Onderzoek / Hoe pro-Palestijns activisme in Nederland structureel wordt ondermijnd

Maatschappelijke organisaties en personen die zich inzetten voor de rechten van de Palestijnen worden in Nederland structureel tegengewerkt, belasterd en zelfs bedreigd. Dat blijkt uit een vandaag verschenen rapport van het European Legal Support Center.

Omslag van het ELSC-rapport. 

Een cultureel festival dat halverwege moet worden afgelast omdat de organisatoren haat en bedreigingen over zich krijgen uitgestort. Een activiste wier accounts worden gehackt met de mededeling dat zij zal worden ‘gescalpeerd’. Een doorgesneden remkabel van een auto, die een gezin het leven had kunnen kosten. Het zijn voorbeelden van methodes waarmee personen en organisaties in Nederland te maken krijgen die aandacht vragen voor de rechten van de Palestijnen en hun onderdrukking door Israël. Een vandaag verschenen rapport biedt inzicht in die methodes.

Actieve tegenwerking

Dat pro-Palestijns activisme kan rekenen op actieve tegenwerking is bekend. Talloze organisaties, media en personen in binnen- en buitenland kregen ermee te maken, zoals door ons frequent beschreven. Het rapport geeft voor het eerst een indruk van de schaal waarop die tegenwerking in Nederland plaatsvindt.

De bevindingen van het rapport zijn gebaseerd op onderzoek naar 76 incidenten tussen 2015 en 2020 waarbij pro-Palestijns activisme werd tegengewerkt. Het werd uitgevoerd door het European Legal Support Center (ELSC), een in Amsterdam gevestigde organisatie die deze trend in een aantal Europese landen monitort en slachtoffers bijstaat met juridische hulp.

Het werkelijke aantal incidenten ligt hoger dan 76. ELSC documenteert uitsluitend incidenten die door benadeelde organisaties of personen worden gemeld. Die procedure bestaat pas ruim een jaar en is nog niet algemeen bekend. Daarnaast werd ELSC geconfronteerd met incidenten die onvoldoende konden worden gedocumenteerd, en daarom niet in de cijfers zijn opgenomen.

Maatschappij-breed effect

De onderzochte incidenten betreffen onder meer het ontzeggen van toegang tot debatruimtes, het inperken van academische vrijheid, het aanvechten van subsidies en fondsen, maar ook de genoemde cyberaanvallen en (doods)bedreigingen. Een ander fenomeen waarmee organisaties en personen te maken krijgen zijn lastercampagnes, waarbij solidariteit met de Palestijnen en legitieme kritiek op Israël verdacht worden gemaakt als uiting van antisemitisme of steun voor terrorisme.

Het rapport toont aan dat sprake is van een patroon waarbij elke vorm van aandacht voor de Palestijnen kan rekenen op tegenwerking en intimidatie. Zowel maatschappelijke organisaties als individuele activisten, medewerkers van ngo’s, journalisten, wetenschappers, studenten en politici worden ernstig belemmerd in hun activiteiten, frequent ten koste van hun reputatie, middelen of zelfs gezondheid. Die dreigende realiteit leidt op termijn tot vermijding of zelfcensuur, en tot een krimpende ruimte voor maatschappelijk debat over Israël/Palestina.

Pro-Israël-organisaties

Het rapport legt een direct verband met de campagne die de Israëlische regering sinds 2015 voert om de wereldwijd toenemende kritiek op haar Palestina-politiek te smoren, en de succesvolle pro-Palestijnse beweging voor Boycot, Desinvestering en Sancties (BDS) te bestrijden. Sindsdien zetten Israël en zijn bondgenoten in de Verenigde Staten en Europa – zoals belangenorganisaties, denktanks, PR-bureaus en juristen – zich in om onwelgevallige stemmen overal het zwijgen op te leggen. Het ELSC-onderzoek geeft een indruk van de vorm die dat in Nederland heeft aangenomen.

Het onderzoek wijst uit dat de meeste incidenten op naam komen van pro-Israëlorganisaties. Zo blijken medewerkers van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) betrokken bij 46 van de 76 onderzochte incidenten. Andere betrokken organisaties zijn onder meer Christenen voor Israël, Likoed Nederland en het Centraal Joods Overleg (CJO). Zij worden in hun missie gesteund door de rechtse en christelijke partijen PVV en FvD, CU en SGP, en door rechtse media als de Telegraaf, Elsevier Weekblad, GeenStijl, OpinieZ en het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW).

IHRA-definitie en NCAB

In het rapport worden ook middelen beschreven die de genoemde actoren ten dienste staan om hun agenda te realiseren. Het belangrijkste daarvan is de uiterst controversiële ‘IHRA-werkdefinitie van antisemitisme’, die vergezeld gaat van een aantal voorbeelden waarin kritiek op Israël wordt gekoppeld aan antisemitisme. Hoewel de IHRA-definitie in Nederland geen officiële status heeft – het kabinet aanvaardde alleen de definitie, zonder de kwalijke voorbeelden – en bovendien juridisch niet bindend is, blijkt die op grote schaal te worden ingeroepen om pro-Palestijns activisme te belasteren en zo mogelijk te laten verbieden.

Een andere potentieel zorgwekkende ontwikkeling is de aanstelling van een Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB) per 1 april 2021. Die functie wordt bekleed door Eddo Verdoner, voormalig bestuurslid van het CIDI en CJO, en pleitbezorger van de IHRA-definitie. De vrees is gerechtvaardigd dat Verdoner zich naar voorbeeld van zijn Duitse en Amerikaanse collega’s zal gedragen als een instrument in de bestrijding van pro-Palestijns activisme.

Vrijheid van meningsuiting

Het ELSC concludeert op grond van het onderzoek dat de gedocumenteerde incidenten een verstikkend effect hebben op de vrijheid van meningsuiting over Israël en Palestina. De organisatie roept de Tweede Kamer, overheden, media, universiteitsbesturen en andere instellingen op te waken voor een (on)bedoelde bijdrage aan die verstikking, door zich bewust te zijn van de door ELSC gedocumenteerde realiteit, in te grijpen wanneer de vrijheid van meningsuiting onder vuur komt, de verspreiding van desinformatie tegen te gaan, en af te zien van het aannemen van de IHRA-definitie.

Het Nederlandse ELSC-rapport staat niet op zichzelf, maar zal worden gevolgd door rapporten over andere Europese landen. Het belang daarvan bleek deze week in het Verenigd Koninkrijk, waar de pro-Israëlische lobbyorganisatie UK Lawyers for Israel (UKLFI) in het ongelijk werd gesteld na een aanklacht tegen PricewaterhouseCoopers Palestine (PwC Palestine) met betrekking tot zijn werkzaamheden voor twee Palestijnse organisaties (UAWC en DCI-P). Eerder analyseerden wij de rol van UKLFI in een poging om de Nederlandse subsidie van UAWC te beëindigen.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.