Factcheck / De leugens van het CIDI: ‘Veiligheidsraad vindt nederzettingen niet onrechtmatig’

De informatie van het CIDI over Israël/Palestina is notoir onbetrouwbaar. Van tijd tot tijd toetsen we een bewering van de organisatie over een wezenlijk aspect van het ‘conflict’ aan de werkelijkheid.

Illegale Israëlische kolonie (‘nederzetting’) op de bezette Westelijke Jordaanoever. [c] Middle East Online 

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) is, anders dan de neutrale naam doet vermoeden, een propaganda-instituut. Met vertekende informatie en glasharde leugens probeert het de publieke en politieke opinie over Israël/Palestina in pro-Israëlische zin te beïnvloeden. Het heeft de organisatie de bijnaam ‘Centrum Indoctrinatie en Desinformatie Israël’ opgeleverd.

Met enige regelmaat onderwerpen we een bewering van het CIDI aan een factcheck. Ditmaal checken we de informatie van de organisatie over de Israëlische ‘nederzettingen’ (kolonies) in bezet Palestijns gebied, te weten Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever. De nederzettingen worden alom als illegaal en een groot obstakel voor vrede beschouwd. Het CIDI beweert echter dat de Veiligheidsraad, het machtigste orgaan van de Verenigde Naties, ze nooit als onrechtmatig (‘illegaal’) heeft veroordeeld. Letterlijk schrijft het (de onderstreping is door ons toegevoegd):

In diverse (niet-bindende) resoluties heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties geoordeeld dat het bouwen en uitbreiden van de nederzettingen onrechtmatig is. In 2004 nam ook het Internationaal Gerechtshof dit standpunt in over de bouw van de Israelische veiligheidsbarrière. Deze opvatting is echter niet overgenomen door de Veiligheidsraad, het hoogste orgaan van de Verenigde Naties en het enige dat bindende resoluties kan uitvaardigen

Factcheck

Anders dan het CIDI beweert wordt de opvatting dat Israëls nederzettingenproject onrechtmatig (‘illegaal’) is van meet af aan VN-breed gedeeld, óók door de Veiligheidsraad. De raad heeft het project in een hele reeks bindende resoluties en ‘concensus statements’ als een grove schending van de Vierde Conventie van Genève en ‘een obstakel voor vrede’ veroordeeld, te beginnen in de jaren zeventig.

Israel, the occupying Power, is called upon once again to comply strictly with the provisions of the Geneva Convention relative to the Protection of Civilian Persons in Time of War, and to refrain from any measure that violates them. In this regard, the measures taken by Israel in the occupied Arab territories which alter the demographic composition or geographical character, and in particular the establishment of settlements, are strongly deplored. Such measures, which have no legal validity and cannot prejudge the outcome of the efforts to achieve peace, constitute an obstacle to peace.

  • Drie jaar later, in 1979, herhaalde de raad de veroordeling. In resolutie 446 oordeelde ze:

[…] that the policy and practices of Israel in establishing settlements in the Palestinian and other Arab territories occupied since 1967 have no legal validity and constitute a serious obstruction to achieving a comprehensive, just and lasting peace in the Middle East.

In de resolutie werd Israël verder (opnieuw) opgeroepen de kolonisering terug te draaien:

The Security Council […] calls once more upon Israel, as the occupying Power, to abide scrupulously by the 1949 Fourth Geneva Convention, to rescind its previous measures and to desist from taking any action which would result in changing the legal status and geographical nature and materially affecting the demographic composition of the Arab territories occupied since 1967, including Jerusalem, and, in particular, not to transfer parts of its own civilian population into the occupied Arab territories.

  • Nog datzelfde jaar waarschuwde de raad Israël in resolutie 452 nogmaals dat het koloniseringsproject onrechtmatig is. De raad oordeelde:

[…] that the policy of Israel in establishing settlements in the occupied Arab territories has no legal validity and constitutes a violation of the Fourth Geneva Convention relative to the Protection of Civilian Persons in Time of War of 12 August 1949.

Ook in deze resolutie werd gewaarschuwd voor de ‘ernstige gevolgen’ die de kolonisering zou hebben voor ‘iedere poging een vreedzame oplossing te bereiken’. De raad deed een dringend beroep ‘op de regering en bevolking van Israël om de stichting, bouw en planning van nederzettingen te staken’: 

The Security Council […] calls upon the Government and people of Israel to cease, on an urgent basis, the establishment, construction and planning of settlements in the Arab territories occupied since 1967, including Jerusalem.

  • In 1980 benadrukte de raad in resolutie 476 ‘de dwingende noodzaak’ om de Israëlische bezetting te beëindigen. In de woorden van de raad:

[…] the overriding necessity to end the prolonged occupation of Arab territories occupied by Israel since 1967, including Jerusalem.

  • In latere resoluties bleven deze elementen terugkomen. In allengs hardere termen is de kolonisering keer op keer veroordeeld als een grove schending van het internationaal recht en een groot obstakel voor vrede, en is Israël gemaand zijn illegale activiteiten onmiddellijk te staken. In de vooralsnog laatste resolutie – resolutie 2334 van 23 december 2016 – veroordeelde de raad het koloniseringsproject als ‘een flagrante schending van het internationaal recht en een groot obstakel voor het realiseren van de tweestatenoplossing en een rechtvaardige, duurzame en alomvattende vrede’. De veroordeling geldt het project in al zijn facetten:

[…] the construction and expansion of settlements, transfer of Israeli settlers, confiscation of land, demolition of homes and displacement of Palestinian civilians, in violation of international humanitarian law and relevant resolutions.

Opnieuw eiste de raad dat Israël het project onmiddellijk zou staken en de internationale rechtsorde zou respecteren:

The Security Council […] reiterates its demand that Israel immediately and completely cease all settlement activities in the occupied Palestinian territory, including East Jerusalem, and that it fully respect all of its legal obligations in this regard.

Conclusie

De bewering van het CIDI is een groteske leugen. Met het aantal veroordelingen van Israëls kolonisering van Oost-Jeruzalem en de Westoever door de VN-Veiligheidsraad kan de directrice van de organisatie haar werkkamer behangen.

De pijnlijke realiteit is dat Israël tot de grootste schenders van VN-resoluties, het internationaal recht en de universele mensenrechten ter wereld behoort. Het is die realiteit die het CIDI met zijn leugen over de Veiligheidsraad wil verhullen, opdat Israël ongehinderd zijn misdadige gang kan blijven gaan.

Daarom ook suggereert het dat de resoluties van de Algemene Vergadering van de VN ‘niet bindend’ zijn – een ironisch standpunt in de wetenschap dat Israël in 1948 zijn onafhankelijkheid baseerde op resolutie 181 van diezelfde Algemene Vergadering, die in de Veiligheidsraad op afkeuring was gestuit. In werkelijkheid zijn die resoluties even bindend als de verdragen – denk aan de Conventies van Genève en het VN-Handvest – waarop ze zijn gebaseerd. De Algemene Vergadering is geen gezelligheidsvereniging die voor de grap resoluties de wereld instuurt, onder het motto ‘zie maar’. Het CIDI verwart ‘bindendheid’ met de bevoegdheid om opvolging van een resolutie met geweld te laten afdwingen. Die mogelijkheid heeft alleen de Veiligheidsraad.

Een rechtvaardige vrede in Israël/Palestina staat of valt met respect voor de rechten van alle betrokkenen – óók die van de Palestijnen – en naleving van internationale verdragen en resoluties. Een andere maatstaf voor rechtvaardigheid, met gelijk gewicht voor alle betrokkenen, bestaat niet. Met het rondstrooien van leugens over VN-organen en -resoluties is niemand gebaat, ook Israël niet. Het is niet ‘pro-Israël’ om de onrechtmatige, gewelddadige en gevaarlijke koers van het land te stimuleren.

De schade die het CIDI met zijn propaganda aanricht gaat verder dan het uit de wind houden van een onderdrukkend regime en het tegenwerken van een rechtvaardige vrede. Het ondermijnt ook de internationale rechtsorde als zodanig, het met pijn en moeite opgebouwde systeem van bescherming dat herhaling van de verschrikkingen van de wereldoorlogen moet voorkomen. Dat systeem is een centrale pijler onder wat we moderne beschaving noemen.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.