Den Haag zet medeplichtig Midden-Oostenbeleid voort

Het kabinet zet zijn medeplichtigheid aan Israëls overheersing van de Palestijnen voort, terwijl in de Tweede Kamer nog altijd het besef ontbreekt dat mensenrechten ook voor Palestijnen gelden. Dat is de deprimerende uitkomst van een Kamerdebat met minister Hoekstra.

Minister van Buitenlandse Zaken Wopke Hoekstra (CDA) in gesprek met de Palestijnse premier Muhammad Shtayyeh in Ramallah, 18 mei 2022. © WAFA News Agency

We waren al heel wat gewend, maar zelden was een debat over Israël en Palestina zo ontluisterend als dat van de Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken met buitenland­minister Wopke Hoekstra eerder deze week. Dat lag in de eerste plaats aan de minister, die de traditionele Nederlandse loyaliteit aan Israël verpakte in het al even traditionele holle betoog dat allang zijn geloofwaardigheid is verloren. Het lag ook aan de Tweede Kamer, die blijk gaf van een schrijnend gebrek aan visie, ambitie en soms ook aan kennis, en waar ankerpunten als mensenrechten en de Grondwet niet leken te bestaan. De debatten over wat chic ‘het Midden-Oosten Vredesproces’ wordt genoemd zijn anno 2022 verworden tot een theaterstuk waarvoor de Haagse Schouwburg een geëigender locatie vormt.

Natuurlijk, dat het kabinet-Rutte IV (VVD, D66, CDA en ChristenUnie) zou volharden in de onvoorwaardelijke steun aan Israël viel te verwachten. Maar de vanzelfsprekendheid waarmee het de rechten van de Palestijnen en de Nederlandse verplichtingen onder internationaal recht negeert is met ieder debat onverdraaglijker. Dat geldt nog meer voor de verheven woorden over een ‘evenwichtig beleid’, de ‘tweestatenoplossing’ en het ‘vredesproces’ waarmee het zijn destructieve beleid maskeert. Het zijn, zullen we zien, woorden die alleen betekenis hebben in de parallelle Haagse werkelijkheid.

Medeplichtig beleid

Ook ditmaal benadrukte Hoekstra dat het kabinet een evenwichtig (‘even-handed’) beleid voert. Nederland, stelde hij, staat op goede voet met zowel Israël als de Palestijnse Autoriteit (PA), is ook tegen beide partijen kritisch als daar reden toe is, en hoopt zo bij te dragen aan een toekomstige dialoog tussen beide en, wie weet, ooit een hervatting van het ‘vredesproces’. Verder reiken de Haagse mogelijkheden niet, zei hij, want als zelfs de VS in twintig jaar niets heeft bereikt, wat kan een landje als Nederland dan?

Het riedeltje is bekend en doet pijn aan alle zintuigen. In werkelijkheid is het Nederlandse beleid het tegenovergestelde van evenwichtig. Hoekstra vergeet dat de ‘goede banden met beide partijen’ niet in het luchtledige bestaan, maar in de context van een inmiddels 55 jaar durende illegale bezetting. Waarbij de ene partij de almachtige overheerser en de andere partij zo goed als machteloos en rechteloos is. En waarbij de ene partij structureel oorlogsmisdaden (bijvoorbeeld kolonisering) en misdaden tegen de menselijkheid (apartheid) begaat, en de andere zich onbeschermd weet en op z’n best mag hopen ooit met de overheerser te mogen onderhandelen over zijn vrijheid, zelfbeschikking en andere basale mensenrechten.

Een kabinet dat zich in deze context vanwege zijn ‘goede banden met beide partijen’ laat voorstaan op een evenwichtig beleid is aan het witwassen. Dat schetst bewust een vals beeld en dient de beroemde uitspraak van Desmond Tutu ter harte te nemen, de vorig jaar gestorven Zuid-Afrikaanse aartsbisschop die op grond van zijn eigen ervaringen onder apartheid concludeerde: ‘If you are neutral in situations of injustice, you have chosen the side of the oppressor.’

Als Nederland werkelijk een evenwichtig beleid zou voeren zou het de Palestijnen actief in bescherming nemen en sancties treffen tegen Israël vanwege structurele schendingen van het internationaal recht en bindende resoluties van de Veiligheidsraad, zoals het die ook tegen andere landen – denk aan Rusland – treft. Dan zou niet de politieke loyaliteit aan Israël, maar loyaliteit aan de internationale rechtsorde en de universele mensenrechten leidinggevend zijn, maatstaven die voor beide partijen even zwaar wegen.

De pijnlijke realiteit is dat Nederland niet de Palestijnen, maar juist Israël in bescherming neemt.

Dan ook zou het op die basis een politiek vredesinitiatief hebben kunnen ontplooien – als één stad daarvoor de kennis, mogelijkheden en standing in huis heeft is het wel Den Haag, de mondiale ‘Hoofdstad van Vrede en Recht’ met zijn talrijke vooraan­staande instellingen op dit terrein. Dat zo’n initiatief nooit getroffen is heeft minder te maken met de mogelijkheden van een klein land dan met politieke onwil.

De pijnlijke realiteit is dat Nederland niet de Palestijnen, maar juist Israël in bescherming neemt. Dat het de ernstige misdaden die Tel Aviv begaat ook na 55 jaar bezetting straffeloos laat voortbestaan. Dat het zijn verplichtingen om daartegen op te treden stelselmatig negeert en daarmee schade aanricht aan de internationale rechtsorde. En dat het geen bijdrage aan vrede levert, maar juist een obstakel voor vrede is – een onderdeel van het probleem. Dat is geen evenwichtig, maar medeplichtig beleid.

Tweestaten-illusie

Een onlosmakelijk deel van het kabinetsverhaal is de verzekering dat Nederland zich blijft inzetten voor de tweestatenoplossing. Het is de fameuze maar versleten internationale vredesformule van een Israëlische en een Palestijnse staat, ‘zij aan zij langs de grenzen van voor juni 1967’. Van de bedoeling dat het met de Oslo-akkoorden gestarte ‘vredesproces’ daar eind jaren negentig toe zou leiden kwam niets terecht. De laatste stuiptrekking van het vredesproces dateert van 2014. Zoals gezegd keek en kijkt Den Haag met de armen over elkaar toe.

Israël maakte van de situatie gebruik om de uitbreiding van zijn illegale ‘nederzettingen’ in het voor de Palestijnse staat bestemde gebied voort te zetten en gaat daar ook nu op volle kracht mee door. Het trok zich niets aan van resoluties van de Veiligheidsraad, noch van een eindeloze reeks waarschuwingen van de VS, Europese Unie (EU) en ook Nederland. Maar van maatregelen tegen Israël wilde niemand weten, ook Den Haag niet. Sancties waren onbespreekbaar. Sterker, tot op de dag van vandaag zijn de kolonisten welkom om hun producten op de Nederlandse markt te verkopen, opdat in hun nederzettingen de schoorstenen kunnen blijven roken.

Het resultaat is bekend: inmiddels hebben zich driekwart miljoen kolonisten in Oost-Jeruzalem en op de Westelijke Jordaanoever gevestigd. Alleen al in de periode-Rutte (van 2010 tot heden) vestigden zich daar meer dan 135 duizend kolonisten, zo kwam tijdens het debat naar voren. Het perspectief op de gedroomde ‘soevereine, aaneengesloten en levensvatbare Palestijnse staat’ verdween onder het asfalt van de nederzettingen. Geen politicus in Den Haag, Hoekstra inbegrepen, kan uitleggen hoe die nog gestalte zou kunnen krijgen. Met het verdwijnen van dat perspectief werd uiteraard ook de door het kabinet gepropageerde tweestatenoplossing een utopie. Erwin van Veen, senior onderzoeker bij Instituut Clingendael, betoogde afgelopen week in een korte video overtuigend dat de tweestatenoplossing geen ‘levensvatbaar pad naar vrede’ biedt tenzij er ‘significante druk’ op Israël wordt uitgeoefend.

Dat weerhield de minister er niet van opnieuw het tweestaten-evangelie te preken. Het kabinet blijft de illusie in stand houden dat ergens een proces lonkt dat uitmondt in de gedroomde Palestijnse staat. In werkelijkheid wijst de Israëlische regering zo’n proces openlijk af, tot ongenoegen van de Palestijnen, die dat Hoekstra tijdens zijn recente bezoek aan de regio duidelijk hadden laten blijken. Hoekstra op zijn beurt had tegenover zijn Israëlische ambtgenoot Lapid weer eens het Nederlandse ongenoegen over de kolonisering geuit, voor de pakweg honderdste keer. Van sancties wil het kabinet ook nu niets weten. Integendeel, net als de EU pleit het voor voortgaande versterking van de banden met Israël. Door Israël geen prijs te laten betalen voor het voortzetten van de kolonisering en feitelijke annexatie van Palestijns gebied, zijn Nederland en de Europese Unie medeplichtig aan het feit dat de tweestatenoplossing morsdood is.

‘Israël wil tweestatenoplossing’

Hoekstra maakte het nog bonter. In een brief aan de Tweede Kamer over zijn recente bezoek aan Israël en Palestina schreef hij pal voor het debat: ‘Israël bevestigde dat voor hen de tweestatenoplossing nog altijd leidend is.’ Dit is geen illusionisme meer, maar boerenbedrog. Hier worden de Kamer en de burger voor de gek gehouden.

Er bestaat geen ‘Israël waarvoor de twee-statenoplossing leidend is’ en zo’n Israël is ook aan de horizon nergens te bekennen. Zo goed als Israël nooit de staat Palestina of zelfs maar het Palestijnse recht op zelfbeschikking heeft willen erkennen, en om ieder misverstand te voorkomen het voor die staat bestemde grondgebied grootschalig heeft gekoloniseerd. Dat weet Hoekstra als geen ander en om anders te doen voorkomen is misleidend.

Israëls politieke establishment is in meerderheid juist een verklaard tegenstander van een Palestijnse staat. Boekdelen spreekt het manifest ‘Eén land voor één volk’ van de kolonistenorganisatie Nahala, dat in 2019 door dertien Israëlische ministers en tientallen parlementsleden en andere vooraanstaande politici werd ondertekend, onder wie de huidige premier Naftali Bennett – we schreven er eerder over. Boekdelen spreekt ook de quote van oppositieleider – en straks wellicht weer premier – Benjamin Netanyahu, deze week opgetekend door The Jerusalem Post: ‘No, no to a Palestinian state.’

Dit is geen illusionisme meer, maar boerenbedrog. Hier worden de Kamer en de burger voor de gek gehouden.

Politici en partijen die voorstander zijn van de tweestatenoplossing vormen een immer slinkende minderheid. Bovendien is het maar de vraag wat zij onder die oplossing verstaan. Het aantal parlementariërs dat achter de ‘grenzen van voor juni 1967’-formule staat is op de vingers van twee handen te tellen, op een totaal van 120 zetels.

De door velen als liberaal beschouwde minister van Defensie Benny Gantz bijvoorbeeld streeft niet werkelijk naar een Palestijnse staat, maar naar wat hij noemt ‘een entiteit’ met een zekere autonomie op een versnipperd grondgebied, waarvan bij voorbaat Jeruzalem, de Jordaanvallei en alle nederzettingen zijn uitgesloten. Dat streven komt niet voort uit gevoelens van rechtvaardigheid, maar uit de wens de Palestijnen hoe dan ook buiten de staat Israël te houden. De ideale oplossing is dan ze onder te brengen in een zo klein mogelijke eigen ‘entiteit’. Op dit zogenoemde Bantoestan-model bestaan meerdere varianten.

Tot deze school behoort ook minister van Buitenlandse Zaken Yair Lapid. Kort na zijn aantreden bracht hij zijn Europese collega’s in extase door in Brussel te verklaren dat er in Israël weliswaar geen klimaat en ook geen plan voor de tweestatenoplossing bestaat, maar hij persoonlijk voor een Palestijnse staat is. Wat hij daaronder verstaat weet niemand en dat doet er ook niet toe: als ‘tweestaten-ambassadeur’ van een regering die niets van een Palestijnse staat wil weten gaf hij de EU het minimale excuus dat nodig is om het eigen illusionisme te kunnen blijven verkondigen. In het geval van Hoekstra was de boodschapper diezelfde Lapid.

‘Pluriforme democratische rechtsstaat’

Aan het kabinetsparadigma is ook propaganda niet vreemd, getuige ditmaal onder meer Hoekstra’s bewering dat Israël een ‘pluriforme democratische rechtsstaat’ is. Hij reageerde ermee op de vraag uit de Kamer of het kabinet de conclusie van Amnesty International onderschrijft dat Israël zich schuldig maakt aan de misdaad van apartheid.

Die al eerder gestelde vraag was door het kabinet meermalen ontdoken, onder meer met de opmerking dat het niet aan de politiek, maar aan een internationale rechter is om dat oordeel te vellen. Met dit argument gaat het in tegen het advies van de Extern Volkenrechtelijk Adviseur (EVA) en de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV). Die stellen dat als belangrijkste vertegenwoordiger van de staat in de internationale betrekkingen [..] het primair aan de regering [is] om vast te stellen dat in een andere staat […] misdrijven tegen de menselijkheid zijn of worden gepleegd’. Natuurlijk staat het het kabinet vrij het eigen oordeel te laten toetsen door, bijvoorbeeld via de Algemene Vergadering van de VN, het Internationaal Gerechtshof om een opinie te vragen.

Hoekstra’s bewering over een ‘pluriforme democratische rechtsstaat’ is een absurd verweer tegen de niet alleen door Amnesty, maar door een legioen mensenrechtenorganisaties en -deskundigen getrokken conclusie dat Israël schuldig is aan apartheid. In de opvatting van Amnesty en anderen is er in het hele door Israël gedomineerde gebied sprake van systematische ongelijkheid tussen Joodse Israëli’s en Palestijnen, zij het in uiteenlopende mate en vorm. Die ongelijkheid bestaat ook binnen de grenzen van Israël zelf en is verankerd in de beruchte Wet op de Natiestaat, een zogeheten ‘basiswet’ met grondwettelijke status. Dat is een realiteit die niet valt weg te moffelen achter hoogdravende termen.

Bovendien dient de allerwegen onderschreven systematische onderdrukking van de Palestijnen in bezet gebied hoe dan ook tot actie van Den Haag te leiden, zelfs als daaraan niet een apartheidslabel zou hangen en ongeacht de vraag in hoeverre Israël op de een of andere manier te kwalificeren valt als zoiets als een rechtsstaat. Een vraag waarop Hoekstra overigens zelf antwoord gaf door in zijn brief aan de Kamer te schrijven: ‘Het juridische proces dat volgt voor gearresteerde Palestijnen is vaak onduidelijk of ontbreekt, en de geweldsincidenten waarbij slachtoffers vallen worden slechts incidenteel onderzocht.’

Hoe structureel zulke ‘incidenten’ zijn laten recente voorvallen zien, zoals de dood van Shireen Abu Akleh, de Palestijns-Amerikaanse journaliste die op 11 mei door een Israëlische scherpschutter werd doodgeschoten. Israël stelt geen strafrechtelijk onderzoek in. Het heeft naar eigen zeggen wel onderzoek gedaan naar de ongehoorde charges van ‘ordetroepen’ tegen de uitvaartstoet voor Shireen op 13 mei, maar dat wordt niet openbaar gemaakt, terwijl vooraf was besloten dat niemand zou worden gestraft.

Een ander voorbeeld vormt Muhammad al-Halabi, de medewerker van de grote christelijke humanitaire organisatie World Vision die al zes jaar in Israël vastzit en deze week na 171 rechtszittingen en op grond van geheim bewijs schuldig werd bevonden aan het doorsluizen van tientallen miljoenen euro’s hulpgeld naar Hamas. De veroordeling werd door de EU direct bekritiseerd als ‘inconsistent with international fair trial standards’. Al-Halabi’s case is geen uitzondering, zoals blijkt uit de artikelen die wij eerder aan zijn en andere zaken wijdden.

De gedachten gaan ook uit naar het Israëlische Public Committee Against Torture in Israel (PCATI), dat juist 17 cases van zware marteling door Israëls veiligheidsdiensten aanleverde bij het Internationaal Strafhof, met het verzoek die te beoordelen en schuldigen te vervolgen, aangezien Israël dat systematisch nalaat. En naar de drie mediakoepels (Palestijns en internationaal) die vlak voor de dood van Shireen Abu Akleh hetzelfde deden vanwege het ‘systematische Israëlisch geweld tegen Palestijnse journalisten en het verzuim van Israël om moorden op journalisten naar behoren te onderzoeken’.

Fundamenteler nog is natuurlijk het feit dat miljoenen Palestijnen geen enkele invloed hebben op het regime dat hun levens bepaalt, en hun recht moeten zien te halen in een juridisch systeem dat deel uitmaakt van dat regime – in laatste instantie bij een Hooggerechtshof dat geldt als de witwasser die, zoals herhaaldelijk door ons beschreven, de Israëlische overheersing van een vernisje van legitimiteit voorziet. Zoals recent de deportatie van ruim duizend bewoners van acht dorpen in de regio Masafir Yatta, wier woningen en stallen momenteel worden afgebroken om plaats te maken voor een militair oefenterrein van de bezetter.

Mag je dan van een rechtsstaat spreken? Wat in ieder geval niet mag is onder dat mom oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid op hun beloop laten, en dat is wat het kabinet doet. Dat is niet alleen in tegenspraak met de morele normen en waarden die met name partijen als CDA en ChristenUnie hoog in het vaandel zeggen te voeren, maar ook met het internationaal recht. Het beroemde artikel 1 van de Conventies van Genève bijvoorbeeld gebiedt alle aangesloten staten, dus ook Nederland, er zorg voor te dragen dat alle andere lidstaten, dus ook Israël, zich aan de Conventies houden. Zeker van een regering die zetelt in de internationale Hoofdstad van Vrede en Recht mag worden verwacht dat die verplichting strikt wordt nageleefd.

Visieloze Tweede Kamer

Serieuze oppositie uit de Kamer had Hoekstra niet te duchten, en dat moet de fracties worden aangerekend. Na 55 jaar illegale bezetting mag van onze volksvertegenwoordi­gers worden verwacht dat zij scherpe kritiek leveren op de onheuse regeringsretoriek over een ‘evenwichtig beleid’ en een fictieve ‘tweestatenoplossing’, en bovenal op de Nederlandse medeplichtigheid, op de rol die Erwin van Veen (Clingendael) typeert als ‘handlanger van de illegale bezetting’. Ook mag worden verwacht dat zij een scherpe visie op de grondoorzaken van ‘het conflict’ hebben ontwikkeld en op die basis met concrete voorstellen voor beëindiging daarvan komen.

Niets van dat alles gebeurde. Wat vooral opviel was dat het thema mensenrechten, waarover tijdens het lange debat intensief werd gesproken, als bij toverslag verdween toen het thema Israël/Palestina ter tafel kwam. Niemand wees op het recht van de Palestijnen om in vrijheid te leven en hun eigen toekomst te bepalen, en niemand op het feit dat gelijkberechtiging, in welke politieke vorm ook, hoe dan ook een harde voorwaarde is voor vrede. In de Kamer domineert een stilzwijgende vanzelfsprekendheid dat de Palestijnen ook na 55 jaar onder bezetting moeten blijven leven, en dat miljoenen Palestijnse vluchtelingen in hun vluchtelingenkampen moeten blijven waarin de eerste honderdduizenden van hen al in 1948 belandden.

In de Tweede Kamer domineert een stilzwijgende vanzelfsprekendheid dat de Palestijnen ook na 55 jaar onder bezetting moeten blijven leven.

Dat betekent niet dat er geen kritiek was op Israël en op het kabinetsbeleid. Sjoerd Sjoerdsma (D66), Tunahan Kuzu (DENK), Tom van der Lee (GroenLinks), Agnes Mulder (CDA), Jasper van Dijk (SP) en Kati Piri (PvdA) uitten ieder in eigen bewoordingen bezorgdheid en kritiek. Het besef dat het kabinet blijft vasthouden aan de politiek die de tweestatenoplossing onmogelijk maakt leeft wel degelijk, en Hoekstra werd meermalen bijna wanhopig gevraagd welke weg er nog is uit het moeras nu het vredesproces heeft gefaald en ‘er straks geen oplossing meer is’. Hoekstra negeerde die vragen en vanuit de Kamer bleef een vervolg uit. Voorzichtig werd geopperd dat het misschien tijd wordt eens aan sancties te denken, een herhaling van geluiden die ook vijftien jaar geleden al klonken, zonder dat ze ooit tot iets hebben geleid. Concrete alternatieven voor het kabinetsbeleid schitterden door afwezigheid.

Typerend is dat het langst werd stilgestaan bij extra financiële mogelijkheden voor verzoeningsprojecten. Dat zijn kleinschalige projecten waarbinnen Israëli’s en Palestijnen de gelegenheid hebben elkaar te ontmoeten en ‘de ander’ te leren kennen. Het zijn nobele initiatieven waarmee allicht wat resultaat wordt geboekt, maar het organiseren van zulke projecten heeft iets wezensvreemds en komt feitelijk neer op dweilen met de kraan open zolang de grondoorzaken van het ‘conflict’ in stand worden gehouden. Het feit dat beide bevolkingsgroepen elkaar amper kennen en langs elkaar heen leven – Hoekstra zei ervan geschrokken te zijn – is geworteld in de Israëlische politiek van segregatie en apartheid. Dat los je niet op met een snuffelstage, maar alleen met het aanpakken van het onderdrukkende regime dat er de oorzaak van is.

Agnes Mulder lanceerde het idee voor een ambitieus Europees onderwijsproject, waarmee een toekomstige generatie Israëli’s en Palestijnen op school een beeld van elkaar kunnen krijgen en misschien leren met elkaar om te gaan en wederzijds begrip te hebben. Wie weet ontstaat dan een basis voor toekomstige vredesbesprekingen, is de gedachte. Het plan kreeg bijval, zeker van minister Hoekstra, en is zonder twijfel goed bedoeld, maar tekent vooral het schrijnende gebrek aan visie en betere ideeën, en bovenal aan oog voor de Palestijnen. Want een parlement dat de kaarten zet op een project dat hopelijk bij een komende generatie de kiem legt voor vrede, veroordeelt hen tot nog zeker 25 jaar leven onder bezetting.

© 2007 - 2022 The Rights Forum / Privacy Policy