Kabinet-Rutte IV 4 januari 2022

Dilan Yesilgöz heeft vragen te beantwoorden over CIDI-reis

Nu VVD-politicus Dilan Yesilgöz is voorgedragen als minister dienen vragen te worden beantwoord over haar rol rond een CIDI-reis in 2019. Daarbij lijken ambtelijke regels overtreden en Joodse tegoeden misbruikt.

Eind oktober 2019 werd bij toeval bekend dat ambtenaren van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Justitie en Veiligheid op dat moment deelnamen aan een door lobbyorganisatie CIDI georganiseerde reis naar Israël/Palestina. Het bleek te gaan om een gezelschap van 16 VVD’ers onder leiding van (destijds) Tweede Kamerlid Dilan Yesilgöz. De reis riep belangrijke vragen op, die niet zijn beantwoord. Nu Yesilgöz is voorgedragen als minister van Justitie en Veiligheid moet dat alsnog gebeuren.

Werden ambtenaren gesponsord?

Een van die vragen is in hoeverre het geoorloofd is dat ambtenaren en politici op reis gaan met een lobby­organisatie als het CIDI, temeer als dat raakt aan hun werkterrein. Vier leden van de VVD-groep waren werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, waar het beleid ten aanzien van Israël/Palestina wordt uitgevoerd. Eén van hen werkte bij de Directie Midden-Oosten. Een ander was de Newsroom Coordinator van het ministerie. Zijn rond de CIDI-reis de regels wel in acht genomen?, was de logische vraag.

Die vraag kreeg een extra verdieping toen bekend werd dat Yesilgöz haar reis grotendeels door het CIDI liet sponsoren. Dat riep de cruciale vraag op of ook de ambtenaren zich lieten sponsoren. Voor politici is zoiets ongewenst en schadelijk, maar voor ambtenaren is het verboden, ook als het een privéreis betreft. Als er desondanks sprake van is geweest luidt de volgende vraag of dat op de ministeries bekend was en of Yesil­göz ervan wist – of het wellicht zelfs heeft aangemoedigd.

Betaald met Maror-gelden

Wat de kwestie pijnlijk maakt is Yesilgöz’ verklaring dat haar reis werd betaald uit de zogenoemde Maror-gelden. Dat zijn gelden die zijn bestemd voor de Nederlandse Joodse gemeenschap als restitutie voor tijdens de Tweede Wereldoorlog geroofde Joodse bezittingen. En dus niet voor een VVD-Tweede Kamerlid en haar partijleden om een propagandareis van het CIDI te kunnen maken. Het maakt duidelijkheid rond haar rol en de sponsoring van de overige deelnemers extra relevant. En het roept twijfel op aan haar morele kompas.

Die wordt mede gevoed door het feit dat haar reizen, en eventuele vergoedingen die zij daarvoor heeft ontvangen, niet meer zijn te traceren in de openbare registers van de Tweede Kamer. In het reizenregister komt haar naam niet meer voor; in de registers van neven­­activiteiten (2018-2019 en 2019-2020) wordt geen melding gemaakt van haar reisleiderschap voor het CIDI.

CIDI: propaganda, leugens en laster

Het CIDI organiseert jaarlijkse reizen naar Israël voor ‘journalisten en beleidsmakers’ en ‘high-potential politici’. Van 2008 tot en met 2018 werd daaraan ruim een half miljoen euro aan Maror-gelden besteed. In 2019 kwam daar ruim 47 duizend euro bij. Het zou goed kunnen dat de reiskosten van Yesilgöz en haar VVD-groep deel uitmaken van die budgetten. Dat zou betekenen dat het CIDI ambtenaren heeft betaald om deel te nemen aan een propagandareis, en daarvoor Maror-gelden heeft gebruikt.

De CIDI-reizen zijn berucht vanwege hun eenzijdige pro-Israëlische karakter. Voormalige deelnemers omschreven ze als ‘propaganda’. Het gebruik – of misbruik – van Maror-gelden voor die reizen, en voor een reeks andere activiteiten, is een schandaal. Die gelden dienen, zoals op de Maror-website te lezen, ten goede te komen aan ‘collectieve doelen binnen de Joodse gemeenschap in Nederland’. Keer op keer blijkt daar geen sprake van, met de besteding van bijna 70 duizend euro aan de CIDI-website als een van de dieptepunten.

Het CIDI is niet alleen omstreden vanwege zijn propagandareizen. De organisatie is berucht vanwege het frequente gebruik van vertekende informatie en glasharde leugens. Ook het belasteren van personen en organisaties die opkomen voor Palestijnse rechten – zelfs al zijn dat Joden – is een veelvoorkomende CIDI-gewoonte, waarvan ook (destijds) D66-minister Kaag kan meepraten. In november beschreven we hoe het CIDI bijdroeg aan de hetze tegen de Palestijnse landbouworganisatie UAWC, die uitgerekend door Kaag werd gehonoreerd.

In politiek opzicht trekt het CIDI op met (extreem-)rechtse partijen als de VVD, PVV en SGP. Zelfs het antisemitisme en racisme binnen Forum voor Democratie werd jarenlang gedoogd vanwege Baudets pro-Israël-opstelling. In juli 2019 ontstond ophef toen bleek dat zich onder de deelnemers aan een CIDI-reis twee extreemrechtse Vlamingen bevonden.

Yesilgöz’ agenda

Yesilgöz behartigt, in het voetspoor van haar partij, de CIDI-agenda met verve. In januari 2019 werden klanten van een wijnzaak door haar op televisie van antisemitisme beticht. Dit nadat die hadden laten weten geen Israëlische wijn te zullen kopen zolang de verkoper niet kon garanderen dat die niet afkomstig was uit een illegale Israëlische kolonie in bezet Palestijns gebied.

De grootschalige misleiding met die ‘Israëlische’ wijnen – en andere producten uit Israëls illegale kolonies die als ‘Made in Israël’ worden verhandeld – kan uitgerekend bestaan dankzij Yesilgöz’ VVD. Zou haar fractie zich in de Tweede Kamer anders opstellen, dan was Nederland er morgen van verlost. Feit is dat de VVD Israëls belangen laat prevaleren boven die van de Nederlandse burger. Feit is ook dat het veelvoorkomende misbruik van antisemitisme om Israël-critici de mond te snoeren een aantasting vormt van de individuele vrijheid van meningsuiting, toch een liberale kernwaarde bij uitstek.

Het promoten van Israëls belangen manifesteerde zich ook in Yesilgöz’ inzet voor invoering van de ‘IHRA-definitie van antisemitisme’, die vormen van kritiek op Israëls koloniale politiek koppelt aan antisemitisme. En in haar strijd voor instelling van een Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB), die met de IHRA-definitie in de hand het publieke discours monitort op onwelgevallige uitspraken. Veelzeggend is dat de functie van NCAB werd toegekend aan voormalig CIDI-bestuurslid Eddo Verdoner. Mocht Yesilgöz het geambieerde minister­schap ten deel vallen, dan wordt zij zijn baas.

 

Correctie, 5 januari 2022

In bovenstaande tekst is in de naam van Eddo Verdoner een schrijffout hersteld. Ook is zijn voormalige functie aangepast: hij was geen directeur, maar bestuurslid van het CIDI.
© 2007 - 2022 The Rights Forum / Privacy Policy