Overheid liet foute investeringen van pensioenfondsen bewust ongemoeid

De overheid heeft investeringen van pensioenfondsen in de Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied bewust ongemoeid gelaten. Een Tweede Kamermotie die opriep tot ingrijpen werd niet uitgevoerd. De burger betaalt de prijs.

De illegale Israëlische kolonisering van de bezette Westelijke Jordaanoever in beeld. Nederlandse pensioenfondsen investeren in Israëlische banken die deze projecten financieren. Toen de Tweede Kamer opriep de fondsen aan te spreken op die investeringen, lieten ambtenaren dat na. © Ryan Rodrick Beiler / Alamy Stock Photo

Nog steeds investeren pensioenfondsen ongehinderd in bedrijven die actief zijn in de illegale Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Terecht worden met name ABP en PFZW daar hard op aangesproken. Maar ook de overheid heeft schuld aan het voortbestaan van de investeringen.

Dat blijkt uit documenten die The Rights Forum en SOMO verkregen middels een beroep op de Wet open overheid (Woo). Daarin vroegen wij het ministerie van Buitenlandse Zaken om alle ambtelijke communicatie over het Nederlandse ‘ontmoedigingsbeleid’. Op basis daarvan publiceren we de artikelenserie Keizer zonder kleren, waarvan dit het zesde deel is.

De motie-Van Dijk

In 2021 werd de betrokkenheid van Europese financiële instellingen bij de illegale Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied gedocumenteerd in het rapport Don’t Buy Into Occupation. Daaruit bleek onder meer dat Nederlandse pensioenfondsen, met name ABP en PFZW, grote bedragen hadden geïnvesteerd in bedrijven die actief zijn in die nederzettingen.

Naar aanleiding daarvan diende SP-Kamerlid Jasper van Dijk in juli 2021 een motie in waarin de regering werd verzocht om met de pensioenfondsen ‘in gesprek te gaan […] om erop aan te dringen deze investeringen terug te trekken’. Het kabinet verschafte daartoe de ruimte. Minister van Buitenlandse Zaken Sigrid Kaag (D66) had de motie kunnen ontraden, maar liet die aan het oordeel van de Kamer over. Daarop werd hij aangenomen.

Duidelijke missie

Zo kreeg het ministerie van Buitenlandse Zaken een duidelijke missie om een einde te maken aan de genoemde investeringen. En daarmee aan de al veel te lang gedoogde realiteit dat de pensioeninleg van miljoenen burgers bijdraagt aan schendingen van het internationaal recht en de mensenrechten.

Daartoe heeft de overheid bovendien een juridische plicht. Al begin 2014 waarschuwden juristen van Buiten­landse Zaken dat het toestaan van economische relaties, waaronder investeringen, met de Israëlische nederzettingen in strijd is met het internationaal recht, en leidt tot aansprakelijkheid.

Niet uitgevoerd

Toch is de motie-Van Dijk niet uitgevoerd. Ambtenaren zijn weliswaar in gesprek gegaan met de pensioenfondsen, maar hebben nooit actief aangedrongen op desinvestering. Dat roept staatsrechtelijke vragen op, maar vraagt vooral om een verklaring. Want hoe kan zo’n simpele missie mislukken? Het antwoord: het Nederlandse ‘ontmoedigings­beleid’.

Ambtenaren zaten met de fondsen aan tafel, maar lieten na de wens van de Tweede Kamer uit te voeren.

Let wel: dat beleid is op papier bedoeld om economische relaties met de nederzettingen tegen te gaan. Maar in de praktijk wordt het gebruikt voor het tegendeel, toonden wij in een eerder artikel aan. De investeringen van de pensioenfondsen zijn hiervan een schoolvoorbeeld: ambtenaren zaten met de fondsen aan tafel, maar lieten na de wens van de Tweede Kamer uit te voeren. Uit de door ons opgevraagde documenten blijkt hoe het ontmoedigingsbeleid dat in de weg stond:

Vanochtend voerde ik samen met IMH [Directie Internationale Marktordening en Handelspolitiek] – na uitvoerig voorbesproken te hebben met DJZ [Dienst Juridische Zaken] – een gesprek met de Nederlandse pensioenfondsen om uitvoering te geven aan de in juli aangenomen motie-Van Dijk, die het kabinet oproept om aan te dringen bij pensioenfondsen niet langer te investeren in bedrijven die actief zijn in nederzettingen. Het lastige was om enerzijds uitvoering te geven aan de motie, en anderzijds niet (veel) verder te gaan dan wat het bestaande beleid voorschrijft. [september 2021]

‘Gekunsteld’

Daarnaast vonden ambtenaren nog een tweede reden om niet aan te dringen op desinvestering. Volgens hen waren de investeringen van de pensioenfondsen slechts ‘indirect’, en vielen ze daarom buiten het bereik van het beleid:

Het lastige in deze context is de hele indirecte link bij investeringen in bedrijven die op hun beurt investeren in bedrijven in nederzettingen. Dit valt strikt genomen helemaal niet onder het ontmoedigingsbeleid. [….] Dat gesprek met pensioenfondsen was dan ook wat gekunsteld want we gaan niet zover om de reikwijdte van het ontmoedigingsbeleid aan te passen. [september 2021]

Het aangebrachte onderscheid tussen ‘direct’ en ‘indirect’ heeft een reden. Eerder beschreven we hoe indirecte investeringen uit het ontmoedigingsbeleid werden geschrapt. Alleen directe investeringen komen nog in aanmerking voor ontmoediging. Er bestaat voor de overheid dus een belang om investeringen te definiëren als ‘indirect’. En dat gebeurt dan ook volop.

Opgerekt

De praktijk wijst uit hoe ‘indirect’ door de overheid is opgerekt tot allesomvattend begrip. Zo investeerden pensioenfondsen bijvoorbeeld in Israëlische banken. Die vormen als financier een cruciale schakel in het Israëlische koloniseringsproject. Een directere betrokkenheid bij de nederzettingen bestaat niet. Maar op het ministerie kregen de investeringen in de Israëlische banken het stempel ‘indirect’, waarna ze ongemoeid werden gelaten.

Op het ministerie kregen de investeringen het stempel ‘indirect’, waarna ze ongemoeid werden gelaten.

Van deze praktijk bestaan meer voorbeelden. Op deze manier is de pensioenfondsen door de overheid geen strobreed in de weg gelegd. Sterker, die ontvingen in feite een bewijs van goed gedrag. ‘De overheid vindt het prima wat we doen’, is hun antwoord op kritiek. Dat ontslaat de fondsen overigens geenszins van hun verplichtingen, legden wij eerder uit.

Burgers betalen de prijs

Wie zich afvraagt hoe het kan dat miljoenen zorgmedewerkers, artsen, theatermakers, ambtenaren, onderwijzers en vele anderen via hun pensioengeld nog steeds bijdragen aan de Israëlische misdaden tegen de Palestijnen, heeft hier het antwoord. Met daarbij een helder beeld van de ambtelijke machinerie die onder de noemer ‘ontmoedigings­beleid’ is opgetuigd om dat vooral zo te houden.

Bedenk hierbij het volgende. Het ontmoedigingsbeleid werd in 2006 bedacht om geen compleet verbod op handel met de Israëlische nederzettingen in te hoeven stellen. Zo’n verbod zou namelijk leiden tot schade aan de relatie en handel met Israël. Daaraan zijn de belangen van de Nederlandse burger ondergeschikt gemaakt. Met bovenstaande als sprekend voorbeeld.

© 2007 - 2024 The Rights Forum / Privacy Policy