Na aannemen motie / PvdA is broeinest van antisemitisme, volgens de Israël-lobby

Eén onwelgevallige congresmotie volstond voor het CIDI en NIW om de PvdA af te schilderen als een partij die het antisemitisme bagatelliseert of zelfs koestert: ‘In de PvdA geldt: we zijn dol op dode Joden, de levende mogen de zee in gedreven worden.’

Wee degene die niet netjes in de pas loopt met de Palestinapolitiek van de Israëlische regering; hij of zij roept de toorn over zich af van de zogenoemde Israël-lobby. Dit conglomeraat van pressiegroepen, publicisten en anderen beschouwt het als zijn missie dissidenten te belasteren en het zwijgen op te leggen. Zoals door ons herhaaldelijk beschreven zijn ongerijmde beschuldigingen van antisemitisme en terreursympathieën hun voornaamste wapens.

Zelfs complete politieke partijen worden onder handen genomen als zij onwelgevallige standpunten innemen. Afgelopen maand zetten het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) en het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW) de aanval in op de PvdA. De partij had op haar congres met overgrote meerderheid een onwelgevallige motie aangenomen en werd genadeloos afgeschilderd als een broeinest van antisemitisme.

Motie

De gewraakte motie (hier te lezen, scroll naar pagina 35) stond in het teken van de bestrijding van antisemitisme. Ze bepleitte ‘grote aandacht en nadrukkelijke steun’ voor de strijd tegen antisemitisme en andere vormen van racisme.

Tegelijkertijd riep de motie op het onderscheid tussen antisemitisme en kritiek op de politiek van de staat Israël zorgvuldig te bewaken, en de koppeling die regelmatig tussen beide wordt gemaakt consequent af te wijzen. Ook werd in dat verband opgeroepen het misbruik dat van de zogeheten ‘IHRA-definitie van antisemitisme’ wordt gemaakt tegen te gaan. Die controversiële definitie biedt de mogelijkheid om vormen van Israël-kritiek en solidariteit met de Palestijnen tot antisemitisme te bestempelen. In handen van de Israël-lobby is de definitie een instrument om critici monddood te maken en de vrijheid van meningsuiting te ondermijnen.

De letterlijke tekst van de oproep in de motie luidde:

[De PvdA] roept de Tweede Kamerfractie van de PvdA op de koppeling tussen kritiek op de politiek van de staat Israël en Jodenhaat te blijven afwijzen en zich actief tegen ondermijning op grond van de IHRA-definitie van een vrije meningsuiting ten aanzien van het beleid van de regering van Israël uit te spreken, en gaat over tot de orde van de dag.

Zoals onder de motie te lezen is steunden het bestuur en de Tweede Kamerfractie van de partij de motie. Zij zullen zich ‘blijven uitspreken tegen ondermijning van de vrijheid van meningsuiting op grond van de IHRA-definitie’. Voor de PvdA ‘spreekt het vanzelf dat iedereen vrij is en blijft om kritiek te uiten op de politiek van elke Staat, dus ook op de politiek van de staat Israël’.

IHRA-definitie

In het belang van de bestrijding van antisemitisme en een zuiver debat over de kwestie-Palestina/Israël is het met brede steun aannemen van de motie verheugend. Op het CIDI en NIW had de motie echter de uitwerking van een rode lap op een stier. Met hun grove beschuldigingen aan het adres van de PvdA, waarop hieronder wordt ingegaan, onderstreepten zij feilloos het belang van de motie.

De furieuze reactie illustreert ook het belang dat de Israël-lobby hecht aan de IHRA-definitie. Ondanks zware oppositie tegen de definitie, zeker ook uit joodse kring, zetten organisaties als het CIDI, NIW en Centraal Joods Overleg (CJO), en politieke partijen als de SGP en ChristenUnie, de afgelopen jaren alles op alles om haar door zoveel mogelijk overheden en partijen aanvaard te krijgen. In november 2018 diende de SGP tot tweemaal toe een motie in om de definitie door de Tweede Kamer overgenomen te krijgen, de tweede keer met succes.

De PvdA stemde beide malen op principiële gronden tegen de motie. Op dat moment was in Nederland en andere landen al volop zichtbaar dat de definitie werd misbruikt om ‘dissidente’ stemmen tot zwijgen te brengen. In Duitsland waren meerdere organisaties, ook joodse, vanwege hun politieke standpunten afgesneden van subsidies, vergunningen voor demonstraties en het gebruik van gemeentelijke accommodaties. Sindsdien worden daar en elders de vrijheden van meningsuiting, vergadering en demonstratie, die in de EU worden beschermd door nationale grondwetten en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, verder ondermijnd.

In een recent artikel lieten wij met een reeks voorbeelden zien hoe met de IHRA-definitie in de hand een onthutsend scala partijen van antisemitisme is beschuldigd: van de complete VN tot de Wereldraad van Kerken, universiteiten, organisaties als Human Rights Watch en The Rights Forum, en individuele parlementariërs en journalisten. En dan keken we alleen nog naar de uitingen van de Israëlische organisatie NGO Monitor en het Nederlandse CIDI.

PvdA ‘institutioneel antisemitisch’

Vanwege haar oppositie tegen de IHRA-definitie werd de PvdA eind 2018 zwaar onder druk gezet, waarbij het NIW de meest rabiate beschuldigingen voor zijn rekening nam. In december 2018 noemden hoofdredactrice (en voormalig CIDI-directrice) Esther Voet en redacteur Bart Schut de PvdA in een artikel ‘institutioneel antisemitisch’ – het antisemitisme is ‘verweven in het DNA’ van de partij, schreven zij. Een maand later moedigde een anonieme NIW-auteur joodse PvdA-leden (onder wie CIDI-directrice Hanna Luden) aan uit de PvdA te stappen. Onder de titel Wil de PvdA een etnische zuivering? werd gesuggereerd dat de partij aanstuurt op ‘de verdrijving van 600.000 Joden uit Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever’.

In februari 2019 bezweek de PvdA-top onder de druk. In een radicale draai omarmde ze de IHRA-definitie alsnog, zonder de leden – of in elk geval de joodse leden – te raadplegen. Dat kwam de partij op zware interne kritiek te staan. Het NIW beloonde partijleider Lodewijk Asscher daarentegen met een vriendelijk interview, afgenomen door de man die zijn partij kort daarvoor ‘institutioneel antisemitisch’ had genoemd, Bart Schut. Asscher bleek de drijvende kracht achter de ommezwaai te zijn geweest.

Maar op het moment dat het PvdA-congres vorige maand de IHRA-motie aannam was de vriendschap ten einde. Gezamenlijk trokken CIDI en NIW opnieuw ten strijde tegen de sociaaldemocratische demoon. Andermaal ging het NIW voorop in de onbarmhartige aanval op de partij, en ditmaal ook op Asscher persoonlijk. De partijleider die in het NIW-interview zo openhartig over zijn joodse identiteit had verteld, werd nu ten overstaan van het joodse lezerspubliek als antisemiet aan het kruis genageld.

‘Antisemitische motie’

De aanval werd geopend door CIDI-directrice Hanna Luden, die zelf lid is van de PvdA, maar kennelijk de al lang gepubliceerde congresmotie niet had gelezen. Op de dag van het congres deed ze op Twitter een geschrokken oproep: ‘Stem tegen!’ Volgens Luden ‘ontkent [de motie] het hardnekkige probleem van antisemitisme onder de mom van kritiek op Israel!’

PvdA-Europarlementariër en Internationaal Secretaris Kati Piri herinnerde Luden er direct aan dat over de motie niet meer afzonderlijk gestemd zou worden, aangezien die in de stemronde voorafgaand aan het congres al voldoende steun had gekregen. En nee, zei Piri, de motie was niet aangenomen als ‘hamerstuk’, zoals sommige reageerders beweerden; de partij had erover gestemd, zo werkt de partijdemocratie.

Dat weerhield NIW-hoofdredactrice Esther Voet er niet van meteen te schrijven dat het wél een hamerstuk was, met de toevoeging ‘Schandalig’. In kringen van de Israël-lobby doet het er niet toe dat een bewering evident onwaar is – als je ’m maar vaak genoeg herhaalt wordt-ie vanzelf waar, is het motto. Zo werkt propaganda.

Zoals gewoonlijk meldde, nu het vuur was opgestookt, ook de achterban zich aan het front, zoals deze reageerder: ‘Dat lijkt erg op NAZIpraktijken’. Opvallend is dat de reactie niet direct werd verwijderd. Het CIDI spreekt er standaard schande van als dit soort verwijzingen, maar dan met betrekking tot Israël, niet van sociale media worden verwijderd; dan is er volgens de IHRA-definitie sprake van antisemitisme en schroomt het CIDI niet aangifte te doen. Maar ondanks een oproep aan Luden om ook deze reactie te verwijderen staat hij er nog steeds. Het is kenmerkend voor de dubbele standaarden die de Lobby hanteert.

Diezelfde middag voerde Esther Voet de druk op de partij op met de openlijke oproep aan drie prominente joodse PvdA-leden – onder wie Hanna Luden en voormalig CIDI-directeur Ronny Naftaniël – hun lidmaatschap op te zeggen, uit protest tegen het aannemen van de ‘antisemitische motie’. Naftaniël reageerde: ja, ook hij keurde de motie ‘met kracht af’, en net als Luden vond hij dat de motie ‘volledig miskent dat kritiek op Israël vaak gelijk staat aan antisemitisme’, maar hij vond het ‘echt te ver gaan de motie antisemitisch te noemen’. Hij drukte Voet met de neus op de feiten: ‘Je bewijst hiermee bijna het gelijk van de motie.’

Shoot the messenger

‘s Avond was het de beurt aan CIDI-medewerker Hidde van Koningsveld om er op Twitter met gestrekt been in te gaan. Zijn serie van zes tendentieuze tweets verdient het om ingelijst te worden, als schoolvoorbeeld van de werkwijze van de Israël-lobby. Na in zijn eerste tweet schande te hebben gesproken van het – ‘als hamerstuk!’ – aannemen van een motie waarin ‘de IHRA-definitie met valse argumenten wordt gedemoniseerd’, richt hij in vijf tweets het vizier op de indiener van de motie, het Rotterdamse PvdA-lid Rien Platteschorre.

Ook dat is een vast element in het repertoire van organisaties als CIDI, NIW en NGO Monitor: shoot the messenger. Afgelopen oktober wijdden we een uitvoerig artikelKaraktermoord is het standaard wapen van de Israël-lobby – aan het fenomeen. Bij gebrek aan argumenten om de boodschap te ontkrachten wordt de boodschapper te lijf gegaan met laster en leugens. Dat doet Van Koningsveld op de van hem bekende wijze: obsessief en onbeholpen.

Zo schrijft hij dat Platteschorre ‘aan de lopende band antisemitische berichten op Facebook plaatst’. Ter illustratie beeldt hij acht berichten af, waarmee hij direct zijn eigen woorden ondergraaft. Want aan geen van de berichten is iets antisemitisch te ontdekken, tenzij Van Koningsveld het begrip ‘joodse lobby’ als zodanig beschouwt, maar dat zou vreemd zijn voor iemand die zelf spreekt van ‘joodse nederzettingen’ en zelfs ‘joodse democratie’. En nog sterker: in een van de afgebeelde berichten schrijft Platteschorre nota bene: ‘Voor alle duidelijkheid: iedere vorm van “Jodenhaat” is zéér verwerpelijk en moet nadrukkelijk bestreden worden!!’

Guilt by association

Van Koningsveld trekt nog een bekend register open: Platteschorre is niet alleen een antisemiet, hij ‘sympathiseert ook met terreur’, hij is een ‘antisemitische terreurvriend’. Het zijn beschuldigingen waarbij je je altijd weer afvraagt of het CIDI al aangifte heeft gedaan. Het antwoord is altijd ‘nee’. Dat kan ook niet als de beschuldigingen niets anders om het lijf hebben dan guilt by association.

Want zo heet het als de beschuldiging luidt dat de indiener een keer op sociale media een video van de website TruNews heeft gedeeld, terwijl op diezelfde website iemand ‘de impeachment van Trump een “Jew Coup” noemde’. Zo heet het ook als de beschuldiging luidt dat de indiener ‘bevriend is met Amin Abu Rashed, een Hamas-terrorist die door inlichtingendiensten fondsenwerver voor Hamas in Europa wordt genoemd’.

Dit Rashed-verhaal wordt ingezet tegen iedereen die de man weleens tegen het lijf is gelopen – vraag het SP-Kamerlid Sadet Karabulut, die er op ziekelijke wijze mee wordt achtervolgd. Het roept op zijn beurt de vraag op waarom het CIDI geen aangifte doet tegen deze kennelijk levensgevaarlijke terrorist. Hoe kan het dat hij zomaar vrij rondloopt terwijl het CIDI en meerdere inlichtingendiensten blijkbaar al jaren bewijs van ‘s mans sinistere activiteiten hebben?

Of is er bij nader inzien geen bewijs voor terroristische activiteiten? Wie zijn toch die anonieme inlichtingendiensten waarmee de Israël-lobby altijd weer op de proppen komt? Waar zijn hun rapportages over Rashed? Waarom blijft het altijd zo stil als deze vragen worden gesteld?

In zijn zesde en laatste tweet kneedt Van Koningsveld zijn zogenaamde ontmaskering van ‘antisemitische terreurvriend’ Platteschorre samen met zijn eerder geconstateerde ‘demonisering van de definitie’ tot een aanklacht waarin de hele PvdA met antisemitisme wordt geassocieerd. Oftewel, om de taal van Van Koningsveld te gebruiken, wordt gedemoniseerd:

Ik weet niet wat schokkender is: dat 94% van de PvdA voor een motie stemt waarin een definitie om antisemitisme te bestrijden wordt gedemoniseerd of dat antisemitische terreurvrienden als Platteschoor [sic] zich schijnbaar thuis voelen binnen de PvdA.

‘Jodenhaat als hamerstuk’

Het (voorlopige) slotakkoord in het demoniseringsoffensief, door Esther Voet al op Twitter aangekondigd, kwam van het NIW. Voet liet de klus over aan Bart Schut, specialist demonisering binnen de NIW-organisatie en hard op weg heel Nederland van antisemitisme te beschuldigen.

The Rights Forum mag zich, als ‘producent van antisemitische bagger’ en ‘Dries van Agts antisemietenforum’, tot zijn favoriete doelwitten rekenen, net als Een Ander Joods Geluid, het ministerie van Buitenlandse Zaken, alle politieke partijen die hem niet zinnen en nog vele anderen. Samen met Voet beschuldigde hij al eens bijna de helft van de Tweede Kamer ervan ‘institutioneel antisemitisch’ te zijn – niet toevallig de helft die niet onvoorwaardelijk achter Israëls Palestina-politiek staat.

Schut had zich de dag van het congres al warmgelopen. Op Twitter schreef hij dat de PvdA ‘antisemitisme tolereert’ en zelfs ‘in moties aanneemt’. En dat nog wel ‘als hamerstuk’:

De motie is al aangenomen. Als hamerstuk. Wat een schande voor de partij die ooit knokte tegen antisemitisme maar het nu in eigen gelederen tolereert – en binnen haar zusterpartijen – of zelfs in moties aanneemt. Wat een teleurstelling.

De ‘bruine’ PvdA

Zijn daaropvolgende artikel in het NIW, getiteld Jodenhaat als hamerstuk, is net als de tweets van Van Koningsveld een bewaarexemplaar, een schoolvoorbeeld van shooting the messenger. Zijn stuk is er van A tot Z op gericht de PvdA te demoniseren en beschadigen. Dat doet hij om te beginnen door valselijk te beweren dat de partij een motie heeft aangenomen ‘tégen de IHRA-definitie’, en dat nota bene ‘als eerste politieke partij’ in West-Europa:

De afgelopen week hadden de sociaaldemocraten de dubieuze eer als eerste politieke partij in Nederland (en voor zover ik heb kunnen achterhalen in West-Europa) expliciet een motie aan te nemen tégen de antisemitismedefinitie van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA). 

Ging Van Koningsveld er met één been gestrekt in, Schut doet het met beide. In alle toonaarden schildert hij de PvdA af als een broeinest van antisemitisme: de ‘bruine’ partij heeft een ‘antisemitische vleugel’, is ‘institutioneel antisemitisch’ en zit vol ‘Jodenhaters die nog in de kast zitten’. Het bewijs? De antisemitische en ‘met leugens doorspekte’ motie waarmee de partij volgens Schut de complete IHRA-definitie ‘als hamerstuk afschoot’:

U leest dit goed: bij de Nederlandse sociaaldemocraten is Jodenhaat een hamerstuk. […] Sta er even bij stil. Een definitie die is ontworpen door een organisatie die Holocaustherinnering tot doel heeft, wordt als hamerstuk afgeschoten bij het congres van de opvolgerpartij van de SDAP.

‘Dol op dode Joden’

Net als Van Koningsveld bedient Schut zich van guilt by association. Hij noemt Rien Platteschorre ‘gajes’ vanwege diens betrokkenheid bij ‘Rotterdam voor Gaza’. Dat is een coalitie van 17 organisaties en politieke partijen, die onder meer geld inzamelt ten behoeve van zonnepanelen voor een ziekenhuis in de Gazastrook – een project genaamd ‘Licht voor Gaza’. Zonder enige onderbouwing schildert Schut deze brede coalitie af als een bedenkelijke club met Hamas-connecties:

[Het is] een club die grossiert in verhalen over hoe Israël Palestijnse baby’s vermoordt en jaarlijks een ‘Nakbaherdenking’ organiseert waar Hamasactivisten graag geziene gasten zijn.

Op deze gronden is Rotterdam voor Gaza volgens Schut ‘gajes’, en zouden ‘types als Platteschorre’ uit de PvdA moeten worden geweerd – dat de hele PvdA-afdeling Rotterdam deel uitmaakt van Rotterdam voor Gaza is hem duidelijk ontgaan. Dat mensen als Platteschorre ‘onderdak vinden in de PvdA geeft aan hoe institutioneel antisemitisch de partij is’, betoogt hij à la Van Koningsveld, en ‘bewijst dat de PvdA geen veilige haven, geen “safe space” […] meer is voor Joden’.

Als daverende uitsmijter verwijst Schut naar de jaarlijkse herdenking van de Februaristaking bij de Dokwerker in Amsterdam. Daar plengen de PvdA’ers ieder jaar weer ‘krokodillentranen’, schrijft hij, terwijl zij het tegelijk prima vinden dat de joden ‘de zee in worden gedreven’:

Reken er maar op dat ze volgend jaar weer allemaal bij de Dokwerker staan, die foute salonsocialisten met hun rode krokodillentranen. Ook en vooral in de PvdA geldt: we zijn dol op dode Joden, de levende mogen de zee in gedreven worden. Liefst de Middellandse, maar de Noordzee is ook goed.

Weerwoord geboden

De PvdA als bolwerk van antisemieten en ‘terreurvrienden’ die vinden dat ‘de joden de zee in mogen worden gedreven’ – het zal je maar gezegd worden als joodse partijleider, of als parlementariër, bestuurder of lid van de PvdA. De partij heeft de laster tot dusver onweersproken gelaten. Het is de vraag of dat verstandig is.

Je zou zeggen dat de PvdA er veel aan gelegen is het onzindelijke beeld publiekelijk te corrigeren. Primair tegenover joods Nederland, maar in feite tegenover de hele achterban en mede in het belang van een zuiver politiek debat over Israël/Palestina. De ervaring heeft geleerd dat de partij zich kan opmaken voor nog meer aantijgingen zolang een weerwoord achterwege wordt gelaten. Organisaties als NIW en CIDI missen zelfreinigend vermogen. Hun besturen kijken passief toe hoe de activisten binnen hun gelederen de laster bij iedere gelegenheid herhalen, in steeds groteskere bewoordingen.

Er is een zo mogelijk nog zwaarwegender argument dat de partij tot tegenspraak verplicht. Door Jan en alleman van antisemitisme te betichten holt de Israël-lobby de betekenis van dat begrip uit en ondermijnt ze de bestrijding ervan. Ze creëert een angstbeeld van een wijdverbreide, diep in de samenleving gewortelde jodenhaat, dat nog wordt versterkt door het de wereld in sturen van ongefundeerde berichten over een schrikbarende toename van het antisemitisme. Afgelopen februari meldde het CIDI dat 2019 een ‘explosieve toename van antisemitische incidenten’ te zien had gegeven, zelfs een ‘recordaantal’. Onlangs lieten wij zien dat die uitspraak volstrekt onverantwoord is. Op basis van het CIDI-materiaal valt geen zinnige uitspraak over de omvang van het antisemitisme te doen.

Er is alle reden juist dit creëren en verspreiden van voor veel joden traumatische angstbeelden als antisemitisch te beschouwen. De wereld van de Israël-lobby kent meer raakvlakken met het antisemitisme. Het bekendste voorbeeld is het afschilderen van de illegale en gewelddadige Israëlische kolonisering van bezet Palestijns gebied als een ‘joods’ project. De claim dat die operatie plaatsvindt door – of uit naam van – ‘het joodse volk’ en op basis van ‘joodse’ rechten is een klassiek voorbeeld van antisemitisme. Nota bene het CIDI zelf schrijft in zijn in februari verschenen Monitor antisemitische incidenten 2019 dat er sprake is van antisemitisme ‘wanneer het gehele Joodse volk verantwoordelijk wordt gehouden voor wat […] Israël doet’.

Zo cynisch is het. In handen van de activisten van de Israël-lobby is antisemitisme een speelbal – een politiek thema dat naar hartelust mag worden geëxploiteerd. Een organisatie als het CIDI werpt zich enerzijds op als antisemitismewaakhond, maar strooit anderzijds met alarmistische rapportages en valse beschuldigingen van antisemitisme. Om Israëls Palestinapolitiek tegen kritiek te beschermen wordt op beschamende wijze de spot gedreven met joodse belangen. Om dat destructieve proces een halt toe te roepen is het aannemen van een motie op het PvdA-congres ten enenmale onvoldoende.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.