Terrorgate / Nog steeds geen Israëlisch bewijs voor ‘terrorisme’ van Palestijnse ngo’s

Israël eist dat Nederland en de EU hun subsidies aan zes Palestijnse humanitaire organisaties staken. De zes zouden ‘terreurorganisaties’ zijn. Maar het gevraagde bewijs blijft nog altijd uit. Geen wonder, het bestaat niet.

Directeur Shawan Jabarin van mensenrechtenorganisatie Al-Haq, een van de zes Palestijnse ngo’s die door Israël op de terrorismelijst zijn geplaatst. [c] Front Line Defenders  

Al een maand vragen de Europese Unie (EU) en Nederland om bewijs voor de Israëlische beschuldiging dat de zes Palestijnse humanitaire en mensenrechtenorganisaties een ‘terroristisch netwerk’ vormen dat grootschalig met Europees hulpgeld fraudeert. Dat bewijs is er nog steeds niet, maakte EU-buitenlandchef Josep Borrell afgelopen woensdag bekend. Diezelfde dag lieten de ministers Ben Knapen (Buiten­landse Zaken) en Tom de Bruijn (Buitenlandse Handel en Ontwikkelings­samen­werking) weten dat ook Nederland nog geen bewijs van Israël heeft ontvangen, ondanks herhaalde verzoeken.

Reactie Den Haag noodzakelijk

Gevoeglijk mag de conclusie worden getrokken dat het bewijs ook in de toekomst zal uitblijven, om de eenvoudige reden dat het niet bestaat. Wat was er makkelijker en logischer geweest voor Israël dan het ‘overvloedige bewijs’ waarover het zegt te beschikken een maand geleden in Den Haag en Brussel op tafel te leggen? Of, beter nog, openbaar te maken? Daartoe was het natuurlijk ook moreel verplicht, zowel tegenover de beschuldigde organisaties als tegenover de bondgenoten die worden gemaand alle banden met de ngo’s (niet-gouvernementele organisaties) te verbreken.

Er ís geen bewijs, en iedereen weet het, van de betrokken ministers en hun ambtenaren tot de fracties in de Tweede Kamer en EU-buitenlandchef Borrell. De organisaties worden valselijk beschuldigd, en dat geldt ook voor Den Haag en Brussel, die ervan worden beticht met hun subsidies ‘terrorisme te financieren’. Israël mengt zich op onacceptabele wijze in de Nederlandse en Europese buitenlandpolitiek, en het is ronduit bevreemdend dat de Nederlandse regering en de EU nog geen woord van afkeuring hebben laten horen, ondanks luide oproepen daartoe van onder meer The Rights Forum en 31 andere Nederlandse organisaties.

Dat geldt temeer daar de Palestijnse organisaties, die alle gevestigd zijn in door Israël bezet gebied, in direct gevaar verkeren sinds Israël ze een maand geleden op de nationale terrorismelijst plaatste. Volgens Israël maken ze deel uit van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), een linkse politieke partij annex verzets­beweging met een gewapende tak die in Israël, Europa en de VS als terreurorganisatie wordt beschouwd. Zij zouden de EU, de VN en andere donoren voor vele tientallen miljoenen euro’s hebben opgelicht door subsidies op te strijken voor niet-bestaande projecten en het geld te besteden aan terroristische activiteiten. Drie van de organisaties ontvangen, direct of indirect, subsidie van Nederland.

Zoals wij eerder schreven kan Israël de ‘illegaal’ verklaarde organisaties feitelijk opheffen door hun activiteiten te verbieden, hun kantoren te sluiten, hun bezittingen in beslag te nemen en hun personeel reisverboden op te leggen, op te pakken en tot jarenlange gevangenisstraffen te veroordelen. Indirect lopen ook Israëli’s en Israëlische organisaties die met de ‘terreurorganisaties’ samenwerken risico, en het is niet uitgesloten dat de Israëlische maatregel ook gevolgen krijgt voor Nederlanders en Nederlandse organisaties. Een scherpe Nederlandse en Europese veroordeling, conform de plicht tot bescherming van de mensenrechten waaraan beide gehouden zijn, is daarom niet alleen vanzelfsprekend, maar noodzakelijk.

Terreur van de bezetter

Directeur Shawan Jabarin van de Palestijnse mensenrechten­organisatie Al-Haq, een van de zes op de terrorismelijst geplaatste ngo’s, noemt in een interview met de Volkskrant het uitblijven van een Nederlandse reactie ‘schandalig’. Terecht refereert hij aan de verantwoordelijkheid die Den Haag draagt als mondiale ‘Hoofdstad van Vrede en Recht’. Jabarin: ‘Den Haag noemt zichzelf de stad van vrede en recht, en Nederland heeft veel geïnvesteerd in de Palestijnse samenleving. Dit is het moment om je stem te laten horen – luid – en je principes te verdedigen.’

Jabarin, die tijdens een bezoek aan Nederland ook interviews gaf aan De Kanttekening en The Electronic Intifada, beseft welke risico’s hij en zijn collega’s van Al-Haq nu lopen, maar laat zich niet intimideren. ‘We vechten voor de toekomst van onze kinderen, zodat zij ooit in waardigheid en vrijheid kunnen leven.’ Dat zo’n gevecht tegen een machtige bezetter een prijs heeft weet hij als geen ander: hij zat in totaal zes jaar in Israëlische gevangenissen, veelal zonder aanklacht of proces, en Israël legde hem van 2006 tot 2013 een internationaal reisverbod op omdat hij deel zou uitmaken van een ‘terroristische organisatie’. Daardoor kon hij in 2009 niet de aan Al-Haq toegekende Geuzenpenning – een onderscheiding ‘bedoeld om hedendaagse vrijheidsstrijders en mensenrechtenactivisten eer te bewijzen en te ondersteunen’ – in ontvangst nemen, vertelde hij in een interview dat Adri Nieuwhof in 2017 voor The Rights Forum met hem had.

Dat interview is nog altijd uiterst actueel. Jabarin doet daarin uit de doeken op welke manieren Israël Al-Haq en andere Palestijnse ngo’s intimideert en het functioneren onmogelijk probeert te maken. Het is de klassieke terreur waarmee bezettingsregimes proberen af te rekenen met weerstand onder de overheerste bevolking. Beschuldigingen van betrokkenheid bij terrorisme zijn even oud als de organisaties zelf. Kort na de oprichting in 1979 werd Al-Haq er door Israël van beticht een mantelorganisatie te zijn van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), schrijft Raja Shehadeh, een van de oprichters, in The New York Review of Books. Sinds de PLO in het kader van de Oslo-akkoorden door Israël is erkend als vertegenwoordiger van het Palestijnse volk luidt de beschuldiging dat Al-Haq een ‘arm’ is van de PFLP.

Israëlische misleiding

Overtuigend bewijs daarvoor is ook in het verleden nooit geleverd. Begin mei van dit jaar ondernam Israël een ultieme poging met een aan Den Haag, Brussel en andere regeringscentra verstrekt dossier met ‘geheim bewijsmateriaal’. Daaruit zou onomstotelijk blijken dat de zes ngo’s onderdeel van de PFLP vormen en enorme sommen Europees belastinggeld hebben doorgesluisd ten behoeve van ‘de vernietiging van Israël’. Ook toen werden de EU en Nederland gemaand de subsidiëring te staken.

Toenmalig minister van Ontwikkelings­samenwerking Sigrid Kaag schreef de Tweede Kamer al op 12 mei dat de Israëlische informatie over twee ‘door Nederland indirect gefinancierde organisaties door het Ministerie van Buitenlandse Zaken is getoetst en geen concreet bewijs biedt van banden met PFLP’. Afgelopen woensdag serveerden de ministers Knapen en De Bruijn het Israëlische dossier in diplomatieke termen af. Dat bevatte geen overtuigend bewijs, aldus de bewindslieden, en ook in mei bleken Nederlandse verzoeken om nadere informatie al aan dovemansoren gericht:

Deze informatie was voor Nederland geen aanleiding om zijn positie ten aanzien van deze ngo’s te herzien. Verzoeken op verschillende niveaus voor aanvullende informatie brachten hier destijds geen verandering in.

De internetmedia The Intercept en +972 Magazine, die het dossier en het onderliggende materiaal onlangs in handen kregen, lieten geen spaan van de Israëlische claim heel. Zoals wij eerder berichtten concludeerden zij dat ‘het dossier geen enkel bewijs bevat dat de zes organisaties fondsen naar de PFLP of naar gewelddadige activiteiten hebben doorgesluisd’. Niet de Palestijnse organisaties proberen de Europese subsidiegevers te misleiden, maar de Israëlische regering. En niet die organisaties proberen Israël te vernietigen, maar Israël de organisaties.

Internationale solidariteit

In scherp contrast met het uitblijven van een harde Nederlandse en Europese veroordeling staat de tsunami van kritiek die Israël vanuit de wereld van de internationale ngo’s overspoelde. Honderden en nog eens honderden organisaties, waaronder tientallen Palestijnse, Israëlische en Joodse, maanden Israël de Palestijnse ngo’s direct van de terrorismelijst te verwijderen, en riepen de internationale gemeenschap en hun regeringen op de organisaties actief te beschermen. Amnesty International en Human Rights Watch spraken in een gezamenlijke verklaring van ‘een absurde, schandalige en onrechtvaardige maatregel’ en ‘een aanval op de internationale mensenrechten­beweging’.

De internationale ngo’s benadrukken de fundamentele rol die de zes organisaties spelen voor de Palestijnse bevolking en specifieke groepen daarbinnen, zoals kinderen, vrouwen, boeren en gevangenen. Even cruciaal zijn ze voor het functioneren van een democratische samenleving en als tegenwicht voor het autoritaire bestuur van de Palestijnse Autoriteit en (in de Gazastrook) Hamas. Dat zij onmisbaar zijn in het documenteren en bekritiseren van de rechtenschendingen van de bezetter spreekt voor zich.

Dat daarin voor Israël de reden ligt om de organisaties ‘op te ruimen’ wordt algemeen onderkend. Met name wordt gewezen op de informatie over Israëlische misdaden die zij aan het Internationaal Strafhof leveren. Dat opende begin maart van dit jaar na jarenlang vooronderzoek een officieel onderzoek naar Israëlische en Palestijnse oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensenlijkheid, begaan in door Israël bezet gebied. Daarvan heeft menig Israëlisch politicus en militair het nodige te vrezen. Zij hebben een groot persoonlijk belang bij het saboteren van alles wat met het onderzoek te maken heeft.

Dat verklaart de agressieve reactie van Israëls politieke establishment op het instellen van het onderzoek. Het Strafhof werd beschuldigd van – daar gaan we weer – het steunen van ‘terroristische organisaties en antisemitische groepen’. Toenmalig premier Benjamin Netanyahu noemde het onderzoek zelfs ‘de essentie van antisemitisme’. Hij riep de wereld op tot keiharde sancties tegen het hof.

Terrorgate

Wie zeker veel te vrezen heeft is Benny Ganz, die als legerleider verantwoordelijk was voor potentiële oorlogsmisdaden en nu als minister van Defensie de zes organisaties persoonlijk op de terrorismelijst heeft geplaatst. Begin 2019 betrad hij met zijn ‘Veerkracht’-partij het politieke toneel, zich beroemend op de dood en verwoesting die onder zijn leiding in 2014 in Gaza was gezaaid tijdens Operation Protective Edge. In die militaire campagne werden 2.251 Palestijnen gedood, onder wie 1.462 burgers, van wie 551 kinderen. ‘De sterke wint’ was de politieke slogan van Gantz, die ook snoefde dat hij delen van de Gazastrook ‘terug naar het Stenen Tijdperk’ had gebombardeerd.

Tegen Gantz loopt bij het Gerechtshof Den Haag al ruim drie jaar een door een Palestijnse Nederlander aangespannen rechtszaak wegens verantwoordelijkheid voor oorlogsmisdaden. Het mag ironisch heten dat hem nu in eigen land een strafklacht wegens moedwillige valse beschuldiging van de Palestijnse ngo’s boven het hoofd hangt, zoals we afgelopen week meldden. Langzaam maar zeker zinkt Gantz weg in wat inmiddels Terrorgate mag heten.

Volgens de Israëlische organisatie Combatants for Peace (CfP) baseerde Gantz zijn besluit om de ngo’s op de terrorismelijst te plaatsen welbewust op valse informatie, en maakte hij daarmee ernstig inbreuk op de rechten van hun medewerkers. Daarop staat een maximumstraf van vier jaar cel. Advocaat Eitan Mack van CfP wil dat de openbaar aanklager een strafrechtelijk onderzoek instelt en het besluit van Gantz voor de duur daarvan bevriest.

Beroemdheden en donoren laten zich horen

Enkele dagen geleden kregen de Palestijnse ngo’s nogmaals een steun in de rug in de vorm van een solidariteitsverklaring van meer dan 110 internationale beroemdheden uit de wereld van kunst en cultuur. Onder hen celebrities als Richard Gere, Julie Christie, Susan Sarandon, Mark Ruffalo, Naomi Klein, Peter Gabriel en Roger Waters. In een ijzersterke verklaring roepen zij ‘alle mensen met een geweten’ op hun solidariteit met ‘de zes’ te betuigen en druk op Israël uit te oefenen. Feilloos leggen zij het verband tussen het werk van de organisaties en Israëls poging hen uit te schakelen:

The vital work of these six organizations to protect and empower Palestinians and hold Israel accountable for its gross human rights violations and apartheid regime of institutionlised racial discrimination is precisely the work that Israel is trying to end. Israel’s designation of these six Palestinian organisations as ‘terrorist’ groups, and the military order that outlaws them, places the safety of the organisations and their staff at imminent risk.

Vrijwel gelijktijdig deden tachtig filantropische organisaties en 75 individuele donoren onder de naam ‘donoren voor Palestina’ een krachtige oproep aan de VS, de EU en individuele Europese regeringen om de Palestijnse organisaties te beschermen en Israël verantwoordelijk te stellen voor zijn rechtenschendingen. In het bijzonder roepen zij de autoriteiten op te verzekeren dat donaties aan Palestijnse organisaties ongehinderd hun bestemming bereiken. Aan de lastercampagnes waarmee ook zij als zogenaamde ‘terrorisme­financiers’ te maken hebben dient een eind gemaakt te worden.

‘Als geldschieters die investeren in mensenrechten weigeren wij ons te laten intimideren en het zwijgen te laten opleggen’, schrijven zij, benadrukkend dat aan hun donaties grondig onderzoek voorafgaat en zij de gesubsidieerde projecten begeleiden. ‘Onze donatiebeslissingen zijn het domein van onze besturen en ons geweten, niet van het Israëlische ministerie van Defensie.’

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.