Begroting / Het voortgaande tweestatenbedrog van Den Haag

Onder het mom bij te dragen aan de tweestatenoplossing blijft Den Haag meewerken aan de ondergang daarvan. En veroordeelt het de Palestijnse bevolking in bezet gebied tot eeuwigdurende rechteloosheid, militaire overheersing en apartheid.

Ben Knapen (CDA) volgde op 24 september Sigrid Kaag op als demissionair minister van Buitenlandse Zaken. Van hem en zijn eventuele ‘missionaire’ opvolger wordt een rechtvaardig beleid ten aanzien van Israël/Palestina verwacht. [c] Ministerie van Buitenlandse Zaken / Simone van Beek  

Er is geen buitenlandthema dat in Den Haag al zó lang en zó consequent wordt geregeerd door hypocrisie als het dossier-Israël/Palestina. Ook na 54 jaar Israëlische bezetting en grove schendingen van de internationale rechtsorde peinzen regering en parlement er niet over Israël daarvoor verantwoordelijk te houden en de Palestijnen in bescherming te nemen, zoals zij onder internationaal recht verplicht zijn.

In de nieuwe begroting Buitenlandse Zaken moeten de Palestijnen het voor de zoveelste keer doen met de holle belofte dat ‘Nederland zich actief inzet voor het behoud van de tweestatenoplossing’. Hol, omdat onder dat mom de afgelopen 25 jaar juist is bijgedragen aan de ondergang van die oplossing. Zelfs nu Israël een premier heeft die de tweestatenoplossing (‘een dwaling’) en vredesonderhandelingen (‘niet relevant’) openlijk afwijst, en even openlijk verklaart de blijvende overheersing van de Palestijnse bevolking na te streven, zet de regering de maskerade voort, met steun van een volgzaam parlement.

Nederland beschermt niet de Palestijnen tegen oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, maar het beschermt Israël, een van de grootste schenders van VN-resoluties ter wereld, tegen internationale sancties voor het plegen van die misdaden. Ook beschermt het Israël tegen het Palestijnse verzet tegen een van de langste bezettingen in de moderne geschiedenis. De Palestijnen worden geacht zich gedeisd te houden en zich in hun minderwaardige lot te schikken. Eens zullen zij dan hun eigen ‘aaneengesloten, levensvatbare en soevereine staat Palestina, met Oost-Jeruzalem als hoofdstad’ krijgen, luidt de illusie die Den Haag hen blijft voorhouden, al is er geen politicus die kan uitleggen hoe en wanneer. De spreekwoordelijke verkoper van tweedehands auto’s is er niets bij.

Factcheck

In de begroting Buitenlandse Zaken is over Israël/Palestina de volgende passage opgenomen:

De recente spanningen in Jeruzalem en de oplaaiing in het conflict tussen Israël en Hamas laat zien dat het Midden-Oosten om blijvende aandacht vraagt. Nederland zet zich actief in voor het behoud van de twee-statenoplossing. Dat doet het kabinet door verdere nederzettingenuitbreidingen en bijbehorend beleid door Israël dat leidt tot een één-staat-realiteit tegen te gaan, door Palestijns leiderschap aan te sporen de verdeeldheid op te lossen, door geweld en terrorisme te veroordelen en door gebruik te maken van de normalisatieakkoorden van Israël met Arabische landen.

Onderstaand onderwerpen we de passage zin voor zin aan een factcheck en analyse.

  1. ‘De recente spanningen in Jeruzalem en de oplaaiing in het conflict tussen Israël en Hamas laat zien dat het Midden-Oosten om blijvende aandacht vraagt.’ 

Als de afgelopen decennia één ding hebben geleerd is het dat het ‘conflict’ zal blíjven ‘oplaaien’ zolang de internationale gemeenschap de zaken op hun beloop laat. Er is geen glazen bol voor nodig om te voorspellen dat het steeds weer tot grootschalig geweld zal komen en het risico levensgroot is dat het zich niet zal beperken tot bezet gebied, maar zich verder zal uitbreiden over heel Israël/Palestina, from the river to the sea. De geweldsuitbarsting in de zogenoemde ‘gemengde steden’ in Israël in mei van dit jaar was een niet mis te verstane waarschuwing.

De tweede les is dat het internationale beleid, ook dat van Nederland en de Europese Unie, deze ontwikkeling niet heeft weten te keren, maar het proces juist in gang heeft gehouden. Den Haag en Brussel hebben het onderliggende onrecht – de essentie van het ‘conflict’ – niet aangepakt, maar laten voortwoekeren. Van enig uitzicht op vrede is geen sprake.

De conclusie is dat het ‘conflict’ niet zozeer vraagt om ‘blijvende aandacht’, maar schreeuwt om effectieve aandacht – aandacht die gepaard gaat met concrete actie gericht op het wegnemen van de grondoorzaken van het ‘conflict’. In het beleid dient actieve bescherming en handhaving van de internationale rechtsorde voorop te staan, conform de verplichtingen van Nederland onder internationaal recht, zoals verankerd in artikel 90 van onze Grondwet. ‘Een sterke internationale rechtsorde is nodig voor een rechtvaardige, vreedzame en welvarende wereld’, heet het in een toelichting daarop. In het politieke hart van de mondiale ‘Hoofdstad van Vrede en Recht’ heeft die vaststelling dubbele woordwaarde.

Concreet betekent dit dat het beleid gericht dient te worden op spoedige beëindiging van de Israëlische bezetting, inclusief de blokkade van de Gazastrook. Na 54 jaar Israëlische overheersing en de facto annexatie van steeds meer Palestijns grondgebied is het de allerhoogste tijd dat de Palestijnen in vrijheid over hun eigen levens en toekomst kunnen beschikken, zoals ook de Israëli’s dat kunnen. Zoals voormalig VN-chef Ban Ki-moon het in een scherpe analyse uitdrukt ‘heeft het streven naar gelijke rechten voor allen die in het land tussen de Jordaan en de Middellandse Zee wonen de hoogste prioriteit’.

Wij voegen daaraan toe dat met diezelfde prioriteit recht dient te worden gedaan aan de Palestijnse vluchtelingen die nog altijd gedwongen zijn onder veelal onacceptabele omstandigheden in de regio te bivakkeren. Aan de situatie van rechteloosheid waarin zij sinds 1948 dan wel 1967 verkeren dient een eind te worden gemaakt. In maart 2013 riep de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) de politiek op tot actie, ‘met voorrang voor de humanitaire situatie waarin veel vluchtelingen nog altijd verkeren’. Ruim acht jaar later is die oproep nog urgenter dan destijds.

  1. ‘Nederland zet zich actief in voor het behoud van de twee-statenoplossing.’

Dit is de zoveelste herhaling van de mantra die het contraproductieve Nederlandse beleid de afgelopen decennia heeft begeleid. In de praktijk heeft Nederland zich nooit effectief voor (het behoud van) de tweestatenoplossing ingezet. Integendeel, het heeft toegekeken hoe Israël de bezetting en kolonisering van het voor de voorziene Palestijnse staat bestemde gebied bleef voortzetten, met als expliciet doel die oplossing onmogelijk te maken. Een duidelijke indicatie is dat het aantal kolonisten in de illegale Israëlische kolonies (‘nederzettingen’) op de bezette Westelijke Jordaanoever (exclusief bezet Oost-Jeruzalem) sinds het aantreden van het kabinet-Rutte I in 2010 is toegenomen van 311 duizend tot 475 duizend. Nederland heeft systematisch geweigerd de mogelijkheden om Israël door middel van sancties onder druk te zetten te benutten.

Medeplichtig

Het nalaten maatregelen te treffen tegen activiteiten die door de VN-Veiligheidsraad gedurende de afgelopen decennia in een hele reeks bindende resoluties als ‘grove schendingen van het internationaal recht’ zijn veroordeeld, heeft Den Haag het verwijt van medeplichtigheid opgeleverd. Al in 1979 riep de Veiligheidsraad Israël in resolutie 446 op alle tot dat moment gezette koloniseringsstappen ‘ongedaan te maken’. In 1980 onderstreepte de raad in resolutie 476 ‘de dwingende noodzaak een eind te maken aan de langdurige bezetting van Arabisch gebied, inclusief Jeruzalem’. Israël trok zich niets van de resoluties aan en zette zijn illegale activiteiten voort, en Den Haag liet het zijn gang gaan.

In 2016 veroordeelde de Veiligheidsraad in de voorlopig laatste resolutie in de reeks – resolutie 2334 – de Israëlische nederzettingenpolitiek als ‘een flagrante schending van het internationaal recht en een groot obstakel voor realisering van de tweestatenoplossing en een rechtvaardige, duurzame en alomvattende vrede’. De raad riep op tot onmiddellijke en concrete maatregelen om de kolonisering te stoppen en de tweestatenoplossing te redden, en om geweld tegen burgers en de vernietiging van bezittingen te voorkomen. Nederland negeerde de oproep. Van sancties, zoals die tegen tal van landen en ook tegen Palestijnse organisaties als Hamas van kracht zijn, wordt Israël door ons kabinet en parlement ook na 54 jaar bezetting uitgezonderd.

Erger, Nederland draagt concreet bij aan de levensvatbaarheid van de illegale nederzettingen. Het staat de Israëlische kolonisten toe hun producten op de Nederlandse markt te verkopen, en de overheid zelf koopt voor honderden miljoenen euro’s wapens en technologie van Israëlische bedrijven die een actieve rol spelen in de kolonisering. Dergelijke bij de kolonisering betrokken bedrijven – van supermarkten tot wapenhandelaars – worden zelfs door de overheid gepromoot en toegelaten tot Nederlandse aanbestedingen.

Ook Nederlandse bedrijven die de nederzettingen van levensmiddelen en andere producten voorzien mogen van onze overheid hun gang gaan. Dat geldt ook voor de acht Nederlandse banken, verzekeraars en pensioenfondsen die miljarden euro’s hebben geïnvesteerd in bij de kolonisering betrokken bedrijven, zoals wordt geconcludeerd in het vorige week verschenen onderzoeksrapport Don’t Buy into Occupation – Exposing the financial flows into the illegal Israeli settllements, waaraan The Rights Forum meewerkte.

Klucht

Inmiddels wonen er in Oost-Jeruzalem en op de Westoever zo’n driekwart miljoen Israëlische kolonisten, verspreid over honderden illegale, exclusief Joodse ‘nederzettingen’ en ‘buitenposten’, waar Palestijnen niet welkom zijn. De in juni aangetreden Israëlische minister-president Naftali Bennett heeft aangekondigd het koloniseringsproject op volle kracht te zullen voortzetten. Hoe uit deze as nog de gedroomde ‘aaneengesloten, levensvatbare en soevereine staat Palestina, met Oost-Jeruzalem als hoofdstad’ kan verrijzen is een raadsel.

Bennett, een voormalig kolonistenleider, is een uitgesproken tegenstander van een Palestijnse staat en wil van vredesbesprekingen niets weten – hij is geen ‘partner for peace’, zoals dat in diplomatenjargon heet. Twee jaar geleden was hij een van de twaalf Israëlische ministers en tientallen parlementsleden die het manifest ‘Eén land voor één volk’ ondertekenden. Daarin wordt plechtig afstand genomen van de tweestatenoplossing en trouw gezworen aan een éénstaatoplossing, waarin voor de inheemse Palestijnse bevolking geen plaats is. Het zogenoemde ‘Land Israël’ komt volgens de ondertekenaars ‘het Joodse volk’ toe, from the river to the sea.

As we speak zijn in bezet gebied tal van Israëlische bouwprojecten gaande, en de komende maanden krijgen meerdere plannen voor nieuwe grote projecten hun definitieve vorm. Daaronder het plan voor de bouw van bijna tweeduizend kolonistenwoningen, verspreid over de Westoever, waarvoor het politieke echelon al in augustus groen licht gaf, en plannen voor 3.500 woningen in het E1-gebied, een nieuwe nederzetting met duizenden woningen in het E2-gebied, en een nieuwe nederzetting met negenduizend woningen in de wijk Atarot in Oost-Jeruzalem. Eerder dit jaar maakte Israël ook plannen bekend voor de uitbreiding van de nederzettingen Har Homa en Pisgat Ze’ev in Oost-Jeruzalem. In de nederzetting Givat Hamatos, eveneens in Oost-Jeruzalem, wordt hard gewerkt aan de infrastuctuur voor de bouw van ruim 2.600 nieuwe woningen, waartegen de Europese Unie eind vorig jaar nog fel protesteerde.

Tegen deze achtergrond typeerden wij het Nederlandse beleid eerder al als ‘een klucht’. Er is geen politicus die kan vertellen hoe de gepropageerde tweestatenoplossing nog gerealiseerd kan worden. In een toelichting op de begroting zouden wij graag van de minister van Buitenlandse Zaken horen hoe die zich dat voorstelt. Heeft de minister werkelijk aanwijzingen dat, om een concreet punt te noemen, Israël zich uit Oost-Jeruzalem zal terugtrekken en het stadsdeel zal erkennen als hoofdstad van Palestina? Kan de minister drie Joods-Israëlische politici noemen die daartoe bereid zijn? Twee dan misschien? Eentje? En kan de minister drie politici noemen die de staat Palestina erkennen, zoals de Palestijnen Israël hebben erkend?

Als formule voor een rechtvaardige, duurzame en alomvattende vrede is de tweestatenroute een dood en zelfs contraproductief spoor gebleken. Het met de Oslo-akkoorden van 1993-1995 ingezette ‘vredesproces’, dat Israëli’s en Palestijnen een periode van vijf jaar bood om in onderhandelingen de resterende tweestaten-plooien glad te strijken, heeft geen vrede gebracht, maar het onrecht tot op de dag van vandaag laten voortbestaan en verergeren. Leefden de Palestijnen ten tijde van ‘Oslo’ 27 jaar onder bezetting, inmiddels is die periode verdubbeld. Machteloos moesten zij toezien hoe Israël sinds ‘Oslo’ het aantal kolonisten in bezet gebied ruim verviervoudigde en daarmee het perspectief op een ‘aaneengesloten, levensvatbare en soevereine staat Palestina met Oost-Jeruzalem als hoofdstad’ de nek omdraaide.

  1. ‘Dat doet het kabinet door verdere nederzettingenuitbreidingen en bijbehorend beleid door Israël dat leidt tot een één-staat-realiteit tegen te gaan.’

Het valt te hopen dat de Tweede Kamer de minister vraagt wat concreet wordt verstaan onder ‘het tegengaan van nederzettingenuitbreidingen en bijbehorend beleid’. Wil de minister nu wél de sancties treffen waarvan Israël langdurig is gevrijwaard? En wordt daarmee dan de tweestatenoplossing uit de dood gewekt en een ‘éénstaat-realiteit’ voorkomen?

Is die ‘éénstaat-realiteit’ na 54 jaar overheersing niet allang een voldongen feit? De levens van miljoenen Palestijnen in bezet gebied worden op uiteenlopende wijze, maar zonder uitzondering in hoge mate door de Israëlische regering bepaald, zonder dat zij daar invloed op hebben. De laatste 54 jaar van zijn 73-jarig bestaan controleert Israël feitelijk het hele voormalige mandaatgebied Palestina en alle daar levende Palestijnen, en niets wijst erop dat het bereid is daar verandering in te brengen, integendeel. Het bestaan van de Palestijnse Autoriteit met haar semi-autonome gezag in een beperkt deel van de Westoever, en van de Hamas-heerschappij in de Gazastrook, doen daar niets aan af.

  1. ‘[…] door Palestijns leiderschap aan te sporen de verdeeldheid op te lossen […].’

Het is betreurenswaardig dat de minister met deze oproep voorbijgaat aan de vermoedelijk belangrijkste oorzaak van de ‘verdeeldheid binnen het Palestijnse leiderschap’, namelijk het feit dat die is geworteld in de bezetting. Waar de Palestijnse Autoriteit (PA) gebonden is aan het uitzichtloze ‘vredesproces’, en in dat kader gehouden is Palestijns verzet daartegen te beteugelen, is Hamas een verzetsbeweging die haar bestaansrecht ontleent aan de bestrijding van de Israëlische overheersing. De vaak gestelde vraag is hoe zij geacht worden hun ‘verdeeldheid’ te overbruggen zolang er geen concreet perspectief op beëindiging van die overheersing bestaat. Hoe stelt onze minister van Buitenlandse Zaken zich dit voor?

Daar komt bij dat zowel Hamas als de PA legitimiteit ontberen. Verkiezingen zijn sinds 2006 uitgebleven en beider bestuur wordt gekenmerkt door machtsmisbruik. De PA, in 1994 in het leven geroepen als een ‘overgangsregime’ met beperkte bevoegdheden, wordt door de meerderheid van de Palestijnse bevolking beschouwd als een corrupt verlengstuk van Israëls bezettingsregime, een ‘onderaannemer van het Israëlische leger en de Israëlische veiligheidsdiensten’, zoals de Israëlische journaliste Amira Hass het uitdrukte. Niet alleen Palestijnse organisaties en activisten, maar ook internationale organisaties als Amnesty International roepen de internationale gemeenschap op de steun aan de PA te bevriezen, schreven wij afgelopen juli in een analyse. Ook deze aspecten vereisen een aanzienlijk bredere visie van onze regering dan de zoveelste obligate oproep ‘de verdeeldheid op te lossen’.

Dat aan Israëlische zijde een vergelijkbare verdeeldheid ontbreekt is helaas geen reden voor een feestje. Zowel de regering-Bennett als het parlement worden gedomineerd door onverzoenlijke partijen die op z’n best in een verre toekomst een beperkte vorm van Palestijnse autonomie in een aantal door Israël gecontroleerde enclaves willen tolereren – het beruchte ‘Bantoestan-model’.

Den Haag en Brussel doen ten onrechte voorkomen dat enkele ‘liberale’ vogels in de volière genegen zijn in te stemmen met de tweestatenoplossing, te weten minister van Defensie Benny Gantz en minister van Buitenlandse Zaken Yair Lapid. De laatste verklaarde op 12 juli tijdens een bijeenkomst met zijn Europese collega’s in Brussel dat hij ‘persoonlijk voor een tweestatenoplossing’ is, maar dat daar in Israël ‘momenteel geen plan voor is’, met andere woorden: dat hij ook zelf geen plan heeft. Gantz stelde afgelopen maand dat hij op termijn wil streven naar ‘twee politieke entiteiten’, maar dat er van Israëlische terugtrekking uit de nederzettingen geen sprake kan zijn: ‘Wij blijven hier.’ Geen van beide ‘liberalen’ wil iets weten van de Palestijnse rechten op (Oost-)Jeruzalem, of van welke Palestijnse rechten dan ook, en hun vage bespiegelingen wijzen rechtstreeks in de richting van het Bantoestan-model.

De contouren van dat model zijn al duidelijk zichtbaar. Het kleine gebied dat onder bestuur staat van de PA is in werkelijkheid een lappendeken van enclaves. De voortgaande Israëlische kolonisering zorgt voor versnippering van de rest van de Westoever én scheidt Oost-Jeruzalem en de Westoever van elkaar. Israëlische checkpoints en vergunningenstelsels maken onbelemmerd Palestijns verkeer binnen Palestijns gebied onmogelijk. Een corridor die direct verkeer tussen de Westoever en de Gazastrook mogelijk maakt ontbreekt nog altijd. Een zeldzaam Nederlands initiatief daartoe werd door Israël afgewezen, waarna Nederland het erbij liet.

  1. ‘[…] door geweld en terrorisme te veroordelen en door gebruik te maken van de normalisatieakkoorden van Israël met Arabische landen.’

Het ‘veroordelen van geweld en terrorisme’, hoe belangrijk op zichzelf ook, is een holle frase als het niet consequent wordt gedaan en er geen sancties worden verbonden aan het niet honoreren van de veroordelingen. In de praktijk wordt vrijwel uitsluitend het ‘geweld en terrorisme’ van Palestijnse organisaties veroordeeld en hebben alleen zij te maken met sancties, en mogen het Israëlische leger en de Israëlische kolonisten straffeloos hun uiterst gewelddadige gang blijven gaan.

Palestijnse organisaties als Hamas en Islamitische Jihad zijn internationaal vrijwel geïsoleerd en werden de afgelopen decennia uitgesloten van de spaarzame vredesbesprekingen, hoewel Hamas de (vooralsnog laatste) Palestijnse parlementsverkiezingen van 2006 glansrijk had gewonnen. Zij worden beschouwd als terroristische organisaties, met name vanwege het van tijd tot tijd lukraak afschieten van mortiergranaten en raketten vanuit de Gazastrook op Israël, met alle risico’s en gevolgen voor de burgerbevolking van dien. Het aanzienlijk zwaardere geweld van Israël tegen diezelfde Gazastrook, dat een veelvoud aan burgerslachtoffers en materiële schade vergt, wordt op zijn beloop gelaten en geregeld niet eens door Den Haag veroordeeld.

Illustratief is de extreem ongenuanceerde en eenzijdige reactie van demissionair premier Mark Rutte op de escalatie van het geweld in Israël/Palestina, afgelopen mei. Een even pregnant voorbeeld is de weigering van voormalig minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken om het Israëlische geweld tegen de ‘Grote Mars van Terugkeer’-demonstraties in de Gazastrook te veroordelen. Nadat Israëlische scherpschutters op 14 mei 2018 meer dan zestig Palestijnse demonstranten doodschoten, liet Blok weten een ‘onafhankelijk onderzoek’ door de Israëlische autoriteiten naar de gang van zaken af te wachten alvorens een oordeel te vellen. Dat onderzoek moest, stelde Blok, uiterlijk ‘na de zomer van 2018’ gereed zijn, maar is er nu nog niet, en een Nederlandse veroordeling is tot de dag van vandaag uitgebleven. Het Nederlandse ‘gedoogbeleid’ blijft Palestijnse levens kosten, schreven wij onlangs ten overvloede.

Stijf sluit Den Haag de ogen voor het feit dat de Israëlische bezetting, zoals iedere militaire bezetting, per definitie steunt op geweld en terreur, en gepaard gaat met de ernstigste misdaden die het internationaal recht kent. Zo geldt het koloniseren van bezet gebied onder het Statuut van Rome, het oprichtingsverdrag van het Internationaal Strafhof, als een oorlogsmisdaad. Het regime van apartheid dat, ook volgens voormalig VN-chef Ban Ki-moon, de Israëlische overheersing kenmerkt, geldt onder datzelfde Statuut als een misdaad tegen de menselijkheid. Het zijn niet de enige misdaden van dit kaliber die al 54 jaar door Den Haag op hun beloop worden gelaten.

En dan is er nog de lange lijst van mensenrechtenschendingen, stuk voor stuk even onacceptabel als absurd. Bekende voorbeelden: de talloze Palestijnse dorpen die het, in tegenstelling tot de omringende illegale Israëlische nederzettingen, anno 2021 zonder elektriciteit en stromend water moeten stellen, omdat de bezetter vindt dat zij daar geen recht op hebben; de woningen, bedrijven, sanitaire voorzieningen en zelfs scholen, dorpen en Nederlandse en Europese humanitaire projecten die door het Israëlische leger worden gesloopt omdat de bezetter er geen toestemming voor heeft gegeven; de invallen van zwaarbewapende Israëlische militairen in dorpen en steden om ‘verdachten te arresteren’ en de bevolking te terroriseren; de Palestijnse kinderen die met grof geweld door militairen worden opgepakt en in Israël gevangen worden gezet omdat zij stenen naar bezettingstroepen hebben gegooid; de volwassen Palestijnen die vanwege hun vermeende politieke opvattingen voor onbepaalde tijd in Israëlische gevangenissen verdwijnen; en zo kunnen we doorgaan, de lijst is ellenlang.

En dan zijn er nog de kolonisten die met de regelmaat van de klok – en volgens de VN in toenemende mate – aanvallen op de Palestijnse bevolking uitvoeren, boomgaarden en gewassen platbranden of omzagen, en woningen en vervoermiddelen vernielen. Bewapend met knuppels en niet zelden ook met vuurwapens, en beschermd en geregeld zelfs actief bijgestaan door bezettingstroepen, kunnen zij hun goddelijke gang gaan. De georganiseerde aanval op het Palestijnse dorp Khirbat al-Mufkara, waarover wij eerder deze week schreven en ook NRC berichtte, is het zoveelste macabere dieptepunt. In politiek Den Haag leidt het hooguit tot uitingen van ‘bezorgdheid’. Van terrorisme wordt in deze gevallen niet gesproken en de kolonisten blijven van harte welkom om hun producten op de Nederlandse markt te verkopen, opdat in hun nederzettingen de schoorstenen kunnen blijven roken.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.