Pressure cooker / Kabinet wordt belaagd door Israël-lobby over financiering UAWC

Pro-Israëlische lobby-organisaties hebben het kabinet zwaar onder druk gezet om de Nederlandse financiering van de Palestijnse landbouworganisatie UAWC te beëindigen. Tot dat besluit mag Nederland zich niet door intimidatie en manipulatie laten dwingen.

Palestijnen bewerken hun land op de Westelijke Jordaanoever. De landbouworganisatie UAWC staat Palestijnse boeren daarin bij, en registreert schendingen van hun rechten door de Israëlische bezetter. [c] Flash90 / Nati Shohat  

Op 22 oktober maakte Israël bekend dat het zes Palestijnse ngo’s had aangemerkt als ‘terreurorganisaties’. Zij zouden verknoopt zijn met het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), dat op de terrorismelijsten van de EU en VS voorkomt. Op die manier zouden Europese hulpgelden, waaronder Nederlandse, aan PFLP-terreur ten goede zijn gekomen, stelt Israël – zonder voor die ernstige beschuldiging tot dusver enig concreet en betrouwbaar bewijs te hebben geleverd.

Nederlands onderzoek

Een van de beschuldigde ngo’s is de Union of Agricultural Work Committees (UAWC), waarvan de Nederlandse financiering in juli 2020 op grond van eerdere beschuldigingen werd opgeschort hangende een onderzoek ‘naar eventuele banden tussen PFLP en UAWC’. Eerder publiceerden wij een uitgebreide analyse van dat exceptionele besluit en de wijze waarop het tot stand kwam.

De resultaten van het Nederlandse onderzoek laten intussen zestien maanden op zich wachten, met grote schade voor UAWC en de Palestijnse bevolking tot gevolg. Eerder deze maand liet het kabinet weten dat het proces van beoordeling en besluitvorming over de financiering van UAWC zich ‘in de afrondende fase begeeft’. Wanneer dat besluit wordt aangekondigd, blijft gissen.

Politiek-gemotiveerde actoren

Beschuldigingen dat UAWC en andere Palestijnse ngo’s betrokken zouden zijn bij terrorisme worden al jaren geuit en zijn eerder grondig onderzocht. Nooit is enig bewijs gevonden. In mei van dit jaar onderzocht het ministerie van Buitenlandse Zaken nog vérgaande beschuldigingen van de Israëlische veiligheidsdienst Shin Bet, die niet onderbouwd bleken met enig geloofwaardig bewijs.

In antwoord op Kamervragen heeft het kabinet UAWC eerder vrijgepleit van blaam. Zo meldde het kabinet in juli 2020 aan de Kamer: ‘Uit het Nederlands toezicht op UAWC zijn geen aanwijzingen gekomen dat UAWC en de partners in het consortium de Nederlandse bijdrage anders gebruikt hebben dan zoals is overeengekomen.’ Het kabinet zei toen ook: ‘Uit eerdere internationale controles en uit het Nederlands toezicht op UAWC zijn geen aanwijzingen naar voren gekomen van banden tussen UAWC en organisaties op een internationale terreurlijst.’

De opschorting van financiering voor UAWC en het onderzoek dat Nederland heeft gelast – maatregelen die geen enkel ander donorland heeft genomen – illustreert hoezeer het kabinet in het UAWC-dossier zwaar in het defensief is geraakt. Dat is het gevolg van een gecoördineerde lobby en campagne van verschillende politiek-gemotiveerde actoren, die gericht desinformatie verspreiden en het kabinet belagen met ernstige beschuldigingen en juridische dreigementen.

Hieronder introduceren we de belangrijkste spelers en hun rol. Samen hebben zij een ‘pressure cooker’ gecreëerd, met één uitweg voor het kabinet: de financiering van UAWC definitief beëindigen – als opmaat naar een ‘defunding’ van andere (alle) Palestijnse ngo’s.

NGO Monitor

Een van de hoofdrolspelers is het Israëlische NGO Monitor. Die organisatie opereert feitelijk als verlengstuk van de Israëlische regering in haar strijd tegen organisaties die opkomen voor de rechten van de Palestijnen – en dus een belemmering vormen voor de Israëlische bezetting en kolonisering van de Palestijnse gebieden. Daartoe produceert het op grote schaal misleidende dossiers en rapporten, die vervolgens door pro-Israëlische organisaties, politici en media als ‘onafhankelijk onderzoek’ worden uitgevent om de reputatie van organisaties te beschadigen en hun financiers onder druk te zetten. Wij typeerden NGO Monitor daarom als een lasterfabriek.

Het ‘onderzoek’ van NGO Monitor is in Nederland en Europa herhaaldelijk afgeserveerd als onbetrouwbaar. Voormalig EU-buitenlandchef Federica Mogherini, voormalig EU-ambassadeur in Israël Lars Faaborg-Andersen, maar ook de Nederlandse (oud-)ministers Stef Blok, Halbe Zijlstra (beiden VVD) en Sigrid Kaag (D66) concludeerden in uiteenlopende termen dat sprake was van ongefundeerde aantijgingen en desinformatie. In oktober 2020 verwierpen ministers Blok en Kaag nog beschuldigingen van NGO Monitor aan het adres van Al-Mezan, een andere Palestijnse ngo die door Nederland wordt gesteund.

NGO Monitor loopt ook voorop in de lastercampagne tegen UAWC. Daartoe werd een vilein dossier over de Palestijnse ngo samengesteld en een rapport gepubliceerd, waaruit banden tussen UAWC en de PFLP zouden blijken. Verder werd een website opgetuigd met een giftige en opruiende weergave van negen Palestijnse ngo’s, waaronder UAWC. De gepresenteerde informatie is telkens een vergaarbak van indirecte en irrelevante verbanden en suggestieve beschuldigingen waarvoor elk overtuigend bewijs ontbreekt – wij gingen er in onze eerdere analyse uitgebreid op in.

UK Lawyers for Israel

De belangrijkste organisatie die de campagne van NGO Monitor tegen UAWC effectief aan het kabinet heeft opdrongen, is de Britse ngo UK Lawyers for Israel (UKLFI). Bij toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Sigrid Kaag (D66) introduceerde UKLFI zichzelf als een ‘organisation which uses the law against attempts to undermine, attack and delegitimise Israel, Israeli organisations, Israeli’s, and supporters of Israel’. In de praktijk staat UKLFI algemeen bekend als intimiderende lawfare-organisatie, die steun aan de Palestijnen met juridische dreigementen en middelen gericht ondermijnt.

Net als NGO Monitor is ook UKLFI betrapt op ondeugdelijke informatie en methoden. Zo werden drie klachten van UKLFI tegen Britse maatschappelijke organisaties ongegrond verklaard en moest een lasterlijke beschuldiging aan het adres van de Palestijnse ngo Defence for Children-Palestine worden herroepen. In oktober 2019 was UKLFI een van de drijvende krachten achter de campagne die uitgever Pearson dwong tot het aanpassen van lesmateriaal.

Hetzelfde UKLFI is de leidende aanjager van pressie op het kabinet om zijn financiering voor UAWC te beëindigen. Daartoe stuurde UKLFI een viertal brieven aan het ministerie van Buitenlandse Zaken, die in antwoord op Kamervragen zijn gepubliceerd. Daarin voerde UKLFI de druk op het kabinet gestaag op. Zo schreef UKLFI in zijn eerste brief op 13 mei 2019 dreigend:

[W]e are very concerned that your organisation’s donations to the UAWC have encouraged and/or facilitated acts of terrorism, through the UAWC’s political and material support for the PFLP. There may well be legal ramifications of such support, in numerous jurisdictions around the world.

In zijn tweede brief van 7 mei 2020 onthulde UKLFI de parallelle betrokkenheid en aandrang van een andere lawfare-organisatie, waarover wij eerder schreven: het Israëlische International Legal Forum (ILF). Terwijl NGO Monitor de publieke lastercampagne voor zijn rekening nam en UKLFI de lobbydruk opvoerde, heeft ILF het ministerie van Buitenlandse Zaken met gerichte Wob-verzoeken bestookt. Op basis van interne documenten over de financiering van UAWC die de overheid vervolgens publiceerde, heeft UKLFI het ministerie van Buitenlandse Zaken verder de duimschroeven aangedraaid.

CIDI

In Nederland werd de hetze tegen UAWC aangejaagd door het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), met een stortvloed aan publicaties waarin de onbewezen beschuldigingen van NGO Monitor eindeloos werden herkauwd. Sinds mei 2020 publiceerde het CIDI niet minder dan 32 artikelen over of met verwijzing naar de ‘terreur-NGO’ UAWC.

De laster tegen UAWC drong ook door in de politiek en media. De fracties van met name de PVV, ChristenUnie en SGP vertaalden de beschuldigingen van het CIDI en NGO Monitor in reeksen Kamervragen, waarmee het kabinet verder onder druk werd gezet de financiering van UAWC te beëindigen. Ook gevestigde media werkten daaraan mee. In 2020 publiceerden onder meer de Telegraaf, het Algemeen Dagblad en het Parool artikelen die de lastercampagnes tegen UAWC klakkeloos versterkten.

De campagne tegen UAWC en andere ngo’s wordt verder gesteund en aangewakkerd door vooringenomen media als het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW) en publicisten als Simon Soesan.

Frequent worden de pijlen daarbij gericht op voormalig minister Kaag, tegen wie eerder dit jaar ook nog eens een juridische intimidatiecampagne is gelanceerd. In mei 2021 deed Lucas Hartong, een voormalig Europarlementariër voor de PVV, aangifte tegen Kaag vanwege het ‘financieren van terrorisme’. Nadat de aangifte bij het Openbaar Ministerie afketste, heeft Hartong in september een klacht ingediend bij de Hoge Raad. Het doel van deze, juridisch eveneens kansloze procedure, is duidelijk: intimideren en de druk op het kabinet verder opvoeren.

‘Pressure cooker’

Zo hebben diverse actoren die de Israëlische bezettingspolitiek steunen een ‘pressure cooker’ gecreëerd, die voor het kabinet nog maar één uitgang heeft: de financiering van UAWC definitief beëindigen. Een eerste aanwijzing dat het kabinet gevoelig is voor deze druk manifesteerde zich in de poeslieve brief die het ministerie van Buitenlandse Zaken op 10 augustus 2020 aan UKLFI stuurde, waarin UKLFI nadrukkelijk werd bedankt voor zijn ‘aanhoudende betrokkenheid en gedetailleerde informatie’.

Dat de (pro-)Israëlische druk werkt en oprukt, is ook terug te lezen in een uitspraak van oud-minister Kaag tijdens een debat met de Tweede Kamer. Na overleg met haar Israëlische ambtgenoot Yair Lapid, zei Kaag in juni van dit jaar: ‘We gaan hier samen [met de Israëlische regering] in optrekken, want er is vanuit de Nederlandse regering totale openheid en verantwoordelijkheid om dit goed uit te zoeken.’ Dezelfde Lapid heeft zich eerder een trouwe bondgenoot van NGO Monitor getoond en speelt een sleutelrol in het Israëlische overheidsbeleid om Palestijnse ngo’s als ‘terroristisch’ te criminaliseren.

Een sombere indicatie is voorts het uitblijven van een publieke kabinetsreactie op de Israëlische classificatie van de zes Palestijnse ngo’s. Hoewel het kabinet het ‘bewijs’ dat Israël tot nu toe heeft gepresenteerd al in mei als ontoereikend van de hand wees, laat het de daarop gebaseerde Israëlische escalerende maatregelen tegen de Palestijnse ngo’s vooralsnog passeren. Dit ondanks de oproep van 32 Nederlandse organisaties om stelling te nemen. Ook steekt de stilte van het kabinet scherp af bij de kritische en bezorgde stellingnames van andere Europese landen.

Kabinet verstrikt geraakt

De recente begrotingsbehandeling van Buitenlandse Zaken voedt de zorgen dat het kabinet diep verstrikt is geraakt in de Israëlische aanval op de Palestijnse ngo’s. Tijdens dat debat zei Ben Knapen (CDA), de opvolger van Kaag als minister van Buitenlandse Zaken, ‘dat we op voorhand geen [Palestijnse] organisaties wantrouwen, totdat het tegendeel is bewezen’.

Zijn overige uitspraken en defensieve houding ter zake wijzen echter juist op groot wantrouwen richting de Palestijnse civiele samenleving en leggen bloot hoe ver Nederland in het Israëlische narratief is doorgeschoten. Het uitgangspunt dat Israëls beschuldigingen politiek gemotiveerd en onacceptabel zijn, zolang geen concreet en geloofwaardig bewijs op tafel ligt, heeft het kabinet al lang opgegeven.

Het besef dat de geclassificeerde ngo’s existentiële risico’s lopen en nú onze politieke en financiële steun verdienen, lijkt volledig verdwenen. Hiermee veronachtzaamt het kabinet ook de voortrekkersrol die Nederland jarenlang heeft gespeeld bij het ondersteunen van kwetsbare ngo’s en mensenrechtenverdedigers in Israël/Palestina.

In 2009 ontving de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al-Haq in Nederland de Geuzenpenning, samen met de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem. Maar nu Al-Haq twaalf jaar later door Israël als ‘terroristische organisatie’ wordt aangemerkt, zwijgt het kabinet angstvallig – en blijft het wachten op ‘bewijs’ dat de Israëlische regering, ondanks herhaalde verzoeken, niet heeft kunnen presenteren.

Koerswijziging noodzakelijk

Een lichtpuntje is de motie van Kamerlid Kuzu (DENK), die met brede steun, waaronder van het CDA, is ingediend. Deze motie, waarover op 23 november gestemd zal worden, herinnert het kabinet aan een fundamentele uitspraak die het eerder heeft gedaan:

Gezien de ernst van de beschuldiging en de mogelijke gevolgen als iemand of een organisatie beschuldigd wordt van steun aan terrorisme, hecht het ministerie groot belang aan onderbouwing van een eventuele beschuldiging met bewijs dat inzichtelijk is voor de beschuldigde en zijn of haar advocaten en getoetst wordt door een rechter.

De motie-Kuzu c.s. ‘verzoekt de regering om bij de ondersteuning en financiering van humanitaire en mensenrechtenorganisaties in Israël en de bezette Palestijnse gebieden aan dit democratische en rechtsstatelijke uitgangspunt vast te houden en zich daardoor te blijven laten leiden’.

Het is deze week aan de Tweede Kamer om tijdens het debat over de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking het kabinet te bewegen tot een koerswijziging op basis van dit democratische en rechtsstatelijke uitgangspunt – ook als signaal dat Nederland zich niet door manipulaties en intimidaties laat meeslepen in Israëls destructie van het Palestijnse maatschappelijk middenveld. Nederland moet die destructie juist nú een halt toeroepen.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.