Buitenlandse Zaken 30 november 2021 Lees meer over

Israël/Palestina onder Rutte-III: passief en meten met twee maten

In drie artikelen gaan we in op de recente begrotingsbehandeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat het Nederlandse Israël/Palestina-beleid uitvoert. In dit eerste artikel een terugblik op het beleid onder Rutte-III.

Bij de Israëlische aanvallen op de Palestijnse Grote Mars van Terugkeer-demonstraties in 2018 en 2019 vielen aan Palestijnse zijde honderden doden en tienduizenden gewonden. Het Nederlandse kabinet veroordeelde het Israëlische geweld niet, maar is in afwachting van een ‘onafhankelijk Israëlisch onderzoek’ dat intussen drieënhalf jaar is uitgebleven. Het voorbeeld is exemplarisch voor het Nederlandse regeringdbeleid. © UNRWA / Mahmoud Bassam

Eerder deze maand vond de vijfde begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken onder het inmiddels demissionaire kabinet Rutte-III plaats. Sinds het aantreden van dat kabinet in oktober 2017 namen drie verschillende ministers de begroting voor hun rekening: Halbe Zijlstra (VVD), Stef Blok (VVD) en Ben Knapen (CDA). Tussendoor was ook Sigrid Kaag (D66) nog enkele maanden minister van Buitenlandse Zaken.

Totale passiviteit

Die vier ministers hebben gemeen dat zij geen enkel betekenisvol initiatief hebben ontplooid dat zou kunnen bijdragen aan een oplossing van het Palestijns-Israëlische ‘conflict’. Erger, tijdens hun termijn hebben de schendingen van het internationaal recht en de mensenrechten zich kunnen opstapelen zonder dat het kabinet de rechtsorde, en daarmee de Palestijnen, in bescherming nam. Een beknopt overzicht:

  • Tussen 1 januari 2018 en 1 november 2021 kwamen 792 Palestijnen en veertig Israëli’s om het leven door geweld van de andere partij. Daaronder bevonden zich 179 kinderen: 176 Palestijnse en drie Israëlische.
  • In dezelfde periode raakten 65.660 Palestijnen en 1.565 Israëli’s gewond.
  • In dezelfde periode werden door Israël 2.652 Palestijnse huizen en andere gebouwen gesloopt, waardoor 3.374 Palestijnen dakloos raakten.
  • Het aantal Israëlische kolonisten in de illegale nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever nam toe van 427.800 (1 januari 2018) tot 475.481 (mei 2021).
  • Tussen 1 januari 2018 en 1 november 2021 werden 48 nieuwe illegale Israëlische ‘buitenposten’ in bezet Palestijns gebied gesticht – nederzettingen die niet alleen onder internationaal recht, maar ook onder de Israëlische wet illegaal zijn.
  • Het aantal aanvallen van Israëlische kolonisten op Palestijnse burgers of hun eigendommen nam toe van 157 (in heel 2017) tot 410 (in de eerste tien maanden van 2021).
  • Tussen 30 maart 2018 en 30 november 2019 werden in het kader van de Grote Mars van Terugkeer door Israëlische militairen ten minste 340 ongewapende Palestijnen gedood en 31 duizend gewond. De gedode Palestijnen vormden geen gevaar voor de Israëlische scherpschutters die hen van grote afstand beschoten. Een onderzoekscommissie van de VN-Mensenrechtenraad kwalificeerde het Israëlische geweld als schendingen van het internationaal recht, schendingen van de Conventie van de Rechten van het Kind, en mogelijke misdaden tegen de menselijkheid.
  • Per 7 november 2021 bevonden zich 4.650 Palestijnen in Israëlische gevangenissen, onder wie 160 kinderen. Van hen worden er vijfhonderd in ‘administratieve detentie’ gehouden: zij zijn zonder proces gedetineerd op grond van een geheime aanklacht waarvoor geen bewijs is overlegd. Hun detentie kan eindeloos worden verlengd.
  • Amnesty International, VN Mensenrechtenexperts, Palestijnse en Israëlische ngo’s stellen dat Israël zich schuldig heeft gemaakt aan marteling en daarmee de Conventie tegen Foltering heeft geschonden.
  • UN ESCWA, B’Tselem, Human Rights Watch en andere prominente organisaties stelden vast dat Israël zich schuldig maakt aan apartheid en vervolging van de Palestijnse bevolking.

Stoomwals

Het is vrijwel niet voorstelbaar dat het kabinet dergelijke kolossale rechtenschendingen ongemoeid laat. De vraag waarom de Palestijnen niet tegen het Israëlische geweld in bescherming worden genomen, wordt omzeild onder verwijzing naar het mantra van de tweestatenoplossing. Hoewel geen politicus in staat is om uit te leggen hoe die oplossing nog gerealiseerd kan worden, vormt hij nog altijd de kern van het Nederlandse beleid, en een feitelijke vrijbrief voor het gedogen van Israëls misdaden.

Initiatieven om de tweestatenoplossing vlot te trekken zijn uitgebleven, ook in Europees verband. Wel heeft de EU zich verzet tegen het plan-Trump, en aangenomen mag worden dat druk van de zijde van de EU eraan heeft bijgedragen dat de formele annexatie van de Jordaanvallei in de zomer van 2020 niet door Israël is doorgezet.

Daar staat tegenover dat de feitelijke annexatie – in de vorm van sloop van Palestijnse huizen, en uitbreiding van Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied – als een stoomwals heeft kunnen doorrazen zonder dat Israël iets in de weg is gelegd. De talloze verklaringen van ‘bezorgdheid’ ten spijt blinkt ook de EU uit in passiviteit. Ook de honderden Palestijnse doden tijdens de Grote Mars van Terugkeer, en het buitenproportionele geweld in mei van dit jaar, hebben niet tot sancties tegen Israël geleid.

Tweematenpolitiek

De Palestijnen hebben dat geluk niet. Zo heeft Nederland zijn financiële steun aan de juridische sector van de Palestijnse Autoriteit (PA) stopgezet vanwege betalingen aan families van Palestijnen in Israëlische gevangenissen. Ook is de Nederlandse financiering van de Palestijnse landbouworganisatie UAWC bevroren vanwege onbewezen beschuldigingen uit Israëlische hoek, waarbij het kabinet zich volledig heeft laten meeslepen in de Israëlische argumentatie.

Intussen doet Nederland openlijk zaken met de Israëlische war machine. Zo was het ministerie van Economische Zaken en Klimaat betrokken bij de promotie van Elbit, het paradepaardje van Israëls wapenindustrie dat zijn handelswaar aanbiedt als ‘getest op Palestijnen’. Een jaar geleden sloot het ministerie van Defensie met datzelfde Elbit contracten af ter waarde van 125 miljoen euro. En op 13 oktober ging Nederland een nieuwe ‘defensiesamenwerking’ aan met Israëls ministerie van Defensie – de spil in het geweld tegen de Palestijnen.

Dat meten met twee maten heeft uiteraard gevolgen. In september 2017, vlak voordat het kabinet Rutte-III aantrad, stond 52 procent van de Palestijnen nog achter de tweestatenoplossing. Vier jaar later is dat percentage teruggelopen tot 36. Parallel daaraan is de steun onder de Palestijnen voor de gewapende strijd als middel om een onafhankelijke Palestijnse staat te realiseren de afgelopen jaren sterk gestegen. Het zijn alarmerende bewijzen van de contraproductiviteit van het Nederlandse beleid, waarvan in Den Haag echter amechtig wordt weggekeken.

© 2007 - 2022 The Rights Forum / Privacy Policy