Media / Hoe Israëlische propaganda via de NOS ongefilterd het publiek bereikt

In de nieuwsberichten van de NOS over Israël/Palestina wordt de Israëlische bezetting structureel buiten beeld gehouden, en worden razzia’s tegen Palestijnse burgers gepresenteerd als Israëlische operaties tegen terroristen. Geen wonder dat de Nederlandse nieuwsconsument een verknipt beeld van het ‘conflict’ heeft.

Een Palestijn wordt geboeid en geblinddoekt afgevoerd bij een nachtelijke Israëlische inval op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. Elke nacht vinden gemiddeld tien van dergelijke invallen plaats, bedoeld om de lokale bevolking te intimideren en terroriseren, en om elke vorm van verzet tegen de bezetter in de kiem te smoren. [c] IMEMC Flash90 

Op 16 augustus berichtte de NOS dat in de stad Jenin op de Westelijke Jordaanoever vier Palestijnen om het leven waren gekomen in een nachtelijk vuurgevecht met leden van de Israëlische grenspolitie, die een ‘vermoedelijk lid van Hamas’ kwamen ‘arresteren’. Over de aanleiding schrijft de NOS:

Tijdens de operatie werden leden van de grenspolitie van dichtbij onder vuur genomen. Ze vuurden terug, met vier doden en een gewonde als gevolg. […] De leiding van de grenspolitie zei dat de eenheid onder vuur werd genomen en werd aangevallen met explosieven en molotovcocktails.

De indruk die het NOS-bericht wekt is die van een gerechtvaardigde Israëlische ‘operatie’ die uitmondde in geweld uit zelfverdediging. In werkelijkheid stuitte een Israëlische razzia op verzet van de lokale bevolking, die daarna door de Israëli’s onder vuur werd genomen. Van die realiteit is in het NOS-bericht niets over. De redactie volstaat met de Israëlische uitleg; de noodzakelijke context ontbreekt volledig, een ernstig euvel dat de berichtgeving van de NOS al veel langer ontsiert.

Waar is de bezetting?

De meest opvallende tekortkoming is dat wordt nagelaten te vermelden in welk land het nieuws zich afspeelt. De NOS meldt niet dat Jenin en de Westelijke Jordaanoever deel uitmaken van de staat Palestina, en dat het door Israël gezochte ‘vermoedelijke lid van Hamas’ zich dus in diens eigen land bevond. Jenin is een historische Palestijnse stad met 65 duizend inwoners, van wie er ruim elfduizend in een vluchtelingenkamp leven. Dat kamp was de locatie van de Israëlische inval.

Evenmin vermeldt de NOS dat de Westelijke Jordaanoever door Israël militair bezet wordt gehouden. Ook dat is essentiële informatie: het verklaart de aanwezigheid van Israëlische bezettingstroepen, waaronder de gemilitariseerde grenspolitie. De Israëlische bezetting vormt de context van de door de NOS gerapporteerde gebeurtenis, die zonder die kennis niet te begrijpen valt.

Minder ernstig, maar niettemin opvallend, is dat de NOS verzuimt te vermelden dat Jenin in het zogeheten A-gebied (Area A) ligt, het kleine stukje (18 procent) van de Westoever dat onder volledig bestuur van de Palestijnse Autoriteit (PA) staat. Dat maakt de Israëlische inval op voorhand extra omstreden, ook al vraagt (en krijgt) Israël geregeld toestemming voor zijn acties van het Palestijnse bestuur – een van de redenen waarom de PA door veel Palestijnen wordt beschouwd als een verlengstuk van de Israëlische bezetter. Die afstemming vindt niet altijd plaats; afgelopen juni nog schoten Israëlische militairen tijdens een undercover uitgevoerde nachtelijke ‘arrestatie’ in Jenin twee Palestijnse politiemannen dood.

Geen arrestaties, maar ontvoeringen

De Israëlische bezettingstroepen hebben tot taak de Palestijne bewoners van de Westoever en Oost-Jeruzalem onder de duim te houden terwijl Israël stapsgewijs hun land afneemt en koloniseert – het doel van de bezetting. Daartoe is een veelkoppig regime van onderdrukking opgetuigd. Een van de pijlers waarop dat rust is een systeem van invallen of razzia’s – zogenoemde ’military search and arrest operations’ –, bedoeld om de Palestijnse bevolking te intimideren en terroriseren, en elke vorm van verzet genadeloos de kop in te drukken. Het zijn methoden waarvan vrijwel ieder bezettingsregime zich bedient; het Israëlische is geen uitzondering.

De invallen vinden gewoonlijk diep in de nacht plaats door zwaarbewapende troepen die met grof geweld woningen binnenvallen. Daarbij wordt grote schade aangericht en vallen gewonden en regelmatig ook doden. Palestijnen die worden opgepakt, onder wie kinderen, kennen gewoonlijk de aanklacht niet op grond waarvan zij – geboeid en geblinddoekt als misdadigers, en blootgesteld aan grof geweld – met onbekende bestemming worden afgevoerd. Dat zijn geen ‘arrestaties’, zoals de NOS ze noemt, maar ontvoeringen.

De term ‘arrestatie’ wordt in Israëlische legercommuniqués en door de Israëlische autoriteiten en regeringsgezinde media gebruikt, met als doel de realiteit te verhullen en de indruk te wekken dat de troepen zich bezighouden met het handhaven van de openbare orde en veiligheid – hetzelfde voorwendsel waaronder zij in bezet gebied aan de lopende band Palestijnse infrastuctuur slopen, een andere pijler onder het regime van onderdrukking en kolonisering.

‘Terreurbestrijding’

Standaard luidt de Israëlische lezing dat de troepen een verdachte van ‘betrokkenheid bij terrorisme’ of ‘lidmaatschap van Hamas’ (of een andere door de bezetter als terroristisch aangemerkte organisatie) hebben opgepakt. Wat de verdenking concreet inhoudt wordt zelden bekend. Lidmaatschap van een politieke of maatschappelijke organisatie kan volstaan om als ‘terreurverdachte’ te worden ‘gearresteerd’. Zo ook journalistieke werkzaamheden, het uiten van kritiek via sociale media, deelname aan een demonstratie, of een familielid dat van ‘terrorisme’ wordt verdacht. Onder het mom van ‘terreurbestrijding’ wordt iedere oppositie tegen de bezetting de kop ingedrukt.

Opgepakte kinderen worden standaard beschuldigd van het ‘gooien met stenen’ naar zwaarbewapende militairen. Israël is vermoedelijk het enige land ter wereld dat kinderen op grond van zo’n verdenking ’s nachts door militairen van hun bed laat lichten, om hen vervolgens bloot te stellen aan geweld, bedreiging en het beruchte stelsel van Israëls militaire rechtspraak. Frequent worden kinderen onder druk gezet om anderen te verklikken, bijvoorbeeld onder dreiging dat anders hun ouders iets wordt aangedaan.

Vijftigduizend invallen

Het is onmogelijk dit onderdrukkingsmechanisme over het hoofd te zien. Volgens opgave van de VN vonden in de twee weken tussen 27 juli en 9 augustus op de Westoever 92 invallen plaats. Daarbij werden 115 Palestijnen van hun bed gelicht, onder wie elf kinderen. Volgens de VN vonden dit jaar tot en met 9 augustus 2.522 Israëlische invallen plaats – een gemiddelde van meer dan elf per dag. In 2020 en 2019 waren dat er respectievelijk 4.086 en 3.634, gemiddeld ruim tien per dag.

Het is veilig om te veronderstellen dat tijdens dit millennium tenminste vijftigduizend, en vermoedelijk veel meer, invallen hebben plaatsgevonden, waarbij minstens zestigduizend Palestijnen van hun bed zijn gelicht. In april 2019 werd bekend dat sinds het begin van de Israëlische bezetting in 1967 alleen al vijftigduizend Palestijnse kinderen werden opgepakt en gedetineerd, van wie 17 duizend sinds het jaar 2000 – de meesten tijdens nachtelijke invallen. Iedere Palestijnse gemeenschap in bezet gebied kent de nachtelijke ‘klop op de deur’.

Poging tot bescherming

De gewelddadige ontvoeringen – en de bezetting als zodanig – leiden in de betreffende gemeenschappen tot verzet, waarbij met stenen en andere voorhanden middelen – bij uitzondering een vuurwapen – wordt getracht de bedreigde stad- of dorpsgenoten te beschermen. Met vaak dramatische gevolgen: volgens de Israëlische rules of engagement geldt elke Palestijn die zich verzet als een ‘terrorist’ die mag worden ‘geneutraliseerd’. Dat verklaart het spoor van doden en gewonden dat het regime van nachtelijke invallen door de Palestijnse samenleving trekt.

Overigens zijn ook Palestijnen die zich niet verzetten hun leven niet zeker. Zo werd verleden week de 15-jarige Imad Hashash zonder aanleiding door zijn hoofd geschoten tijdens een nachtelijke Israëlische inval in Nablus. Hij is het twaalfde Palestijnse kind dat dit jaar op de Westoever werd doodgeschoten. De daders hebben niets te vrezen. Recent beschreven wij het stelsel van straffeloosheid dat Israël daartoe heeft opgetuigd.

De inval in Jenin

Tegen deze achtergrond vonden in de nacht van 15 op 16 augustus verspreid over de Westoever invallen plaats waarbij ten minste acht Palestijnen van hun bed werden gelicht. De NOS beschreef alleen die in Jenin, zonder de andere te noemen. Over de exacte gebeurtenissen in Jenin is veel onduidelijk. Zeker lijkt dat de Israëli’s voorafgaand aan de inval scherpschutters op de daken hadden geposteerd, zoals zij in dergelijke gevallen vaak doen. In een door de Israëlische krant Haaretz gepubliceerde video is te zien hoe Palestijnen van afstand worden beschoten.

Daarbij werden naar verluidt acht Palestijnen door kogels getroffen. Vier van hen vonden de dood. Een van de vier lag bij de ingang van het kamp naast zijn scooter en lijkt willekeurig te zijn gedood. Van de door de NOS gemelde Palestijnse ‘explosieven en molotovcocktails’ is op de videobeelden niets te zien. Wel wordt door ooggetuigen bevestigd dat van Palestijnse zijde is teruggeschoten. Van belang hierbij is de vraag in hoeverre het van beide kanten gebruikte geweld geoorloofd is onder internationaal recht. Het veelvuldig tegen burgers gerichte Israëlische geweld is dat zeker niet. De NOS liet deze belangrijke maatstaf buiten beschouwing.

Dat geldt ook voor het feit dat de Israëlische troepen de lichamen van twee gedode Palestijnen meenamen, een macaber aspect dat in vrijwel alle internationale verslagen van de inval aandacht kreeg. Deze beruchte praktijk – Israël houdt talloze lichamen van gedode Palestijnen gegijzeld – is bedoeld om te voorkomen dat begrafenissen kunnen uitlopen op protesten, en om de lichamen in de toekomst te kunnen inzetten als onderhandelingsobject.

Geen uitzondering

De wanprestatie van de NOS in het weergeven van het Israëlische geweld in Jenin staat niet op zichzelf. Een week later, op 24 augustus, deed de NOS verslag van een inval in het vluchtelingenkamp van Nablus waarbij de bovengenoemde 15-jarige Imad Hashash werd gedood. Het NOS-bericht leest als een kopie van de inval in Jenin. Centraal staat de lezing van het Israëlische leger, dat ditmaal stelde op zoek te zijn naar ‘een verdachte van terroristische activiteiten’.

In mei 2020 beschreven we hoe de NOS een Israëlische inval in het plaatsje Ya’bad, waarbij bij uitzondering een Israëlisch slachtoffer viel, presenteerde als een Palestijnse aanslag. Dat NOS-bericht geldt als ultiem voorbeeld van de manier waarop Israëlische propaganda via de NOS – en overigens ook via andere media – ongefilterd het Nederlandse publiek bereikt. Daaraan is niets veranderd. Want hoewel de NOS destijds de Israëlische bezetting aan het bericht toevoegde (‘bezette Westoever’), was dat meteen de laatste keer: in volgende artikelen bleef het cruciale feit ongenoemd.

Redactionele onkunde

Hoe kan de berichtgeving van een prominent nieuwsmedium bij herhaling zo wezenlijk afwijken van de realiteit? Het antwoord: redactionele vooringenomenheid of onkunde, of een combinatie van beide. De berichten van de NOS zijn gebaseerd op Israëlische informatie, die vermoedelijk via een Israëlisch communiqué of internationaal persbureau de redactie bereikte en daar had moeten worden gecheckt en aangevuld. Dat is in de beschreven gevallen niet gebeurd, een journalistieke tekortkoming van formaat.

Er is evident geen moeite gedaan om de Palestijnse lezing van de gebeurtenissen te achterhalen. Dat is een kwestie van een paar telefoontjes en het raadplegen van journalistieke bronnen – het dagelijks werk van een journalist. Maar Palestijnse ooggetuigen of veldwerkers van mensenrechtenorganisaties als B’Tselem en Yesh Din zijn niet benaderd. Wel verwijst de NOS in het bericht over Jenin naar The Jerusalem Post, een rechts Israëlisch dagblad dat niet alleen regeringsgezind is, maar zich zelfs door de regering laat betalen voor de publicatie van nepnieuws.

Minstens zo kwalijk is dat de NOS de allesbepalende context van de inmiddels 54 jaar durende bezetting onvermeld laat. Daarvoor heeft een redacteur geen extra bronnen nodig, dat behoort parate kennis te zijn. Inmiddels is deze omissie dermate hardnekkig dat het steeds moeilijker wordt de indruk te vermijden dat sprake is van een politieke keuze: ‘Don’t mention the occupation.’

Schadelijke gevolgen

De taak van een nieuwsorganisatie is, simpel gezegd, de bevolking op onafhankelijke wijze te informeren over wat er in de wereld gebeurt. Wat Israël/Palestina betreft schiet de NOS daarin al jaren zwaar tekort.

Het gevolg is dat de nieuwsconsument een verknipt beeld van de situatie krijgt. Door de bezetting buiten beeld te houden en niets te zeggen over de ’military search and arrest operations’ waarvan er gemiddeld tien per nacht plaatsvinden, wordt de indruk gewekt dat de Israëlische troepen in Jenin en Nablus tijdens rechtmatige ‘arrestaties’ gedwongen waren zich met dodelijk geweld te verdedigen tegen Palestijnse aanvallers – het exacte tegendeel van wat zich heeft afgespeeld. Valt er onder de Israëlische militairen bij hoge uitzondering een dode, zoals vorig jaar in Ya’bad, dan spreekt de NOS van een ‘Palestijnse aanslag’.

Onderdeel van het Israëlische narratief dat hiermee kracht wordt bijgezet – wordt ‘genormaliseerd’ – is de associatie van Palestijnen met terrorisme. Niet de bezetter, die zich zoals iedere bezetter permanent schuldig maakt aan grootschalige onderdrukking en terreur, komt in de berichtgeving als terrorist naar voren, maar de onder bezetting levende bevolking. Door steeds weer kritiekloos de Israëlische propaganda over te nemen dat het leger ‘op zoek was naar terreurverdachten’, en in Ya’bad slachtoffer werd van een ‘aanslag’, ontstaat vanzelf een koppeling tussen Palestijnen en terreur.

Dat giftige beeld heeft grote gevolgen. Het gaat ten koste van het begrip en de sympathie en inzet voor de Palestijnse zaak onder de bevolking. Het wordt bovendien dankbaar aangegrepen door de zogenoemde Israël-lobby, waaronder de pro-Israël-partijen in de Tweede Kamer, bijvoorbeeld om Nederlandse hulp aan Palestijnse organisaties te blokkeren.

Hiermee is, zo moge duidelijk zijn, niet gezegd dat Palestijnen zich nooit schuldig maken aan terrorisme of andere misdaden. Waar het om gaat is dat de berichtgeving van de NOS sterk leunt op Israëlische propaganda en politiek van karakter is. Daarin staat de NOS zoals gezegd niet alleen, maar als invloedrijkste nieuwsorganisatie en journalistiek boegbeeld van Nederland treft het verwijt de NOS het hardst. Het is de hoogste tijd dat de NOS zich de kritiek aantrekt en de noodzakelijke maatregelen neemt om zijn nieuwsvoorziening op het niveau te brengen dat bij een serieuze nieuwsorganisatie hoort.

Waardeert u ons journalistieke werk? Help ons dat voort te zetten.