Straffeloosheid / Israëlische militairen doden zes Palestijnse burgers – de wereld zwijgt

In negen dagen werden zes Palestijnse burgers door Israëlische militairen gedood. Hun dood illustreert de wetteloosheid waaraan de Palestijnen op de bezette Westoever zijn overgeleverd. De daders hebben niets te vrezen. Ook in Nederland bleef het stil.

Mu’ayyad al-Alami neemt condoleances in ontvangst nadat zijn 11-jarige zoon Muhammad door Israëlische militairen is doodgeschoten. [c] Akram al-Waraa  

Wat zou er gebeuren als een Israëlische burger in bezet Palestijns gebied door Palestijns geweld om het leven komt? Dat weten we. De aanslag op 23 augustus 2019, waarbij de 17-jarige Israëlische Rina Shnerb om het leven kwam, leidde tot keiharde repercussies tegen de Palestijnse bevolking, waarbij verdachten werden opgepakt en gemarteld, huizen van familieleden werden opgeblazen, werkvergunningen werden ingenomen en nieuwe Israëlische kolonies in bezet gebied werden aangekondigd.

In Nederland leidde de aanslag tot massale media-aandacht, een spervuur van Kamervragen en – onder Israëlische regie – een aanval op de Nederlandse steun aan Palestijnse maatschappelijke organisaties. De kwestie speelt twee jaar later nog steeds, met grote potentiële gevolgen.

Andere burgers, andere regels

Dat ligt anders als de slachtoffers Palestijns zijn. Twee van de zes Palestijnen die tussen 21 en 29 juli door Israëlisch geweld omkwamen waren even oud als Rina Shnerb. Het jongste slachtoffer was 11. Een 43-jarig slachtoffer werd doodgemarteld, een ander geëxecuteerd. In alle gevallen lopen de daders vrij rond. Naar hun handelen is door het Israëlische leger een onderzoek aangekondigd, dat – zo leert de geschiedenis – geen gevolgen zal hebben.

In zijn Commentaar van 4 augustus gaat de redactie van het Israëlische dagblad Haaretz in op vier van de zes incidenten. De krant stelt vast dat geen van de slachtoffers een gevaar vormde voor de militairen die hen doodden, en wijst op de onderliggende cultuur die aan het Israëlische geweld ten grondslag ligt:

IDF soldiers’ quick trigger fingers are a badge of shame for the army and the lethal chief of staff who heads it. The IDF has proven to be a thug against people smaller and weaker than itself. Only utter contempt for Palestinian lives could explain such a bloody harvest.

Israëlische doodseskaders

De gerenommeerde Israëlische journalist Gideon Levy beschrijft de in bezet gebied opererende Israëlische militairen als ‘doodseskaders’, die zich schuldig maken aan ‘terreur’ en ‘executies’. Hoe heeft dit zover kunnen komen? ‘They kill because they can’, antwoordt Levy. Omdat er geen enkele sanctie op staat. En omdat het niemand iets kan schelen – noch de militairen, noch hun leiders, noch de media: het zijn immers maar Palestijnen. Het doodschieten van een hond maakt meer los dan dat van een Palestijns kind, schrijft Levy:

If the soldiers had shot a dog – also a shocking act, of course – it would have attracted more attention. But a dead Palestinian child? What happened? Why should it interest anyone, why is it important?

Nederlandse politiek en media zwijgen

Ook in Nederland bleef het stil. Anders dan in het geval van Shnerb – dat leidde tot een onderzoek naar Nederlandse hulp aan Palestijnse organisaties – werd de Nederlandse samenwerking met het Israëlische militaire apparaat nooit ter discussie gesteld. Sterker, op 21 juli trad met ministerie van Economische Zaken op als makelaar voor de Israëlische wapenproducent Elbit.

Ook de Nederlandse media bleven stil. Het feit dat een bondgenoot zich te buiten gaat aan systematisch geweld tegen een burgerbevolking werd niet de moeite van het vermelden waard bevonden. De kans dat andere bondgenoten met dergelijk gedrag aan de aandacht van de media zouden ontsnappen is nihil.

In het besef dat documentatie een voorwaarde is voor verantwoording beschrijven we de zes dodelijke aanvallen op Palestijnse burgers hieronder in detail. Daarbij besteden we ook aandacht aan de verklaringen waarmee het Israëlische leger het eigen handelen vergoelijkt. Dit in de wetenschap dat Nederlandse media dergelijke verklaringen frequent zonder enige terughoudendheid opvoeren ter legitimatie van het Israëlische geweld.

Abdu Yusuf al-Khatib, 43 jaar, Oost-Jeruzalem

Abdu Yusuf al-Khatib.

Op woensdag 21 juli stierf de 43-jarige Abdu Yusuf al-Khatib al-Tamimi in Israëlische gevangenschap, nadat hij de zondag ervoor was gearresteerd voor een verkeersovertreding. Al-Khatib leefde in het vluchtelingenkamp Shu’afat, dat deel uitmaakt van Oost-Jeruzalem.

Na zijn arrestatie werd Al-Khatib overgebracht naar het beruchte detentiecentrum Moscobiya (ook bekend als de Russian Compound en Moscovia) in West-Jeruzalem. Daar ontstond een conflict toen Al-Khatib en zijn drie celgenoten ‘Allahu Akbar’ riepen uit respect voor het Offerfeest dat die week werd gevierd. Toen dat door de bewakers werd verboden, ontstond een fel debat, waarop Al-Khatib in een aparte cel werd geplaatst.

Volgens verklaringen van andere gevangenen werd Al-Khatib daar door zijn bewakers doodgeslagen. Zij hoorden zijn geschreeuw en de plotselinge stilte die daarop volgde. Uit foto’s van zijn lichaam blijkt dat hij een gapende wond in zijn hoofd had, naast een wond aan zijn knie en kneuzingen op andere delen van zijn lichaam, waaronder zijn gezicht, nek en armen. Ook zijn gebit was beschadigd.

Volgens de Israëlische gevangenisautoriteit werd Al-Khatib bewusteloos in zijn cel aangetroffen, en zou tevergeefs zijn getracht zijn leven te redden. Als reden voor zijn dood werden ‘bestaande gezondheidsklachten’ en een ‘hartaanval’ opgegeven. Volgens zijn familie was Al-Khatib echter kerngezond. Familieleden die verhaal kwamen halen bij het detentiecentrum werden door gevangenispersoneel aangevallen; zeven van hen werden gevangen gezet.

In januari 2020 publiceerde de Palestijnse organisatie Addameer het rapport The systematic use of turture and ill-treatment at Israeli interrogation centers, waaruit blijkt dat sinds 1967 73 Palestijnen omkwamen tijdens hun ondervraging. De organisatie concludeert dat:

Despite the absolute prohibition against torture, enshrined under article two of the International Convention against Torture, and ratified by Israel on October 3, 1991, torture against Palestinian detainees is systematic and widespread in Israeli occupation prisons and interrogation centres.

Het Israëlische Public Committee Against Torture in Israel (PCATI) heeft sinds 2001 bij de Israëlische autoriteiten klachten ingediend over meer dan 1.300 gevallen van marteling. Dat leidde in slechts één geval tot strafrechtelijk onderzoek, dat uitliep op seponering. In februari van dit jaar spraken zeven prominente mensenrechtdeskundigen van de VN Israël aan op zijn regime van marteling en mishandeling.

Muhammad Munir al-Tamimi, 17 jaar, Al-Nabi Salih

Muhammad Munir al-Tamimi. [c] IMEMC

Op vrijdag 23 juli werd in het dorp Al-Nabi Salih de 17-jarige Muhammad Munir al-Tamimi door Israëlische militairen doodgeschoten. De aanval vond plaats nadat een gepantserd voertuig met Israëlische elitetroepen het dorp binnenreed en door jonge Palestijnen met stenen werd bekogeld. De Israëli’s vuurden traangasgranaten af, die het dorp in een verstikkende wolk hulden.

Daarop vroeg Muhammads moeder hem zijn 13-jarige broertje Mahmud op te halen, bezorgd als zij was dat het traangas diens recent geopereerde oog zou beschadigen. Onderweg stopte het Israëlische voertuig naast Muhammad, die door een van de inzittenden vanaf drie meter in zijn rug werd geschoten. De zwaargewonde jongen trachtte een huis te bereiken, maar werd door achter het voertuig lopende militairen met twee schoten geveld. Hij stierf later die dag in het ziekenhuis van Salfit.

In Haaretz geeft de journalist Gideon Levy, die Muhammads familie bezocht, een gedetailleerd verslag van de aanslag, mede op basis van drie in het bezit van de familie zijnde video’s. Uit de verklaring van de artsen die Muhammad trachtten te redden, blijkt dat hij werd beschoten met een dumdum-kogel, die al zijn organen verwoestte. Al in 2019 werd vastgesteld dat het Israëlische leger explosieve munitie inzet tegen Palestijnse burgers.

Wat de provocerende militairen in het dorp deden blijft onbeantwoord, evenals de vraag waarom geen medische assistentie werd verleend. Nu werd een zwaargewonde jongen, die geen enkel gevaar vormde, feitelijk geëxecuteerd. Het Israëlische leger kwam met de verklaring dat sprake was van ‘een Palestijnse verdachte die stenen gooide op een manier die een van de soldaten in levensgevaar bracht’. Die startte daarop ‘een arrestatieprocedure, inclusief het beschieten van de verdachte’.

Muhammad is de vijfde Palestijn die sinds 2011 in Al-Nabi Salih werd gedood: Mustafa al-Tamimi (2011), Rushdi al-Tamimi (2012), Saba Ubayd (2017) en Izz al-Din al-Tamimi (2018) deelden zijn lot. Ook in buurdorp Dayr Nizam werden Palestijnen doodgeschoten, onder wie de 17-jarige Musab al-Tamimi (2018).

Al-Nabi Salih werd bekend vanwege de wekelijkse protesten die er jarenlang werden georganiseerd tegen de Israëlische bezetting en de confiscatie van land en waterbronnen door de naastgelegen Israëlische kolonie Halamish. Bij die protesten raakten in de loop der jaren circa 350 van de 600 inwoners gewond; velen belandden in Israëlische gevangenissen. In 2016 werden de protesten daarom beëindigd.

De bekendste inwoner van het dorp is Ahed al-Tamimi, die in december 2017 bij een Israëlische razzia van haar bed werd gelicht en tot acht maanden gevangenisstraf werd veroordeeld. Aanleiding was dat zij twee Israëlische militairen een mep had verkocht nadat die haar 14-jarige neefje in zijn gezicht hadden geschoten. Ook Aheds moeder Nariman werd tot acht maanden cel – en een boete van 1.500 euro – veroordeeld voor het posten van een video op Facebook. Aheds nicht Nur, betrokken bij het duw- en trekwerk, kreeg een kortere gevangenisstraf en een boete van ruim 4.500 euro.

Yusuf Nawwaf Muharib, 17 jaar, Abwayn

Yusuf Nawwaf Muharib. [c] WAFA

Op maandag 26 juli overleed de 17-jarige Yusuf Nawwaf Muharib uit Abwayn aan verwondingen die hij 74 dagen eerder opliep. Muharib werd op 14 mei in het dorp Sinjil door een Israëlische militair in zijn nek geschoten, resulterend in schade aan zijn ruggengraat. Die werd hem uiteindelijk fataal.

De jongeman werd neergeschoten tijdens de massale gevechten die op de Westoever uitbraken naar aanleiding van het Israëlische geweld tegen Palestijnse inwoners van de wijk Sheikh Jarrah en bezoekers van de Al-Aqsa-moskee in Oost-Jeruzalem, uitmondend in een 11-daagse oorlog tussen Israël en bewapende groepen in Gaza. Op 14 mei werden op de Westoever 11 Palestijnen doodgeschoten, een aantal dat in de dagen daarna opliep tot 29. In Gaza vielen 254 doden, onder wie 67 kinderen.

Shadi Salim, 41 jaar, Beita

Shadi Salim.

Op dinsdag 27 juli werd de loodgieter en watertechnicus van het Palestijnse dorp Beita, Shadi Salim (41), door Israëlische militairen doodgeschoten toen hij terugkeerde van zijn werk. Volgens getuigen liep hij met een moersleutel in zijn hand van zijn auto naar het centrale aftappunt van het dorp, waarna plotseling geweervuur klonk. De loco-burgemeester van Beita sprak van ‘moord in koelen bloede’. Salim is de zevende Palestijn die in de afgelopen maanden in Beita door Israëlische troepen is doodgeschoten.

Volgens het Israëlische leger hadden Israëlische militairen ‘een Palestijnse verdachte’ waargenomen. Die zou hen snel zijn genaderd met een ‘ijzeren staaf’ in zijn hand, waarna de ‘standaard procudure’ werd gestart – waaronder waarschuwingsschoten – om hem staande te houden. Uiteindelijk besloot de commandant Salim neer te schieten, aldus de verklaring van het leger.

Het is de vraag of Salim de Israëli’s überhaupt heeft gezien. Volgens het Palestijnse nieuwsmedium Ma’an was sprake van een hinderlaag. Dat valt niet te verifiëren, maar de vraag blijft relevant, evenals de vraag wat die militairen daar eigenlijk deden. Ook is onduidelijk waarom niet op Salims benen is geschoten, als hij al een bedreiging had gevormd. Welke schotwonden hem fataal werden is onbekend. Zijn lichaam werd door de Israëlische militairen meegenomen.

Beita is het toneel van voortdurende protesten nadat Israëlische kolonisten op 2 mei met hulp van het leger begonnen met de bouw van een nieuwe kolonie (‘nederzetting’) op land van de Palestijnse dorpen Beita, Qabalan en Yatma. Sindsdien hebben zich complete veldslagen afgespeeld tussen de lokale Palestijnse bevolking enerzijds en het Israëlische leger en extremistische kolonisten anderzijds. De kolonie, door de kolonisten Evyatar genoemd, is illegaal volgens zowel Israëlisch als internationaal recht. Intussen is Evyatar ontruimd, hangende Israëlisch onderzoek naar de landrechten – een procedure die in de regel wordt gebruikt om Palestijns land te confisqueren. In de tussentijd wordt de Palestijnen de toegang tot hun land ontzegd.

Muhammad al-Alami, 11 jaar, Bayt Ummar

Muhammad al-Alami.

Op woensdag 28 juli werd de 11-jarige Muhammad Al-Alami gedood. Muhammad zat met zijn 9-jarige zusje en 5-jarige broertje in de auto bij zijn vader, op weg naar huis nadat zij boodschappen hadden gedaan. Bij terugkeer in Bayt Ummar herinnerde Muhammad zijn vader eraan dat zij iets waren vergeten, waarop die achteruit reed om de auto te keren. Direct na te zijn gedraaid werd de auto beschoten, waarbij Muhammad dodelijk werd getroffen.

Het Israëlische leger verklaarde dat op de auto was geschoten vanwege de gelijkenis met een auto van personen die eerder, vlakbij een Israëlische militaire basis, ‘op verdachte wijze’ iets hadden begraven. Toen militairen later poolshoogte namen, troffen zij naar eigen zeggen het stoffelijk overschot van een baby aan, waarvan de onbekenden zich kennelijk hadden willen ontdoen. Om die reden werden zij gezocht, aldus de Israëli’s.

Ook stelt het leger dat alle regels in acht zijn genomen, inclusief duidelijke stoptekens en waarschuwingsschoten in de lucht; pas toen die werden genegeerd, is door één militair op de banden geschoten om de wagen tot staan te brengen, aldus de verklaring.

Op een door de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem gepubliceerde video, samengesteld uit beelden van twee bewakingscamera’s, is te zien hoe de auto achteruit rijdt om te draaien, en hoe zes Israëlische militairen de auto waarnemen en drie van hen er naartoe rennen. Even later zijn salvo’s geweervuur te horen. Op foto’s van de auto zijn kogelgaten en kapotgeschoten ruiten te zien. In de auto werden 13 kogels gevonden.

Aan de Israëlische verklaring ontbreekt het antwoord op de vraag waarom überhaupt wordt geschoten op iemand die mogelijk verdacht wordt van het tegen de regels begraven van een baby. Hier neemt het verhaal een macabere wending. De plek waar de Israëlische militairen de baby aantroffen was namelijk de kinderbegraafplaats, waar Palestijnse ouders even daarvoor hun doodgeboren dochter ter aarde hadden besteld.

Na thuiskomst werden de ouders door de burgemeester gebeld met de mededeling dat Israëlische militairen het graf hadden geschonden. Ter plaatse bleek dat de militairen het lichaam van hun dochter hadden opgegraven, uit de lijkwade hadden gehaald en naast het graf hadden gelegd. De motivatie voor de grafschennis is onbekend.

Muhammad al-Alami is het elfde Palestijnse kind dat in 2021 door Israëlische troepen op de Westoever werd gedood. In Gaza werden dit jaar 67 kinderen gedood.

Shawkat Awad, 20 jaar, Bayt Ummar

Shawkat Awad. [c] WAFA

Op donderdag 29 juli werd de massale begrafenisstoet die de 11-jarige Muhammad ten grave droeg door Israëlische bezettingstroepen aangevallen, waarop paniek uitbrak. Volgens ooggetuigen verdedigden de Palestijnen zich met stenen, waarop de Israëlische troepen hen met scherpe munitie beschoten. Daarbij werd de 20-jarige Shawkat Awad van dichtbij in zijn maag en hoofd geschoten. Hij overleed in het ziekenhuis. Elf andere Palestijnen liepen schotwonden op.

 

 

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.