Analyse / Nederland staakt subsidie Palestijnse organisatie op gezochte gronden

Het kabinetsbesluit om de subsidiëring van de Palestijnse landbouworganisatie UAWC te staken is slecht onderbouwd en niet te verdedigen. Welbewust lijkt gezocht naar een reden om de banden te verbreken.

Palestijnse landbouwers in Area C van de Westelijke Jordaanoever. [c] Cetim 

Het kabinet staakt de subsidiëring van de Palestijnse landbouworganisatie Union of Agricultural Work Committees (UAWC). Dat schrijven de demissionair ministers Tom de Bruijn (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, D66) en Ben Knapen (Buitenlandse Zaken, CDA) in een brief aan de Tweede Kamer.

Het besluit is gebaseerd op een extern onderzoek naar mogelijke banden tussen UAWC en het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), een politieke partij annex verzetsorganisatie die op de Europese terrorismelijst staat. Hoewel het onderzoek UAWC in feite integraal vrijpleit, heeft het kabinet een geitenpaadje ontdekt dat het verbreken van de banden moet rechtvaardigen. De onderbouwing van het besluit is flinterdun en heeft alles weg van een politieke doelredenering. In een scherpe reactie verwijt UAWC het kabinet ‘de hele Palestijnse samenleving in de steek te laten’.

Aanleiding

Directe aanleiding voor het onderzoek was een aanslag met een bermbom op 23 augustus 2019 op de bezette Westelijke Jordaanoever, waarbij een 17-jarige Israëlische vrouw het leven verloor. Israël pakte tientallen Palestijnen op, onder wie twee mannen die werkzaam bleken voor UAWC, waarmee Nederland al sinds 2007 een samenwerkings­relatie onderhield. De twee mannen werden direct door UAWC ontslagen. Het proces tegen de twee, die verdacht worden van betrokkenheid bij zowel de aanslag als bij de PFLP, loopt nog. Beiden zijn destijds gemarteld en of het proces tegen hen eerlijk verloopt moet sterk worden betwijfeld.

Zoals wij in onze uitgebreide analyse van de zaak schreven, was de aanslag koren op de molen van de Israëlische regering, die UAWC en andere Palestijnse niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) er al jaren in lastercampagnes van beschuldigt banden met de PFLP te onderhouden. Daarbij wordt Israël fanatiek gesteund door het internationale netwerk van organisaties, politici, media en donoren dat bekendstaat als de Israël-lobby. Een belangrijk doel van de campagnes is internationale subsidiegevers te dwingen hun banden met de ngo’s te verbreken.

Palestijnse vrouw bezig met inzaaien in Area C op de bezette Westelijke Jordaanoever. [c] FAO / Marco Longari

UAWC was doelwit van de campagnes vanwege zijn steun aan Palestijnse boeren in het zogeheten C-gebied (Area C), dat 60 procent van de Westoever omvat en sinds de Oslo-akkoorden van 1993-1995 onder tijdelijk bestuur van Israël staat. In dit gebied bevindt zich bijna alle Palestijnse landbouwgrond, en het is hier waar het door Nederland gesteunde landbouwprogramma van UAWC plaatsvond. Het C-gebied is echter ook, naast bezet Oost-Jeruzalem, de regio waar Israël zijn illegale kolonies (‘nederzettingen’) bouwt en steeds meer Palestijns grondgebied feitelijk annexeert. Volgens onder meer Israëls premier Naftali Bennett en zijn voorganger Benjamin Netanyahu en diens Likud-partij moet het gebied, zo niet de hele Westoever, op de Palestijnen worden ‘teruggewonnen’. Het is tegen deze achtergrond dat de campagnes tegen UAWC moeten worden gezien.

De aanslag in 2019 bracht de campagnes in een stroomversnelling. Beruchte organisaties als de aan de Israëlische regering gelieerde ‘lasterfabriek’ NGO Monitor, het Britse UK Lawyers for Israel (UKLFI) en het Israëlische Shurat HaDin zetten de subsidiegevers onder zware druk. In een eerder artikel beschreven wij hoe het Nederlandse kabinet zich door deze politiek gemotiveerde actoren heeft laten intimideren en manipuleren. In Nederland ging het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) zoals gebruikelijk voorop in de strijd, in de Tweede Kamer gesteund door de pro-Israëlische bondgenoten van (extreem-)rechtse en christelijke huize: SGP, PVV, ChristenUnie, VVD en CDA. Het kabinet werd er, in de woorden van het CIDI, van beschuldigd ‘een terreurclub te subsidiëren’. Media als de Telegraaf, het Algemeen Dagblad en het Parool droegen met tendentieuze artikelen aan de stemmingmakerij bij.

Hoewel eerdere internationale onderzoeken naar UAWC, onder meer uitgevoerd door de Australische regering, geen banden met de PFLP aan het licht hadden gebracht, en geen van de andere donoren van UAWC in de aanslag aanleiding zag voor actie, bezweek toenmalig minister van Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag (D66) onder de druk. Zij liet in juli 2020 een extern onderzoek instellen en schortte de financiering van UAWC op, met grote schade voor UAWC, kwetsbare Palestijnse gemeenschappen en individuele boeren als gevolg.

Onderzoeksresultaten

Het onderzoek werd uitgevoerd door het Nederlandse onderzoeksbureau Proximities Risk Consultancy – een naam die in de brief van de ministers De Bruijn en Knapen opmerkelijk genoeg wordt verhaspeld, net als de naam van UAWC. Centraal stonden de vragen naar ‘eventuele banden tussen PFLP en UAWC’ en ‘de wijze waarop UAWC invulling geeft aan het eigen beleid dat medewerkers politiek niet actief mogen zijn’. In een later stadium werd de vraag naar ‘de zienswijze en aanpak van andere donoren van UAWC’ toegevoegd. In de brief van de ministers ontbreekt informatie over die laatste onderzoeksvraag. Onduidelijk is wat de bevindingen van de onderzoekers op dit punt zijn.

Het onderzoek pleit UAWC op alle cruciale punten vrij van de beschuldigingen die door Israël en zijn bondgenoten over de organisatie zijn uitgestort. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor geldstromen van UAWC naar de PFLP, en evenmin voor aansturing van UAWC door de PFLP of voor ‘organisatorische eenheid’ tussen beide.

Wel constateert Proximities dat er in de periode 2007-2020 in 34 gevallen sprake is geweest van ‘individuele banden’ tussen UAWC en PFLP. In twaalf gevallen was er sprake van een zogenoemd ‘dubbelmandaat’: personen die gedurende enige tijd in het UAWC-bestuur zitting hadden en een functie binnen de PFLP bekleedden.

Vijf van deze twaalf UAWC-bestuurders hadden echter geen functie binnen de PFLP als zodanig, maar binnen maatschappelijke organisaties die door Proximities tot het ‘raamwerk van de PFLP’ zijn gerekend. Het kabinet wijst deze kwalificatie af, aangezien onduidelijk is of deze maatschappelijke organisaties daadwerkelijk iets met de PFLP te maken hebben en geen van hen door de EU of de VN als terroristisch is aangemerkt.

De overige zeven UAWC-bestuurders met een ‘dubbelmandaat’ waren gedurende enige tijd actief binnen de politieke tak van de PFLP. Zoals gezegd is de PFLP een politieke partij met zetels in het Palestijnse parlement, behaald bij de verkiezingen van 2006 die volgens de Nederlandse regering eerlijk zijn verlopen. De slechte naam dankt de organisatie met name aan de vliegtuigkapingen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, uitgevoerd door de militante vleugel van de organisatie, de Abu Ali Mustafa Brigades. Om onduidelijke redenen is de PFLP in z’n geheel op de Europese terrorismelijst gezet. Voor contacten tussen UAWC en de militante PFLP-vleugel heeft Proximities echter geen aanwijzingen gevonden, en evenmin voor betrokkenheid van staf- en bestuursleden van UAWC bij (steun aan) terroristische activiteiten.

Een laatste punt waarop Proximities wijst zijn 18 evenementen waarbij zowel UAWC als PFLP vertegenwoordigd waren. Veertien daarvan vonden plaats voor 2013, en op drie evenementen in 2012-2013 na vonden ze plaats in de Gazastrook, waar UAWC ook actief is. De contacten behelsden met name landbouw-gerichte aangelegenheden en trainingen, en hadden soms niet meer om het lijf dan het gebruik van eenzelfde gebouw. In het merendeel van de gevallen was niet de PFLP als zodanig betrokken, maar een maatschappelijke organisatie die door Proximities tot het ‘PFLP-raamwerk’ wordt gerekend. Het kabinet ziet in de evenementen geen aanwijzingen voor banden tussen UAWC en PFLP, temeer daar de bevindingen van Proximities steunen op slechts een enkele bron.

Onverdedigbaar besluit

Het onderzoek pleit UAWC zoals gezegd in feite vrij van alle beschuldigingen van Israël en de Israël-lobby. UAWC is geen ‘terreurclub’, zoals het CIDI beweert. Er zijn geen Nederlandse subsidies naar de PFLP doorgesluisd. En er zijn geen aanwijzingen voor banden tussen beide organisaties en voor enigerlei betrokkenheid van UAWC bij terroristische activiteiten.

Toch concludeert het kabinet dat het op grond van het onderzoek de subsidiëring van UAWC moet staken, een oordeel dat volstrekt uit de lucht komt vallen. Het baseert dat besluit op de ‘individuele banden tussen medewerkers en bestuursleden van UAWC en de PFLP’. ‘Met name het grote aantal bestuursleden van UAWC met een dubbelmandaat is zorgelijk’, schrijven de ministers. Dat kan niet anders dan een schromelijke overdrijving heten, aangezien het gaat om welgeteld zeven UAWC-bestuurders die in de lange periode 2007-2020 enige tijd actief zijn geweest binnen de politieke tak van de PFLP.

Het kabinet gaat nog een stap verder door te stellen dat ‘redelijkerwijs verondersteld mag worden dat UAWC op de hoogte was van deze individuele banden’. Proximities constateerde echter juist ‘dat niet verwacht mag worden dat UAWC zich bewust kan zijn van individuen die banden onderhouden met de PFLP’, en bovendien op grond van ‘het principe van non-discriminatie niet bevoegd is om stafleden dan wel bestuursleden te vragen naar politieke activiteiten’. Dat laatste zou ook nog eens in strijd zijn met verplichtingen die UAWC heeft onder de Palestijnse wet en in het kader van de mensenrechten. Nota bene de Europese Unie liet UAWC en andere Palestijnse organisaties in maart 2020 per brief expliciet weten dat de Unie van geen enkele ngo verlangt dat zij ‘personen op grond van hun politieke voorkeur discrimineert’.

Het besluit van het kabinet valt op grond van het onderzoek niet te verdedigen. Het is een politiek besluit dat iedere onderbouwing mist. Welbewust lijkt gezocht naar een glibberig geitenpaadje dat de beslissing moet rechtvaardigen.

Zoals het kabinet met het instellen van het onderzoek boog voor de druk van Israël en zijn bondgenoten, luidt de onontkoombare conclusie dat het dat nu opnieuw heeft gedaan. De gevolgen daarvan zijn immens, niet alleen voor UAWC, maar ook voor alle andere Palestijnse organisaties die door Israël en de Israël-lobby van banden met terrorisme worden beschuldigd. Op deze consequenties zullen we in een vervolgartikel ingaan.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.