Straffeloosheid / Nederlands gedogen van Israëlische misdaden kost Palestijnse mensenlevens

Het Israëlische geweld tegen Palestijnse burgers kan alleen bestaan dankzij het gedogen door de buitenwereld. Ook de Nederlandse regering voert een stringent gedoogbeleid als het om Israël gaat. Tekenend is het schimmenspel dat het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken al drie jaar opvoert om het Israëlische geweld in Gaza door de vingers te kunnen zien.

In Gaza-stad worden foto’s tentoongesteld van de 67 Palestijnse kinderen die omkwamen bij de Israëlische bombardementen op de Gazastrook in mei. De Nederlandse regering heeft het Israëlische geweld niet veroordeeld. [c] Ashraf Amra / APA Images 

Door de Nederlandse politiek is geen aandacht besteed aan de zes Palestijnse burgers die tussen 21 en 29 juli op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever door Israëlisch geweld om het leven kwamen. Evenmin aan de vier Palestijnen die op 16 augustus in het vluchtelingenkamp van Jenin door Israëlische militairen werden doodgeschoten. Laat staan dat het grotere beeld achter het dodelijke geweld werd geadresseerd.

Dat grotere beeld is dat Palestijnse burgers op de Westelijke Jordaanoever door het Israëlische leger met volstrekte willekeur worden gedood – of het nou een 11-jarig kind is dat bij zijn vader in de auto zit, een 17-jarige jongeman die zijn broertje ophaalt, een 41-jarige loodgieter die terugkeert van zijn werk, of een 43-jarige Palestijn die na een verkeersovertreding in een Israëlische gevangenis wordt doodgeslagen.

‘They kill because they can’

Het doden van Palestijnse burgers is al jarenlang de norm, evenals de straffeloosheid waarmee dat gebeurt. Wie door ons nieuwsarchief bladert komt tientallen voorbeelden tegen van deze praktijk. ‘They kill because they can’, schrijft de Israëlische journalist Gideon Levy over zijn dienstplichtige landgenoten die zich in bezet gebied te buiten gaan aan dodelijk geweld tegen de Palestijnse bevolking. Levy vergelijkt hen in dat verband met ‘death squads’ (doodseskaders). In Haaretz spreekt de Israëlische schrijfster Ilana Hammerman hen aan op hun wandaden:

Soldiers of the Israel Defense Forces, you are fighting civilians. The cameras are rolling, and many see you destroying the lives of thousands of unarmed people. […] You are sowing fear and animosity and repeatedly leaving a trail of dead and wounded and maimed behind.

Dat is een ander beeld dan in Nederland bestaat. Als het doodschieten van Palestijnse burgers hier al tot aandacht leidt, is dat als ‘incident’ dat door Israël wordt ‘onderzocht’ – suggererend dat daarmee recht wordt gedaan. Ook in de Tweede Kamer gaan deze zalvende woorden steevast over de toonbank.

Kangaroo courts

Dat gepresenteerde beeld klopt niet. Onderzocht wordt slechts of het gedrag van de Israëlische militairen voldoet aan de eigen rules of engagement – die vérgaand geweld tegen Palestijnse burgers legitimeren. Als gevolg wordt vrijwel ieder onderzoek onder verwijzing naar de ‘geldende regels’ direct afgesloten. Zo zijn ontelbare gevallen van dodelijk geweld tegen Palestijnse burgers toegedekt en nooit serieus onderzocht.

Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever die hun recht willen halen krijgen te maken met het door Israël opgelegde militair recht dat hen nagenoeg rechteloos maakt. De rechten die hen toekomen krachtens de in bezet gebied geldende internationale rechtsorde worden door Israëlische rechtbanken niet gehonoreerd. De rechtbanken functioneren aldus als kangaroo courts – steunpilaren van het Israëlische regime van apartheid, bezetting en kolonisering.

Een actueel voorbeeld van die rol is zichtbaar in Sheikh Jarrah, Silwan en andere wijken van bezet Palestijns Oost-Jeruzalem, waar het Israëlische Hooggerechtshof een cruciale rol speelt in de etnische zuivering van het stadsdeel. Ook hier worden de rechten van de Palestijnse bewoners getoetst aan de wetten van hun Israëlische bezetter. In mei onderstreepte de Hoge VN-Commissaris voor de Mensenrechten, Michelle Bachelet, ten overvloede dat het toepassen van Israëlische wetgeving op bezet gebied verboden is.

Voorwaarden voor straffeloosheid

Zo is door Israël een systeem van haast volledige straffeloosheid opgetuigd dat verklaart waarom vrijwel nooit Israëlische militairen zijn bestraft, zelfs als hun slachtoffers kinderen zijn: in december 2020 stelde de VN vast dat van 155 gedocumenteerde zaken er maar drie tot een aanklacht hadden geleid. Waarbij aangetekend dat die 155 slechts het topje van de ijsberg vormen: tussen september 2000 en maart 2020 kwamen 2.172 Palestijnse kinderen door Israëlisch geweld om het leven. In 2021 tot dusver 78. Vrijwel nooit werden de daders ter verantwoording geroepen, laat staan bestraft.

Het Israëlische geweld kan in Israël rekenen op brede instemming. Het dagblad Haaretz noemt de ‘complete minachting voor Palestijnse levens’ die daar mede aan ten grondslag ligt. Het doodschieten van een hond maakt meer los dan dat van een Palestijns kind, schrijft Levy. Mensenrechtenorganisaties die het Israëlische geweld aan de kaak stellen, worden in Israël gebrandmerkt als verraders die met de vijand heulen.

Nederlands gedoogbeleid

Daarmee zijn twee factoren benoemd die Palestijnse burgers in bezet gebied vogelvrij verklaren. Die situatie zou echter nooit kunnen bestaan zonder een cruciale derde factor: het gedogen ervan door de buitenwereld, waaronder Nederland. Als loyale bondgenoot en belangrijke handelspartner kan Nederland effectief druk uitoefenen om Israël tot respect voor de internationale rechtsorde te dwingen. Internationale verdragen en de eigen Grondwet verplichten de regering daar zelfs toe.

Maar het tegendeel gebeurt. In weerwil van Nederlands reputatie als verdediger van de mensenrechten worden Israëlische schendingen structureel gedoogd. In mei etaleerde premier Rutte dat Nederlandse gedogen in een tweet naar aanleiding van het Israëlische geweld tegen de Palestijnen in Oost-Jeruzalem en de daaruit voortkomende 11-daagse strijd tussen Israël en gewapende groepen in de Gazastrook. In het daarop volgende debat in de Tweede Kamer werden de Palestijnen veroordeeld, maar werd het veel zwaardere Israëlische geweld ontzien; met name het CDA leverde de daarvoor benodigde stemmen.

Grote Mars van Terugkeer

Een pregnant voorbeeld van het Nederlandse gedoogbeleid is de reactie op het bloedbad dat door Israëlische scherpschutters werd aangericht bij het grenshek met de Gazastrook. Op 14 mei 2018 werden daar meer dan zestig Palestijnse burgers doodgeschoten die deelnamen aan de protesten in het kader van de Grote Mars van Terugkeer. Een dag later werd er in de Tweede Kamer bij minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok (VVD) op aangedrongen om het Israëlische geweld te veroordelen, de Israëlische ambassadeur te ontbieden en een wapenemargo tegen Israël te overwegen.

Blok weigerde. Hij zei eerst een ‘onafhankelijk onderzoek’ door de Israëlische autoriteiten af te willen wachten, dat uiterlijk ‘na de zomer’ gereed zou zijn. Drie jaar na het verstrijken van die deadline is van dat onderzoek echter nog geen spoor te bekennen. In november 2020 herinnerde Sadet Karabulut (SP) Blok aan het eindeloze uitblijven ervan. Daarop zegde Blok toe om in februari 2021 meer duidelijkheid te verschaffen. Een half jaar later is dat nog niet gebeurd, ook niet door Bloks demissionaire opvolgster Sigrid Kaag (D66).

Het netto resultaat van Bloks opstelling is dat Nederland het excessieve Israëlische geweld tegen de Palestijnse burgerbevolking van de Gazastrook nooit heeft veroordeeld, laat staan dat sancties zijn getroffen. Daarmee zette de regering Palestijnse mensenlevens op het spel, schreven wij in mei 2018: Israël is in Gaza in feite de vrije hand geboden om Palestijnse burgers te doden zonder dat er een haan naar kraait. Dat is ook gebeurd: alleen al tussen 30 maart en 31 december 2018 werden bij de Grote Mars van Terugkeer-demonstraties 183 Palestijnen gedood en ruim 23 duizend verwond. Onder de doden waren 35 kinderen, vijf gehandicapten, twee journalisten en drie medisch hulpverleners.

Schaamteloos toneelstuk

Het schokkende beeld van in rijen opgestelde scherpschutters die van grote afstand een opgesloten burgerbevolking beschoten, heeft aldus geen Nederlands protest teweeggebracht, maar een schaamteloos toneelstuk om dat juist te voorkomen. Hoofdrolspeler Blok negeerde rapporten van de WHO, Amnesty International, Human Rights Watch en andere organisaties, hamerend op noodzakelijk ‘onafhankelijk’ onderzoek alvorens tot een oordeel te kunnen komen.

Dat onafhankelijke onderzoek is intussen allang uitgevoerd; op 28 februari 2019 verscheen een vernietigend rapport van de VN, waarin Israël wordt beschuldigd van zware schendingen van de internationale rechtsorde, en wordt aangesproken op het nalaten van onderzoek en het falen in de vervolging van de verantwoordelijken. Blok wees het VN-rapport echter als ‘eenzijdig’ van de hand, in verdere afwachting van het Israëlische onderzoek.

In maart 2019 publiceerden wij een factsheet met de hoofdpunten van het VN-rapport. Aansluitend beschreven we dat de kritiek van Blok daarop irrelevant en zelfs onjuist was. In de Tweede Kamer drongen de SP, PvdA en GroenLinks, maar ook de coalitiepartijen D66 en CDA, er bij Blok op aan dat de geconstateerde mensenrechtenschendingen – het ‘vermoorden’ van bijna tweehonderd Palestijnen, zoals CDA-woordvoerder Martijn van Helvert het formuleerde – eindelijk gevolgen moesten krijgen. Nu, weer tweeënhalf jaar later, is dat nog steeds niet gebeurd.

Bloks schimmenspel

De waarheid is dat de kans op een onafhankelijk Israëlisch onderzoek eind mei 2018 feitelijk al in rook opging toen het Israëlische Hooggerechtshof het leger carte blanche verschafte om zich tegen de nagenoeg weerloze Palestijnse burgerbevolking te keren. Twee weken nadat Blok stelde te willen wachten op een onafhankelijk onderzoek, wist hij dat daar nooit sprake van zou kunnen zijn.

Het enige Israëlische ‘onderzoek’ dat heeft plaatsgevonden betrof de standaard toetsing van de eigen militaire rules of engagement. Op grond daarvan werd tot dusver slechts één militair veroordeeld. Niet omdat hij een Palestijnse jongen die geen enkel gevaar voor hem vormde had doodgeschoten, maar omdat hij het bevel daartoe van zijn officier niet had afgewacht. Hij kreeg een taakstraf van dertig dagen. Voor Israël was de zaak daarmee afgedaan. Dat wist Blok ook.

Desondanks wacht de Tweede Kamer nog steeds op het Israëlische onderzoek dat drie jaar geleden had zullen verschijnen. Dat roept de vraag op wat Blok al die tijd door zijn Israëlische collega op de mouw is gespeld, en of hij daarbij is voorgelogen. Zo liggen er meer vragen. Heeft Blok ooit een concrete indicatie gehad dat Israël aan een rapport werkt? Is bij hem de gedachte opgekomen dat het Israëlische spel bedoeld is om kritiek en sancties af te wenden? Hebben zijn ambtenaren hem daar niet allang op gewezen?

Tweede Kamer moet ingrijpen

Het antwoord is ontluisterend. Natuurlijk kent Blok het Israëlische spel. Sterker, hij neemt er zelf aan deel. Waar we getuige van zijn is een voorbeeld van de manier waarop Nederland Israëlische misdaden wegmasseert zodat ze zonder gevolgen blijven en zich kunnen blijven herhalen. Dat laatste gebeurde afgelopen zaterdag toen Israëlische scherpschutters opnieuw het vuur openden op demonstrerende Palestijnen in Gaza. Daarbij raakten veertig Palestijnen gewond, onder wie 24 kinderen en een journalist. Aan Israëlische zijde raakte een militair zwaargewond.

Voor de Tweede Kamer zou dit aanleiding moeten zijn om bij Bloks opvolger Kaag onverwijld het Israëlische onderzoek op te eisen. Bij opnieuw uitblijven daarvan dient de Kamer te concluderen dat zij in de maling is genomen, en het kabinet op te dragen het Israëlische geweld alsnog te veroordelen.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.