CAF / Nederlandse OV-partner betrokken bij Israëls illegale kolonisering

De NS, het GVB, de provincie Utrecht en de gemeente Amsterdam blijken op grote schaal zaken te doen met de Spaanse treinenbouwer CAF, die wordt beschuldigd van betrokkenheid bij oorlogsmisdaden.

Screenshot van de website van CAF. De slogan ‘Your Way To Future Mobility’ staat haaks op de bijdrage van CAF aan de Israëlische kolonisering, die voor de Palestijnen juist het verlies van vrijheid en mobiliteit inhoudt. [c] CAF  

Nederlandse bedrijven en overheden hebben grote orders uitstaan bij de Spaanse treinenbouwer Construcciones y Auxiliar de Ferrocarriles, kortweg CAF. Op LinkedIn meldt de Nederlandse poot van het bedrijf, CAF Netherlands, te werken aan 206 Sprinters voor NS, 54 trams voor de Provincie Utrecht, 72 trams voor de gemeente Amsterdam, en een nieuwe generatie M7-metro’s voor de GVB.

Oorlogsmisdaden

CAF is een topspeler in de internationale markt voor treinen, trams, metro’s, bussen, treinbeveiliging en onderhoud, met een gedegen track record in Nederland. In augustus 2019 kantelde de populariteit van het bedrijf, toen CAF een aanbesteding won van het Israëlische ministerie van Financiën voor de uitbreiding van de zogenoemde Jerusalem Light Rail (JLR), een sneltram die Israëlisch West-Jeruzalem verbindt met Israëlische kolonies (‘nederzettingen’) in bezet Palestijns Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever.

De Israëlische kolonisering van bezet Palestijns gebied is illegaal en geldt onder het Statuut van Rome – het oprichtingsverdrag van het Internationaal Strafhof (ICC) – als oorlogsmisdaad. Juist afgelopen woensdag besloot het ICC, na een voortraject van ruim zes jaar, een officieel onderzoek in te stellen naar oorlogsmisdaden in de bezette Palestijnse gebieden, waarbij de Israëlische kolonisering een van de thema’s vormt.

Foute partners

Binnen het JLR-project werkt CAF samen met het Israëlische ingenieurs- en constructiebedrijf Shapir, dat is opgenomen in de VN-database van bedrijven waarvan is vastgesteld dat zij middels hun activiteiten in bezet gebied bijdragen aan schendingen van het internationaal recht en Palestijnse mensenrechten. Datzelfde geldt voor de Israëlische Bank Hapoalim, die in november 2020 als hoofdfinancier tot de samenwerking toetrad.

Opmerkelijk is dat de belangrijkste concurrenten van CAF – gerenommeerde bedrijven als Alstom, Siemens, Bombardier, Systra en Macquarie – zich allemaal al eerder uit de JLR-aanbesteding terugtrokken, waarbij met name het tracé door Oost-Jeruzalem als taboe werd gekwalificeerd. Van de acht potentiële bieders bleven er slechts twee over: CAF-Shapir en een internationaal consortium rond het Chinese CRRC en Israëlische Egged. Ook dat laatste bedrijf komt voor in de VN-database.

‘Jeruzalem is taboe’

Het Franse Alstom trok zich terug uit vrees voor hoge boetes die het bedrijf onder Franse wetgeving tegemoetzag – dit nadat Alstoms Israëlische partners die weigerden te compenseren. Denkbaar is ook dat CAF’s concurrenten zich het lot herinneren van de Franse multinational Veolia, die zijn betrokkenheid bij de JLR moest bekopen met een wereldwijde pariastatus en een miljardenverlies. In 2015 trok Veolia zich terug uit het JLR-project, en sindsdien geldt ‘Remember Veolia’ als waarschuwing voor bedrijven die in zijn voetsporen willen treden.

Het Israëlische zakenblad Globes stelde vast dat feitelijk sprake is van een ‘stille boycot’ door internationale transportondernemingen, die een veel groter effect heeft op de Israëlische economie dan bijvoorbeeld de – vaak met veel rumoer omgeven – weigering van beroemdheden om in Israël op te treden. Globes constateert dat Israëls initiële bravoure over de verwachte participatie van liefst acht bieders – uitgelegd als brede steun van het bedrijfsleven voor Israëls kolonisering – in het tegendeel is omgeslagen.

CAF is het nieuwe Veolia

Anderhalf jaar na het winnen van de Israëlische aanbesteding is CAF hard op weg in de voetsporen van Veolia te treden. Het in Baskenland gevestigde spoorbedrijf kreeg te maken met zware oppositie van het eigen personeel, aandeelhouders en vakbonden, en van zeventig Baskische maatschappelijke organisaties die CAF opriepen zich uit het JLR-project terug te trekken. Veel Basken identificeren zich met de nationale aspiraties van de Palestijnen, en beschouwen de handelwijze van CAF ook vanuit dat oogpunt als onacceptabel.

Intussen is onder de slogan ‘CAF Get Off Israel’s Apartheid Train’ ook een internationale campagne op gang gekomen, waarbij zich vakbonden, mensenrechtenorganisaties en tal van andere groeperingen hebben aangesloten. Afgelopen maand diende een coalitie van 31 Palestijnse en internationale organisaties een eis in bij de VN om CAF op te nemen in de database van ‘foute’ bedrijven. In talloze landen wordt de deelname van CAF aan lokale en nationale aanbestedingen aangevochten. In december 2020 trok het bedrijf zich terug uit een aanbesteding in Mexico City nadat tachtig organisaties aandrongen op uitsluiting. In Noorwegen wordt een door acht vakbonden gesteunde campagne gevoerd tegen de deelname van CAF aan een aanbesteding voor nieuw treinmaterieel; een internationale petitie daartoe is tot dusver bijna vijfduizend maal getekend.

Ook in Nederland zijn protesten tegen CAF op gang gekomen. Het bedrijf zal steeds harder worden aangesproken op zijn ontspoorde activiteiten, en zijn deelname aan nieuwe aanbestedingen zal worden aangevochten. Daarnaast worden CAF’s huidige partners, waaronder de NS, het GVB, de provincie Utrecht en de gemeente Amsterdam, opgeroepen zich van CAF te distantiëren.

Te weinig aandacht voor mensenrechten

Op grond van het Nederlandse mensenrechtenbeleid en het zogenoemde ‘Maatschappelijk Verantwoord Inkopen’ (MVI) zou het ondenkbaar moeten zijn dat bedrijven die betrokken zijn bij oorlogsmisdaden en andere schendingen van het internationaal recht orders in de wacht slepen die uit publieke middelen worden bekostigd. Maar Nederlandse (semi-)overheden nemen het niet nauw met mensenrechten en MVI, en hebben er in veel gevallen geen moeite mee ‘foute’ bedrijven tot aanbestedingen toe te laten en van opdrachten te voorzien.

Een voorbeeld is het in Nederland actieve Egged Bus Systems (EBS). EBS is een dochterbedrijf van het Israëlische Egged, dat onder meer busdiensten verzorgt tussen Israël en zijn kolonies in bezet gebied, en om die reden is opgenomen in de VN-database van ‘foute’ bedrijven. Desondanks werd EBS door onder meer de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) toegelaten tot aanbestedeningen, en werden het bedrijf vergunningen verleend voor busdiensten in de regio.

Afgelopen jaren heeft The Rights Forum de betreffende Nederlandse overheden en verantwoordelijke ministeries aangesproken op deze onwenselijke gang van zaken. In hun reacties – waarop vaak langdurig moet worden aangedrongen – schuiven zij hun verantwoordelijkheden steevast af. De bittere realiteit is dat Nederlandse bedrijven en overheden door hun samenwerking met ‘foute’ bedrijven bijdragen aan ernstige schendingen van het recht. CAF geldt daarvan als meest recente voorbeeld.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.