Nabil Sahhar / Is christen-zijn geografisch bepaald?

Op grond waarvan steunen zoveel Nederlandse christenen de Israëlische onderdrukking van de Palestijnen? Hun geloof biedt daarvoor geen ruimte, betoogt de in Nederland levende Palestijnse christen Nabil Sahhar.

Palestijnse christenen tijdens de kerstviering in Bethlehem. [c] AA / Middle East Eye 

Als in Jeruzalem geboren christen, als telg van een familie van Palestijnse ouders en grootouders, heb ik het nooit een probleem gevonden die twee kanten binnen mijn persoon te combineren. Ik was én christen, én Palestijn.

Dat veranderde toen ik in Nederland terechtkwam. Daar bleek al snel dat christen-zijn wezenlijk anders is dan wat ik daarover leerde tijdens mijn opvoeding in een Grieks-Orthodoxe familie en op een rooms-katholieke school in hartje Jeruzalem.

Is christendom geografisch bepaald? Of is het Nederlandse christendom iets heel anders dan het mijne? Ligt het aan het Boek, of lezen we hetzelfde Boek, maar elk met een andere bril?

Die vraag kwam scherp in beeld toen de Wereldraad van Kerken, en in haar kielzog de Nederlandse Raad van Kerken, zich eerder dit jaar schaarden achter de schreeuw om hulp van de Palestijnse christenen, die door hun Israëlische bezetter dreigden te worden geannexeerd. Dat leidde niet tot massale steun voor de bedreigde christenen, maar tot een frontale aanval op de Raad van Kerken – uit christelijke hoek welteverstaan.

Ineens bleken humane, christelijke waarden als het opkomen voor rechtvaardigheid en mensenrechten niet te gelden. De kern van ons geloof werd van tafel geveegd.

Een belangrijke rol hierin speelden de zelfverklaarde ‘Christenen voor Israël’. Zij noemden het ‘verbijsterend’ dat de Nederlandse Raad van Kerken zich ‘met politiek inlaat’ en riepen al hun troepen op om tegen de Raad in actie te komen. De essentie van hun klacht: hoe durft de Nederlandse Raad van Kerken onrecht aan de kaak te stellen?

Al sinds 2009 schreeuwen de Palestijnse christenen om hulp. Al twaalf jaar roepen zij de christelijke wereld en de kerken op om in actie te komen. Zonder resultaat. Hoe kan dat? Omdat groeperingen zoals Christenen voor Israël die staat onvoorwaardelijk steunen in alles wat het doet, en bereid zijn kritische personen en organisaties te intimideren en de mond te snoeren. De Wereldraad van Kerken hield stand tegen deze haatzaaierij, maar andere organisaties, zoals de Nederlandse Raad van Kerken, gingen door de knieën.

Is het niet de essentie van godsdienst, en juist van die van Jezus, om op te komen voor minderbedeelden en voor mensen die onrechtvaardig behandeld worden? Wanneer je het onrecht zich onder je ogen ziet afspelen, mag je dan als christen de andere kant opkijken alsof je het niet ziet? Hebben we niet eerder in de geschiedenis gezien dat men wegkeek, ‘van niets wist’? Leidde dat toen niet tot de gruwelijkste misdaad van de vorige eeuw, waarbij miljoenen het slachtoffer werden van menselijke wreedheid en willekeur – alleen omdat ze ‘anders’ waren?

Op geen enkele manier wil ik het leed van het ene volk vergelijken met het andere. Het enige wat ik zie is dat de geschiedenis zich herhaalt, op een andere plaats en in een andere vorm. Men lijkt weinig van zijn geschiedenis te hebben geleerd. Er is sprake van een herhaling van zetten. Er wordt massaal weggekeken terwijl het Palestijnse volk onder de voet wordt gelopen door Israël – en daarmee weggekeken van een kolossale misdaad.

Of is het soms meer dan dat? Want de ‘Christenen voor Israël’ kijken niet weg. Zij zien de wreedheden die Israël dagelijks begaat. Zij kennen de plannen die Israël met het Palestijnse volk heeft. En toch blijven ze Israël onvoorwaardelijk steunen. Dat maakt hen medeverantwoordelijk.

De christelijke politiek in Nederland kent drie partijen. Twee daarvan doen niets anders dan het blindelings verdedigen van Israël. De derde partij houdt zich stil. Dat is fout. Politiek bedrijven betekent juist dat je partij kiest om het verschil te kunnen maken, en de christelijke overtuiging stuurt je daarin de juiste kant op: opstaan tegen onrecht, waar ook ter wereld.

Christen-zijn is je uitspreken tegen onrecht. Het actief verdedigen van de bezettingsmacht, of het innemen van een ‘neutrale positie’, hebben niets te maken met christelijke waarden. Beide houdingen dragen bij aan het onrecht, dat zich kan stabiliseren en uitbreiden. In die zin is sprake van dubbel onrecht.

Hoe moet ik me als christen en Palestijn staande houden in christelijk Nederland? En hoe moet ik dit uitleggen aan de Palestijnse moslims die de grote meerderheid van mijn volk vormen? De herhaalde oproepen van christelijke Palestijnse geestelijken aan de (ook Nederlandse) christelijke wereld bleek aan dovemans oren gericht – als een roep in de woestijn!

Met hun onvoorwaardelijke verdediging van alles wat Israël doet, hebben de Christenen voor Israël bijgedragen aan de creatie van een monster van genadeloze bezetting en kolonisatie. Een waarschuwing: dat overmoedige monster, als dat op dit pad blijft doorgaan, zal zichzelf en zijn buren op een dag te gronde richten.

Mijn vraag aan de Christenen voor Israël: welk Israël steunen jullie eigenlijk? Is dat het Israël dat de Golanhoogten bezet houdt? Het Israël dat Gaza tot de grootste openluchtgevangenis ter wereld heeft gemaakt? Het Israël dat de Westelijke Jordaanoever wil annexeren en miljoenen Palestijnen in zijn brute greep houdt? Is dit het land dat jullie voor ogen staat ter voorbereiding op de wederkomst van Jezus?

En vertellen jullie daarbij wel het hele verhaal? Vertellen jullie wat er volgens jullie selectieve lezing van de Schrift met de joden gaat gebeuren? Of zijn de joden voor jullie domweg ‘pionnen’ die opgeofferd moeten worden ter vervulling van de Schrift?

Vanuit mijn christelijke opvoeding, en als Palestijn, heb ik geleerd om op te komen voor menselijke waarden. Ik strijd al jaren voor dialoog en een vreedzame oplossing. Niet alleen voor de Palestijnen, want ik besef maar al te goed dat je geen vrede zult kennen ten koste van de ander. Vrede kan niet worden opgelegd aan een volk onder onderdrukking en overheersing, maar moet alomvattend zijn, voor iedereen. Zoals Simone de Beauvoir heeft gezegd: ‘Se vouloir libre, c’est aussi vouloir les autres libres’.

Wij Palestijnen hebben veel verloren. We zijn eraan gewend geraakt om met steeds minder toch door te leven. Ik maak me zorgen over het Israëlische volk. Je verschuilen achter een superieure militaire macht, achter een muur, achter de extreemrechtse Israëlische politiek, en achter Trump – het zal Israël geen vrede brengen.

Als je een vriend van Israël wilt zijn, is het tijd dat je het helpt leren in vrede te leven – om te beginnen met zichzelf, zodat het vrede kan geven aan de Palestijnen. Wij Palestijnen claimen geen exclusieve rechtvaardigheid, maar een met anderen gedeelde rechtvaardigheid. Komt die niet tot stand, dan zijn we allen gedoemd tot nog meer verlies van levens, en tot nog meer jaren van verdriet. Dat scenario kent geen winnaars, maar slechts verliezers.

Tot slot wil ik een woord van dank en bemoediging richten aan de Wereldraad van Kerken, die zich standvastig heeft opgesteld. Mijn boodschap: blijf vooral doen wat van een christen wordt verwacht, want stilzwijgen maakt schuld. Laat je vooral niet intimideren door een groep fanatici, een groep gedesoriënteerde Christenen voor Israël.

We houden moed en koesteren de hoop dat er een dag komt waarop vrede zal heersen. We blijven strijden voor rechtvaardigheid. We kunnen vele levens redden als we het christelijke pad blijven volgen, met oog voor iedereen – zowel voor het slachtoffer als voor de dader. Want in dit geval zijn beiden slachtoffer!