Geest uit de fles / Palestijnen steeds luider in verzet tegen repressieve Palestijnse Autoriteit

Met het recente geweld tegen critici en demonstranten toont de Palestijnse Autoriteit zich eens te meer een repressief regime dat legitimiteit ontbeert. Veel Palestijnen zien hun bestuur als een verlengstuk van de Israëlische bezetting. Steeds luider klinkt hun protest, en de oproep aan de EU om de steun aan de PA te bevriezen.

Een Palestijnse vrouw uit haar woede tegen Palestijnse politiemensen tijdens een demonstratie in Ramallah na de dood van activist Nizar Banat, 24 juni 2021. Flash90 

Genoeg is genoeg. Met die boodschap gingen op de Westelijke Jordaanoever de afgelopen weken vele duizenden Palestijnen de straat op om te protesteren tegen hun autoritaire en ondemocratische bestuur, de Palestijnse Autoriteit (PA). Tijdens grote en kleine demonstraties in steden als Ramallah, Al-Khalil (Hebron) en Bethlehem klonk luid de roep om hervormingen en het opstappen van Mahmud Abbas, de Palestijnse president.

Hardhandig neergeslagen

De PA deed haar reputatie eer aan door de veiligheidsdiensten hardhandig te laten ingrijpen. Naast de inzet van traangas en soortgelijke middelen werden demonstranten in elkaar geslagen en opgepakt, zowel door geüniformeerde politie als door agenten in burger die zich tussen de demonstranten hadden gemengd – een praktijk die lijkt te zijn afgekeken van de Israëlische undercover-eenheden (mista’arvim) die, uitgedost als Palestijnen, op de bezette Westoever actief zijn. In sommige gevallen werd een tegendemonstratie georganiseerd die tot botsingen leidde, wat de veiligheidsdiensten het excuus gaf om in te grijpen.

Ook Palestijnse journalisten die verslag van de demonstraties deden werden hard aangepakt – een tweede overeenkomst met het Israëlische optreden op de Westoever. Journalisten werden geslagen en bedreigd, telefoons en andere apparatuur in beslag genomen en in sommige gevallen vernield. Het leidde tot protesten van journalisten, onder andere bij het VN-kantoor in Ramallah.

Nadrukkelijk richtten de veiligheidsdiensten zich ook tegen vrouwelijke journalisten en demonstranten. Velen kregen te maken met verbale seksuele intimidatie. Ook zij lieten het er niet bij zitten. Tijdens een persconferentie in het kantoor van de mensenrechtenorganisatie Al-Haq in Ramallah hekelde een aantal van hen de PA en het optreden van de veiligheidsdiensten. Zij kregen brede bijval uit de Palestijnse samenleving.

De dood van Nizar Banat

Directe aanleiding voor de demonstraties was, zoals wij eerder meldden, de dood van de prominente activist Nizar Banat, die vanwege zijn harde kritiek op Abbas en de PA veelvuldig werd opgepakt en meermalen in de cel zat. In de vroege ochtend van 24 juni vielen meer dan twintig politiemensen de woning in Al-Khalil (Hebron) binnen waar hij bij familie verbleef. Na zwaar te zijn mishandeld werd Banat afgevoerd. Kort daarop maakte de PA bekend dat hij was gestorven.

Of het de bedoeling was Banat te doden is maar de vraag. Haaretz-journaliste Amira Hass, die op de Westoever woont en als deskundige van de Palestijnse machtsverhoudingen geldt, meent dat de PA hem op het hoofdkwartier in Al-Khalil opnieuw een lesje wilde leren, wilde vernederen. Banat was vermoedelijk al dood voor hij daar aankwam.

Geschrokken kondigde de PA direct een onderzoek naar de dood van Banat aan. Volgens Hass zijn kort daarop 14 mensen gearresteerd die verdacht worden van betrokkenheid bij het geweld tegen de activist. Nabestaanden en sympathisanten van het slachtoffer hebben echter geen enkel vertrouwen in het onderzoek van de autoriteiten; volgens hen hebben die juist de dood van Banat op hun geweten. Zij willen dat er een internationaal onderzoek wordt ingesteld.

Ondemocratisch en autoritair

De dood van Banat was de druppel die de emmer deed overlopen. Met de demonstraties kwam een lang opgebouwde onvrede over de PA tot uitbarsting. Uit opiniepeilingen van het Palestinian Center for Policy and Survey Research (PCPSR) blijkt al jaren dat veel Palestijnen het regime van Abbas en de PA zat zijn. In de jongste peiling, begin deze maand gepubliceerd, noemt 56 procent van de ondervraagden de PA ‘een last’, tegen slechts 35 procent ‘een aanwinst’. Maar liefst 84 procent meent bovendien dat er binnen de PA sprake is van corruptie.

Het ondemocratische karakter van de PA is niet over het hoofd te zien. De laatste verkiezingen dateren van 2006 en het Palestijnse parlement is sinds 2007 buiten werking. Meermalen werden verkiezingen aangekondigd, die vervolgens steevast werden uitgesteld. Dit jaar herhaalde zich dat: de voor 22 mei aangekondigde parlementsverkiezingen werden eind april door Abbas voor onbepaalde tijd verdaagd. Banat was kandidaat voor een met Abbas’ Fatah-partij rivaliserende partij.

In de opiniepeiling spreekt 65 procent van de Palestijnen zich tegen het uitstel uit, terwijl 72 procent wil dat er zo snel mogelijk alsnog verkiezingen worden georganiseerd. Twee op de drie ondervraagden meent dat Abbas en zijn Fatah, de voornaamste factie binnen de PA, uit eigenbelang tot uitstel besloten. Zij zouden verlies vrezen.

In plaats van de democratie waarnaar ook volgens Amira Hass veel Palestijnen snakken, ontpopte de PA zich tot een autoritair bewind dat geen tegenspraak duldt. In zijn jaarrapport 2020 levert Amnesty International bikkelharde kritiek op het regime: het schendt de vrijheid van meningsuiting en vergadering, gebruikt geweld tegen journalisten, treedt hard op tegen mensen met afwijkende meningen en zet politieke tegenstanders gevangen, vaak zonder aanklacht of proces (‘administratieve detentie’). Mishandeling en marteling van gedetineerden komt voor en blijft onbestraft, en de veiligheidsdiensten gebruiken onnodig en buitensporig geweld.

Legitimiteit verspeeld

De legitimiteit van de PA is om nog een andere reden in het geding. De PA werd in 1994 in het kader van de Oslo-akkoorden in het leven geroepen als een Palestijns interimbestuur met beperkte bevoegdheden op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. De Westoever werd tijdelijk in drie sectoren gesplitst. Het zogeheten A-gebied (18 procent) kwam onder PA-gezag, het B-gebied (22 procent) onder Palestijns civiel gezag en Israëlisch veiligheidsgezag, en het C-gebied (60 procent) bleef voorlopig onder Israëlisch bestuur.

Na een overgangsfase van vijf jaar, waarin Israël en de PA hun resterende geschilpunten in onderhandelingen zouden oplossen en Israël geleidelijk meer gebied zou overdragen, zou de weg vrij zijn voor een vredesakkoord tussen twee onafhankelijke staten: Israël, binnen de erkende grenzen, en Palestina, bestaande uit de Westoever en de Gazastrook, met Jeruzalem als gedeelde hoofdstad. Daarmee zou de Palestijnse bevrijding van de in 1967 begonnen Israëlische bezetting een feit zijn. Tijdens de overgangsfase was het de verantwoordelijkheid van de veiligheidsdiensten van de PA om, in samenwerking met Israël, voor stabiliteit te zorgen en eventuele Palestijnse opstanden en geweld in de kiem te smoren.

In 1997 zette Israël de gebiedsoverdracht echter stop. De door veel Palestijnen hoopvol tegemoetgeziene tweestatenoplossing is uitgebleven. Israël heeft de bezetting voortgezet en van de gelegenheid gebruikgemaakt het aantal Israëlische kolonisten in Oost-Jeruzalem en het C-gebied ruim te verviervoudigen. In Palestijns gebied wonen inmiddels driekwart miljoen Israëli’s in enkele honderden illegale ‘nederzettingen’, en Israël maakt er geen geheim van dat het heel historisch Palestina blijvend wil overheersen, from the river to the sea. Terwijl de Palestijnse bevolking concludeerde dat ‘Oslo’ hen van de wal in de sloot had gebracht, bleef de PA trouw aan de veiligheidssamenwerking met Israël, waaraan ze onder Oslo gebonden is.

‘Dubbele bezetting’

Veel Palestijnen zijn de PA gaan beschouwen als een corrupt verlengstuk van Israëls bezettingsregime, een ‘onderaannemer van het Israëlische leger en de Israëlische veiligheidsdiensten’, zoals Amira Hass het uitdrukt. In hun visie knapt de PA een deel van het vuile werk van de bezetter op, met dezelfde methoden. Activisten die voor hervormingen pleiten spreken van een ‘dubbele bezetting’. Het geweld komt van alle kanten, zegt de Palestijnse schrijfster en onderzoekster Mariam Barghouti in een opinieartikel in The Wahington Post:

From Jerusalem to Haifa to Gaza and Ramallah, Palestinians are facing some form of violence, either from Israeli settlers, police and army, or from Palestinian authorities.

De PA staat vrijheid en democratie in de weg, betoogt Fadi Quran, verbonden aan de Palestijnse denktank Al-Shabaka en het campagnenetwerk Avaaz, in een interview met Al-Jazeera. Abbas en de zijnen drukken het Palestijnse verlangen naar vrijheid en gerechtigheid de kop in:

The Palestinian people want to struggle for freedom, struggle for justice, and the PA’s role has been assisting the occupation, preventing the Palestinian struggle.

Hoe breed de afkeuring van de PA gedeeld wordt blijkt nogmaals uit de recente opiniepeiling. Twee op de drie Palestijnen vindt dat de PA slap of zelfs ronduit slecht heeft gereageerd op het onrecht in Oost-Jeruzalem, dat in mei voorafging aan elf dagen van geweld tussen het Israëlische leger en Hamas. Abbas persoonlijk heeft het zelfs bij 77 procent van de ondervraagden verbruid. Lof is er daarentegen voor Hamas (75 procent) en met name voor de Palestijnse bevolking van Oost-Jeruzalem – in de eerste plaats voor de vastberaden jongeren die het onrecht breed onder de aandacht brachten (89 procent). Ook de Palestijnen die in tal van Israëlische steden in solidariteit de straat opgingen krijgen algemeen waardering (86 procent).

Veiligheidssamenwerking

Volgens de Palestijnse politiek analist Mouin al-Taher laat de arrestatiegolf die volgde op de Palestijnse ‘Jeruzalem-demonstraties’ zien hoe de veiligheidssamenwerking tussen Israël en de PA werkt. Zowel in Israël als in bezet gebied werden tal van Palestijnse demonstranten en activisten opgepakt, in afstemming tussen Israël en de PA:

We noticed that there was an integration in terms of these arrests: those who were not arrested by the PA were arrested by Israel, and vice versa.

Een illustratie van die onderlinge afstemming is de gelijktijdige arrestatie van twee prominente Palestijnse mensenrechtenadvocaten. Zoals wij eerder schreven pakte de PA in Ramallah Muhannad Karajah op, pal voor het gerechtsgebouw waar hij critici van de PA zou verdedigen. Bij een checkpoint op de Westoever werd Farid al-Atrash door Israëlische militairen opgepakt, nadat hij in Ramallah had deelgenomen aan een protest tegen president Abbas.

Israël heeft inmiddels werk gemaakt van een aanklacht tegen Al-Atrash. Volgens Amira Hass wordt hem deelname aan een demonstratie in juni 2015 in Bethlehem verweten, een protest tegen een Israëlische aanval op Gaza. Bethlehem ligt in het door de PA bestuurde A-gebied, maar ook daar zijn demonstraties volgens Israël ‘illegaal’. Onlangs verscheen Al-Atrash voor een Israëlische militaire rechter. Volgens de bekende Palestijnse activist Issa Amro, die zelf door Israëlische en PA-rechters met bizarre aanklachten wordt geïntimideerd, wordt Al-Atrash nu deelname aan een demonstratie op 4 juni van dit jaar verweten. Al-Atrash zou inmiddels in hongerstaking zijn.

Ook de inval in Al-Khalil (Hebron) die Nizar Banat het leven kostte wijst op afstemming tussen Israël en de PA. De woning waar Banat verbleef nadat zijn eigen woning in Dura in mei door onbekenden was beschoten ligt in het stadsdeel ‘H2’ (Hebron 2) dat onder Israëlische controle staat. Om daar te opereren hebben Palestijnse veiligheidsdiensten toestemming van Israël nodig. Net als Al-Atrash bekritiseerde Banat niet alleen de PA, maar ook de Israëlische overheersing. Hij was een uitgesproken voorstander van de éénstaatoplossing.

EU medeverantwoordelijk

Het recente geweld van de PA kreeg van meerdere kanten scherpe kritiek. Michael Lynk, de Speciale VN-rapporteur voor de Mensenrechten in bezet Palestijns gebied, riep samen met twee collega’s op tot een kritisch en transparant onderzoek naar de dood van Banat. Het drietal veroordeelde het ‘buitensporige geweld tegen demonstranten’ en maande de PA tot respect voor de mensenrechten:

We are extremely concerned with the use of excessive force by Palestinian Security Forces against demonstrators, including allegations of attacks carried out by non-uniformed persons and the targeting of women present in the demonstrations. […] Notwithstanding a harsh occupation by Israel, Palestinian civil society has every right to demand that its own political and security leaders live up to their solemn promises to abide by international human rights commitments.

Amnesty International publiceerde een pijnlijk gedetailleerd overzicht van PA-geweld tegen demonstranten. De mensenrechtenorganisatie sprak van ‘een bewuste campagne van repressie, het aanvallen van vreedzame demonstranten en het uitvoeren van willekeurige arrestaties, in een poging een klimaat van angst te scheppen en afwijkende meningen de kop in te drukken’.

Amnesty roept de EU-lidstaten, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten op de veiligheidssamenwerking met, en de militaire steun aan, de PA direct te bevriezen. Het afleggen van verantwoording en het respecteren van de mensenrechten door de PA dienen voorwaarden voor samenwerking en steun te zijn, stelt de organisatie:

Palestinian authorities must not be allowed to continue to commit abuses unchecked. EU member states, the US, and the UK must immediately halt security assistance and military aid for Palestinian security forces and police until accountability and respect for human rights is ensured.

Eerder al meldden we dat activisten de EU en andere donoren opriepen de financiële steun aan de PA en haar veiligheidsdiensten te bevriezen. De donoren krijgen het harde verwijt medeschuldig aan de onderdrukking te zijn door het gelaagde systeem van repressie te blijven voeden en in stand te houden. Dat maakt de geschokte reacties van de EU en de VN op de dood van Nizar Banat ongeloofwaardig, om niet te zeggen hypocriet, aldus de critici.

Meer degelijk onderbouwde oproepen aan de internationale gemeenschap volgden. In een scherpe analyse in Foreign Policy benadrukt ook politiek analist en schrijver Omar H. Rahman de wat hij noemt ‘medeplichtigheid’ van die gemeenschap. Helder beargumenteert hij hoe, naarmate de Israëlische kolonisering het perspectief op een Palestijnse staat verder uit zicht bracht, de PA zich steeds meer vastbeet in de rol van onderaannemer. In die rol heeft ze primair belang bij het in stand houden van de bestaande machtsverhoudingen, en kan ze ten bate van het eigen voortbestaan straffeloos de eigen onderdanen onderdrukken.

Eind van het ‘overgangsregime’

Hoe dan ook loopt de PA op haar laatste benen, meent directeur Shawan Jabarin van de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al-Haq. We zijn in de nadagen van het ‘overgangsregime’ beland, zegt hij tegen Al-Jazeera – de dagen waarin het regime intimidatie en onderdrukking, ‘knuppels en kogels’, nodig heeft om overeind te blijven, hand in hand met de bezettende mogendheid.

Jabarin vertolkt de mening van velen als hij de PA aanrekent niet eens in staat te zijn de eigen onderdanen te beschermen tegen het geweld van de Israëlische kolonisten in hun illegale ‘nederzettingen’. In plaats daarvan worden verkiezingen verdaagd en heeft de PA in ‘veiligheidscoördinatie’ met Israël ‘honderden activisten opgepakt en gemarteld’. Die gelaagde onderdrukking onder het mom van ‘veiligheid’ heeft de druk in de Palestijnse samenleving zo hoog doen oplopen dat de Palestijnen nog maar één ding terug kunnen zeggen, genoeg is genoeg:

The situation has been building up for several years with each additional layer of suffering and humiliation adding to a pressure cooker where Palestinians have had enough.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.

Steun ons / Samen kunnen we een rechtvaardige uitkomst van de kwestie-Palestina/Israël afdwingen. U kunt onze activiteiten versterken of ons werk financieel ondersteunen.

Het probleem is allang niet meer de bezetting. Het probleem is het gedogen ervan.

Ramsey Nasr Schrijver / dichter / acteur