Hoe Israël met zijn strijd tegen de olijfboom de Palestijnse samenleving ontwortelt
Met het vernietigen van olijfbomen en het stelen van oogsten zet Israël de bijl aan de wortels van de Palestijnse samenleving. De Israëlische agressie bereikt een hoogtepunt tijdens de olijfoogst, dit jaar heviger dan ooit tevoren.
Een door Israëlische kolonisten omgehakte olijfboom op de Westelijke Jordaanoever.
Op de Palestijnse Westelijke Jordaanoever is de olijfoogst in volle gang, en zoals elk jaar komen tientallen video’s voorbij waarin Palestijnen door Israëlische kolonistenmilities in elkaar worden geslagen, moeten toekijken hoe hun oogst wordt gestolen en hun bomen worden ontworteld, vernietigd en verbrand. Dit jaar zijn de Israëlische pogroms heviger dan ooit.
Symbool van Palestijnse aanwezigheid
Het almaar toenemende geweld heeft een reden: de olijfteelt is in het agrarische Palestina de economische en cultureel-maatschappelijke hartader van de samenleving. De vaak eeuwenoude bomen symboliseren de Palestijnse geworteldheid in het land, en de Palestijnse aanwezigheid in Palestina.
Dat is de reden waarom de olijfteelt en met name de oogst een primair doelwit vormen voor Israël, waarbij het vuile werk wordt opgeknapt door een mix van Israëlische kolonisten uit illegale nederzettingen – feitelijk burgermilities – en het Israëlische leger.
Dit artikel gaat aan de hand van actuele gebeurtenissen in op deze bredere context.
Een gewapende Israëlische militair in een Palestijnse olijfboomgraard in Nablus. [c] AJA. Palestine
Pogroms
Op de dagelijkse Israëlische aanvallen is het begrip ‘pogrom’ van toepassing, zowel qua gewelddadige uitvoering als ultieme doel: verdrijving van de lokale bevolking. Anders dan ‘aanvallen’ benadrukt ‘pogroms’ de intentie en systematiek om een groep kapot te maken en letterlijk van de kaart te vegen.
Om die betekenis over te brengen, kiest de redactie van The Rights Forum voor het gebruik van de term ‘pogrom’. Dit in de hoop en verwachting dat andere redacties dat voorbeeld zullen volgen.
Pogrom in Abu Falah
Een klassiek voorbeeld van een pogrom deed zich vrijdag voor in het Palestijnse dorp Abu Falah, ten noorden van Ramallah op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. Daar werden Palestijnse dorpelingen tijdens de oogst overvallen door zo’n tachtig gemaskerde, in het zwart geklede en deels bewapende kolonisten.
De Palestijnen werden met stenen bekogeld en beschoten, en moesten rennen voor hun leven, terwijl hun bomen in brand werden gestoken. Toen het Israëlische leger arriveerde, keerde het zich met traangas tegen de Palestijnen. Zowel militairen als kolonisten schoten met scherpe munitie; een Palestijn werd in zijn bovenbeen geschoten.
Wereldnieuws
De aanval werd wereldnieuws omdat zich onder de slachtoffers een Amerikaanse fotojournalist van de Washington Post bevond. De 64-jarige Heidi Levine werd door de kolonisten ernstig mishandeld en haar apparatuur en documenten werden gestolen. Het is te danken aan haar helm en scherfvest dat ze overleefde, zei ze vanuit het ziekenhuis in Ramallah nadat ze door Palestijnse collega’s was gered. Ze liep een gebroken rib op, vier gebroken ruggenwervels, diverse snijwonden over haar lichaam en een van haar vingers was bijna afgescheurd.
Ondanks de overvloed aan getuigen en video’s werd door het kantoor van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu een onderzoek aangekondigd naar de ‘onduidelijke’ omstandigheden waaronder ‘tweehonderd Arabieren en linkse activisten’ een groep van veertig Israëlische jongeren zouden hebben aangevallen, onder meer met vuurwerk.
De hoofdredacteur van de Washington Post, Matt Murray, reageerde woedend op de Israëlische verklaring. Wat hem betreft is sprake van onweerlegbare feiten. Murray dringt aan op grondig onderzoek en op het afleggen van verantwoording.
Pogrom in Taybeh
Zaterdag werd weer een onderzoek aangekondigd, ditmaal door de Israëlische politie. Aanleiding was een pogrom van gemaskerde kolonisten op Palestijnse boeren en een delegatie van Europese diplomaten, kerkleiders en een Franse burgemeester die aanwezig waren bij de olijfoogst in het Palestijns-christelijke dorp Taybeh bij Ramallah.
De aanwezige Franse, Belgische en Poolse diplomate werden bedreigd, een van hen raakte gewond, de Franse burgemeester kreeg een stomp in zijn gezicht en de kolonisten sloegen de ruiten van een diplomatieke auto in. Twee Israëlische activisten die de Palestijnen wilden bijstaan, werden door de kolonisten met de dood bedreigd. Dankzij de diplomaten kwamen ze er ongeschonden vanaf, zei een van hen.
Zaterdagavond stelde premier Netanyahu dat er geen ‘overtuigend bewijs’ bestaat voor de schuld van de kolonisten, suggererend dat de beschuldigingen deel uitmaken van een tegen Israël gerichte ‘gecoördineerde lastercampagne’. Onderzoek moet de feiten boven tafel brengen, volgens Netanyahu – de premier die in eigen land al drie jaar een officieel onderzoek naar ‘7 oktober’ blokkeert.
Loze onderzoeken
Dat de Israëlische aankondigingen van een onderzoek geen enkele garantie bieden, werd afgelopen week bevestigd door het Britse onderzoeksprogramma BBC Verify. Van driehonderd gevallen waarin het Israëlische leger een onderzoek aankondigde, bleken er slechts 28 behandeld, 18 onduidelijk, en 254 zonder gevolgen – en vermoedelijk zonder te zijn aangeroerd. Waarbij aangetekend dat de driehonderd gevallen slechts het topje van de ijsberg van niet-onderzochte Israëlische misdaden vormen. De Britse organisatie Action on Armed Violence kwam vorig jaar tot eenzelfde conclusie: 88 procent van de Israëlische onderzoeken naar recente beschuldigingen van misdrijven is vastgelopen of zonder resultaat afgesloten; slechts in één geval leidde dit tot een strafrechtelijke veroordeling.
Israël heeft gedurende decennia aangetoond niet in staat te zijn de eigen misstanden te onderzoeken, weet ook Nederland. Zo wordt al ruim acht jaar gewacht op een Israëlisch onderzoek naar de massale moordpartij door Israëlische scherpschutters tijdens de Grote Mars van Terugkeer in 2018 in de Gazastrook.
De Nederlandse regering schortte destijds hangende dat onderzoek zijn oordeel over het Israëlische optreden op. Minister Stef Blok (VVD) zegde de Tweede Kamer toe dat het na de zomer van 2018 gereed zou zijn. Het is er nu nog niet. En het komt er ook niet.
The Rights Forum moedigt de Nederlandse media aan om na te gaan hoe vaak zij in hun berichtgeving over Israëlische misdaden tegen Palestijnen vrijblijvend hebben verwezen naar een door Israël aangekondigd onderzoek. Om daarna te kijken wat daarvan terecht is gekomen.
Lees verderLees minder
Palestijnse realiteit
De pogroms op de Palestijnen in Abu Falah en Taybeh leidden wereldwijd tot ophef, ook al was dit te danken aan de aanwezige westerlingen. Dankzij die ophef werden maandag door Israël tien kolonisten opgepakt. Of dit tot verbetering van het lot van de Palestijnen leidt, valt ernstig te betwijfelen. Maar als de ondermijning van de relatie met zijn westerse bondgenoten daar een voorwaarde voor is, worden door Israël recent in elk geval stappen gezet.
Tegelijkertijd moet worden geconcludeerd dat de Palestijnen door Israëls westerse bondgenoten, waaronder Nederland, volledig aan hun lot zijn overgelaten. Decennia van Israëlische razzia’s en pogroms door burgermilities en het leger hebben nooit geleid tot serieuze strafmaatregelen, ook al staat internet vol met bewijs en liggen er stapels rapporten van ngo’s en rapportages van de VN die de brute realiteit aan de orde stellen. (Zie onderaan deze pagina voor recente rapporten.)
Een door kolonisten omgepakte olijfboom in het gebied Umm al-Kubaysh, nabij de stad Tammun, ten zuiden van Tubas.
Gij zult stelen
Zaterdag deed de Israëlische rabbijn Dov Lior een halachische (rabbijnse) uitspraak dat het Joden is toegestaan om Palestijnse oogsten te stelen. Volgens Lior volgt dat uit het feit dat het hele land aan Joden toebehoort; de Palestijnen zouden het hebben ‘gestolen’ en Lior roept Joden op om het terug te veroveren.
Hoewel tegen Liors goedkeuring van diefstal ook protest klonk, geldt zijn uitspraak voor de plunderende kolonisten als ultieme goedkeuring – en als aanmoediging om een tandje bij te zetten. Dat gebeurt ook, getuige de video’s van kolonisten die gestolen Palestijnse olijven persen en verder verwerken. Zo groeit het regime van Israëlische pogroms uit tot een rendabele onderneming.
Kolonistengeweld in cijfers
De gevolgen van het kolonistengeweld zijn goed gedocumenteerd, onder andere door Amnesty International dat er vorige week een rapport over publiceerde. Al in juli luidde de VN de noodklok over het ‘all-time high’ geweld. In september publiceerde VN-organisatie OCHA het factsheet West Bank – The Impact of Settler Attacks.
Daarin worden de gevolgen van de pogroms tussen januari 2023 en augustus 2026 in kaart gebracht. Een landkaart toont de samenhang tussen de pogroms en de door Israël aan de Palestijnen opgelegde strafmaatregelen. Een aantal cijfers:
In die periode werden 6.199 pogroms gedocumenteerd die doden, gewonden en/of schade aan eigendommen tot gevolg hadden.
Daarbij vermoordden kolonisten of begeleidende militairen 72 Palestijnen en verwondden ze er 5.728.
Ruim 6.500 Palestijnen werden uit hun woonplaats verdreven. Alleen al in de eerste acht maanden van 2026 werden 2.616 Palestijnen verdreven, voornamelijk als gevolg van kolonistengeweld.
Het aantal pogroms neemt jaarlijks toe: van 1.291 (2023), 1.449 (2024), 1.836 (2025) tot 1.623 (eerste acht maanden van 2026; het totale aantal over 2026 zou de 2.500 kunnen benaderen).
In ieder jaar is oktober, wanneer de olijven worden geoogst, de piekmaand. In oktober 2025 werden 276 pogroms gedocumenteerd, gemiddeld negen per dag.
Dat aantal is deze maand oktober al ruimschoots gehaald. De Volkskrant schrijft dat de Israëlische mensenrechtenorganisatie Yesh Din sinds 27 september ‘487 incidenten van geweld door kolonisten en militairen’ heeft geteld, ‘gemiddeld 27 per dag’.
Miljoenen omgehakte bomen
Olijfbomen worden in Palestina al meer dan zesduizend jaar gekweekt. Ze leveren olijven en olijfolie, de belangrijkste bron van inkomsten voor veel Palestijnse boeren. De bomen zijn daarmee onmisbaar voor de Palestijnse economie, en als middel van zelfvoorziening.
Op de door Israël sinds 1967 bezette Westelijke Jordaanoever zijn circa 100.000 families – zo’n half miljoen Palestijnen – economisch afhankelijk van de olijfteelt, naast een groot aantal seizoensarbeiders. Dit nog naast het aantal Palestijnen dat leeft van de opbrengst van fruit-, noten- en andere bomen. Wie hun bomen vernietigt, vernietigt hun bestaan.
Dat verklaart de Israëlische strategie, die genadeloos wordt uitgevoerd. Op de Westelijke Jordaanoever heeft Israël tussen 1967 en 2022 tweeënhalf miljoen bomen vernietigd, waaronder een miljoen olijfbomen. In de Gazastrook is de verwoesting nog groter. Daar heeft Israël alleen al de afgelopen drie jaar minstens 1,6 miljoen van de twee miljoen olijfbomen vernietigd, en zo de nekslag uitgedeeld aan de eeuwenoude cultuur.
Een Israëlische bulldozer haalt een olijfboom met wortels en al uit de grond.
De zionistische ‘omplanting’ van Palestina
In Israël zelf is een groot deel van de inheemse vegetatie door de Europese kolonisten gekapt en vervangen door miljoenen Europese (voornamelijk) naaldbomen, met een ecologische ramp tot gevolg. Waar de olijfboom is geaard in de Levant, zijn de geïmporteerde naaldbomen een vijand van het landschap. Ze verarmen de bodem en hebben door verdroging enorme bosbranden veroorzaakt, om enkele effecten te noemen.
Doel van de beplanting was om het zionistische project in Palestina van een Europees (‘Zwitsers’) decor te voorzien, en om de honderden tijdens de Nakba (1947-1949) verwoeste Palestijnse dorpen aan het zicht te onttrekken. De politiek van ‘omplanting’ werd in Europa gepropageerd als ‘de woestijn laten bloeien’.
In dezelfde periode werd de Palestijnse citrusindustrie, veelal gesitueerd rond de havenstad Jaffa, door Israël genationaliseerd. Dit nadat 95 procent van de 120.000 bewoners van de stad en omringende dorpen door zionistische milities als de Haganah en Irgun was verdreven. Cynisch genoeg zette Israël de citrushandel voort onder de merknaam van de etnisch gezuiverde stad.
In maart 1950 werd in Israël een wet aangenomen die de 750.000 verdreven Palestijnen vanwege hun ‘afwezigheid’ al hun bezittingen ontnam. Al in 1948 werden hun huizen, boerderijen, fabrieken, gebedshuizen, culturele centra en archieven door Joodse Europeanen in een nationale plunderorgie leeggeroofd. In 1950 verloren de verdreven Palestijnen ook hun land, gebouwen, machines – en hun citrusplantages.
Lees verderLees minder
Vergroeid met Palestina
De betekenis van de olijfboom reikt veel verder dan de economische waarde. Hij is onlosmakelijk verbonden met de Palestijnse cultuur en identiteit. De relatie tussen de Palestijnen en hun bomen omvat eeuwen van intensieve zorg, die generaties, families en bredere gemeenschappen heeft gevormd en onderling verbonden.
De olijfboom heeft bijzondere eigenschappen: hij kan toe met weinig water, is bestand tegen het harde klimaat en kan honderden jaren oud worden. De oudste boom, in het dorp Al-Walaja bij Bethlehem, is naar verluidt zelfs ruim vijfduizend jaar oud. Dat zijn eigenschappen waaraan Palestijnen zich spiegelen in hun leven onder decennia van Israëlische bezetting en onderdrukking. Zo geldt de boom als symbool van Palestijnse veerkracht, volharding en hoop – van sumud of standvastigheid.
Ook staat de olijfboom voor de geworteldheid van de Palestijnen in hun land, dat zij talloze generaties hebben bewoond en bewerkt. Als geen ander weten zij hoe dat land duurzaam te verzorgen, en welke gewassen er gedijen. Die verbondenheid ermee komt elk najaar tot uiting tijdens de olijfoogst, waarbij generaties samenkomen en tradities worden doorgegeven. Dat geeft de oogst grote culturele betekenis.
Zo staan de olijfbomen model voor de Palestijnse aanwezigheid in Palestina, en bepalen ze het landschap waarmee de Palestijnen eeuwenlang in harmonie leefden. Die symbiose verklaart waarom Israël ze ontwortelt.
Recente rapporten
Afgelopen maanden verschenen diverse rapporten over het kolonistengeweld als onderdeel van de door de staat Israël nagestreefde verdrijving van de Palestijnen.
In augustus benadrukte Francesca Albanese, de Speciale VN-Rapporteur voor de mensenrechten in Palestina, de rol van de kolonisten als uitvoerders van de Israëlische politiek van etnische zuivering.