden. U ging met geen woord in op onze gefundeerde bezwaren, en uw conclusie dat ‘een juridische grondslag om EBS te weren ontbreekt’ ging volledig voorbij aan uw verplichtingen in het kader van het mensenrechtenbeleid en het feit dat de MRDH de eigen aanbestedingsregels overtrad.

Als u wilde zeggen, en daar lijkt het op, dat de Aanbestedingswet 2012 u verhindert de mensenrechten en uw eigen aanbestedingsbeleid te respecteren, moet de conclusie luiden dat de wet niet deugt. In dat geval is in onze optiek de enige logische reactie dat probleem op alle relevante podia aan de kaak te stellen. Ook dat behoort tot de verplichtingen die de MRDH in het kader van het mensenrechtenbeleid heeft. Ondeugdelijk wetgeving mag nooit een reden zijn om in zee te gaan met bedrijven als EBS, en evenmin om als excuus te dienen voor het niet reageren op logische en fundamentele bezwaren.

Wij zijn van mening dat publieke lichamen gehouden zijn te allen tijde zorgvuldig verantwoording af te leggen, helemaal over een op voorhand uiterst omstreden besluit als het zakendoen met een bedrijf dat betrokken is bij rechtenschendingen en potentiële oorlogsmisdaden. Dat besluit betekent dat de MRDH en de aangesloten gemeenten op grond van de ketenaansprakelijkheid nu zélf betrokken zijn bij de rechtenschendingen van Egged. Het betekent ook dat de MRDH burgers in de kou zet die om principiële redenen weigeren van de diensten van EBS gebruik te maken en zodoende financieel bij te dragen aan de rechtenschendingen van Egged. Wij zijn van mening dat een vervoersregio als de MRDH de verplichting heeft álle burgers goed openbaar vervoer te bieden, ongeacht hun opvattingen over mensenrechten en oorlogsmisdaden.

Na ontvangst van uw reactie hebben wij ons in juli 2018 direct tot de ministeries voor Economische Zaken en Justitie en Veiligheid gewend. Onder verwijzing naar de door u verstrekte argumentatie legden wij hen de volgende vragen voor, vergezeld van het verzoek tot snelle beantwoording in verband met de bezwaarperiode van de MRDH:

  • Klopt het dat vervoersregio’s als de MRDH op grond van de Aanbestedingswet 2012 verplicht zijn bedrijven als EBS, die betrokken zijn bij ernstige rechtenschendingen en mogelijke oorlogsmisdaden, tot aanbestedingen toe te laten?
  • Speelt daarbij een rol of de betreffende schendingen en misdaden binnen of buiten Nederland plaatsvinden?
  • Geldt die verplichting ook voor een regio als de MRDH, die in de eigen inkoop- en aanbestedingsregels expliciet stelt dat ‘de MRDH alleen integere ondernemers contracteert’ en zelf een ‘integere en betrouwbare opdrachtgever’ wil zijn? Zo ja, wat is dan de betekenis van een lokaal aanbestedingsbeleid, met name voor de burger?
  • Klopt het dat de minister van Justitie en Veiligheid EBS een ‘Gedragsverklaring aanbesteden’ heeft verstrekt, inhoudende dat er volgens de minister ‘geen bezwaren bestaan’ tegen het meedingen van EBS naar overheidsopdrachten in Nederland?
  • Hoe rijmt de minister de kennelijke verstrekking van deze verklaring met zijn verantwoordelijkheden en verplichtingen in het kader van het Nederlandse mensenrechtenbeleid en de daarin vervatte (inter)nationale gedragscodes met betrekking tot het thema ‘ondernemen en mensenrechten’?

Inmiddels ruim anderhalf jaar verder zijn wij nog niets wijzer. Het ministerie van Justitie en Veiligheid, dat de vragen door Economische Zaken kreeg toegeschoven, overschreed keer op keer de eigen antwoordtermijnen en reageerde niet op schriftelijke en telefonische aanmaningen. Na maanden werd in een telefoongesprek toegezegd ‘binnen een week’ antwoorden te verschaffen, maar ook die belofte werd niet nagekomen. Op een intussen door onze medewerker ingediende officiële klacht bij het ministerie is, ondanks de schriftelijke bevestiging dat die is ‘geregistreerd en ingeboekt’, nooit gereageerd.

De schamele oogst van onze inspanningen is een kort en moeilijk te begrijpen briefje, dat onze medewerker na inschakeling van de Nationale Ombudsman ontving van de afdeling COVOG van het ministerie. De boodschap ervan is tweeërlei:

  • met vragen over de Aanbestedingswet dienen wij ons tot Economische Zaken te wenden, het ministerie dat de vragen juist naar Justitie en Veiligheid had doorgeschoven;
  • wat betreft onze vragen over de Gedragsverklaring hebben wij geen recht op antwoord. Het ministerie mag ‘op grond van privacywetgeving geen informatie over aanvragen van een Gedragsverklaring verstrekken’; ook over de vraag hoe de minister zijn verantwoordelijkheden in het kader van het mensenrechtenbeleid heeft gewogen mag het ministerie niets zeggen, aangezien ons ‘belang onvoldoende is’.

Aan de zorgwekkende conclusie dat het ministerie alle zeilen heeft bijgezet om zaken te verhullen en de burger het recht op basale informatie te ontzeggen valt moeilijk te ontkomen. Zo doet zich nu de situatie voor dat de MRDH het mensenrechtenbeleid en de eigen aanbestedingsregels naast zich neerlegt met een beroep op de Aanbestedingswet 2012 en een Gedragsverklaring waarover EBS zou beschikken, en het de burger onmogelijk wordt gemaakt een en ander te controleren en informatie over reikwijdte en betekenis van de wet in te winnen.

Wiens belangen daarmee zijn gediend is vooralsnog gissen. De gang van zaken versterkt hoe dan ook de indruk dat de Aanbestedingswet en het mensenrechtenbeleid elkaar fundamenteel bijten. Klaarblijkelijk heeft ook het ministerie ervoor gekozen het mensenrechtenbeleid naast zich neer te leggen.

Naar aanleiding van de publicatie van de database door de Hoge VN-Commissaris kaarten wij deze kwestie nu aan bij de landelijke politiek. Naast de kwestie Aanbestedingswet vs. mensenrechtenbeleid stellen wij in dat verband drie onderwerpen aan de orde:

  • de betekenis van het Nederlandse mensenrechtenbeleid voor Nederlandse overheden;
  • de plicht tot verantwoorde besteding van rijksmiddelen en andere gemeenschapsgelden door vervoersregio’s. In onze optiek is het verlenen van concessies aan een bedrijf dat betrokken is bij rechtenschendingen en mogelijke oorlogsmisdaden geen verantwoorde besteding van de middelen die de MRDH van het rijk ontvangt;
  • het recht van de burger op informatie in gevallen zoals hierboven beschreven, en de plicht van overheden daaraan tegemoet te komen.

Hopende u met deze informatie van dienst te zijn, en in afwachting van uw respons,

met vriendelijke groet,

Gerard Jonkman

Directeur The Rights Forum

The Rights Forum is een Nederlandse NGO, die zich sinds 2009 inzet voor een rechtvaardig Nederlands en Europees Israël/Palestina-beleid.