Dreigende ramp / Zeven nieuwe besmettingen met coronavirus in Gaza

Het aantal coronabesmettingen in Gaza is opgelopen tot negen. Alom wordt gevreesd voor de rampzalige gevolgen van een grootschalige uitbraak van het virus in de door Israël afgesloten landstrook.

In een vluchtelingenkamp in de Gazastrook proberen vrijwilligers met ontsmettingsmiddel een uitbraak van het coronavirus te voorkomen. [c] Mohammed Asad / Middle East Monitor 

De nieuwe besmettingen zijn donderdag bevestigd door het ministerie van Gezondheid in Gaza. Het betreft zeven personen die in contact zouden zijn geweest met de eerste twee patiënten, bij wie afgelopen weekend het virus werd vastgesteld. Deze twee personen kwamen via Egypte terug van een bezoek aan Pakistan en werden bij aankomst in de Gazastrook positief getest. Alle negen personen zijn in quarantaine en zouden milde ziekteverschijnselen vertonen.

Gebrek aan alles

Zo goed en zo kwaad als het gaat hebben de autoriteiten de dichtbevolkte landstrook voorbereid op een mogelijke uitbraak van het virus: scholen zijn gesloten en bewoners wordt gevraagd zoveel mogelijk binnen te blijven, bijeenkomsten van meer dan enkele personen te mijden en de handen geregeld te wassen – de gebruikelijke voorzorgsmaatregelen. In Rafah, bij de grens met Egypte, is een quarantainecentrum ingericht. Elders in de strook zijn nog eens 21 quarantainefaciliteiten ingericht en zijn ziekenhuizen en klinieken zo goed mogelijk voorbereid.

Maar de bijna twee miljoen inwoners van Gaza en medisch deskundigen houden het hart vast. Als gevolg van de al dertien jaar durende Israëlische blokkade gaat de landstrook gebukt onder een permanente humanitaire crisis. De werkloosheid is torenhoog en circa acht op de tien inwoners zijn aangewezen op steun van hulporganisaties. Schoon drinkwater, goede sanitaire voorzieningen en elektriciteit zijn schaars. De medische sector is overbelast en kampt ook onder ‘normale’ omstandigheden met chronische tekorten aan gespecialiseerde artsen, apparatuur, hulpmiddelen en medicijnen.

Leven in een kruitvat

De bevolking van Gaza leeft ‘in een kruitvat’, zegt de Palestijns-Canadese arts Tarek Loubani, die in februari nog twee weken in Gaza was. Loubani verleent al jaren medische hulp in Gaza. Op 14 mei 2018 werd hij door een Israëlische scherpschutter neergeschoten terwijl hij in Gaza Palestijnse gewonden verzorgde tijdens de demonstraties in het kader van de ‘Grote Mars van Terugkeer’.

Een uitbraak van het virus zal volgens hem in Gaza tot een ramp leiden. Er is een enorm gebrek aan alles wat nodig is om zo’n uitbraak het hoofd te bieden: van test-kits, plastic handschoenen, mondkapjes en gezichtsbescherming tot beademingsapparaten en intensive care-bedden. En de grootste frustratie is, zegt Loubani, dat de dreigende ramp te voorkomen is, en wel door de blokkade op te heffen, al is het maar tijdelijk:

The most frustrating part about the health system in Gaza is [that] we actually know the answer, and the answer is an immediate end to the blockade, even if for a short period so that we can get through this crisis.

Israël verantwoordelijk

Tal van deskundigen en hulporganisaties luiden in het zicht van de naderende ramp de noodklok. Het in Gaza gevestigde Palestijnse Centrum voor de Mensenrechten (PCHR) doet een dringend beroep op de Wereldgezondheidsorganisatie en de internationale gemeenschap om Israël te dwingen de aanvoer van noodzakelijke medische middelen naar Gaza toe te staan. Het centrum benadrukt dat de primaire verantwoordelijkheid voor het voorzien in deze middelen op grond van de Vierde Conventie van Genève bij Israël ligt.

Ook andere deskundigen en humanitaire organisaties onderstrepen de verantwoordelijkheid van Israël, als bezettende mogendheid, voor de gezondheid van de Palestijnen in de bezette gebieden, waaronder Gaza. De bekende Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem waarschuwt voor een ‘nachtmerrie-scenario’ als Israël blijft weigeren zijn verantwoordelijkheid na te komen. Mocht dat scenario realiteit worden, dan zal Israël niet in staat zijn de schuld daarvoor af te wentelen, aldus de organisatie:

After decades of occupation in which it avoided any investment there, and after more than 12 years of blockade, Israel has turned Gaza into the biggest open-air prison in the world. The Gaza Strip is now in the throes of a humanitarian disaster – created entirely by Israel. […] Israel will not be able to deflect the blame if this nightmare scenario turns into a reality that it created and made no effort to prevent.

Petities

In diverse westerse landen proberen organisaties door middel van petities hun regeringen en parlementen te dwingen druk op Israël uit te oefenen. In Nederland zijn de organisaties Groningen Jabalya en DocP een e-mailactie gestart, gericht aan het ministerie van Buitenlandse Zaken en de ministers Stef Blok (Buitenlandse Zaken) en Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking). In het Verenigd Koninkrijk voert Palestine Solidarity Campaign actie, in de Verenigde Staten doet Jewish Voice for Peace hetzelfde.

De politiek in Nederland is traditioneel afhoudend als het gaat om het uitoefenen van druk op Israël, zeker als het de situatie in Gaza betreft. Veelzeggend is dat minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken consequent weigerde het buitensporige Israëlische geweld tegen de ‘Grote Mars van Terugkeer’-demonstranten te veroordelen. Zelfs na de bikkelharde conclusies van een door de VN-Mensenrechtenraad ingestelde onafhankelijke onderzoekscommissie bleef hij stellen dat hij de resultaten van een door Israël zelf uit te voeren onderzoek wilde afwachten. Dat onderzoek is er, inmiddels 22 maanden nadat Blok er voor het eerst op aandrong, nog niet en zal er ook nooit komen.

Ook in de Tweede Kamer bestaat weinig compassie met de bevolking van Gaza. Een motie waarin Sjoerd Sjoerdsma (D66) in april vorig jaar het kabinet verzocht bij de Israëlische regering te pleiten voor ‘adequate medische hulp en hulpmiddelen’ voor de slachtoffers onder de Mars van Terugkeer-demonstranten haalde het niet. Onder meer het CDA, dat bij monde van Kamerlid Martijn van Helvert eerder sprak van ‘moord op 183 Palestijnen, onder wie 35 kinderen’, stemde tegen.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.